beschikking RECHTBANK GELDERLAND Team bewind en erfrecht Zittingsplaats Zutphen zaakgegevens 9332208 \ EZ VERZ 21-322 \ MS \ mk uitspraak van 3 maart 2022 eindbeschikking in de zaak van Uw Vereffenaar B.V., vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger vereffenaar] , in haar hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflater] , kantoorhoudende te Nieuw-Lekkerland verzoekende partij procederend in persoon 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de tussenbeschikking van 13 augustus 2021; - de brief van 27 augustus 2021 met bijlagen van verzoeker; - de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling van 15 februari
- 2De verdere beoordeling 2.
- De kantonrechter blijft bij hetgeen zij heeft overwogen en beslist in de tussenbeschikking van 13 augustus
- 2.
- Verzoekster is door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld schriftelijk en tijdens een mondelinge behandeling toe te lichten waarom de ervaringsfactoren die horen bij advocaten en notarissen zijn toegepast op de berekening van het verzochte loon, dan wel de gehanteerde ervaringsfactoren aan te passen in overeenstemming met de Recofa-richtlijnen. Verzoekster heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt in haar brief van 27 augustus 2021 en tijdens de mondelinge behandeling op 15 februari
- 2.
- Verzoekster heeft nader onderbouwd dat de bedrijfsstructuur van Uw Vereffenaar B.V. erop is gericht om gelet op de inhoud en zwaarte van de te verrichten werkzaamheden niet de kantoorgenoot te werk te stellen met de hoogste ervaringsfactor, maar een medewerker die over voldoende ervaring en kennis beschikt om de verantwoordelijkheid van de werkzaamheden te kunnen dragen. Volgens verzoekster dient daar een evenredige en passende beloning tegenover te staan. De keerzijde is volgens verzoekster dat de werkzaamheden in alle gevallen door een kantoorgenoot met de hoogste ervaringsfactor verricht worden, hetgeen tot een verzwaring van de vereffeningkosten leidt. 2.
- De kantonrechter is van oordeel dat de redenering van verzoekster tegenstrijdig is, omdat zij enerzijds aangeeft ‘eenvoudigere’ werkzaamheden door werknemers te laten verrichten zodat niet de hoogste ervaringsfactor van toepassing is, maar vervolgens een hoger tarief vraagt voor die betreffende medewerkers dan waar zij volgens de Recofa-richtlijnen aanspraak op kunnen maken. De Recofa-richtlijnen voorzien immers niet alleen in een regeling van de beloning van de vereffenaar en aan zijn kantoor verbonden advocaten, maar ook in de beloning van de medewerkers die geen advocaat zijn. Dit geldt temeer nu uit artikel 6.4 onder g van de Recofa-richtlijnen volgt dat de vereffenaar de werkzaamheden, met inachtneming van de moeilijkheidsgraad daarvan, zodanig over hemzelf, zijn kantoorgenoten en de medewerkers dient te verdelen, dat de werkzaamheden tegen het laagst mogelijke uurtarief worden verricht. 2.
- Verzoekster stelt bovendien dat voor [vertegenwoordiger vereffenaar] geldt dat zij weliswaar niet academisch geschoold is, maar dat een hogere ervaringsfactor op haar werkzaamheden van toepassing is, omdat zij zich heeft gespecialiseerd in dit vakgebied. De kantonrechter is met verzoekster van oordeel dat de Recofa-richtlijnen een uitgangspunt vormen voor de beoordeling van het loon en dat het onder bijzondere omstandigheden mogelijk is van de Recofa-richtlijnen af te wijken. De ervaring die verzoekster stelt te hebben opgedaan, bevindt zich echter met name op het terrein van WSNP-bewindvoering. Verzoekster onderbouwt niet waaruit haar ervaring en specialisatie op het terrein van de vereffening van een nalatenschap bestaat. 2.
- Voor zover verzoekster van oordeel is dat zij geen beleid kan voeren indien in onderhavige zaak voor [vertegenwoordiger vereffenaar] niet ervaringsfactor 1.1.wordt toegepast, verwijst de kantonrechter naar de Recofa-richtlijnen die aanknopingspunten voor een dergelijk beleid bieden. