← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2021:4677

beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen Wrakingskamer zaaknummer: C/05/386583 / KG RK 21-270 Beslissing van 16 april 2021 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoekster] wonende te Westervoort hierna te noemen: verzoekster, strekkende tot de wraking van mr. T.I. Spoor, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het schriftelijke wrakingsverzoek van 6 april 2021 gericht aan de rechtbank Midden-Nederland, dat op 8 april 2021 is ontvangen door de rechtbank Gelderland de schriftelijke reactie van de rechter van 13 april 2021 De procedure waarin betrokkene procespartij is, gelet op woonplaats van verzoekster, aanhangig gemaakt bij de rechtbank Gelderland. Gelet hierop is de wrakingskamer van de rechtbank Gelderland bevoegd om over onderhavig verzoek te beslissen. 2Het wrakingsverzoek Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 9033020 BM 21-906, zijnde een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westervoort tot onderbewindstelling van verzoekster. 3De beoordeling 3.

  1. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. 3.
  2. Verzoekster stelt slechts dat zij tegen haar wil is uitgenodigd voor een zitting en voert inhoudelijk verweer tegen het verzoek tot onderbewindstelling. De rechter heeft reeds aan verzoekster te kennen gegeven dat zij dit verweer ter zitting kan voeren. Aan het verzoek tot wraking zijn geen (concrete) feiten of omstandigheden, althans niet ten aanzien van mogelijke (schijn van) onpartijdigheid van de rechter, ten grondslag gelegd. Verzoekster wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot wraking. Daarbij is op grond van artikel 4.2 sub c van het wrakingsprotocol van de rechtbank Gelderland van het houden van een mondelinge behandeling afgezien. 4De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoekster (kennelijk) niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Deze beslissing is gegeven door de mr. J.R. Veerman, mr. M.J.P. Heijmans en mr. R.M.H. Pennings, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 16 april
  3. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.