RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/880705-19 Datum uitspraak : 16 maart 2022 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [1971] in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] . Raadsman: mr. A.A. Boersma, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen, de laatste inhoudelijke zittingen op 18 en 20 januari 2022. 1De inhoud van de tenlastelegging De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage I bij dit vonnis. De rechtbank volstaat hier met de vermelding dat verdachte er – kort gezegd – van wordt verdacht dat hij al dan niet als medepleger: amfetamine en/of metamfetamine heeft bereid en/of vervaardigd en/of verwerkt en/of vervoerd in de periode van 1 april 2019 tot en met 29 juni 2020 op meerdere locaties; strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd gericht op onder meer de productie van synthetische drugs in de periode van 1 april 2019 tot en met 29 juni 2020 op meerdere locaties; opzettelijk afvalstoffen afkomstig uit een (met)amfetaminelab heeft geloosd op en/of in de bodem, waardoor de bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast en/of niet aan zijn verplichting heeft voldaan deze verontreiniging/aantasting te voorkomen dan wel de verontreiniging/aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken, in de periode van 1 mei 2020 tot en met 29 juni 2020. voorwerpen heeft witgewassen; en daarvan een gewoonte heeft gemaakt. heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die gericht was op onder meer de productie van synthetische drugs, in de periode van 01 januari 2018 tot en met 29 juni 2020. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 2.1 Het gebruik van EncroChat-berichten Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat de EncroChat-bevindingen moeten worden uitgesloten van het bewijs. Uit het dossier blijkt niet dat de rechter-commissaris te Rotterdam toestemming is gevraagd om informatie uit onderzoek [naam 1] te gebruiken in onderzoek [naam 2] . Daardoor kan niet getoetst worden in hoeverre toestemming is verleend, zodat ook niet kan worden gecontroleerd of voldaan is aan de waarborgen uit machtiging op basis van de artikelen de 126uba en 126t van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Om die reden is er sprake van een vormverzuim. Het belang is in ernstige mate geschonden, zodat geen sprake is van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). Bewijsuitsluiting is noodzakelijk om schending van het recht van artikel 6 EVRM te voorkomen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich, kort gezegd, op het standpunt dat het verkrijgen, verwerken en overdragen van de EncroChat-berichten rechtmatig is gebeurd en deze berichten aldus voor het bewijs kunnen worden gebezigd. Beoordeling door de rechtbank Bij beschikking van 27 maart 2020 inzake onderzoek [naam 1] heeft de rechter-commissaris te Rotterdam ex artikel 126uba Sv aan de officier van justitie machtiging verleend tot het binnendringen in een geautomatiseerd werk en het opnemen van telecommunicatie die plaatsvindt via of tussen gebruikers van door provider Encro aangeboden diensten, waaronder EncroChat. In de machtiging is het gebruik van informatie beperkt tot de verdenking van ernstige, het maatschappelijk verkeer ontwrichtende, strafbare feiten gepleegd in georganiseerd verband. Onderzoek [naam 2] is gestart op 13 mei 2019. In de processtukken ontbreekt een stuk waaruit blijkt dat de rechter-commissaris lopende dit onderzoek goedkeuring heeft gegeven voor het gebruik van EncroChat-data uit onderzoek [naam 1] ten behoeve van onderzoek [naam 2] . De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat de rechter-commissaris deze toestemming heeft verleend voor onderzoek [naam 2] . De vraag is of die toestemming door de rechter-commissaris wettelijk is vereist. In de wet ontbreekt een bepaling daarover. De officier van justitie is op basis van artikel 126dd Sv bevoegd om EncroChat-data beschikbaar te stellen aan andere strafrechtelijke onderzoeken. De officier van justitie ( [code 1] ) heeft in een e-mailbericht van 16 juli 2020 bevestigd dat op 10 juni 2020 door hem is bepaald dat op grond van artikel 126dd Sv de gegevens die tijdens het onderzoek [naam 1] zijn vergaard, kunnen worden gebruikt voor het onderzoek [naam 2] . De rechtbank is van oordeel dat het ontbreken van een expliciete wettelijke bepaling voor het doorzoeken van en beschikbaar stellen aan andere opsporingsonderzoeken van de Encrochat-data niet in de weg staat aan opsporing en vervolging van ernstige, in georganiseerd verband gepleegde strafbare feiten die een ontwrichtende inbreuk maken op de rechtsorde. Mocht dat anders zijn, dan overweegt de rechtbank het volgende: De rechter-commissaris te Rotterdam heeft bij proces-verbaal van bevindingen van 20 september 2020 inzake onderzoek [naam 1] gerelateerd dat het gebruik van informatie uit dat onderzoek slechts heeft plaatsgevonden na zijn toestemming aan de officier van justitie in een reeks van onderzoeken. Ook in het -weinig aannemelijke geval- dat onderzoek [naam 2] daar niet onder zou vallen, is er geen enkele reden om aan te nemen dat die toestemming door de rechter-commissaris zou zijn geweigerd. Het betreft hier immers een onderzoek naar meerdere ernstige drugsdelicten en naar witwassen, een en ander gepleegd in georganiseerd verband. Een onderzoek dus dat valt onder de door de rechter-commissaris in zijn beschikking van 27 maart 2020 genoemde voorwaarde dat er sprake moet zijn van verdenking van ernstige, het maatschappelijk verkeer ontwrichtende strafbare feiten gepleegd in georganiseerd verband. De toestemming zou gelet op het voorgaande hoe dan ook zijn verleend, zoals het onderzoek in alle drugszaken gepleegd in crimineel verband voortvloeiend uit onderzoek [naam 1] . Voor bewijsuitsluiting is dan ook geen grond. Conclusie: voor zover er al sprake zou zijn van een vormverzuim is er, gelet op het voorgaande, geen reden om aan te nemen dat de rechter-commissaris geen toestemming zou hebben verleend en is er geen enkele aanleiding de EncroChat-data uit te sluiten van het bewijs. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. 2.2 De inhoudelijke standpunten ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 t/m 5. Ten aanzien van de locatie Overasselt (feit 1 en 2) heeft hij vrijspraak gevorderd. Het standpunt van de verdediging Haaften en Overasselt - feit 1 en 2 De raadsman heeft vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte (het plegen dan wel medeplegen van de productie van amfetamine dan wel de voorbereidingshandelingen daartoe) bij de aangetroffen drugslabs in Haaften en Overasselt. Apeldoorn - feit 1 en 2 De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het aangetroffen drugslab in Apeldoorn. Transport 25 mei 2020 – feit 1 en 2 De raadsman heeft vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij het vervoeren van metamfetamine op 25 mei 2020. De handelingen die verdachte heeft verricht hebben plaatsgevonden nadat [medeverdachte 1] werd aangehouden. Zij zijn niet van voldoende gewicht dat gesproken kan worden van medeplegen. Ook van een gezamenlijke uitvoering kan niet worden gesproken. Veeningen - feit 1 en 2 De raadsman heeft vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij het drugslab in Veeningen. Sint Kruis - feit 1 De raadsman heeft vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid (plegen dan wel medeplegen) van verdachte bij het produceren van metamfetamine in het drugslab in Sint Kruis. Sint Kruis - feit 2 De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aan zien van de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen met betrekking tot het drugslab in Sint Kruis. Sint Kruis - feit 3 De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende bewijs aanwezig is voor een bewezenverklaring van overtreding van de Wet Bodembescherming. Uit de EncroChat-berichten volgt dat het afval moest worden afgevoerd en dat [accouht] daar een plek in de buurt voor heeft. Witwassen - feit 4 De raadsman verzoekt om vrijspraak. Gelet op de tekst van de tenlastelegging en het requisitoir kunnen de bedragen € 20.322, € 20.405,50 en € 1.296 niet als “verwerven” van goederen “middellijk” uit misdrijf verkregen, worden gekwalificeerd. [medeverdachte 2] heeft voorts wel degelijk werkzaamheden verricht. De raadsman stelt dat uit OVC-gesprekken blijkt dat verdachte werkzaamheden heeft verricht voor zijn autobedrijf en grondbedrijf waardoor sprake zou zijn van legale inkomsten. Deelname criminele organisatie 10b Ow - feit 5 De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 5, zij het met een aanpassing van de periode in die zin dat deze wordt verkort tot de periode januari 2020 t/m 29 juni 2020. In het OVC-gesprek van 10 januari 2020 (p. 110046) werd ‘half, een jaar’ gezegd. Beoordeling door de rechtbank Bewijsmiddelen Met het oog op de leesbaarheid van het vonnis zijn de bewijsmiddelen niet op deze plaats, maar als bijlage II aangehecht. De bewijsmiddelen dienen op deze plaats als ingelast te worden beschouwd. Ten aanzien van de bewijsmiddelen geldt dat zij steeds worden gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. Bewijsoverwegingen Identificatie EncroChat-accounts De rechtbank leidt uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen af dat verdachte [verdachte] de persoon achter de EncroChat-accounts ‘ [accouht] ’ en ‘ [account 1] ’ is, dat medeverdachte [medeverdachte 3] de persoon achter het account ‘ [account 2] ’ is, dat medeverdachte [medeverdachte 4] de persoon achter de EncroChat-accounts ‘ [account 3] ’ en ‘ [account 4] ’ is, en dat medeverdachte [medeverdachte 5] de persoon achter het EncroChat-account ‘ [account 5] ’ is. Voor zover is komen vast te staan dat de accounts ook door andere personen werden gebruikt in een bepaalde periode, zijn de berichten van deze periode(
- s)niet voor het bewijs gebezigd. Feit 1 en 2, productie en voorbereidingshandelingen (met)amfetamine Haaften (zkd 1) Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken ten aanzien van de locatie te Haaften. Uit het dossier volgt dat er in Haaften een drugslab is aangetroffen ten hoeve van de productie van amfetamine. In het drugslab is een (linker)werkhandschoen aangetroffen. Uit het NFI-rapport volgt dat op de binnenkant van die handschoen een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen is aangetroffen door het NFI, dat matcht met het DNA-profiel van [verdachte] , met een matchkans van kleiner dan één op drie miljoen. Dat DNA-materiaal, dat matcht met het DNA-profiel van [verdachte] , in het drugslab is aangetroffen, betekent niet zonder meer dat [verdachte] daar aanwezig is geweest en zich bezig zou hebben gehouden met de productie dan wel voorbereidingshandelingen zou hebben verricht met betrekking tot de voorbereiding van amfetamine. Uit het dossier blijkt eerder dat [verdachte] zich verre hield van de locaties van de drugs laboratoria. Er bevinden zich geen andere bewijsmiddelen in het dossier op basis waarvan kan worden vastgesteld dat [verdachte] betrokken is geweest bij het drugslab in Haaften. Hiermee is niet aan het bewijsminimum voldaan. Gezien het voorgaande kan niet worden bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de productie van amfetamine in Haaften, dan wel de voorbereidingshandelingen daartoe op die locatie. De rechtbank zal [verdachte] dan ook ten aanzien van de locatie Haaften vrijspreken voor zover feit 1 en feit 2 daarop zien. Overasselt (zkd 2) Met de officier van justitie en de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid bij het in Overasselt aangetroffen amfetamine lab ontbreekt, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. Apeldoorn (zkd 3) Op grond van de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat op de [adres 2] in Apeldoorn een in werking zijnd amfetamine lab aanwezig was. Er waren diverse stoffen en goederen aanwezig ten behoeve van de productie van amfetamine en/of precursoren. Aan verdachte is het medeplegen van de productie van amfetamine en de voorbereidingshandelingen daartoe tenlastegelegd. