RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/720024-20 Datum uitspraak : 29 november 2021 Tegenspraak (279 Sv) vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] . Raadsvrouw: mr. A. Raaijmakers, advocaat in Oisterwijk. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 november 2021. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 januari 2018 tot en met 23 oktober 2018, te Tiel in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, een ambtenaar, te weten [naam] als aspirant van politie eenheid Amsterdam, werkzaam als medewerker arrestantenzorg een gift(
- en)en/of belofte(
- n)heeft gedaan en/of dienst(
- en)heeft verleend en/of aangeboden, te weten: - één of meerdere malen een hoeveelheid geld, (Sub 1) met het oogmerk om die [naam] te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten en/of (Sub 2) ten gevolge en/of naar aanleiding van hetgeen door die [naam] , in zijn huidige en/of vroegere bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, is gedaan en/of nagelaten, te weten (telkens): - meerdere malen, althans eenmaal, het bevragen/raadplegen van de/een politiesyste(e)m(
- en)en/of - meerdere malen, althans eenmaal, het verstrekken van informatie uit dat/die politiesyste(e)m(en). 2De standpunten De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. 3Overwegingen ten aanzien van het bewijs Vast staat dat [naam] in opdracht van anderen bevragingen deed in de politiesystemen. Hoewel hij aanvankelijk heeft verklaard dat hij ook bevragingen in het politiesysteem deed voor verdachte en diens broer, heeft hij bij de rechter-commissaris verklaard nooit een opdracht van verdachte te hebben gekregen om iets op te zoeken en ook geen geld van verdachte te hebben ontvangen. De rechtbank stelt verder vast dat uit de resultaten van het onderzoek, onder andere naar aanleiding van observaties en OVC-gesprekken, evenmin volgt dat verdachte [naam] geld heeft gegeven voor informatie of [naam] heeft verzocht of opdracht heeft gegeven de bevragingen te doen. De enkele omstandigheid dat [naam] meerdere keren in het politiesysteem heeft gezocht op de naam, het adres of het kenteken van (de auto van) verdachte is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen nu niet vast is komen te staan dat hij dit deed in opdracht van verdachte. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken. 4De beslissing De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Wasmann, voorzitter, mr. M.F. Gielissen en mr. S.C.A.M. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 november 2021. mr. Wasmann en mr. Gielissen zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.