beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Verschoningskamer zaaknummer: C/05/397592 / KG RK 21-922 Beslissing van 24 december 2021 van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van mr. J.R. Veerman, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. in zijn hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer C/05/383723 HA ZA 21/89 tussen [belanghebbende 1] B.V. en [belanghebbende 2] B.V. alsmede de heer [belanghebbende 3]. 1De procedure De rechter heeft op 20 december 2021 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden. 2Het verschoningsverzoek De rechter heeft aan zijn verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat hij als regelmatige klant van de kledingwinkel van [belanghebbende 2] te zeer bekend is met de heer [belanghebbende 3]. 3De beoordeling 3.
- Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen. 3.
- Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, als geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de zaak de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend. 3.
- De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat hij van oordeel is dat hij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor. 3.
- Uit het verschoningsverzoek blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet vrij voelt om de zaak te behandelen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. 4De beslissing De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. J.R. Veerman toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen. Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Graat, voorzitter, mr. M.J.C. van Leeuwen en mr. M.M. Klaasen, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. [griffier] en in openbaar uitgesproken op 24 december
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.