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de samenwerking tussen [verdachte] en zijn medeverdachten bij het tenlastegelegde het volgende af. Uit de bevindingen van het LFO in het pand aan de [adres 3] in Tiel blijkt dat deze locatie werd gebruikt voor de opslag van hardware en precursoren voor de productie van synthetische drugs. Verdachte heeft verklaard dat de [adres 3] in Tiel zijn pand was en dat zijn zaak daar was gevestigd. Uit de camerabeelden bij de [adres 3] in de periode van 18 november 2019 tot en met 10 maart 2020 blijkt dat verdachte hier regelmatig samen met een of meerdere medeverdachten aanwezig is, waaronder met [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] . Ook worden [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] gezien. Uit deze camerabeelden blijkt daarnaast dat er vanuit een voertuig naar de loods en vice versa of tussen voertuigen onderling goederen worden verplaatst door [verdachte] of een van de medeverdachten. Onder deze goederen bevinden zich goederen die gerelateerd zijn aan de productie van synthetische drugs, waaronder jerrycans, trechters en een betonmixer. Verder blijkt dat [medeverdachte 4] in het bezit is van een sleutelbos en daarmee het pand in en uit gaat. Uit de camerabeelden van de [adres 2] in Apeldoorn in de periode van 2 december 2019 tot en met 13 februari 2020 blijkt dat [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] hier op een of meerdere momenten in de loods aanwezig zijn. Uit observatie van het onderzoeksteam leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 5] reeds op 28 oktober 2019 aanwezig is geweest aan de [adres 2] in Apeldoorn en dat [medeverdachte 4] reeds op 12 november 2019 aanwezig is geweest. Uit het OVC-gesprek van 6 januari 2020 blijkt dat [verdachte] nergens komt als hij er niet hoeft te zijn. Hij regelt alles er om heen: hij typt, regelt, neemt geld aan en doet de betalingen. De rechtbank leidt hier uit af dat [verdachte] bewust niet op de locaties van de productielaboratoriums komt maar wel alles daarom heen organiseert. In het OVC-gesprek van 10 januari 2020 tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] wordt onder meer gesproken over IBC’s, koken in een ketel, warm zout in een IBC laten lopen, [verdachte] die altijd heel snel wil en [medeverdachte 4] die liever iets meer tijd neemt, dat ze al een half jaar tot een jaar bezig zijn en dat ze op zwavel smelten en niet op zout. In onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, leidt de rechtbank hieruit af dat [verdachte] en [medeverdachte 4] al een half jaar tot een jaar met elkaar samenwerken bij het produceren van synthetische drugs. Uit de camerabeelden van de [adres 2] in Apeldoorn van 17 januari 2020 volgt dat [medeverdachte 7] vloeistof heeft laten lekken uit de [auto 1] bakwagen [kenteken 1] die geparkeerd stond bij de loods. Hij heeft daarna met schoonmaakmiddel de vloer rond de bus schoongemaakt. Vervolgens heeft hij de bakwagen weggebracht en is teruggekomen met de [auto 2] waar hij eerder die dag mee was vertrokken. Daarna heeft hij de straat, waar de bakwagen stond, verder schoongemaakt. Uit de camerabeelden van de [adres 3] in Tiel van 17 januari 2020 in samenhang met het OVC-gesprek van 17 januari 2020 blijkt dat [medeverdachte 9] ’s-middags in Tiel komt aanrijden met de [auto 1] bakwagen [kenteken 1] die eerder die dag aan de [adres 2] in Apeldoorn was met [medeverdachte 7] . Vervolgens rijdt [medeverdachte 9] samen met [verdachte] weg in de [auto 3] . Uit het OVC-gesprek van die dag blijkt verder onder meer het volgende. [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 9] dat ze nu geouwehoer hebben omdat [medeverdachte 9] de IBC heeft meegenomen. [verdachte] laat weten dat hij nooit te pakken is en dat hij niemand vertrouwt. Ook laat hij weten dat als [medeverdachte 9] ooit vast komt te zitten dat hij moet vragen naar advocaat [naam 3] . Hij moet alles ontkennen en zich beroepen op zijn zwijgrecht. [medeverdachte 9] moet zijn handschoenen laten zien. [verdachte] vertelt vervolgens dat het nadeel van rubberen handschoenen is dat er vingerafdrukken op blijven zitten. Uit de bakengegevens van de [auto 3] , in samenhang met het OVC-gesprek, blijkt dat [verdachte] [medeverdachte 9] heeft afgezet bij het huis van de vrouw van [medeverdachte 9] en dat hij ook even mee naar binnen is geweest zodat zij weet wie [verdachte] is. Uit de camerabeelden van de [adres 2] in Apeldoorn van 21 januari 2020 blijkt dat [medeverdachte 7] om 12.04 uur de [auto 1] bakwagen wegbrengt, en dat hij even later samen met [medeverdachte 10] terug komt in een [auto 4] , zonder de [auto 1] Bakwagen. Uit het OVC-gesprek van 21 januari 2020 om 11.29 uur blijkt dat [verdachte] samen met [medeverdachte 9] en [medeverdachte 3] in de auto zitten. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 9] 2 uur heen en 2 uur terug moet rijden en dat hij moet proberen om ‘leeg’ te zijn als het donker is, want dan word je nooit aangehouden. Vanaf 11.57 uur overleggen ze over een plek. Ze rijden op dat moment in Apeldoorn. [medeverdachte 3] stelt de Albert Heijn voor want de bakwagen hoeft niet stil te staan; en het is een er in en de ander er uit. [verdachte] zegt dat ze een rondje gaan lopen en dat hij even een bericht stuurt. Om 12.23 uur stappen alleen [verdachte] en [medeverdachte 3] in de auto. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 7] met de bakwagen naar de ontmoetingsplek is gekomen en dat [medeverdachte 9] de bakwagen daar heeft overgenomen. [verdachte] had contact met [medeverdachte 7] over de ontmoetingsplek. Na de chauffeurswissel zegt [verdachte] dat je niet gezien wilt worden met de bakwagen en de hele teringzooi. [medeverdachte 3] zegt daarop dat er jongens zijn opgepakt tijdens het dumpen. Vervolgens wordt door [verdachte] gesproken over een incident waarbij ‘ [bijnaam 5] ’ bij hem de IBC met de slang er in had laten lekken en dat er bij het rijden een spoor was ontstaan bij de Mediamarkt. Uit de bakengegevens van de [auto 3] blijkt dat zij op dat moment nog in Apeldoorn rijden. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat met ‘ [bijnaam 5] ’ [medeverdachte 7] wordt bedoeld. Hij had op 17 januari 2020 vloeistof uit de bakwagen laten lekken. De rechtbank leidt verder uit het voorgaande af dat er op 17 en 21 januari 2020 drugsafval in de bakwagen heeft gezeten. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [verdachte] op de hoogte is van wat er zich met betrekking tot het drugslab in Apeldoorn afspeelt en dat hij [medeverdachte 9] afzet op de ontmoetingsplek voor de chauffeurswissel van de bakwagen met drugsafval. De rechtbank stelt verder vast dat door [verdachte] aan [medeverdachte 9] instructies worden gegeven over welke advocaat hij moet nemen als hij vast komt te zitten en wanneer hij het beste met het drugsafval kan rijden. Ook wordt [medeverdachte 9] door [verdachte] gewaarschuwd dat er op de rubberen handschoenen, die [medeverdachte 9] op verzoek laat zien, vingerafdrukken kunnen blijven zitten. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en de medeverdachten bij de productie van amfetamine in de loods aan de [adres 2] in Apeldoorn en bij het treffen van voorbereidingshandelingen daartoe. Op grond van de inhoud van de bijgevoegde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van het vervaardigen van amfetamine én aan het treffen van voorbereidingshandelingen daartoe op het perceel aan de [adres 2] in Apeldoorn in de periode van 28 oktober 2019 tot en met 18 februari 2022 (feit 1 en 2). Uit het handelen van [verdachte] leidt de rechtbank zijn opzet op de productie van amfetamine en de genoemde voorbereidingshandelingen af. Veeningen (zkd 5) De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat [verdachte] (samen met anderen) metamfetamine heeft geproduceerd in Veeningen dan wel voorbereidingshandelingen daartoe heeft gepleegd. Ook in het licht van het geheel gezien, zijn er te weinig aanknopingspunten op basis waarvan kan worden vastgesteld dat de productie van metamfetamine in Veeningen onder de organisatie viel waarbij [verdachte] betrokken was. De rechtbank zal verdachte dan ook ten aanzien van de locatie Veeningen vrijspreken voor zover feit 1 en feit 2 daarop zien. Sint Kruis (zkd 6) Op grond van de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat in een loods aan de [adres 4] te Sint Kruis een in werking zijnd metamfetamine lab aanwezig was. Naast metamfetamine en precursoren waren er diverse stoffen en goederen aanwezig ten behoeve van de productie van metamfetamine. Ten aanzien van de betrokkenheid van [verdachte] bij het metamfetamine lab in Sint Kruis stelt de rechtbank het volgende vast. [verdachte] en [medeverdachte 4] hebben op 29 april 2020 contact over een nieuwe plek. Uit berichten tussen [medeverdachte 4] en [naam 4] volgt dat dit gaat om de locatie aan de [adres 4] in Sint Kruis. [verdachte] heeft daar in de buurt een afval plek. Op 25 mei 2020 wordt er op de A12 bij het Shell tankstation door de politie een transport richting Tiel onderschept met metamfetamine en hardware bestemd voor het drugslaboratorium in Sint Kruis. De bestuurder [medeverdachte 1] wordt aangehouden. Nadat [medeverdachte 1] niet in Tiel aankomt, probeert [medeverdachte 3] met [medeverdachte 1] te bellen en -nadat hij geen contact krijgt- rijdt hij samen met [verdachte] vanuit Tiel via de A15 richting knooppunt Grijsoord (A50/A12). De rechtbank leidt uit de EncroChat-berichten van 25 mei 2020 af dat ze de vrachtauto bij het tankstation Shell aan de A12 op de parkeerplaats zien staan. De rechtbank leidt verder uit de berichten af dat ze zich na de aanhouding van [medeverdachte 1] zorgen maken. [verdachte] heeft contact gehad met ‘hun advocaat’ hij gaat samen met [medeverdachte 3] bij de vrouw van [medeverdachte 1] op bezoek; hij laat [medeverdachte 3] contact opnemen met [medeverdachte 4] , want [medeverdachte 4] weet waar ‘de spullen heen kunnen bij ons op de zaak’; hij zet zijn telefoon uit; hij zegt tegen [medeverdachte 3] dat hij zich moet uitschrijven (hij staat nu met [verdachte] ingeschreven op hetzelfde woonadres) en vraagt hem of er op de spullen in de vrachtauto vingerafdrukken kunnen worden aangetroffen. Kortom, gelet op de faciliterende rol van [verdachte] met betrekking tot de diverse drugslaboratoria, is hij druk bezig de schade te beperken. Op 27 mei 2020 gaat [medeverdachte 3] enkele goederen ten behoeve van de productie van synthetische drugs (laten) vervoeren met een chauffeur naar Sint Kruis. [medeverdachte 3] moet voor [medeverdachte 4] enkele goederen bij bedrijven gaan aanschaffen om mee te nemen. [medeverdachte 3] vraagt voor het aanschaffen van de goederen, voor de benzine en voor de chauffeur geld aan [verdachte] . In de avond van 27 mei 2020 rijden een vrachtwagen, [auto 6] en de [auto 5] ( [kenteken 2] ) van [medeverdachte 3] samen naar een tankstation in Sint Kruis. In Sint Kruis neemt [medeverdachte 3] de vrachtwagen van de chauffeur over om naar het drugslab te rijden. Hij weet kennelijk de weg niet en staat midden in Sint Kruis op [medeverdachte 4] te wachten. In de tussentijd heeft hij contact met [verdachte] . [medeverdachte 3] laat weten dat hij terug wil rijden, maar [verdachte] geeft aan dat dat niet kan. [verdachte] instrueert [medeverdachte 3] om [medeverdachte 4] te bellen, maar hij heeft geen bereik. Als [verdachte] even later informeert naar de stand van zaken laat [medeverdachte 3] weten dat hij aan het lossen is. Ondertussen wacht [medeverdachte 9] bij een tankstation in Sint Kruis in de [auto 5] van [medeverdachte 3] , waar ook een van diens telefoons in is achtergebleven. Terwijl [medeverdachte 3] bij [medeverdachte 4] aan het lossen is, wordt [medeverdachte 9] door de politie gecontroleerd. [verdachte] wordt hierover kennelijk geïnformeerd en hij laat [medeverdachte 3] dit weten. [verdachte] bericht [medeverdachte 3] dat hij hem moet bellen als hij weer in zijn eigen auto zit. Ook laat hij weten dat de bus morgen moet worden uitgespoten en dat hij niet achter de bus mag aanrijden. [verdachte] laat verder weten dat ze dit nooit meer zo laat op de avond gaan doen. [verdachte] zorgt verder voor bakjes die [medeverdachte 4] nodig heeft en hij heeft contact met klanten voor de verkoop van de door [medeverdachte 4] geproduceerde metamfetamine. Verder vraagt hij om foto’s van ice (metamfetamine) kennelijk om aan de klanten te laten zien. De rechtbank neemt verder het OVC-gesprek van 6 januari 2020 in aanmerking waarin [verdachte] laat weten dat hij niet op de locaties komt, maar alles daaromheen regelt: typen, regelen, centen aanpakken, centen afgeven, en verder niets. Gelet hierop en gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld, heeft [verdachte] naar het oordeel van de rechtbank op de achtergrond een coördinerende en organiserende rol gehad met betrekking tot het produceren van metamfetamine in Sint Kruis. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en zijn medeverdachte(
- n)die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het vervoeren en vervaardigen van metamfetamine én aan het treffen van voorbereidingshandelingen daartoe op het perceel aan de [adres 4] te Sint Kruis in de periode van 5 mei 2020, ingang huurcontract, tot en met 29 juni 2022 (feit 1 en 2). Uit het handelen van [verdachte] leidt de rechtbank zijn opzet op de productie van metamfetamine en de genoemde voorbereidingshandelingen af. Feit 3, bodemverontreiniging Verdachte wordt overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming verweten. In dit artikel is het navolgende bepaald: Ieder die op of in de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen. Om iemand als overtreder van artikel 13 Wet bodembescherming te kunnen aanmerken, is vereist dat diegene zelf handelingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van die wet heeft verricht, dan wel dat dergelijke handelingen, verricht door anderen, aan hem kunnen worden toegerekend. Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat op het perceel in Sint Kruis een metamfetamine laboratorium is opgezet en geëxploiteerd. De rechtbank heeft hiervoor bewezen heeft geacht dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de productie van metamfetamine in dat laboratorium. Op grond van de bewijsmiddelen staat ook vast dat de grond op het perceel in Sint Kruis, bij de ingang van het metamfetamine laboratorium, op meerdere plekken is vervuild door drugsafval. Er zijn grondmonsters genomen, die positief testten op metamfetamine en (verhoogde concentraties) kwik, terwijl deze stoffen niet zijn aangetroffen in het referentiemateriaal. Uit het NFI-rapport leidt de rechtbank af dat de stoffen kwik en metamfetamine verontreinigend zijn voor de bodem en het grondwater. Verdachte noch de andere betrokken personen hebben maatregelen genomen om bodemverontreiniging en/of aantasting van de bodem te voorkomen. De verontreiniging van de bodem kan daarom aan verdachte in het kader van artikel 13 van de Wet bodembescherming worden toegerekend, daar hij redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat, door de productie van metamfetamine in de loods, de bodem kan worden verontreinigd of aangetast. Feit 4, witwassen Verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen en dat hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte ten tijde van de tenlastegelegde periode met zijn partner, [medeverdachte 2] , en hun twee kinderen (een minderjarige dochter en medeverdachte [medeverdachte 3] op hetzelfde adres woont. Er waren geen legale inkomsten uit arbeid of uitkering binnen het gezin, behalve van [medeverdachte 2] die in 2019 € 12.845 aan loon (bruto) afkomstig van [naam bedrijf 1] heeft ontvangen. [medeverdachte 2] en verdachte zijn fiscaal partner van elkaar. Salaris Handelsonderneming [naam 5] Vast staat dat [medeverdachte 2] vier maal een bedrag van € 1.310 op haar rekening gestort heeft gekregen van Handelsonderneming [naam 5] met de omschrijving “salaris”. De vraag is vervolgens of [medeverdachte 2] daadwerkelijk werkzaamheden heeft uitgevoerd voor dit bedrijf. Er zijn geen arbeidsovereenkomsten, geen loonstroken of andere bewijsmiddelen waaruit blijkt dat [medeverdachte 2] daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht voor Handelsonderneming [naam 5] en aanspraak kon maken op salaris. Volgens getuige [getuige 1] heeft [medeverdachte 2] ongeveer drie maanden 40 uur in de week schoon gemaakt in het bedrijfspand aan de [adres 5] te Tiel. Gelet op het vloeroppervlak, de indeling van het bedrijfspand en het soort ruimten (opslag, een kantoorruimte met vier bureau’s en een keukenblok), is het echter zeer onaannemelijk dat [medeverdachte 2] 40 uur per week nodig had om het pand schoon te maken. [medeverdachte 2] verklaart dat ze daar heeft gewerkt, maar beroept zich op haar zwijgrecht als haar detailvragen worden gesteld over de locatie en de schoonmaakwerkzaamheden. Naar het oordeel van de rechtbank doet zich hier de situatie voor dat het niet anders kan zijn dan dat sprake is geweest van een fictief dienstverband, gebruikt om crimineel geld wit te wassen. Contante betalingen Vanaf 1 januari 2019 heeft verdachte het pand aan de [adres 3] gehuurd van [naam 6] voor € 594 per maand. Verdachte betaalde de huur in 2019 op tijd en altijd contant. In 2020 heeft hij een keer de huur contant betaald en daarna heeft verdachte geen huur meer betaald en ter compensatie onderhoud verricht aan de auto van [naam 6] . Verdachte kwam regelmatig op [adres 3] en op 29 juni 2020 zijn er meerdere goederen aangetroffen bestemd voor de productie van drugs. Naast de verklaring van [naam 6] over de huur van de [adres 6] bevinden zich geen andere bewijsmiddelen in het dossier voor de contante betaling van de huur voor dit pand. De [auto 6] met het kenteken [kenteken 3] is op 26 september 2018 gekocht voor € 2.359 en contant betaald. Deze bestelbus is gebruikt voor de drugsactiviteiten van verdachte en zijn medeverdachten. Zowel verdachte als [medeverdachte 3] hebben geen legaal inkomen. Er is een duidelijke taakverdeling tussen de twee: verdachte regelt alles, waaronder het geld, en betaalt. [medeverdachte 3] doet dingen voor zijn vader maar verdient zelf nog geen geld. Hij vraagt ook regelmatig geld aan zijn vader, zo ook op 25 mei 2020 voor het kopen van een auto. Er wordt dan geen auto gekocht, maar op 24 september 2020 koopt verdachte een [auto 1] voor [medeverdachte 3] . Op 28 juni 2020 vraagt [medeverdachte 3] aan zijn vader of hij de bus mag lenen. De sleutel ligt bij verdachte thuis, die toestemming geeft. De volgende dag wordt [medeverdachte 3] in de [auto 6] aangehouden. De bus staat dan wel op naam van [medeverdachte 3] , maar de bus is van verdachte en hij heeft ook de betaling gedaan. Op 19 augustus 2019 heeft verdachte met [medeverdachte 2] een [auto 3] met het kenteken [kenteken 4] gekocht bij een autobedrijf in Helmond. De vraagprijs lag tussen de € 20.000 en € 21.000, maar verdachte heeft minder betaald, omdat hij bij de koop van de [auto 3] een [auto 7] heeft ingeruild. De auto is contant betaald en op naam van [medeverdachte 2] gesteld. Verdachte rijdt zelf regelmatig in deze [auto 3] . Op 24 september 2019 belt verdachte met getuige [getuige 2] die op marktplaats een [auto 1] (met het kenteken [kenteken 5] ) te koop aanbiedt. Verdachte gaat met [medeverdachte 3] diezelfde kijken bij de auto, omdat de auto voor [medeverdachte 3] is. De koop komt tot stand, verdachte gaat geld halen en betaalt het verkoopbedrag van € 4.750/€ 4.800 contant. Daarna wordt de auto op naam van [medeverdachte 3] geschreven. Op 2 maart 2020 wordt een [auto 8] met het kenteken [kenteken 6] op naam van [medeverdachte 2] geschreven. De auto stond op marktplaats te koop en de verkoper heeft de auto verkocht aan een blonde vrouw en een man voor € 20.000. De auto is contant betaald door zowel de man als de vrouw. De broer van de verkoper herkent verdachte als de man die met de blonde vrouw samen de auto heeft gekocht. Op 17 april 2020 koopt verdachte met zijn moeder een geïmporteerde [auto 9] klasse met schade voor € 15.000 van [naam 7] . Het aankoopbedrag wordt contant betaald. Verdachte wil de schade zo veel mogelijk zelf herstellen. Hij heeft hiervoor onderdelen verzameld die hij door [naam 8] laat spuiten voor € 400. Ook dat betaalt verdachte contant. De [auto 9] klasse met kenteken [kenteken 7] wordt op 15 mei 2020 op naam van [naam 9] gesteld, zijnde de moeder van verdachte. Uit de gevorderde rekeningafschriften blijkt van geen enkele geldopname, die de contante aankoop à € 15.000,- op 17 april 2020 kan verklaren, ook niet bij moeder. In de periode van 25 juli 2019 tot en met 2 januari 2020 is verdachte drie maal op vakantie geweest. De eerste en tweede vakantie ging het [gezin] naar Turkije. Bij de derde vakantie naar Mexico zijn [medeverdachte 4] en [medeverdachte 11] ook mee geweest. Deze drie vakanties heeft verdachte geboekt bij [naam 10] en contant betaald. Het gaat om in totaal € 22.405,50 aan contante betalingen voor vakanties. Verdachte heeft een [merk 1] speedboot, met het registratienummer [nummer 1] , met trailer in het voorjaar van 2018 gekocht. Het aankoopbedrag van € 11.000 heeft hij contant betaald. Vervolgens heeft verdachte de boot op naam van een goede kennis geregistreerd, met haar goedvinden. Bij [naam 11] heeft verdachte een steigerplaats gehuurd op naam van [medeverdachte 2] . De rekeningen (totaal € 1.296,-) voor de steigerplaats en het takelen/inspectie van de boot stonden ook op naam van [medeverdachte 2] , maar verdachte was degene die alle rekeningen contant betaalde. De rechtbank leidt uit hetgeen hiervoor is overwogen af dat verdachte en zijn echtgenote gedurende de gehele ten laste gelegde periode een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd en een economische eenheid hebben gevormd. De contante uitgaven zijn in het verband van deze economische eenheid gedaan. De rechtbank concludeert op basis van de bewijsmiddelen dat verdachte alle vorengenoemde betalingen contant heeft gedaan. De geringe legale inkomsten binnen de economische eenheid, te weten het [gezin] , in de tenlastegelegde periode staan niet in verhouding tot het aantal en de hoogte van deze contante betalingen. Hieruit volgt dat het vermoeden van witwassen gerechtvaardigd is. Van verdachte mocht dan ook worden verlangd dat hij een verklaring zou geven over de herkomst van voornoemde contante betalingen. De verklaring van verdachte ter terechtzitting, dat het geld afkomstig was van de verkoop van auto’s en boten, zwart werken en geldleningen van zijn moeder, wordt niet verder door verdachte geconcretiseerd. De rechtbank acht deze verklaring hoogst onwaarschijnlijk, gelet op het aantal en de hoogte van de contante betalingen in een relatief korte periode. Daarnaast merkt de rechtbank op dat als verdachte al inkomsten zou hebben verkregen uit ‘zwart werken’, deze niet als legaal worden aangemerkt. Op grond van het vonnis van heden (zie feiten 1 en 2) staat vast dat verdachte zich, onder andere, schuldig heeft gemaakt aan het op grote schaal medeplegen van de productie van (met)amfetaminehandel. Het is een feit van algemene bekendheid dat met grootschalige handel in (met)amfetamine hoge inkomsten worden gegenereerd. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de in de tenlastelegging omschreven uitgaven voor de huurbetalingen van het pand aan de [adres 3] , meerdere auto’s, meerdere vakanties, de speedboot en de steigerplaats voor deze boot, door verdachte contant zijn voldaan met geld afkomstig uit enig misdrijf. Hiermee heeft verdachte de werkelijk aard en herkomst van het geld verhuld. Door met dit geld vervolgens voorwerpen te kopen is sprake van omzetting. Verdachte heeft de gekochte voorwerpen tot zijn beschikking gehad en gebruikt. Van de auto’s en de boot heeft verdachte verhuld dat hij de eigenaar is door deze voorwerpen op naam van iemand anders te stellen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Met de loonbetalingen aan [medeverdachte 2] middels een fictief dienstverband door verdachte, heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan witwassen. Ten aanzien van de huur van de [adres 6] , de [auto 5] en het Breitling horloge overweegt de rechtbank dat uit de beschikbare bewijsmiddelen niet volgt dat sprake is geweest van witwassen door verdachte. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. Feit 5, criminele organisatie Verdachte wordt verweten dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, te weten -kort gezegd- het produceren van synthetische drugs. Artikel 11b Opiumwet en artikel 140 Wetboek van Strafrecht De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie een organisatie in de zin van artikel 11b van de Opiumwet en artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad is. Het duurzaam en gestructureerd karakter kan blijken uit de onderlinge verdeling van de werkzaamheden of de onderlinge afstemming van de activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Voor het oogmerk kan betekenis toekomen aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. De deelnemers aan zo’n organisatie dienen niet ieder voor zich, maar in het verband van deze organisatie te participeren, zonder dat vereist is dat zij met alle personen in de organisatie samenwerken of alle personen in de organisatie kennen. Een betrokkene moet weten – in de zin van onvoorwaardelijk opzet – dat de organisatie het plegen van misdrijven in zijn algemeenheid tot het oogmerk heeft. Een betrokkene hoeft echter geen opzet te hebben gehad op concrete door de criminele organisatie beoogde misdrijven. Wetenschap van één of verscheidene concrete misdrijven is evenmin vereist. Elke bijdrage aan een organisatie kan strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede)plegen van een misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten. Daarbij geldt dat niet iedere bijdrage kan leiden tot het oordeel dat iemand deel uitmaakt van de organisatie. De bijdrage moet een zekere duur en intensiteit hebben. Het plegen van strafbare feiten Bij de beantwoording van de vraag of in dit geval van een organisatie kan worden gesproken slaat de rechtbank in de eerste plaats acht op de onder de feiten 1 tot en met 4 genoemde bewijsmiddelen. Daaruit kan onder meer worden afgeleid dat [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] en anderen in wisselende samenstellingen (al dan niet rechtstreeks) betrokken zijn geweest bij de productie van synthetische drugs in een of meerdere drugslabs. De rechtbank leidt uit de in bijlage II genoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien af dat [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] zich in meer algemene zin bezig hielden met de productie en verkoop van synthetische drugs/harddrugs. Van belang is hierbij dat het vrijwel steeds ook feiten betreft waarbij door twee of meerdere betrokkenen wordt samengewerkt. Organisatie en oogmerk Voorts slaat de rechtbank acht op de chatberichten van [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] , zoals die zijn weergegeven in bijlage II. Uit deze gesprekken, gevoerd via EncroChat, leidt de rechtbank af dat sprake is van een samenwerkingsverband tussen de voornoemde personen waarbij blijkt van een onderlinge verdeling van werkzaamheden en een onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Dat sprake is van een gestructureerd samenwerkingsverband vindt bovendien steun in de in Bijlage II opgenomen OVC-gesprekken tussen [verdachte] en een of meer andere (mede)verdachte(n). De contacten en verkeersbewegingen die blijken uit de bewijsmiddelen zien enkel en alleen op het samen plegen van strafbare feiten. Al hetgeen wat tussen elkaar wordt afgesproken en de regels die gelden staan in dienst van het samen plegen van de strafbare feiten. Uit de EncroChat-gesprekken en de OVC-gesprekken volgt dat er sprake was van wederzijds vertrouwen tussen de verdachten en dat er hulp werd aangeboden bij problemen. Om gebruik te maken van EncroChat worden zogenaamde crypto telefoons gebruikt. