beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Verschoningskamer zaaknummer: C/05/394353 / KG RK 21-765 Beslissing van 12 oktober 2021 van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. in zijn hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer 21/4377 tussen Clear Polymers B.V. en B&W Overbetuwe. 1De procedure De rechter heeft op 11 oktober 2021 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden. 2Het verschoningsverzoek De rechter heeft aan zijn verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat een vriend van hem betrokken is bij deze zaak, omdat hij het pand verhuurt waarin Clear Polymers volgens B&W Overbetuwe in strijd met het bestemmingsplan goederen opslaat. Van deze vriend is ook een verklaring in het dossier opgenomen, aldus de rechter. 3De beoordeling 3.
- Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen. 3.
- Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, als geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de zaak de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend. 3.
- De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat hij van oordeel is dat hij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor. 3.
- Het door de rechter aangevoerde feit dat een vriend van hem als verhuurder betrokken is bij één van de partijen, kan in deze zaak de schijn van partijdigheid van de rechter in het leven roepen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. 4De beslissing De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van [verzoeker] toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen. Deze beslissing is gegeven door mr. P.J.C. Cremers, voorzitter, mr. J.R. Veerman en mr. J.M. Graat, leden, en bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. J.R. Veerman, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 12 oktober
- de griffier de voorzitter is buiten staat mede te ondertekenen Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.