← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2021:8248

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/386328 / KG ZA 21-114 Vonnis in kort geding van 11 juni 2021 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] , gevestigd en zaakdoende te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. F.R.H. Kuiper te Hattem, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ARNHEM, zetelende te Arnhem, gedaagde, advocaat mr. M.J. Mutsaers te Arnhem. waarin heeft gevorderd als tussenkomende partij, althans voegende partij aan de zijde van de gemeente, te worden toegelaten: de besloten vennootschap [eiseres in inc.] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres in het incident tot tussenkomst, althans voeging, advocaat mr. B. van der Zijpp te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiseres] , de gemeente en [eiseres in inc.] worden genoemd. 1De procedure in de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 7 april 2021, de akte overlegging producties 1 tot en met 6 namens [eiseres] , ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 15 april 2021, een brief met als bijlage de incidentele conclusie tot tussenkomst, althans voeging namens [eiseres in inc.] van 6 mei 2021; een brief met producties 1a, 1b, 2a en 2b namens de gemeente van 27 mei 2021, de mondelinge behandeling, gehouden op 1 juni 2021, de pleitnota namens [eiseres] , de pleitnota namens de gemeente, de pleitnota namens [eiseres in inc.] . 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten in de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging 2.
  3. [eiseres] is een wegenbouwbedrijf en een dochteronderneming van [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). 2.
  4. Op 19 januari 2021 heeft de gemeente een aanbestedingsleidraad voor de nationale openbare aanbesteding ‘Raamovereenkomst dagelijks onderhoud asfalt- en elementenverharding Arnhem 2021-2023’ gepubliceerd. De Raamovereenkomst ziet onder andere op het verwijderen en aanbrengen van asfalt- en elementverhardingen binnen de gemeente en heeft een looptijd van 1 juni 2021 tot en met 31 mei 2021 met de mogelijkheid van twee keer een jaar verlenging. 2.
  5. In de aanbestedingsleidraad staat onder meer het volgende vermeld: “(…) 1 Inleiding (…) 1.3 Aanbestedingsprocedure De aanbesteding vindt plaats volgens de nationale openbare procedure voor werken conform hoofdstuk 2 van het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016). (…) 1.4 Gunningscriterium Conform artikel 7.4.1 van het ARW 2016 wordt de opdracht gegund op grond van de economisch meest voordelige inschrijving. Dit betekent dat naast de prijs ook de kwaliteit van de inschrijving bepalend is voor de economisch meest voordelige inschrijving. (…) 5 Inschrijvingsprocedure (…) 5.2 Inschrijving en vormvoorschriften 5.2.
  6. IN TE DIENEN INSCHRIJVINGSDOCUMENTEN In aanvulling op artikel 2.21 van het ARW 2016 dienen bij de inschrijving de volgende documenten te worden ingediend die conform de eisen van deze aanbestedingsleidraad zijn ingevuld. Dit overzicht dient slechts ter controle, de feitelijke eisen zijn in deze aanbestedingsleidraad nader uitgewerkt en hebben voorrang boven dit overzicht:
  7. Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA), rechtsgeldig ondertekend (…)
  8. Verklaring concern, rechtsgeldig ondertekend. Alleen indien van toepassing (…) 5.6 Uniform Europees Aanbestedingsdocument Bij het invullen van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument gelden de aandachtspunten en eisen zoals hieronder in tabel 5.6 opgenomen. (…) 7 Beoordelingsprocedure (…) 7.3.
  9. STAP 1: TOETS VOLLEDIGHEID EN VORMVOORSCHRIFTEN De inschrijvingen worden allereerst beoordeeld op volledigheid. Inschrijvingen die niet alle gevraagde gegevens bevatten, of niet zo zijn opgesteld als voorgeschreven, kunnen terzijde worden gelegd en kunnen dus afvallen. De aanbestedende dienst kan van de inschrijver verlangen dat deze de ontbrekende antwoorden of gegevens aanvult of ander toelicht. (…)” 2.
  10. Het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (hierna: het ARW) bepaalt, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, het volgende: “(…) 2.21 Eigen verklaring en bewijsmiddelen (…) 2.21.6 In het geval van een gebrek in de eigen verklaring of in geval van een gebrek met betrekking tot de bewijsmiddelen stelt de aanbesteder de betreffende ondernemer in de gelegenheid om het gebrek te herstellen binnen een termijn van 2 werkdagen, te rekenen vanaf de dag van verzending van een verzoek daartoe. De aanbesteder verzendt dit bericht per fax of elektronisch bericht. Indien de aanbesteder het gevraagde niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft ontvangen of indien het gebrek niet door het antwoord is hersteld, komt de ondernemer niet in aanmerking voor verdere deelname aan de procedure. “(…) 2.
  11. Op 25 februari 2021 om 10.00 uur sloot de inschrijvingstermijn van de aanbesteding. [eiseres] heeft tijdig op de aanbesteding ingeschreven. 2.
  12. Op 26 februari 2021 heeft [eiseres] via [bedrijf 2] een door de gemeente ondertekende EMVI-beoordeling ontvangen met een overzicht van de economisch meest voordelige inschrijving. In het overzicht staat [eiseres] op nummer
  13. 2.
  14. Bij brief van 19 maart 2021 heeft de gemeente [eiseres] bericht dat haar inschrijving als ongeldig wordt uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure, omdat bij controle van de aanbestedingstukken is gebleken dat de inschrijving van [eiseres] tweemaal het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (hierna: het UEA) van [bedrijf 1] bevat en dat het UEA van [eiseres] ontbreekt, hetgeen op grond van paragraaf 7.3.1 van de Aanbestedingsleidraad leidt tot uitsluiting van de inschrijving. Voorts heeft de gemeente [eiseres] bericht dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan [eiseres in inc.] . 2.
  15. Bij brief van 24 maart 2021 heeft [eiseres] de gemeente het volgende bericht: “(…) Inschrijving niet ongeldig Cliënte is van mening dat de inschrijving die zij heeft gedaan niet ongeldig is. Daarvoor wijst zij primair naar het feit dat er wel een UEA van [bedrijf 1] is overgelegd. Dit is de UEA van de B.V. waar cliënte een dochtervennootschap van is. Daarmee dekt de UEA van [bedrijf 1] feitelijk ook die van [eiseres] , zeker in combinatie met de gevraagde en ingediende concernverklaring Mogelijkheid tot herstel Daarnaast had de gemeente Arnhem op basis van vaste jurisprudentie, waaronder het SAG-arrest (HvJ EU 29 maart 2012 C-559/10 ECLI:EU:C:2012:191) cliënte een mogelijkheid tot herstel moeten bieden. Het gaat hier immers om herstel van een kennelijke materiële fout zonder dat er een nieuwe inschrijving wordt ingediend. Daarbij kan ook objectief worden vastgesteld dat de stukken dateren van vóór het einde van de inschrijftermijn. U treft hierbij aan een screenshot van de bestanden zoals die klaar stonden om verzonden te worden (bijlage 1). Verder treft u tevens als bijlage bij deze brief aan de UEA van [eiseres] die klaar stond om verzonden te worden (bijlage 2). Door een menselijke fout is per abuis tweemaal een UEA van [bedrijf 1] geüpload, en dus niet een UEA van [bedrijf 1] en een UEA van [eiseres] Dat maakt dit tot een schoolvoorbeeld van een kennelijke fout, nog los van de vraag of de UEA van [bedrijf 1] niet sowieso voldoende was. Discretionaire bevoegdheid gemeente In uw brief van 19 maart 2021 gaat u van de veronderstelling uit dat het ontbreken van een UEA op grond van par. 7.3.1 van de Aanbestedingsleidraad zou moeten leiden tot uitsluiting van de inschrijving. Dit is een onjuiste lezing van de Aanbestedingsleidraad, nu hier juist een discretionaire bevoegdheid is opgenomen. Dit artikel bevat uitdrukkelijk een herstelmogelijkheid. (…) Van de situatie zoals omschreven in het Manova-arrest (HVJEU 10 oktober 2013, C-336/12 ECLI:EU:C:2013:647) is nadrukkelijk geen sprake. De Aanbestedingsleidraad stelt namelijk juist niet dat de ontbrekende stukken of ontbrekende informatie op straffe van uitsluiting dienden te worden verstrekt(…). In tegendeel er is nadrukkelijk een discretionaire bevoegdheid (‘kunnen’) én een herstelmogelijkheid opgenomen in de Aanbestedingsleidraad. Ook beroept cliënte zich in dit kader nadrukkelijk op het evenredigheidsbeginsel. Verzoek Gelet hierop wil ik u dan ook verzoeken uw brief van 19 maart 2021 in te trekken, de inschrijving van cliënte alsnog geldig te verklaren en het voornemen tot gunning richting [eiseres in inc.] in te trekken en een nieuw gunningsvoornemen te verstrekken aan cliënte. Cliënte heeft immers de economisch meest voordelige inschrijving gedaan. (…)” 2.