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke telefoons, waarmee versleutelde berichten kunnen worden verstuurd, veelvuldig worden gebruikt in het criminele milieu. Daarnaast werd er door de deelnemers van het samenwerkingsverband afgesproken op openbare plaatsen (Mc Donalds), met de kennelijke bedoeling om zoveel mogelijk het risico te beperken dat hetgeen daar werd besproken bekend zou worden. Tot slot werd gebruik gemaakt van gehuurde en geleasede auto’s, kennelijk met de bedoeling om de risico’s op ontdekking te beperken. Verder wordt door meerdere deelnemers onderling gesproken over het sweepen van auto’s en kantoren en wordt er bij het vervoer van goederen en stoffen gebruik gemaakt van jammers. Ook wordt gesproken over het gebruik van wapens en het gebruik van handschoenen met stof aan de binnenkant zodat er geen vingerafdrukken achterblijven. Tot slot kan uit de bewijsmiddelen worden afgeleid dat er gebruik wordt gemaakt van informatie, verkregen van bronnen binnen de politie. Rol [verdachte] Ieder had zijn eigen rol binnen het samenwerkingsverband. [verdachte] was samen met [medeverdachte 4] investeerder in de drugslabs. Hij had daarnaast een coördinerende/leidinggevende rol. Hij regelde de zaken op afstand en liet zich niet zien op de productielocaties. Hij hield zich onder meer bezig met het halen en aankopen van goederen ten behoeve van de drugslabs, met het onderhouden van de contacten met derden (onder andere over grondstoffen en de verkoop van (met)amfetamine) en het regelen van de betalingen. Verder had hij plekken of contacten waar hij het drugsafval kwijt kon. Ook onderhield hij contact met ‘hun’ advocaat voor advies en bij problemen met een van de uitvoerders. Daarnaast hield hij zich bezig met het onderhouden van contact met en instrueren/aansturen van de uitvoerders. [medeverdachte 4] is ‘zijn kok’ op de locaties in de drugslabs. Zijn zoon, [medeverdachte 3] , laat hij werkzaamheden voor hem verrichten. [medeverdachte 5] is een van de werkers op de locaties. Hij beschouwt de mensen met wie hij samenwerkt als een goed team. Daarmee heeft hij een aandeel gehad in de gedragingen die rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Duurzaamheid Dat sprake is van een organisatie met een duurzaam karakter leidt de rechtbank af uit de het feit dat er in de periode van 18 juni 2019 tot 29 juni 2020 drugslabs zijn aangetroffen waarbij de betrokkenheid van een of meer van de verdachten bij die drugslabs is vastgesteld. Binnen deze periode zijn er bovendien OVC-gesprekken die over drugs gaan en waarin alle vier de verdachten op enig moment voorkomen. In het OVC-gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] van 10 januari 2020 wordt door [medeverdachte 4] gezegd dat zij ‘half, een jaar’ bezig zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat zij op dat moment in ieder geval al een half jaar samenwerken. In het dossier bevinden zich verder EncroChat-berichten van [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] én [medeverdachte 5] (en anderen) van de maanden april tot juni 2020. Daaruit blijkt dat zij onderling dagelijks met elkaar en met anderen contact hebben gehad over de productie en de verkoop van drugs. Uit de waarnemingen van de camerabeelden aan de Edisonstraat in Tiel en de bevindingen van het LFO in de loods blijkt dat deze locatie door de organisatie werd ingezet als logistieke hub. Hier was de toelevering van goederen en grondstoffen die op een later moment naar een van de drugslabs werden vervoerd. De verdachten zijn hier in wisselende samenstellingen samen aanwezig op een of meerdere momenten in de genoemde periode. Verder waren er locaties voor het smelten van Apaan (onder andere in Leeuwarden en in Houten). De inzet van een locatie als logistieke hub en het inzetten van aparte zogenaamde smeltplekken duidt ook op het duurzame karakter van de organisatie. Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat onder meer [verdachte] en [medeverdachte 4] vanaf 1 juli 2019, [medeverdachte 3] vanaf 1 januari 2020 en [medeverdachte 5] vanaf 28 oktober 2019 deel uit hebben gemaakt van dit samenwerkingsverband. Conclusie Het voorgaande in samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van een organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet met als oogmerk het produceren en verkopen van harddrugs, en dat onder andere [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] daarvan onderdeel uitmaakten. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 t/m 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij in of omstreeks de periode 01 april 2019 tot en met 29 juni 2020 te Haaften en/of Overasselt en/of Apeldoorn en/of Veeningen en/of Sint Kruis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende (D-L-) methamfetamine zijnde amfetamine en/of methamfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij in de periode 01 april 2019 tot en met 29 juni 2020 te Haaften en/of Overasselt en/of Apeldoorn en/of Veeningen en/of Sint Kruis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, en/of vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine zijnde amfetamine en/of methamfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of en/of te bevorderen, hebbende verdachte en/of zijn mededaders voorhanden gehad: - een of meerdere liter(
- s)o 1-fenyl-2-propanon (BMK) en/of N-formylamfetamine en/of zwavelzuur en/of zoutzuur en/of ethanol en/of tolueen en/of formamide en/of aceton en/of mierenzuur en/of methylthioglycolate en/of benzylcyanide en/of mono-methylamine en/of ammonium hydroxide en/of isobutyl alcohol en/of methanol en/of methylamine, al dan niet in methanol en/of (2-) propanol en/of een of meerdere kilo(
- s)caustic soda en/of wijnsteenzuur en/of APAA en/of MAPA en/of Tartaric Acid en/of een of meerdere grammen en/of kilo’s metamfetaminetatraat een of meerdere jerrycans en/of een of meerdere IBC-bak(ken) en/of een of meerdere au bain-marie bak(ken) en/of een of meerdere schroef/klemdekselvat(
- en)en/of een of meerdere gasflessen en/of een of meerdere (kook)reactieketel(s), al dan niet met refluxkoeler, en/of een of meerdere reflux/koeler(
- s)en/of een of meerdere (gemodificeerde) bierfust(
- en)en/of een of meerdere (stoom)generator(
- en)en/of een of meerdere centrifuge(
- s)en/of een of meerdere koelbuis(zen) en/of een of meerdere gasbrander(
- s)en/of een of meerdere gaswasser(
- s)en/of een of meerdere gascilinder(
- s)en/of een of meerdere gasslang(
- en)en/of een of meerdere maatbeker(
- s)en/of een of meerdere (schei)trechter(
- s)en/of een of meerdere roer/mixstang(
- en)en/of een of meerdere (RVS) pan(nen) en/of een of meerdere afzuigzsyste(e)m(
- en)en/of een of meerdere volgelaatmasker(
- s)en/of een of meerdere slakkenhuis(zen) en/of een of meerdere kwikthermometer(
- s)en/of een of meerdere vriezer(
- s)en/of vrieskist(
- en)en/of een of meerdere ventilator(
- en)en/of een of meerdere elektrische verwarmingsmantel(
- s)en/of een of meerdere elektrische verwarmingsplaten en/of een of meerdere reduceerventiel gas(sen) en/of een of meerdere (RVS) ketels (waaronder kookreactieketels, drukreactieketel(s), stoomketel(s), destillatieketel(s), gemodificeerde ketels) waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
- s)wist(
- en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die (al dan niet in combinatie met elkaar) bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en); 3. hij in of omstreeks de periode 01 mei 2020 tot en met 29 juni 2020, te Sint Kruis, in de gemeente Sluis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op en/of in de bodem een handeling heeft verricht, te weten het (al dan niet in verpakkingsmateriaal) op de bodem laten van staan en/of aanwezig hebben en/of (al dan niet vermengd met water en/of schoonmaakmiddelen) in de bodem laten lopen van een of meerdere chemicaliën ten behoeve van de productie van methamfetamine en/of amfetamine, terwijl hij en/of verdachtes mededader(
- s)wist/wisten, althans redelijkerwijs had/hadden kunnen vermoeden, dat door die handeling de bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast, en al dan niet opzettelijk niet aan zijn verplichting heeft voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem/haar konden/kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen dan wel, terwijl die verontreiniging en/of aantasting zich voordeed, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken; 4. hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 29 juni 2020 te Beneden-Leeuwen en/of Tiel en/of Druten en/of Helmond en/of Maasbommel en/of Dreumel en/of Heeze en/of Hoogeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) natuurlijke perso(o)n(
- en)en/of rechtsperso(o)n(en), te weten (onder meer) [naam 12] en/of [naam 13] en/of [naam 14] , althans alleen, van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of diens medeverdacht(en), meermalen van voorwerpen, te weten: een geldbedrag van EURO 7.722, althans een geldbedrag, ten behoeve van de huurbetaling van het pand aan de [adres 6] te Tiel en/of [adres 3] te Tiel en/of een geldbedrag van EURO 5.240, althans een geldbedrag, uitbetaald onder de noemer loon aan mevr. [medeverdachte 2] en/of een of meerdere auto(‘s): o een [auto 6] voorzien van kenteken [kenteken 3] en/of o een [auto 3] voorzien van kenteken [kenteken 4] en/of o een [auto 5] , voorzien van kenteken [kenteken 2] en/of o een [auto 1] , voorzien van kenteken [kenteken 5] en/of o een [auto 8] , voorzien van kenteken [kenteken 6] en/of o een [auto 9] Klasse, voorzien van kenteken [kenteken 7] en/of een geldbedrag van EURO 22.405,50, althans een geldbedrag, ten behoeve van een of meerdere vakantie(
- s)naar Mexico en/of Turkije, en/of een Breitling horloge en/of een (speed)boot, type [merk 1] voorzien van kenteken [nummer 1] en/of een geldbedrag van EURO 1.296, althans een geldbedrag, ten behoeve van een steigerplaats en/of het takelen en/of inspecteren van de hiervoor genoemde (speed)boot de werkelijke aard of de herkomst verborgen of verhuld; en/of verborgen of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was; en/ofdie voorwerpen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik gemaakt,terwijl hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist(
- en)dat die voorwerpen telkens - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf. 5. hij in of omstreeks de periode 01 juli 2019 tot en met 29 juni 2020 te Tiel en/of Beneden-Leeuwen en/of Arnhem en/of Bathmen en/of Opheusden en/of Haaften en/of Overasselt en/of Veeningen en/of Apeldoorn en/of Sint-Kruis en/of Oss, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [verdachte] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 1] , en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 6] , en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 10] en/of een of meer anderen welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, en/of 10a eerste lid, 11 derde, vierde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B en D van de Opiumwet gegeven verbod, meerdere malen gepleegd; feit 2: medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit; feit 3: medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan; feit 4: van het plegen van witwassen een gewoonte maken; feit 5: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vierde lid, en 10a, eerste lid, van de Opiumwet; terwijl bij de feiten 1 en 2 van eendaadse samenloop in de zin van artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht sprake is. 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7,5 jaar met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de gevangenneming van verdachte wordt bevolen (de rechtbank begrijpt de officier van justitie in die zin dat hij de opheffing van het bevel schorsing van de voorlopige hechtenis vordert). Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest ter zake overtreding van de Opiumwet. Hij heeft verder verzocht om de schorsing van de voorlopige hechtenis voort te laten duren, gezien de omstandigheden in de thuissituatie. De strafvorderlijke belangen kunnen voldoende worden ondervangen door de opgelegde schorsingsvoorwaarden De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte, waaronder het strafblad van verdachte en met hetgeen de reclassering over verdachte heeft gerapporteerd. Verdachte heeft zich in een periode van 9 maanden op drie verschillende locaties samen met anderen schuldig gemaakt aan de productie van amfetamine en metamfetamine en het plegen van voorbereidingshandelingen daartoe. Verdachte investeerde samen met anderen in een of meerdere van deze drugslabs. De rol van verdachte bij de drugslabs bestond uit het onderhouden van contacten met/het aansturen van de uitvoerders, het onderhouden van contacten met derden over de verkoop van (met)amfetamine en de aan/verkoop van grondstoffen, het aankopen van goederen voor de drugslabs en het beheren van een logistieke hub voor de aanvoer en afvoer van goederen en grondstoffen ten behoeve van de drugslabs. Over het productieproces en de randzaken overlegde hij regelmatig met ‘zijn kok’. Verdachte liet zich niet bij de drugslabs zelf zien. Hij regelde de zaken of afstand en zorgde voor de financiën. Kennelijk trachtte hij op deze wijze buiten schot te blijven. Voor de productie van synthetische drugs, in dit geval amfetamine en metamfetamine, wordt gebruik gemaakt van chemische grondstoffen die bijzonder schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het milieu. De productie vindt gewoonlijk plaats in daarvoor niet bestemde ruimten, zoals in dit geval een schuur. Bij het ondeskundig opslaan en bewerken van dergelijke grondstoffen kan ontploffingsgevaar optreden met alle gevolgen voor de omgeving van dien. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat het productieproces van (met)amfetamine als zodanig een ingewikkeld en uitermate gevaarlijk chemisch proces betreft. Dit blijkt uit de ongelukken die de laatste jaren in illegale (met)amfetamine laboratoria hebben plaatsgevonden en waarbij “laboranten” om het leven zijn gekomen en gewond zijn geraakt. Het productieproces levert bovendien grote hoeveelheden schadelijke afvalstoffen op die, zo leert de praktijk, illegaal onder andere in natuurgebieden worden gedumpt. Ook bij deze drugslabs waar verdachte verantwoordelijk voor is, zijn grote hoeveelheden drugsafval aangetroffen. Uit de stukken volgt dat er tijdens het afvoeren van het drugsafval van de locatie in Apeldoorn op straat drugsafval uit de vrachtwagen heeft gelekt. Bij het drugslab in Sint Kruis is vlak voor de loods drugsafval in de bodem aangetroffen. Verdachte is samen met anderen schuldig aan die bodemverontreiniging in Sint Kruis. Gezien het feit dat van drugsafval niet op legale wijze kan worden afgekomen, is de kans groot dat afval van alle andere laboratoria waar verdachte betrokken bij is, ook in het milieu is, althans zou worden geloosd, met alle schadelijke gevolgen voor het milieu van dien. Immers op een dumpplek, over het algemeen in een natuurgebied, gaan praktisch alle planten en dieren dood. Boswachters die de dumpplek aantreffen worden hierdoor blootgesteld aan giftige stoffen. De grondeigenaren, vaak natuurbeheer, en de overheid worden door de reinigingswerkzaamheden opgezadeld met hoge kosten. Geld dat bedoeld is voor natuurbehoud, gaat dan naar het verwijderen en verwerken van drugsafval. Daarmee is dit een enorm maatschappelijk probleem. Het is verder algemeen bekend dat synthetische drugs schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze drugs. Verdachte heeft kennelijk slechts zijn eigen financiële gewin voor ogen gehad en daarbij geen acht geslagen op de hiervoor beschreven schadelijke effecten. Verder heeft verdachte gedurende een jaar deel uitgemaakt van een criminele organisatie. Dergelijke samenwerkingsverbanden hebben een ontwrichtend effect op de maatschappij, onder meer door het witwassen van de criminele winsten en de vermenging van de (illegale) onderwereld met de (legale) bovenwereld. Bovendien gaan de activiteiten van de drugsbendes gepaard met een niets ontziende meedogenloze geweldscriminaliteit. De organisatie had onder meer het doel om synthetische drugs te produceren en te verkopen. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte een leidinggevende rol heeft gehad binnen de criminele organisatie en dat hij daarbij onder andere degenen met uitvoerende rollen heeft aangestuurd. Anders dan zijn medeverdachten liet hij zich zo min mogelijk zien bij de productielocaties en bleef hij op de achtergrond. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het verwezenlijken van de misdrijven die de organisatie beoogde en vormde daarmee een belangrijke schakel. Hij heeft er aldus toe bijgedragen dat de organisatie als geheel kon blijven voortbestaan en misdrijven kon blijven plegen. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Gezien het voorgaande rechtvaardigen dergelijke feiten in beginsel langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank houdt rekening met de straffen die aan de medeverdachten worden opgelegd en die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 7 jaar met aftrek van de periode die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen zoals gevorderd door de officier van justitie. De rechtbank acht het maatschappelijk niet aanvaardbaar als verdachte, van wie thans de betrokkenheid bij omvangrijke drugsfeiten is vastgesteld, een (eventueel) hoger beroep in vrijheid zou mogen afwachten. De rechtbank is -anders dan de verdediging- van mening dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte niet dusdanig zwaar zijn, dat zij moeten opwegen tegen de belangen van de samenleving. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8De beoordeling van het beslag De rechtbank zal de voorwerpen, te weten de [auto 8] ( [kenteken 6] ), de [auto 9] ( [kenteken 7] ) en de speedboot ( [nummer 1] ), die aan verdachte toebehoren en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van feit 1 en/of 2 en/of 4 zijn verkregen, verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. Op de beslaglijst van verdachte staat ook een personenauto [auto 5] ( [kenteken 2] ). Het voertuig staat ook op de beslaglijst van [medeverdachte 3] . De rechtbank overweegt hierover het volgende: Nu het kenteken blijkens informatie van de RDW op naam staat van [naam 14] , waarvan [medeverdachte 3] enig directeur en aandeelhouder is, zal in die zaak de verbeurdverklaring worden uitgesproken. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen: 33, 33a, 47, 55, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht; 2, 10, 10a en 11b van de Opiumwet; 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten. 10De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; heft op het bevel schorsing van de voorlopige hechtenis. De beslissing ten aanzien van het beslag verklaart verbeurd van de personenauto [auto 8] ( [kenteken 6] ), de personenauto [auto 9] ( [kenteken 7] ) en de speedboot ( [nummer 1] ). Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. P. Verkroost, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 maart 2022. BIJLAGE I Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode 01 april 2019 tot en met 29 juni 2020 te Haaften en/of Overasselt en/of Apeldoorn en/of Veeningen en/of Sint Kruis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende (D-L-) methamfetamine zijnde amfetamine en/of methamfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij in de periode 01 april 2019 tot en met 29 juni 2020 te Haaften en/of Overasselt en/of Apeldoorn en/of Veeningen en/of Sint Kruis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine zijnde amfetamine en/of methamfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of en/of te bevorderen, hebbende verdachte en/of zijn mededaders voorhanden gehad: -een of meerdere liter(
- s)o1-fenyl-2-propanon (BMK) en/of N-formylamfetamine en/of zwavelzuur en/of zoutzuur en/of ethanol en/of tolueen en/of formamide en/of aceton en/of mierenzuur en/of methylthioglycolate en/of benzylcyanide en/of mono-methylamine en/of ammonium hydroxide en/of isobutyl alcohol en/of methanol en/of methylamine, al dan niet in methanol en/of (2-) propanol en/of -een of meerdere kilo(
- s)o caustic soda en/of wijnsteenzuur en/of APAA en/of MAPA en/of Tartaric Acid en/of -een of meerdere jerrycans en/of een of meerdere IBC-bak(ken) en/of een of meerdere au bain-marie bak(ken) en/of een of meerdere schroef/klemdekselvat(
- en)en/of een of meerdere gasflessen en/of een of meerdere (kook)reactieketel(s), al dan niet met refluxkoeler, en/of een of meerdere reflux/koeler(
- s)en/of een of meerdere (gemodificeerde) bierfust(
- en)en/of een of meerdere (stoom)generator(
- en)en/of een of meerdere centrifuge(
- s)en/of een of meerdere koelbuis(zen) en/of een of meerdere gasbrander(
- s)en/of een of meerdere gaswasser(
- s)en/of een of meerdere gascilinder(
- s)en/of een of meerdere gasslang(
- en)en/of een of meerdere maatbeker(
- s)en/of een of meerdere (schei)trechter(
- s)en/of een of meerdere roer/mixstang(
- en)en/of een of meerdere (RVS) pan(nen) en/of een of meerdere afzuigzsyste(e)m(
- en)en/of een of meerdere volgelaatmasker(
- s)en/of een of meerdere slakkenhuis(zen) en/of een of meerdere kwikthermometer(
- s)en/of een of meerdere vriezer(
- s)en/of vrieskist(
- en)en/of een of meerdere ventilator(
- en)en/of -een of meerdere (RVS) ketels (waaronder kookreactieketels, drukreactieketel(s), stoomketel(s), destillatieketel(s), gemodificeerde ketels) waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
- s)wist(
- en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die (al dan niet in combinatie met elkaar) bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en); 3. hij in of omstreeks de periode 01 mei 2020 tot en met 29 juni 2020, te Sint Kruis, in de gemeente Sluis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op en/of in de bodem een handeling heeft verricht, te weten het (al dan niet in verpakkingsmateriaal) op de bodem laten van staan en/of aanwezig hebben en/of (al dan niet vermengd met water en/of schoonmaakmiddelen) in de bodem laten lopen van een of meerdere chemicaliën ten behoeve van de productie van methamfetamine en/of amfetamine, terwijl hij en/of verdachtes mededader(
- s)wist/wisten, althans redelijkerwijs had/hadden kunnen vermoeden, dat door die handeling de bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast, en al dan niet opzettelijk niet aan zijn verplichting heeft voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem/haar konden/kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen dan wel, terwijl die verontreiniging en/of aantasting zich voordeed, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken; 4. hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 29 juni 2020 te Beneden-Leeuwen en/of Tiel en/of Druten en/of Helmond en/of Maasbommel en/of Dreumel en/of Heeze en/of Hoogeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) natuurlijke perso(o)n(
- en)en/of rechtsperso(o)n(en), te weten (onder meer) [naam 12] en/of [naam 13] en/of [naam 14] , althans alleen, van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of diens medeverdacht(en), meermalen van voorwerpen, te weten: een geldbedrag van EURO 20.322, althans een geldbedrag, ten behoeve van de huurbetaling van het pand aan de [adres 6] te Tiel en/of [adres 3] te Tiel en/of een geldbedrag van EURO 5.240, althans een geldbedrag, uitbetaald onder de noemer loon aan mevr. [medeverdachte 2] en/of een of meerdere auto(‘s): o een [auto 6] voorzien van kenteken [kenteken 3] en/of o een [auto 3] voorzien van kenteken [kenteken 4] en/of o een [auto 5] , voorzien van kenteken [kenteken 2] en/of o een [auto 1] , voorzien van kenteken [kenteken 5] en/of o een [auto 8] , voorzien van kenteken [kenteken 6] en/of o een [auto 9] Klasse, voorzien van kenteken [kenteken 7] en/of een geldbedrag van EURO 22.405,50, althans een geldbedrag, ten behoeve van een of meerdere vakantie(
- s)naar Mexico en/of Turkije, en/of een Breitling horloge en/of een (speed)boot, type [merk 1] voorzien van kenteken [nummer 1] en/of een geldbedrag van EURO 1.296, althans een geldbedrag, ten behoeve van een steigerplaats en/of het takelen en/of inspecteren van de hiervoor genoemde (speed)boot de werkelijke aard of de herkomst verborgen of verhuld; en/of verborgen of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was; en/ofdie voorwerpen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik gemaakt,terwijl hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist(
- en)dat die voorwerpen telkens - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf. 5. hij in of omstreeks de periode 01 januari 2018 tot en met 29 juni 2020 te Tiel en/of Beneden-Leeuwen en/of Arnhem en/of Bathmen en/of Opheusden en/of Haaften en/of Overasselt en/of Veeningen en/of Apeldoorn en/of Sint-Kruis en/of Oss, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [verdachte] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 1] , en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 6] , en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 10] en/of een of meer anderen welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vierde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet. BIJLAGE II Algemeen Stamproces-verbaal, p. 1200014: De in de EncroChat-berichten aangehaalde tijden betreffen de UTC-tijd, hetgeen betekent dat er in de zomertijd sprake is van een tijdverschil van 2 uur. Proces-verbaal van bevindingen (AH237), p. 120171-120173, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: NNM op OVC011 is [medeverdachte 4] . Identificatie EncroChat-accounts [accouht] Proces-verbaal van bevindingen (OVC011), p. 120140: OVC-gesprek van 10 januari 2020 tussen [verdachte] en NNM, later geïdentificeerd als [medeverdachte 4] . “ [verdachte] : Nee die dinges was af he, die naam he van de telefoon. Die euh Ferry Bouman wou ik hem noemen. Hij zei nee die hebben we al. En [bijnaam 1] , ook af zegt ie. Toen ging die kijken, [bijnaam 1] is vrij. Ik zeg dan doe die maar. En voor jou euh jou ' [naam 23] ', en die badslipper natuurlijk [bijnaam 3] , ntv was er al NNM: Ja [verdachte] :. En toen heb ik gezegd [bijnaam 2] . Hij zegt [bijnaam 2] doen, ik .zeg ja is prima” [account 1] EncroChat-berichten 06-05-2020 22:17:50 [accouht] ( [nummer 2] ), [account 6] [accouht] @encrochat.com Ik heb je uit genodig op je nieuwe tel 06-05-2020 22:18:11 [accouht] ( [nummer 2] ), [account 6] [accouht] @encrochat.com [account 1] 06-05-2020 22:18:20 [accouht] ( [nummer 2] ), [account 6] @encrochat.com Oke 06-05-2020 22:18:20 [accouht] ( [nummer 2] ), [account 6] [accouht] @encrochat.com Dit is.mijn nieuwe 06-05-2020 22:18:56 [accouht] ( [nummer 2] ), [account 6] [accouht] @encrochat.com Voeg me toe 06-05-2020 22:19:16 [accouht] ( [nummer 2] ), [account 6] @encrochat.com Oke [account 2] Bronproces-verbaal (AH778), p. 060848-060849: “(…) 2020-04-02 18:18:56 [accouht] @encrochat.com Laat je hier uit schijven 2020-04-02 18:19:10 [accouht] @encrochat.com Ik wil geen elende 2020-04-02 18:19:52 [accouht] @encrochat.com [afbeelding] 2020-04-02 18:1 9:52 [accouht] @encrochat.com Kunne niets van je b 2020-04-02 18:20:06 [account 2] @encrochat.com Ik betaal die qwl 2020-04-02 18:20:07 [account 2] @encrochat.com Wel 2020-04-02 18:20:27 [account 7] @encrochat.com Dan moet je geld op de bank zette 2020-04-02 18:20:51 [account 2] @encrochat.com Oke 2020-04-02 18:21:10 [accouht] @encrochat.com Auto verzeknrig 2020-04-02 18.21:37 [account 2] @encrochat.com Wel fijn da je name dr door heen stuur 2020-04-02 18:22:32 [account 7] @encrochat.com Ja dan rnoetje als regele 020-04-02 1&22:46 [account 2] @encrochat.com Jaaa 2020-04.03 10:07:05 [account 2] @encrochat.com Vandaag wat te verdienen? 2020-04-03 10:09:01 [accouht] @encrochat.com Nee maar wel veel regele 2020-04-03 10:09:13 [accouht] @encrochat.com Dus je kunt goed mee 2020-05-04 14:28:44 [accouht] @encrochat.com Jij moet leren spaare 2020-05-04 14:28:53 [account 8] @encrochat.com Doe dat nauw is 2020-05-04 14:28:53 [account 9] .com Jaa pa 2020-05-04 14:29:05 [account 2] @encrochat.com Doe Ik ook pap 2020-05-04 14:29:23 [accouht] @encrochat.com Oke laat maa. is zien 2020-05.04 14:29:45 [account 2] @encrochat.com Is goed (…) op 2 april 2020 (18:19:52) [accouht] naar [account 2] een bericht stuurt waar een mail van het bedrijf [naam 15] is te zien. Deze mail is gericht aan [adres 1]. In de mail staat dat een factuurbedrag niet kan worden geïncasseerd omdat het saldo onvoldoende is. Hierbij staat ook het rekeningnummer dat door [medeverdachte 3] is opgegeven, zijnde [rekeningnummer] . (…)” [account 3] en [account 4] Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 24 november 2020 (V03.05), p. 03132: “V: Wie is de gebruiker van [account 3] ? A: Ja dat ben ik. V: Wie is de gebruiker achter [account 4] ? A: Dat ben ik ook.” [account 5] Proces-verbaal van bevindingen (AH488), p. 120325 ev: EncroChat-account [account 5]@encrochat.com maakt gebruik van IMEI-nummer: [nummer 3] .” (
