← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2021:5177

beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/392345 / KG RK 21-633 Beslissing van 14 september 2021 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] wonende te Amsterdam hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot wraking van mr. L.C.P. Goossens, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het proces-verbaal van de zitting van 17 augustus 2021 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld de schriftelijke reactie van de rechter van 18 augustus 2021 door verzoeker na voormelde zitting aan de wrakingskamer gezonden e-mails (door verzoeker onderscheiden in 18 delen) waarin hij een toelichting geeft op zijn wrakingsverzoek de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek van 14 september
  2. 1.
  3. Bij de mondelinge behandeling is verzoeker zonder een daarop gericht bericht niet verschenen en heeft hij zich niet laten vertegenwoordigen. De rechter heeft vooraf laten weten niet te zullen verschijnen 2Het wrakingsverzoek 2.
  4. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met parketnummer 05/740417-18 tussen de officier van justitie en verzoeker. 2.
  5. De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het wrakingsverzoek inhoudelijk gereageerd. 3De beoordeling 3.
  6. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 3.
  7. De door verzoeker aangevoerde gronden heeft verzoeker onvoldoende duidelijk en niet concreet toegelicht, dus ook niet met zijn hiervoor vermelde e-mails in 18 delen. Concrete feiten waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden, ontbreken. Daarom wordt het verzoek afgewezen. 3.
  8. Naar het oordeel van de wrakingskamer gebruikt verzoeker het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen. 4De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank: wijst het verzoek tot wraking af; bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. Deze beslissing is gegeven door de mr. J.R. Veerman, voorzitter, mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en mr. E.J. Davids, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [verzoeker] en in het openbaar uitgesproken op 14 september
  9. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.