  16. Bij brief van 26 maart 2021 heeft de advocaat van de gemeente hierop als volgt gereageerd: “(…) De gemeente Arnhem blijft bij haar oordeel dat zij de inschrijving van uw cliënte terecht ongeldig heeft verklaard. Doordat het UEA van de inschrijver, [eiseres] , bij de inschrijving geheel ontbrak, kon de gemeente diens identiteit niet goed vaststellen. Met name kon de gemeente niet vaststellen of de uitsluitingsgronden op de inschrijver van toepassing zijn en of hij (zelfstandig) voldoet aan de gestelde geschiktheidseisen. Het feit dat de UEA van [bedrijf 1] wel (twee keer) is ingediend doet daar niets aan af. Dit UEA ziet immers slechts op een deel van de eisen (de garantstelling door het moederbedrijf). Naar het oordeel van de gemeente betreft het hier geen gebrek dat voor herstel vatbaar is, hoe spijtig ook voor uw cliënte. De gemeente blijft dus bij haar eerdere beslissing en kan dan ook niet voldoen aan uw verzoek om de brief van 19 maart 2021 en het gunningsvoornemen aan [eiseres in inc.] alsnog in te trekken, de inschrijving van uw cliënte alsnog geldig te verklaren en de opdracht alsnog aan uw cliënte te gunnen. (…)” 2.
  17. [eiseres] heeft vervolgens het onderhavige kort geding tegen de gemeente aanhangig gemaakt. 3Het geschil in de hoofdzaak 3.
  18. [eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. de gemeente zal veroordelen om de beslissing zoals op 19 maart 2021 geuit ten aanzien van de aanbesteding ‘Raamovereenkomst dagelijks onderhoud asfalt- en elementenverharding Arnhem 2021-2023’ van de gemeente in te trekken, en; II. de gemeente zal gebieden, voor zover zij het werk nog wenst uit te voeren, het werk te gunnen aan [eiseres] , III. de gemeente zal veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder begrepen een redelijke tegemoetkoming, kosten van de rechtsbijstand van [eiseres] alsmede de nakosten ten bedrage van € 131,00 zonder betekening en € 199,00 met betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, met de aantekening dat als niet binnen twee weken na wijzen van het vonnis aan de proceskosten veroordeling wordt voldaan, daarover de wettelijke rente verschuldigd is. 3.
  19. De gemeente voert gemotiveerd verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] in haar vorderingen dan wel tot afwijzing daarvan met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten indien [eiseres] de proceskosten niet binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis heeft voldaan. in het incident tot tussenkomst, althans voeging van [eiseres in inc.] 3.
  20. [eiseres in inc.] vordert dat de voorzieningenrechter: primair I. [eiseres in inc.] zal toestaan tussen te komen in het door [eiseres] aanhangig gemaakte kort geding tegen de gemeente en bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van [eiseres] zal afwijzen en de gemeente zal verbieden de opdracht te gunnen aan een andere partij dan [eiseres in inc.] ; subsidiair II. [eiseres in inc.] zal toestaan zich te voegen aan de zijde van de gemeente en bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van [eiseres] zal afwijzen; primair en subsidiair III. [eiseres] zal veroordelen in de kosten van dit geding, inclusief nakosten, gevallen aan de zijde van [eiseres in inc.] . 3.
  21. [eiseres] en de gemeente hebben geen verweer gevoerd tegen tussenkomst van [eiseres in inc.] in het kort geding. 3.
  22. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, ingegaan. 4De beoordeling in het incident tot tussenkomst, althans voeging van [eiseres in inc.] 4.
  23. vordert als tussenkomende partij te worden toegelaten in het rechtsgeding tussen [eiseres] en de gemeente. [eiseres] en de gemeente hebben geen verweer gevoerd tegen deze vordering en bovendien heeft [eiseres in inc.] een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang om als tussenkomende partij in het geding te komen, omdat [eiseres in inc.] de inschrijver is aan wie de gemeente voornemens is de opdracht te gunnen. Daarom zal [eiseres in inc.] worden toegelaten als tussenkomende partij. 4.
  24. [eiseres] en de gemeente zullen in de kosten van het incident worden veroordeeld, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil. in de hoofdzaak 4.