- a)Beperking [naam 16] , vriendin van [medeverdachte 5] EncroChat-gesprek: 06-06-2020 03:38:49 [account 3] @encrochat.com Wat was der met je vrouwtje dan allemaal 06-06-2020 03:48:57 [account 5]@encrochat.com Ze is onzeker dat ze dingen niet goed doet ze heeft een beperking waar door ze niet dingen via berichten niet goed uit kan leggen en kan de juiste worden niet vinden als het andere mensen haar niet begrijpen dan klapt ze dicht en reageert ze anders als ze dan praat dan kan ze het wel beter uitleggen ze zit niet goed in haar vel ze heeft vanaf jongs af aan zich moeten bewijzen voor alles door die beperking haar ouders hebben het altijd op dat gegooid en nooit gestimuleerd om de dingen die ze wel goed kan om daar veel aandacht aan te geven maar dat is nooit gebeurd bij haar. Ze bedoeld het goed op haar manier. Proces-verbaal van bevindingen (AH488), p. 120327, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: [naam 16] is de (ex-)partner van [medeverdachte 5] . Haar telefoonnummer werd getapt. Tap-gesprek (TA008), p. 120338-120339: “(…) [naam 16] voelt zich goed en geaccepteerd door haar schoonouders (…), ondanks dat ze een beperking heeft. (…)” Tap-gesprek (TA023), p. 120341: “(…) Ik heb beperking en kan niet mailen en smsen en ik sta er helemaal alleen voor zegt [naam 16]. (…)” Tap-gesprek (TA023), p. 120342: “(…) [naam 16] zegt dat zij niet kan leren en dat zij een beperking heeft en dat zij het geaccepteerd heeft. (…)” (
- b)Dahliastraat in Oss EncroChat-gesprek: 11-06-2020 15:42:36 [account 5] @encrochat.com Hallo maat ik ben bij die auto en hij wilt graag ruilen aankomend weekend en hij zou graag met je willen praten weet dat je weinig/geen tijd hebt (misschien kan hij de ice bij zn klanten weg doen) en hij heeft die goede colo (nodig die naar mierikswortel ruikt) dan kan hij zeker werken zn klanten vonden het normaal maar niet top weet niet of het zou kunnen via een andere weg? En hij heeft ook anabolen en natuurlijke groei hormonen 11-06-2020 16:23:36 [account 3] @encrochat.com En wekke auto 11-06-2020 16:24:22 [account 5] @encrochat.com De phantom 11-06-2020 16:41:38 [account 3] @encrochat.com Oke heb je gegebens van die [auto 4] (…) 11-06-2020 16:44:26 [account 5] @encrochat.com De kenteken. Maat ik maak een foto Proces-verbaal van bevindingen (AH488) p. 120327-120328, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:: [account 5] stuurde twee foto’s (foto 1, p. 120327 en foto 2, p. 120328). Foto 2: Foto 1 is genomen op de [adres 7]. Op de afbeelding van streetview [weergegeven op p. 120328], zijn de overeenkomsten van de bestrating en de woningen aan weerzijden zichtbaar. Proces-verbaal van bevindingen, p. 04041, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: [medeverdachte 5] heeft per 2 maart 2020 [auto 4] voorzien van het kenteken [kenteken 8] op zijn naam staan. Proces-verbaal van bevindingen (AH488), p. 120327, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: De personenauto, merk [auto 4] , voorzien van het kenteken [kenteken 8] werd voorzien van een peilbaken. Overzicht bakengegevens [kenteken 8] , p. 120343, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Het baken onder de [auto 4] [kenteken 8] bevond zich op 11 juni 2020 omstreeks 16:50 uur tot 18:46 uur aan de [adres 7]. Rapport (AH683), p. 120344, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Telefoontoestel met IMEI-nummer [nummer 3] straalde op 11 juni 2020 vanaf omstreeks 17.06 uur een paallocatie aan in Oss aan de Mondriaanlaan, nabij de Dahliastraat. (
- c)De Koppel in Arnhem EncroChat-gesprek: 11-06-2020 18:47:54 [account 5] ( [nummer 3] ), [account 10] @encrochat.com Motgen vroeg 8.00 bij de koppel in arnhem Proces-verbaal van bevindingen (AH488), p. 120329, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Door het opsporingsteam is op het internet gezocht naar ‘de koppel in Arnhem’. De zoekslag leverde op: Zwembad De Grote Koppel, gevestigd aan [adres 8] . Overzicht bakengegevens [kenteken 8] , p. 120343, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Het baken onder de [auto 4] [kenteken 8] bevond zich op 12 juni 2020 om 08:05 uur aan de Olympus te Arnhem ter hoogte van [adres 9] . Rapport (AH683), p. 120345, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Het toestel met imeinummer [nummer 3] straalde op 12 juni omstreeks 08.09 uur een paallocatie aan in Arnhem, ter hoogte van de Ambachtstraat, nabij locatie Olympus te Arnhem. Feit 1 en 2 Apeldoorn (zkd 3) Proces-verbaal bevindingen LFO, p. 030398, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 18 februari 2020 werd in de bedrijfsloods aan de [adres 2] in Apeldoorn een productielocatie van synthetische drugs aangetroffen. “Bevindingen (…) Verspreid door het gehele bedrijfspand stonden op de vloer goederen opgeslagen. Verspreid tussen de goederen werden jerrycans inhoudende chemicaliën en overige synthetische drugs gerelateerde goederen aangetroffen, waaronder: jerrycans inhoudende zoutzuur, formamide, mierenzuur, zakken caustic soda en een schroefdekselvat geheel gevuld met basisch gerelateerd synthetische drugs afval. Links achter in het bedrijfspand bevond zich ter hoogte de buitengevel waar de werkbank voor stond een door middel van isolatie sandwichwanden geplaatste binnenmuur die voorzien was van een dubbele deur. Door de plaatsing van deze wand met dubbele deur was in het bedrijfspand een inpandige ruimte ontstaan. Deze dubbele deur bevond zich rechts in de geplaatste wand. Rechts van de dubbele deur stond voor de wand een IBC en links van de dubbele deur stond voor de wand een magazijnkast. Hierdoor was in de richting van de dubbele deur als het ware een gang gecreëerd. In de IBC was circa l00 liter van een vloeistof aanwezig in de bodem van de IBC lag een vloeistof pomp met daaraan gekoppeld een zwarte flexibele slang. Deze slang liep vanuit de IBC over de vloer van het bedrijfspand in de richting van de buitenwand rechts van de sectionaaldeur met binnendeur en het uiteinde bevond zich daar in een PVC afvoer. In de PVC afvoer bevond zich een restant basische vloeistof. Links van de dubbele deur stonden gestapelde houten kisten voor de wand van de inpandige ruimte. Voor deze kisten stond onder een kleed een RVS-kookreactie ketel. Links van de kookreactieketel stonden onder een deken en een bouwzeil twee gemodificeerde bierfusten tot stoomgeneratoren, een RVS-kookreactie ketel en twee RVS-koelers. Links van de dubbele deur van de inpandige ruimte stonden voor de wand schroef- en klemdekselvaten, gasflescilinders, kunststofbakken, een kookreactieketel, emmers, trechters en overige goederen. Al deze goederen waren gebruikt en vervuild. Overal werden restanten zure en/of basische olieachtige substanties aangetroffen met de geur van amfetamine. In een klemdekselvat stonden drie vloeistofpompen. In de kuststofbakken bevonden zich onder andere gasbranders, gasslang, waterslang, zeven en overige goederen. Voor de wand links in de inpandige ruimte stond een houten magazijnkast In deze kast stonden diverse goederen opgeslagen. Voor de wand rechts van de dubbele deur stond een lucht afzuigsysteem. In het verlengde van de afzuigkast stonden voor de wand recht tegenover de dubbele deur twee pannen naast elkaar. De pannen stonden op een gasbrander steun met gasbrander en een aangekoppelde gasslang. Op de pan links stond een scheitrechter op een metalen frame. Voor de afzuigunit stond een RVS-kookreactie ketel. Links van deze kookreactieketel stond gegroepeerd enkele destillatieketels, enkele reflux/koelers en stoomgeneratoren. (…)” NFI-rapport 7 april 2020, p. 30438, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: De aangetroffen stoffen op de [adres 2] te Apeldoorn zijn bemonsterd en deze bemonsteringen zijn door het NFI onderzocht. De bemonsteringen bevatten de volgende stoffen: amfetamine, zoutzuur, N-formylamfetamine, formamide, mierenzuur, BMK-synthese gerelateerde verontreinigingen, methanol, BMK en MAPA. “5. Conclusie: In het onderzoeksmateriaal is amfetamine aangetoond. (…) In het onderzoeksmateriaal zijn BMK, zoutzuur en zwavelzuur aangetoond. (…) 6Aanvullende informatie: In relatie tot synthetische drugs wordt MAPA (methyl 3-oxo-2-fenylbutanoaat) gebruikt voor het vervaardigen van BMK, een grondstof voor amfetamine of metamfetamine. N-formylamfetamine is het tussenproduct in de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode. In relatie tot synthetische drugs worden mierenzuur en formamide gebruikt voor de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode. In relatie tot synthetische drugs kan methanol als oplosmiddel worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs. In relatie tot de vervaardiging of bewerking van amfetamine wordt methanol gebruikt bij de omzetting van amfetaminebase met zwavelzuur in het sulfaatzout van amfetamine.” Proces-verbaal bevindingen LFO, p. 030406-030407, “In het bedrijfspand waren chemicaliën (formamide, mierenzuur en caustic soda) en hardware (kook- en destillatieketels en diverse gebruiksvoorwerpen) aanwezig, die gebruikt kunnen worden voor de vervaardiging van amfetamine met de Leuckart methode. Tijdens het ingestelde onderzoek bleek dat de kook- en destillatieketels niet waren aangesloten voor direct gebruik. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat er in enkele kook- en destillatieketels en gebruiksvoorwerpen restanten vloeistoffen werden aangetroffen, die te relateren zijn aan de vervaardiging van synthetische drugs. Het is hierdoor niet uit te sluiten dat in een eerder stadium op deze locatie, met de aangetroffen vervuilde/gebruikte kook- en destillatieketels en gebruiksvoorwerpen. synthetische drugs is vervaardigd. In ruimte P werd circa 4 kg MAPA aangetroffen. MAPA is een pre-precursor voor BMK en kan met een sterk zuur zoals zoutzuur omgezet worden naar BMK. Er waren drie klemdekselvaten met restanten vloeistof met de geur van BMK aanwezig. De twee pannen die voorzien waren van restanten olieachtige substantie met de geur van BMK en op een brander bak stonden maar niet aangesloten waren op gasflessen, roken sterk naar BMK. In de productie ruimte stond een grote hoeveelheid lege klemdekselvaten met vooral restanten basisch afval, met de geur van ammoniak. Dit past bij afval van de tweede fase van de amfetamine Leuckart methode. In de bedrijfsruimte stond een 200L vat geheel gevuld met vermoedelijk amfetamine gerelateerd afval. Het niet uit kunnen sluiten dat er in een eerder stadium op deze locatie synthetische drugs vervaardigd is zou hierdoor extra ondersteund worden. Gezien dat er een afgezonderde ruimte was gecreëerd door middel van sandwich panelen met de voorziening van koolstoffilters, afzuiging en het gehele beeld van de aangetroffen situatie daarin is het aannemelijk deze ruimte ingericht is voor het produceren van synthetische drugs en/of precursoren.” Proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres 2] Apeldoorn), p. 030439-0430440, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Aan de [adres 2] te Apeldoorn zijn diverse goederen in beslag genomen en veiliggesteld, waaronder meerdere handschoenen, volgelaatsmaskers en een overal. NFI-rapport d.d. 26 maart 2021, p. 030471-030472, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: AAMW1899NL#01 een bemonstering van de binnenrand van het gelaatsmasker AAMW1899NL#02 een bemonstering van de binnenzijde van het mond/neusgedeelte van het gelaatsmasker AAMW1899NL#03 een bemonstering van de binnenzijde van de hoofdbanden van het gelaatsmasker AAMW1899NL#04 een bemonstering van de draagband van het gelaatsmasker. “SIN nummer Beschrijving DNA profiel DNA kan afkomstig zijn van AAMW1899NL#02 DNA-mengprofiel van minimaal drie personen afgeleid DNA-hoofdmengprofiel van 2 mannen DNA-nevenkenmeken Verdachte [medeverdachte 7] en één onbekende man NFI-rapport d.d. 22 oktober 2020, p. 030482-030483, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: DNA-mengprofie1 AAMW1899NL#02 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte 5] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen. NFI-rapport d.d. 18 mei 2020, p. 030489- 030491, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Onderzoek naar sporen drugs en drugsprecursoren op twee volgelaatsmaskers: AAMW1899NL, volgelaatsmasker uit lab, sterk vervuild binnen en buitenkant. Met [medeverdachte 5] wit poeder en witte vlekken. vettige vlekken op glazenvizier en filterbus afgenomen met een met methanol bevochtigd wattenpropje. AAMW1893NL, volgelaatsmasker uit bak lab, weinig vervuiling; aan de buitenkant van het glazen vizier van het masker waren enkele vettige vlekjes zichtbaar. Ook op de filterbuis enkele vettige vlekken waargenomen. Conclusie: In de bemonsteringen van de onderzoeksmaterialen [AAMW1899NL en AAMW1893NL] is amfetamine aangetoond. Daarnaast werden er N-formylamfetamine en diverse verontreinigingen aangetroffen die te relateren zijn aan de vervaardiging van amfetamine uit de grondstof BMK (benzylmethylketon) met de Leuckartmethode. N-formylamfetamfne is hierbij het tussenproduct. Aangetroffen goederen [adres 3] te Tiel Proces-verbaal LFO, p. 110333-110335, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: In het pand aan de [adres 3] in Tiel werd onder andere het volgende aangetroffen: reactievat, rond vat, mengbak met een roermechanisme, plastic zakken met wit poeder, zak met opdruk ‘caustic soda’, roermechanisme, twee witte 30 liter jerrycans, geheel gevuld [AANK6430NL], blauwe 20 liter jerrycan geheel gevuld met vloeistof [AANK6431NL], een scheitrechter, meerdere frequentieregelaars, vacuüm pomp systemen, roermotoren, witte mandjes, zakken met opdruk ‘wijnsteenzuur’, centrifuge. NFI-rapport d.d. 28 juli 2020, p. 110358-110360, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Conclusie: Het onderzoeksmateriaal [AANK6430NL] bestaat voornamelijk uit aceton. Het onderzoeksmateriaal [AANK6431NL] bestaat uit een geconcentreerde oplossing van zoutzuur. Dergelijke materialen voldoen aan de omschrijving van geregistreerde stoffen zoals vermeld op bijlage 1 van de Verordening (EG) nummer 273/2004 inzake drugsprecursoren en de bijlage behorende bij Verordening (EG) nummer 111/2005 betreffende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren. Naar beide Verordeningen wordt verwezen in de Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Aanvullende informatie In relatie tot drugs kunnen bepaalde vormen van wijnsteenzuur gebruikt worden bij de bewerking van metamfetamine, namelijk de scheiding van d- en 1-metamfetamine. Proces-verbaal LFO, p. 110336, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Interpretatie LFO De aangetroffen chemicaliën aceton en zoutzuur passen bij de kristallisatie van cocaïne, MDMA en metamfetamine. Wijnsteenzuur kan gebruikt worden bij het scheiden van d- en 1-metamfetamine. Goederen zoals frequentieregelaars, krachtstroom, scheitrechter en witte mandjes zijn goederen die vaak aangetroffen worden op locaties waar synthetische drugs vervaardigd wordt. Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 18 januari 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: De [adres 3] in Tiel is een pand van mij. Dat is mijn zaak. Proces-verbaal van observatie maandag 28 oktober 2019 , p. 030057-030058, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 28 oktober 2019 werd [medeverdachte 5] geobserveerd. Er werd waargenomen dat hij in Apeldoorn aan De Voorwaarts uit een [auto 4] [kenteken 9] stapt. Vervolgens stapte hij als passagier in een bedrijfsauto [auto 10] [kenteken 10] . Verder werd waargenomen dat deze bestelauto tussen 9.39 en 12.44 uur geparkeerd stond aan de [adres 2] te Apeldoorn. Relaas proces-verbaal, p. 03000, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Opmerking verbalisant: De [auto 4] [kenteken 9] staat sinds 30 juni 2017 op naam van [medeverdachte 5] . Proces-verbaal van observatie 12 november 2019 , p. 030061, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Om 11.32 uur werd waargenomen dat de [auto 4] [kenteken 9] geparkeerd stond aan de [adres 10] te Apeldoorn (Rb: 600 meter lopen tot de [adres 2] , bron Google Maps). Om 11.37 uur werd waargenomen dat de [auto 10] [kenteken 10] geparkeerd stond op de oprit van de [adres 2] te Apeldoorn. Tevens werd op de rijbaan van de Floralaan te Apeldoorn, nabij [adres 2] , drie geparkeerde voertuigen waargenomen:
(1)bestelauto [auto 6], [kenteken 11];
(2)de personenauto van het merk [auto 11] , kleur zwart voorzien van het kenteken [kenteken 12] ;
(3)personenauto [auto 12] , rood, [kenteken 13] . Relaas proces-verbaal, p. 03000, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Opmerking verbalisant: De personenauto van het merk [auto 11] voorzien van het kenteken [kenteken 12] heeft vanaf 22 augustus 2019 t/m 25 april 2020 op naam gestaan van [naam 17] . [medeverdachte 4] heeft een relatie gehad met [naam 17] . Proces-verbaal van bevindingen, p. 110194, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 3] te Tiel, 18 november 2019 Rond 16.00 uur: [verdachte] loopt, na de deur met een sleutel te hebben geopend, samen met 2 andere mannen het pand in. Roldeur gaat omhoog. [medeverdachte 6] komt naar buiten met een opgerolde transparante buis en [verdachte] met een blauwe jerrycan. [medeverdachte 4] (de derde man) komt ook naar buiten. De spullen worden in een bus gelegd. [verdachte] parkeert een [auto 3] [kenteken 4] naast de bestelbus. De kofferbak van de [auto 3] gaat open. In de kofferbak liggen een staafmixer, kabelhaspel, meerdere oranjekleurige trechters en 4 rollen, gelijkend op schoonmaakpapier. [medeverdachte 4] pakt twee dozen uit de [auto 3] en legt deze in de bus. [verdachte] pakt een betonmixer (staafvorm) uit de kofferbak van de [auto 3] en legt deze in de bestelbus. [medeverdachte 4] pakt uit de kofferbak van de [auto 3] uit een stapel oranje trechters, 1 trechter, geeft die aan [medeverdachte 6] die hem in de bus legt. [verdachte] sluit af. Proces-verbaal van bevindingen, p. 110208, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 3] te Tiel, 19 november 2019 Rond 14.00 uur. Een zwarte [auto 13] [kenteken 14] wordt voor de deur geparkeerd (eigenaar: [medeverdachte 8] ). [medeverdachte 4] stapt aan de bestuurderszijde uit de bus. [verdachte] en nog een man stappen uit. Deur van het pand gaat open. [verdachte] gaat als eerste naar binnen gevolgd door [medeverdachte 4] en de derde man. Deze man komt naar buiten met een blauwe jerrycan en legt de jerrycan achter in de bestelbus. De achterzijde van de jerrycan bevat 2 etiketten met waarschuwingen over bijtende stoffen en milieu gevaarlijke stoffen. Om 14.16 uur stappen de drie mannen in de bus. Vervolgens wordt een [auto 14] [kenteken 15] voor het pand en achter de bestelbus geparkeerd. [medeverdachte 6] stapt uit. Hij loopt naar de bestelbus en stapt in. [verdachte] en [medeverdachte 4] stappen uit. [medeverdachte 4] trekt achterklep bus open. [verdachte] pakt een meetbeker uit de [auto 14] en gooit deze in de kofferbak van de bus. [medeverdachte 6] pakt een gevulde plastic tas uit de [auto 14] en legt deze in de bus. [medeverdachte 4] pakt ook nog wat spullen uit de [auto 14] en legt deze in de bus. [medeverdachte 8] stapt als bestuurder in de bestelbus en [medeverdachte 4] als passagier. [medeverdachte 6] stapt in de [auto 14] . [verdachte] loop uit beeld. Proces-verbaal van bevindingen, p. 110220, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 3] te Tiel, 20 november 2019 Rond 17.00 uur. [verdachte] komt lopend naar de roldeur van het pand. Hij opent de deur en gaat naar binnen. 2 minuten later gaat de roldeur open en rijdt een witte bestelbus achterwaarts uit het pand en wordt voor het pand geparkeerd. Bestuurder [verdachte] stapt uit en doet roldeur dicht en rijdt daarna weg in de bus. Een half uurtje later is [verdachte] weer terug. Een paar minuten later komt een personenauto, [auto 1] [kenteken 16] (op naam van [naam 18] ) aanrijden, die achterwaarts het pand in rijdt. Om 17.40 uur rijdt de [auto 1] het pand uit. 2 minuten later komt [verdachte] naar buiten en sluit de deur. 19.52 uur: de [auto 3] met [verdachte] staat voor het pand. Op hetzelfde moment komt een zwarte bedrijfswagen, [auto 6] [kenteken 17] , richting de roldeur gereden. [medeverdachte 6] stapt uit en loopt richting de deur. [verdachte] opent de deur. [medeverdachte 6] komt uit de loods gelopen. Hij draagt een kistje en één paar laarzen. Hij legt de goederen in de bestelbus. [verdachte] komt uit de loods en doet de deur op slot. Proces-verbaal van bevindingen, p. 110235-110241, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 3] te Tiel, 22 november 2019: Rond 18.00 uur. [verdachte] loopt enkele keren de loods in en uit. ’s-Avonds, om half twaalf, komt een [auto 7] [kenteken 12] (op naam van [naam 17] , de (ex-) vriendin van [medeverdachte 4] ) aanrijden. De bestuurder, qua signalement overeenkomend met [medeverdachte 4] , opent de deur met een sleutelbos. De bestuurder komt weer naar buiten, draait de deur op slot en houdt een voorwerp vast onder zijn arm. Hij stapt vervolgens in de personenauto en rijdt weg. Proces-verbaal van bevindingen, p. 110242-110256, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 3] te Tiel, 23 november 2019 Omstreeks 13.00 uur. [medeverdachte 4] komt aanrijden. Loopt naar de deur van het pand en opent met een sleutelbos de deur en gaat naar binnen. (...) [medeverdachte 4] staat onder de roldeur. [auto 1] [kenteken 5] (op naam van [medeverdachte 3] ) rijdt langs het pand. [medeverdachte 3] komt aangelopen en loopt via de openstaande roldeur naar binnen. Binnen, in het pand en onder de roldeur, wordt een gesprek gevoerd tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . Ze lopen samen naar buiten en de roldeur wordt dicht getrokken. Ze stappen samen in een [auto 4] [kenteken 18] (op naam van [naam 17] ). Even later komt de [auto 4] terug. Een witte [auto 15] [kenteken 19] arriveert. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] stappen uit de [auto 4] . [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] gaan naar binnen en komen weer naar buiten. De bestelbus vertrekt. Even later komt de bestelbus terug. [medeverdachte 3] rent naar de deur. Bestelbus wordt achterwaarts het pand ingereden. De voorkant blijft buiten. [medeverdachte 4] is de bestuurder. Er komt een [auto 5] [kenteken 20] (op naam van [naam 19] , in het politiesysteem bekent inzake harddrugs en witwassen) aanrijden. Er komt een man uit de loods. Hij draagt een tas in de hand en neemt plaats achter het stuur van de witte bestelbus en rijdt weg. 13.36 uur: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] komen door de deur van het pand naar buiten. [medeverdachte 4] heeft sleutelbos en doet de deur op slot. 13.39 uur: [auto 1] [kenteken 5] , met bestuurder [medeverdachte 3] , rijdt achterwaarts naar de deur van het pand. De [auto 4] [kenteken 21] , met bestuurder [medeverdachte 4] , komt eveneens naar het pand gereden. Proces-verbaal van bevindingen, p. 110259-110263, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 3] te Tiel, 30 november 2019 12.04 uur: [verdachte] komt bij het pand aanrijden in een [auto 3] . Hij gaat naar binnen. 12.06 uur: [medeverdachte 4] komt aangelopen en loopt het pand in. 12.09 uur: Een witte [auto 6] [kenteken 3] (op naam van [naam 14] ) wordt achterwaarts het pand uitgereden. De bestuurder is [medeverdachte 4] . Hij stapt uit en loopt naar binnen. Daarna rijden [medeverdachte 4] (in de [auto 6] ) en [verdachte] (in de [auto 3] ) weg. Proces-verbaal van bevindingen, p. 030076-030083, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 2 december 2019 Omstreeks 19.13 uur komt [medeverdachte 5] als bestuurder van een [auto 17] het perceel [adres 2] oprijdt. Hij opende de loods met een sleutel. Op 3 december 2019, om 0.46 uur, rijdt hij het perceel weer af. Op 3 december 2019 omstreeks 13:19 uur rijdt een [auto 16] [kenteken 22] en een [auto 17] met kenteken [kenteken 23] met [medeverdachte 5] als bestuurder het terrein op. De laadklep van de [auto 16] wordt geopend. Er is activiteit achter het voertuig te zien. [medeverdachte 5] heeft zijn jas uit en droeg zwarte handschoenen. Om 15.07 uur vertrok [medeverdachte 5] met de [auto 17] , Om 17.49 uur is hij weer terug. Proces-verbaal van bevindingen, p. 030084-030087, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 4 december 2019 [medeverdachte 5] komt om 8.49 uur uit de woning. De [auto 17] voor de loods zet en om 9.36 uur met de [auto 2] vertrekt, waarna hij om 09.54 uur weer terug komt met de [auto 2] bij de [adres 2] . Proces-verbaal van bevindingen p 030088-030092, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 5 december 2019 Omstreeks 14:15 uur komt [medeverdachte 5] met de [auto 2] komt aanrijden en vertrekt om 15.39 uur weer. Proces-verbaal van bevindingen, p. 110269-110286, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 3] te Tiel, 6 december 2019 01.35 uur: [medeverdachte 3] komt aanrijden als bijrijder in [auto 1] [kenteken 5] . Hij stapt uit en pakt uit de kofferbak een paar schoenen en een witte plastic tas. Hij gaat naar binnen en komt zonder goederen naar buiten. Omstreeks 10.36 uur komt er een [auto 10] [kenteken 10] aanrijden met [medeverdachte 7] als bestuurder. [verdachte] komt aanlopen. [medeverdachte 7] doet handschoenen aan en tilt daarna een kartonnen doos uit de auto. Hij loopt met de doos het pand in. Daarna pakt hij een mortelmixer en brengt deze naar het pand. [medeverdachte 7] komt daarna naar buiten, sluit de portieren en gaat weer naar binnen. Na ongeveer 50 minuten komt [medeverdachte 7] via de roldeur naar buiten met een onderdeel van de mortelmixer en een blauwe vuilniszak. De roldeur gaat achter hem dicht en even later komt [verdachte] naar buiten via de toegangsdeur en sluit af. Omstreeks 13.30 uur komt [verdachte] met [medeverdachte 7] aanrijden in de [auto 3] . [medeverdachte 7] opent de toegangsdeur. [verdachte] loopt naar binnen via de roldeur. Na enige tijd komen ze naar buiten met meerdere gele en oranje spanbanden. Naast de banden houdt [medeverdachte 7] nog een onbekend voorwerp vast. Beiden vertrekken in de [auto 3] . Rond 15.00 uur komt [verdachte] aanrijden in de [auto 3] [kenteken 4] . Tegelijkertijd komt er een [auto 18] [kenteken 24] aanrijden. [verdachte] en de bestuurder van de [auto 18] gaan naar binnen. Na ongeveer 1 uur verlaten ze het pand. De bestuurder van de [auto 18] heeft iets in zijn hand dat lijkt op het voorwerp dat [medeverdachte 7] vast had. Proces-verbaal van bevindingen, p. 030093-030095, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 7 december 2019 [medeverdachte 5] komt om 01.33 uur met de [auto 10] het terrein op. Omstreeks 09.34 uur komt [medeverdachte 7] het terrein op met een [auto 2] . Er is veel beweging te zien op het terrein van [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5].(…) Om 14.13 uur vertrekt [medeverdachte 5] met de [auto 2] . Proces-verbaal van bevindingen, p. 110288-110294, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 3] te Tiel, 7 december
- [medeverdachte 4] , [medeverdachte 8] en [verdachte] komen met 2 NNM aanlopen. Alle vijf gaan naar binnen en na 1 uur vertrekt iedereen. Eén van de onbekenden heeft een zwarte tas bij zich. Bij het verlaten van het pand heeft de onbekende de zwarte tas over zijn schouder. [medeverdachte 4] sluit het pand af. Proces-verbaal van bevindingen, p. 110297-110298, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 3] te Tiel, 8 december
