← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2021:5672

beslissing RECHTBANK GELDERLAND Wrakingskamer zaaknummer: C/05/394434 / KG RK 21-768 Beslissing van 18 oktober 2021 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. M.J.H. Schuurman, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter(s). 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het schriftelijke wrakingsverzoek van 5 oktober 2021 2Het wrakingsverzoek 2.1 Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met K/5001/9443009 tussen verzoeker en [belanghebbende] . 2.2 Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter de beginselen van een behoorlijke procesorde schendt. 3De beoordeling 3.
  2. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 3.2 Uit het wrakingsverzoek blijkt niet dat de gronden zich richten tegen een beslissing, mededeling of vraag van de rechter aan verzoeker in een lopende procedure. Verzoeker heeft een opheffingsverzoek ingediend voor het lopende bewind (de hoofdzaak), maar er heeft in dat kader (nog) niet (recent) een zitting plaatsgevonden. Ook is niet gebleken van proceshandelingen of mededelingen vanuit de rechtbank dienaangaande. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het wrakingsverzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. 4De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank: - verklaart verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Veerman, voorzitter, mr. P.J.C. Cremers en mr. J.M. Graat, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober
  3. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.