  25. De vereiste spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de vorderingen. 4.
  26. Kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of de gemeente [eiseres] na sluiting van de inschrijvingstermijn de gelegenheid had moeten bieden om het ontbrekende UEA in te dienen. De gemeente stelt dat zij [eiseres] die gelegenheid niet hoefde te bieden en dat zij [eiseres] die gelegenheid ook niet mocht bieden omdat, kort gezegd, artikel 7.3.1 van de Aanbestedingsleidraad daartoe niet de mogelijkheid biedt. Volgens de gemeente biedt artikel 7.3.1 van de Aanbestedingsleidraad deze mogelijkheid alleen voor zover de op de aanbesteding van toepassing zijnde regelgeving, in dit geval het ARW, dat mogelijk maakt. De gemeente stelt dat dat niet het geval is en dat zij [eiseres] terecht heeft uitgesloten van verdere deelname aan de aanbesteding, nu artikel 2.21.6 ARW enkel ziet op gebreken in het UEA, maar niet op het algeheel ontbreken van het UEA. [eiseres in inc.] heeft zich aangesloten bij het verweer van de gemeente. 4.
  27. Bij de beoordeling van dit geschil staat voorop dat de verplichtingen van een aanbestedende dienst om inschrijvers op gelijke en niet-discriminerende wijze te behandelen, er niet aan in de weg staan dat, in uitzonderlijke gevallen, de inschrijvingen gericht kunnen worden verbeterd of aangevuld, met name omdat deze klaarblijkelijk een eenvoudige precisering behoeven, of om kennelijke materiële fouten recht te zetten, mits deze wijziging er niet toe leidt dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt voorgesteld (HvJ EU 29 maart 2012, zaak C-599/10 (SAG), rov. 40). Het maken van een dergelijke uitzondering is echter uitgesloten ingeval van ontbrekende informatie die op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt (HvJ EU 10 oktober 2013, zaak C-336/12 (Manova) r.o. 40). Ten slotte mag de herstelmogelijkheid alleen betrekking hebben op stukken waarvan objectief kan worden vastgesteld dat zij dateren van voor het einde van de inschrijvingstermijn. 4.
  28. Met inachtneming van het voorgaande is het niet onder alle omstandigheden uitgesloten dat een inschrijver na het sluiten van de inschrijvingstermijn in het kader van eenvoudig herstel alsnog een UEA kan overleggen. In dit verband moet worden geconstateerd dat de Aanbestedingsleidraad nergens expliciet bepaalt dat het niet indienen van het UEA leidt tot uitsluiting. Op zichzelf is juist dat artikel 21.1.6 ARW naar de letter enkel betrekking heeft op een gebrek in het UEA en dat er niet met zoveel woorden staat dat het algeheel ontbreken van het UEA kan worden hersteld, maar voor zo een letterlijke toepassing dat onder geen enkele omstandigheid het ontbreken van het UEA kan worden hersteld, is geen grond. In het onderhavige geval doen zich bijzondere omstandigheden voor die met zich brengen dat aan [eiseres] gelegenheid moet worden geboden alsnog het UEA in te dienen om het door de gemeente geconstateerde gebrek in de inschrijving te herstellen. 4.
  29. Daartoe wordt overwogen dat [eiseres] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij het UEA van [eiseres] vóór de sluiting van de inschrijvingstermijn geheel ingevuld en ondertekend als pdf-document had klaarstaan om bij haar inschrijving in te dienen. Genoegzaam gebleken is dat het UEA van [eiseres] in de vorm van een pfd-document in de computer van [eiseres] klaarstond. Ter zitting is door de bestuurder van [eiseres] , [naam 1] , een pfd-document getoond op zijn mobiele telefoon van de datum 25 februari 2021, 09.41 uur. Daaruit viel, met inachtneming van alle beperkingen, op te maken dat dit een volledig opgemaakt en ondertekend UEA betreft dat voor het laatst is gewijzigd op voormelde datum en tijd. Er is geen enkele aanwijzing om aan te nemen dat [eiseres] het pdf-document in het kader van deze procedure op de een of andere manier heeft gemanipuleerd. Op grond van het een en ander moet het er voor worden gehouden dat dit pfd-document, het UEA van [eiseres] , op 25 februari 2021 om 09.41 uur geheel ingevuld en ondertekend klaarstond om bij de inschrijving in te dienen, aldus vóór het sluiten van de inschrijvingstermijn op 25 februari 2021 om 10.00 uur. Daarvan uitgaande valt op geen enkele manier te vrezen dat er, door het alsnog indienen van het UEA ná het sluiten van de inschrijvingstermijn, door [eiseres] wijzigingen in de inschrijving zouden kunnen worden aangebracht ten opzichte van de inschrijving van vóór de sluiting van de inschrijvingstermijn. Nu er in het onderhavige geval aldus geen sprake is van de situatie waarin na de sluiting van de inschrijvingstermijn een UEA wordt ingediend dat eerst na sluiting van de termijn is ingevuld en ondertekend, kan de mededinging er niet door worden verstoord indien [eiseres] thans alsnog de gelegenheid wordt geboden om het ontbrekende UEA, die aldus dateert van vóór de sluiting van de inschrijvingstermijn, in te dienen met als doel het door de gemeente geconstateerde gebrek in de inschrijving te herstellen. 4.
