vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 9127908 \ CV EXPL 21-2643 \ 676 \ 44356 uitspraak van 29 december 2021 vonnis in de zaak van de coöperatieve vereniging met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatieve Rabobank U.A. gevestigd te Amsterdam eisende partij gemachtigde Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V. tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde partij procederend in persoon Partijen worden hierna Rabobank en [gedaagde] genoemd. 29De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 24 maart 2021 met producties; - de e-mail van [gedaagde] van 6 april
- 1.
- Daarna is vonnis bepaald. 2Het geschil en de beoordeling daarvan 2.
- Rabobank vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan Rabobank te betalen een bedrag van € 644,03, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2021, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 2.
- Rabobank legt aan haar vorderingen ten grondslag dat tussen partijen een kredietovereenkomst heeft bestaan. [gedaagde] heeft, ondanks daartoe in gebreke te zijn gesteld, nagelaten tijdig aan zijn betalingsverplichtingen uit hoofde van deze kredietovereenkomst te voldoen, waardoor Rabobank de gehele nog openstaande kredietsom heeft opgeëist. Europees consumentenrecht 2.
- Omdat het hier een kredietovereenkomst tussen [gedaagde] (een consument) en Rabobank (een kredietgever die handelt in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf) betreft, zal eerst de vordering ambtshalve worden getoetst aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht. Daaromtrent wordt het volgende overwogen. 2.
- De onderhavige overeenkomst is gesloten op of na 25 mei 2011 en voor 1 januari
- Deze overeenkomst vormt een krediettransactie als bedoeld in de zin van artikel 1 van de Wet op het consumentenkrediet zoals die gold van 25 mei 2011 tot 1 januari 2017 (hierna: WCK nieuw) en valt niet buiten het toepassingsbereik van de WCK nieuw. Daarnaast betreft het een kredietovereenkomst in de zin van artikel 7:57 lid 1 BW. Daarmee zijn ook de bepalingen van titel 2A van boek 7 BW zoals deze gold van 25 mei 2011 tot 1 januari 2017 (hierna: WCK nieuw) van toepassing, nu de overeenkomst niet valt onder één van de bepalingen die de toepasselijkheid van die titel uitsluiten. De kantonrechter moet daarom (zo nodig ambtshalve, dat wil zeggen ook zonder dat [gedaagde] daar een beroep op heeft gedaan) beoordelen of voldaan is aan dwingendrechtelijke bepalingen die gelden ten aanzien van een krediettransactie als bedoeld in artikel 1 WCK nieuw en aan kredietovereenkomst als bedoeld in artikel 7:57 lid 1 BW. 2.
- Partijen zijn een doorlopend krediet onder de productnaam Rabo Studenten Roodstaan tot een bedrag van maximaal € 1.000,00 overeengekomen. Het te betalen maandbedrag bedraagt € 20,
- De overeengekomen kredietvergoeding bedraagt 8,2% effectief per jaar. 2.
- Op de kredietovereenkomst zijn de “Bijzondere Voorwaarden voor het Rabo StudentenPakket 2010” (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. In de voorwaarden staat het volgende: “ 19 Wat gebeurt er als een maandtermijn niet wordt betaald? Betaalt u één maandtermijn meer dan twee maanden net? Dan stellen wij u in gebreke door u te vragen deze maandtermijn vóór een bepaalde datum te betalen. Betaalt u dan nog niet? Dan is het gebruikte krediet onmiddellijk opeisbaar. Dat betekent dat u het gebruikte krediet meteen en in één keer aan ons moet terugbetalen. Ook kan het betekenen dat u extra kosten moet betalen. Als u niet op tijd betaalt, dan melden wij dit bij het BKR in Tiel. (…) 25Vertragingsrente Moet u ons een bedrag betalen? En bent u daar te laat mee? Dan kunnen wij vertragingsrente in rekening brengen. Wij bepalen vanaf wanneer u vertragingsrente moet betalen. De vertragingsrente is variabel. Wij kunnen deze wijzigen. De hoogte van de vertragingsrente kan hoger zijn dan de hoogte van de debetrente.” 2.
- Rabobank heeft [gedaagde] bij brief van onder meer 1 november 2017 wegens een betalingsachterstand in gebreke gesteld en daarbij het volgende aangezegd: “Wij stellen u moet deze brief in gebreke en vragen u dringend om het achterstallige bedrag alsnog op uw betaalrekening bij te schrijven of het volledige debetsaldo aan te zuiveren. Als het hiervoor genoemde bedrag niet voor de 15e van deze maand op uw rekening is bijgeschreven, behouden wij ons het recht voor het krediet te beëindigen en het volledige debetsaldo in één keer op te eisen. Dit betekent dat het totale kredietbedrag dat u heeft opgenomen inclusief de door u verschuldigde rente zal worden teruggevorderd. Heeft u vorige maand gebruik gemaakt van uw krediet, vergeet dan niet ook het termijnbedrag van € 20,00 voor deze maand te voldoen.” 2.
- Vervolgens heeft Rabobank bij brief van 1 december 2017 aan [gedaagde] de opeising van het krediet aangezegd indien niet alsnog tot betaling van de achterstand wordt overgegaan. Voor zover hier van belang, is in deze brief het volgende opgenomen: “Is het genoemde bedrag niet uiterlijk vóór de 15e van de maand op uw rekening bijgeschreven, dan wordt op grond van de voorwaarden uw Krediet op Betaalrekening met onmiddellijke ingang beëindigd. Het door u opgenomen kredietbedrag wordt dan inclusief de door u verschuldigde rente onmiddellijk en volledig opgeëist. Daartoe zullen zonder nadere aankondigingen rechtsmaatregelen genomen worden. In dat geval moet u rekening houden met een veroordeling tot het betalen van hoge (proces-)kosten.” 2.
- De vordering is getoetst aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht. Deze toets leidt niet tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering. Inhoudelijke beoordeling 2.
- Rabobank heeft onbetwist gesteld dat de kredietsom op 1 december 2017 € 1.019,03 bedroeg. Vanwege de betaling van in totaal € 375,00 (na 1 december 2017) staat nog een bedrag van € 644,03 open. Door [gedaagde] is geen inhoudelijk verweer gevoerd, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van dit bedrag. De kantonrechter wijst dan ook een bedrag van € 644,03 toe. De gevorderde wettelijke rente vanaf 24 maart 2021 tot aan de dag van volledige betaling wordt eveneens toegewezen. 2.
- [gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten, zoals hierna begroot, dragen. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Rabobank te betalen een bedrag van € 644,03, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 maart 2021 tot aan de dag van volledige betaling; 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Rabobank begroot op € 108,22 aan dagvaardingskosten, € 507,00 aan griffierecht en € 124,00 aan salaris voor de gemachtigde; 3.
- verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 29 december 2021.