- [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] komen bij het pand en gaan naar binnen. Na 2 minuten binnen te zijn geweest vertrekken ze weer. [medeverdachte 4] sluit af. Proces-verbaal van bevindingen, p. 030101-030106, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 30 december 2019 Om 13.38 uur: [medeverdachte 8] komt met een zwart voertuig aan bij de [adres 2] te Apeldoorn. Hij wordt het pand binnen gelaten en komt even later samen met [medeverdachte 7] uit het pand. [medeverdachte 8] komt later terug en wordt wederom het pand binnen gelaten. [medeverdachte 7] vertrekt met de [auto 2] en blijft enige tijd weg. Om 15:25 uur: [medeverdachte 5] komt uit het pand aan de Floralaan. Hij heeft op dat moment een donkerkleurige overal aan, draagt werkschoenen en heeft groenkleurige handschoenen aan. [medeverdachte 5] loopt richting de achterzijde van de woning. Om 15:28 uur: Na ongeveer 3 minuten komt [medeverdachte 5] weer terug bij het pand. Hij betreedt het pand. [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7] komen een aantal keren buiten het pand en bij hun voertuig. [medeverdachte 8] brengt een onbekend voorwerp naar zijn zwarte voertuig en [medeverdachte 7] brengt middels een steekwagen meerdere goederen naar het zwarte voertuig. Proces-verbaal van bevindingen, p. 030116-030124, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 31 december 2019 Omstreeks 14:57 uur komt [medeverdachte 8] weer uit de loods en loopt richting zijn [auto 9] gekentekend [kenteken 14] . Direct daarna komt [medeverdachte 5] uit de loods. Op het moment dat [medeverdachte 5] uit de loods komt draagt hij twee jerrycans van 5 liter en plaatst deze twee jerrycans kennelijk in de [auto 9] gekentekend [kenteken 14] . Direct achter [medeverdachte 5] loopt [medeverdachte 7] , die richting de Volkswagen gekentekend [kenteken 23] loopt. Door hem wordt uit de Volkswagen een soort dekzeil gehaald en brengt dit dekzeil naar de [auto 9] gekentekend [kenteken 14] . Even later wordt de kofferbak van de deze [auto 9] gesloten en stapt [medeverdachte 8] als bestuurder in, waarna hij vertrekt. Direct daarop betreden [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] de loods. Omstreeks 15:20 uur komt [medeverdachte 7] uit de loods en heeft op dat moment handschoenen aan. Onder de overkapping pakt hij een emmer en betreedt vervolgens weer de loods. Enkele minuten later komt [medeverdachte 7] uit de loods en sluit de toegangsdeur middels een sleutel af. Vervolgens loopt hij weg in de richting van de achterzijde van zijn woning. Omstreeks 15:43 uur betreedt [medeverdachte 7] middels een sleutel de loods weer. Kort daarna komt [medeverdachte 5] uit de loods en sluit middels een sleutel de toegangsdeur. Vervolgens loopt hij weg in de richting van de achterzijde van de woning. Proces-verbaal van bevindingen, p. 030136-030143, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 2 januari 2020 Omstreeks 11:30 uur stopt een zwarte bedrijfsauto voor perceel [adres 2] te Apeldoorn. Uit deze bedrijfsauto stapt [medeverdachte 4] uit als bijrijder en [medeverdachte 8] als bestuurder. [medeverdachte 8] draagt een grote zwarte rol in zijn handen en [medeverdachte 4] draagt om zijn rechterschouder een zwarte Nike tas, welke tegen de woning wordt neergezet. Vervolgens lopen beide personen in de richting van de loods en worden binnengelaten. Enkele minuten later, om 11.34 uur komen [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] uit de loods. Door [medeverdachte 4] wordt de Nike tas gepakt waarna beide personen richting de achterzijde van de woning lopen. Vervolgens 11.45 uur komen [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] vanaf de achterzijde van de woning lopen en betreden de loods. [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] dragen nu andere kleding. [medeverdachte 4] is helemaal in het zwart gekleed en [medeverdachte 8] is in zwart gekleed met op sommige stukken witte strepen. Processen-verbaal van bevindingen, p. 030152-030155, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 3 januari 2020 Omstreeks 01:00 uur komen [medeverdachte 8] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 7] uit de loods waarna [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] in de zwarte bedrijfsauto stappen en wegrijden. (…) Dezelfde morgen omstreeks 09:14 uur is via het raam in de loods zichtbaar dat er lege 5 liter jerrycans worden verplaatst. (…) Omstreeks 10.20 uur: [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] verplaatsen samen meerdere jerrycans van 5 liter van pand naar [auto 9] Vito [kenteken 14] . OVC007, p. 110016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: OVC-gesprek van 6 januari 2020 20.05 uur, tussen [verdachte] en [naam 20] [verdachte] : Jij moet tegen [medeverdachte 8] zeggen dat hij niet zelf daar heen moet gaan naar die plekken. Dat zei ik hem ook. Vijfhonderd miljoen keer. (...) [verdachte] : Nee! Ik zeg laat die malloten dat toch doen. Ik zeg ja die jongen van mij laat die uitleggen. Dan duurt maar een paar dagen langer. Ja, maar nou zijn ze daar en dit en dat. Ik zeg jongen luister nou. Ik heb al een paar keer mee gemaakt dat er een [auto 21] door die straat rijdt met twee mensen erin. Ntv. Ik zeg blijf dan weg. (...) [verdachte] : Als ik ergens niet hoef te komen, kom ik er niet. Dan blijf ik er lekker weg [naam 20] : Ik ook. [verdachte] : Ik hoef er helemaal niet te zijn. Niets. En ik ben niet zo'n bangerik ofzo. Ik blijf er weg. Ik blijf overal weg. Dat mag jij gerust weten. Ik hebt hem van te voren gezegd, ik kom nergens. Ik regel er alles om heen, maar ik kom nergens. [verdachte] : Ik regel er alles om heen, maar ik kom nergens. Ik doe typen, ik doe regelen, centen aanpakken, centen afgeven. Meer doen wij niet. Dat moeten wij doen. Voor de rest niks. (…) 21.16 uur, [verdachte] krijgt [medeverdachte 8] aan de telefoon [verdachte] : Je moet die twee zwarten maar laten werken. (...) Maar eeh doet dat nou niet. Als niet nodig is, niet meer erin. Want ..... ja jij zet jou auto alles daar neer. Alles wordt gefilmd, alles wordt op camera's verder. Ge bent gewoon een mongool, ntv echt eerlijk waar. Had ik nooit verwacht van jou. Nee niet doen. Nee, niet doen. Nee, het is niet anders. Nee, niet zo denken. Nee. Ja. Ik heb net twee telefoons opgehaald. Eentje voor Snipper (fo) en eentje voor mij nou. Ja. Ja. Goed zo. Joh. Houdoe. (…) Processen-verbaal van bevindingen, p. 030188-030196, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 8 januari 2020 10.42 uur: [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8] lopen de loods in. 10.44 uur: [medeverdachte 7] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8] lopen de loods uit en de poort in. 11.08: [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8] lopen vanuit de poort de loods in en [medeverdachte 4] heeft nu een blauwe overal aan en [medeverdachte 8] een blauw pak met reflecterende strepen. 12.42 uur: [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8] komen de loods uit lopen, [medeverdachte 4] doet de loods op slot en ze gaan de poort door. 13.16 uur: [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8] lopen vanaf de poort de loods in. [medeverdachte 4] opent de deur met de sleutel. 21.41 uur: [auto 9] wordt achteruit voor de roldeur gezet. [medeverdachte 4] staat voor de roldeur. Proces-verbaal van bevindingen (OVC11), p. 110044-110051, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: OVC-gesprek 10 januari 2020 tussen [verdachte] en NNM, later geïdentificeerd als [medeverdachte 4]. 14.23 uur “(…) NNM: Maar ik zit effe te denken, die Ibc's met die rommel die kunnen ook op ntv wijze he (…) NNM: Dat kook ik gewoon op in de ketel [verdachte] : Ja, NNM: En die ketel haal ik gewoon met de heftruck op erover, laat ik gewoon dat warme zout in de ibc lopen [verdachte] : Ja (…) [verdachte] : Ja, daarom zeg ik nou dinsdag krijg ik die gewone normale binnen en dan komt die week erop ofzo of die week erop komen die met die keringen NNM: Ja we, ja, oke maar die normale wel met draaiknop en alles er op he [verdachte] : Ja die, gewoon die je zo in elkaar kunt zetten NNM: Ja en dan moet je normaal ntv ... we moeten niet meer half werk doen. Daarom zei ik ook ntv ... dat moeten we allemaal niet meer doen he. Hij moet ze gewoon helemaal klaar maken. Dan duurt het maar een week langer [verdachte] : Ja is goed NNM: Hij moet ze gewoon kant en klaar ntv [verdachte] : Ik wil altijd heel snel, maar als je zegt meer, liever iets meer tijd NNM: Ja beter iets meer tijd [verdachte] ; Is goed NNM: Want we zitten iedere keer ... kijk we zijn al half, een jaar bezig met iedere keer halve dingen terwijl als wij de eerste keer: toen we ntv nodig hadden meteen ntv .. [verdachte] : Ja NNM: Waren we er nou vanaf geweest [verdachte] : Ja, dan waren we er nou vanaf (…) 14.28 uur NNM: En van de week had ik warme caustic en warme olie, warme eerstevaasolie (fon), ging ik bij elkaar vullen. Ik liet [bijnaam 4] vullen maar ik had niks gezegd [verdachte] : Nee NNM: “Er zit geen druk op de bar, geen druk op de bar”. Ik zeg wat heb ik ooit tegen jullie gezegd. Ja weet ik niet, weet ik niet. Ik zeg ja mochten jullie van mij 2 warme vloeistoffen bij elkaar gooien. Nee, nee dat mocht niet. Ik zeg wat heb je nou gedaan [verdachte] : Haha NNM: Ik zeg moet je eens in de ketel kijken. Zoo hij schrok z'n eigen kapot jonge [verdachte] : Ja? NNM: Was zo'n stuk omhoog gekomen he. [verdachte] : Ja ja NNM: En borrelen jonge die tank stond zo te schudden. [verdachte] : Zo tering, ja echt? NNM: Ja maar ik had maar 1, ik had alleen een 60 liter vaatje er in laten pompen. Als ik er 200 in had gepompt jonge dan had ie een probleem gehad. [verdachte] : Oh tering NNM: Dus ik zeg zie nou daarom vertel ik al die dingen 14.38 uur NNM: Die bakken die jij daar hebt misschien moeten we toch op zout gaan smelten. Dat is niet ideaal maar (…) [verdachte] : (…) Waarom is het niet ideaal? Er is meer zout te koop dan euh zwavel hoor NNM: a daarom. Niemand wil op zwavel (…) [verdachte] : (…) Wij smelten toch ook op zwavel NNM: ja (…)” Processen-verbaal van bevindingen, p. 030198-030201, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 10 januari 2020 18.00 uur: [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8] komen aanlopen. 18.49 uur: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] vertrekken met de [auto 9] V klasse. 20.01 uur: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] komen retour met de [auto 9] . Processen-verbaal van bevindingen, p. 030205-030208, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 11 januari 2020 14.24 uur: [medeverdachte 4] stapt uit als bestuurder van [auto 14] . Gaat loods in, komt er weer uit en haalt zwarte tas uit auto en loopt de loods weer in. 14.56 uur: [medeverdachte 4] haalt 4 kleine doorzichtige jerrycans uit de auto en brengt deze naar de loods. Hij komt de loods uit en legt een big bag in de achterbak van de [auto 14] . Hij vertrekt met de [auto 14] . 15.27 uur: [medeverdachte 4] komt weer terug met de [auto 14] en loopt de loods in. 16.17 uur: [medeverdachte 4] komt weer uit de loods en loop met twee handen vol met kleine jerrycans met inhoud naar de auto. Dit herhaalt hij nog 2 keer. Stopt nog een zwarte tas in de [auto 14] en vertrekt om 16.19 uur. Processen-verbaal van bevindingen, p 030210-030214, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 13 januari 2020 10.29 uur: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] komen met een zwarte Volkswagen [auto 18] aanrijden. [medeverdachte 4] draagt weekendtas. [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] zijn beiden donker gekleed. [medeverdachte 4] loop meteen de poort door. Als ze de poort weer uitlopen naar de loods heeft [medeverdachte 4] nu een blauwe overal aan en [medeverdachte 8] een blauw pak met reflecterende strepen. 11.23 uur: [medeverdachte 4] gaat vanuit de loods de poort weer door. 14.50: [medeverdachte 4] komt de loods uit, pakt drinken en gaat met enkele blikjes de loods in. 20.52 uur: [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] vertrekken met de [auto 18] . Processen-verbaal van bevindingen, p. 030216-030217, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 14 januari 2020 [medeverdachte 7] komt uit de loods en draagt een (volgelaats)gasmasker. Processen-verbaal van bevindingen, p. 030219-030227, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 15 januari 2020 Om 11.33 uur: [medeverdachte 4] loopt de loods in. 12.45 uur: [medeverdachte 7] met een blauw ton en een klein jerrycan, met geelachtige vloeistof vanuit de [auto 2] de loods in. Om 02.45 uur, 16 januari 2020: [medeverdachte 4] vertrekt. Proces-verbaal van bevindingen, p. 030524-030527, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden Edisonstraat te Tiel, 17 januari 2020 : Omstreeks 13.53 uur rijdt de [auto 3] [kenteken 4] , met [verdachte] als bestuurder, over de Kellenseweg ter hoogte van de Edisonstraat te Tiel. Tijdens het rijden steekt [verdachte] zijn linkerarm uit het raam en maakt enkele bewegingen. Direct achter deze [auto 3] rijdt een witte bedrijfswagen, [auto 16] [kenteken 1], welke achterwaarts wordt geparkeerd met de voorzijde in de richting van de Edisonstraat te Tiel. Even later stapt de bestuurder, NNM, uit de [auto 16] . Omstreeks 13.55 uur komt de [auto 3] weer terug vanuit zijn rijrichting. In de [auto 3] zitten op dat moment minimaal twee personen. Processen-verbaal van bevindingen, p. 030232-030240, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Camerabeelden [adres 2] te Apeldoorn, 17 januari 2020: Om 7.13 uur: [medeverdachte 7] vertrekt met de [auto 2] . Om 7.25 uur: [medeverdachte 7] komt met [auto 1] bakwagen [kenteken 1] aanrijden. [medeverdachte 7] gaat de loods in. Om 7.42 uur loopt [medeverdachte 7] met een gele slang naar de [auto 1] bakwagen. [medeverdachte 7] gaat de bakwagen weer uit terwijl de slang i