RECHTBANK GELDERLAND Team Jeugdrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers: 05/225336-20 en 05/278646-20 Datum uitspraak : 28 september 2021 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] [woonplaats] . Raadsman: mr. A. Klaassen, advocaat in Barneveld. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek achter gesloten deuren op de terechtzitting van 14 september
- 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: 05/225336-20 feit 1: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd; feit 2: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren, heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd; feit 3: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren, heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd; 05/278646-020 met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren, heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd. 10De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y,77z, 77aa, 77gg, 244, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht. 11De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde onder 05/225336-20 tot jeugddetentie voor de duur van 8 (acht) maanden; bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde onder 05/278646-20 tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden; bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte meewerkt aan: - Meldplicht bij de reclassering: verdachte meldt zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;- Ambulante behandeling: verdachte laat zich binnen de reguliere GGZ behandelen voor zijn problematiek. Hij geeft de Reclassering Nederland inzicht in zijn behandeling en behandelplan, voor zover en zolang de reclassering dit nodig vindt. Indien de behandeling in de reguliere GGZ niet toereikend blijkt te zijn, of verdachte geen openheid van zaken geeft omtrent zijn behandeling, dan dient verdachte zich te laten behandelen door forensische polikliniek de Waag, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.- Contactverbod: Verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] en [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.Waarbij wordt geadviseerd de reclassering opdracht te geven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en betrokkene daarbij te begeleiden. geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan; stelt als overige voorwaarden dat: verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 en 2 (parketnummer 05/225336-20) en het feit onder parketnummer 05/278646-20 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 15.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2007 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; wijst de vordering ten aanzien van de proceskosten (reiskosten naar advocaat en zitting) af; verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot gevorderde toekomstige materiële schade; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 15.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2007 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 110 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 3 (parketnummer 05/225336-20) betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 2.519,50 (€ 19,50 aan materiële kosten en € 2.500,- aan smartengeld), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2007 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; wijst de vordering ten aanzien van de proceskosten (reiskosten naar de rechtbank) af; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 2.519,50 (€ 2.500,- aan smartengeld en € 19,50 aan materiële schade). Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2007 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 35 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post, voorzitter (tevens kinderrechter), mr. M.C. Gerritsen en mr. M.G.E. ter Hart, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september
- Mr. Ter Hart is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.