← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2021:6574

beschikking RECHTBANK GELDERLAND Team bewind en erfrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rekestnummer: C/05/386736 / HA RK 21-65 Beschikking van 6 september 2021 in de zaak van [bewindvoerder] , in zijn hoedanigheid van testamentair bewindvoerder over het vermogen dat is nagelaten aan [rechthebbende] , wonende te [woonplaats] verzoeker advocaat mr. D. van Haaften te Ermelo 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift van 12 april 2021 met producties; de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 11 augustus

  1. 2De feiten 2.
  2. Op [datum] 2020 is te [plaats] overleden [erflaatster] , geboren te [plaats] op [datum] 1954 (hierna: erflaatster). De laatste woonplaats van erflaatster was [plaats] . 2.
  3. Bij testament van 18 juni 1996 heeft erflaatster over haar nalatenschap beschikt. Blijkens gemeld testament heeft erflaatster een bewind ingesteld over al hetgeen haar dochter [rechthebbende] (hierna: de rechthebbende) uit haar nalatenschap verkrijgt. Erflaatster heeft daarbij verzoeker tot testamentair bewindvoerder benoemd. 2.
  4. Bij beschikking van 15 december 2016 van de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland zijn de goederen die aan de rechthebbende (zullen) toebehoren onder beschermingsbewind gesteld. De Stichting Bewindvoerder ’s-Heeren Loo is met ingang van 1 januari 2017 tot opvolgend bewindvoerder benoemd. 3Het verzoek 3.
  5. Verzoeker verzoekt de rechtbank op grond van artikel 4:178 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) het testamentair bewind over het vermogen van de rechthebbende op te heffen c.q. vervallen te verklaren. 3.
  6. Aan het verzoek legt verzoeker het volgende ten grondslag. Het vermogen van de rechthebbende staat al onder beschermingsbewind, dus heeft een tweede (testamentair bewind) geen nut meer. Het testamentaire bewind is immers ingesteld ter bescherming van het vermogen van de rechthebbende en dat vermogen wordt al door een bewind beschermd. Daarbij komt dat ten tijde van het opstellen van het testament niet was voorzien dat de rechthebbende tijdens het overlijden van erflaatster al onder beschermingsbewind zou staan. 4De beoordeling 4.
  7. Artikel 4:178 lid 2 BW regelt dat de rechtbank een testamentair bewind kan opheffen op verzoek van de bewindvoerder op grond van onvoorziene omstandigheden en voorts indien aannemelijk is dat de rechthebbende de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen. 4.
  8. Bij testament van erflaatster is het gedeelte dat rechthebbende zal verkrijgen uit de nalatenschap van erflaatster (hierna: het erfdeel) vanaf haar overlijden onder bewind gesteld. Het gaat dan om een bewind in de zin van Boek 4, Titel 5, Afdeling 7 BW. Dat erfdeel betreft een afgescheiden vermogen van het eigen vermogen van de rechthebbende. Het eigen vermogen van de rechthebbende staat onder beschermingsbewind, zoals geregeld in Boek 1, Titel 19 BW. Het standpunt van verzoeker dat het erfdeel reeds onder het beschermingsbewind valt, is naar het oordeel van de rechtbank dus onjuist. 4.
  9. De rechtbank is voorts van oordeel dat het beroep van verzoeker op de aanwezigheid van onvoorziene omstandigheden niet kan leiden tot het opheffen van het testamentaire bewind. Ongeacht of erflaatster heeft voorzien dat het eigen vermogen van de rechthebbende ten tijde van het overlijden van erflaatster onder beschermingsbewind zou staan, is daarmee niet gezegd dat erflaatster geen testamentair bewind over het erfdeel zou hebben willen instellen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen. 4.
  10. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat erflaatster in artikel G.9 van haar testament heeft geregeld dat de testamentair bewindvoerder de bevoegdheid heeft om bij notariële akte een opvolger met geheel gelijke bevoegdheden te benoemen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat verzoeker geen band heeft met de rechthebbende en zich niet betrokken voelt bij haar, terwijl daarentegen de beschermingsbewindvoerder deze band en betrokkenheid wel heeft. Voor zover verzoeker en de beschermingsbewindvoerder van mening zijn dat de beschermingsbewindvoerder ook als testamentair bewindvoerder zou kunnen fungeren, kunnen zij dit ingevolge het testament bij notariële akte regelen. 5De beslissing De rechtbank, wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. van Lee en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.