  30. Bij dit alles komt dat er voldoende aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat het niet meezenden van het UEA bij de inschrijving op een vergissing van [eiseres] heeft berust. In dit verband staat vast dat [eiseres] aanleiding heeft gezien om naast haar eigen UEA, ook het UEA van haar moedermaatschappij, [bedrijf 1] , in te dienen. Niet in geschil is dat [eiseres] echter twee keer het UEA van [bedrijf 1] bij haar inschrijving heeft ingediend. Onder die omstandigheden is voldoende aannemelijk dat [eiseres] bij vergissing niet haar eigen UEA naast die van [bedrijf 1] heeft ingediend, maar per ongeluk tweemaal die van [bedrijf 1] . 4.
  31. In het licht van deze bijzondere omstandigheden dient de gemeente [eiseres] de gelegenheid te bieden om het ontbrekende UEA alsnog in te dienen. Nu vanwege de bijzondere omstandigheden sprake is van een uitzonderlijk geval maakt dat voorts dat de stelling van [eiseres in inc.] , dat heel in het algemeen een beslissing in de hier bedoelde zin voor inschrijvers de mogelijkheid zal openen om opzettelijk foutieve stukken in te dienen en daar op enigerlei wijze voordeel uit te halen, niet kan slagen. 4.
  32. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering van [eiseres] , de gemeente te veroordelen tot intrekking van haar beslissing van 19 mei 2021 ter zake van de uitsluiting van [eiseres] van de aanbesteding, zal worden toegewezen. Ten aanzien van de vordering van [eiseres] de gemeente te gebieden, voor zover zij het werk nog wenst uit te voeren, het werk te gunnen aan [eiseres] geldt, dat deze vordering slechts toewijsbaar is voor zover uit het nog door [eiseres] in te dienen UEA niet blijkt dat sprake is van uitsluitingsgronden of ongeschiktheid van [eiseres] op grond van de gestelde eisen. Deze vordering zal dan ook worden toegewezen zoals hierna in de beslissing vermeld. 4.
  33. Verder leidt de toewijzing van de vorderingen van [eiseres] tot afwijzing van de vordering van [eiseres in inc.] . De vordering van [eiseres in inc.] behoeft derhalve geen afzonderlijke bespreking meer. 4.
  34. De gemeente en [eiseres in inc.] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op: - betekening oproeping € 90,42 - griffierecht 667,00 - salaris advocaat 1.016,00 Totaal € 1.773,42 4.
  35. De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld. 5De beslissing De voorzieningenrechter in het incident tot tussenkomst 5.
  36. laat [eiseres in inc.] toe als tussenkomende partij in het kort geding van [eiseres] tegen de gemeente, 5.
  37. veroordeelt [eiseres] en de gemeente tot betaling van de proceskosten in het incident tot tussenkomst, aan de zijde van [eiseres in inc.] tot op heden begroot op nihil, in de hoofdzaak 5.
  38. veroordeelt de gemeente om de beslissing, zoals op 19 maart 2021 geuit ten aanzien van de aanbesteding ‘Raamovereenkomst dagelijks onderhoud asfalt- en elementenverharding Arnhem 2021-2023’ van de gemeente Arnhem, in te trekken, 5.
  39. gebiedt de gemeente, voor zover zij het werk nog wenst uit te voeren en onder de voorwaarde dat uit het nog door [eiseres] in te dienen UEA niet blijkt dat sprake is van uitsluitingsgronden of ongeschiktheid van [eiseres] op grond van de gestelde eisen, het werk te gunnen aan [eiseres] , 5.
  40. veroordeelt de gemeente en [eiseres in inc.] , in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.773,42, waarin begrepen € 1.016,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 5.
  41. veroordeelt de gemeente en [eiseres in inc.] , in de kosten die aan de zijde van [eiseres] zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na die aanschrijving tot de dag van betaling en € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van betaling, 5.
  42. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  43. verstaat het bepaalde onder 5.
  44. en 5.
  45. als afwijzing van de vordering van [eiseres in inc.] , 5.
  46. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.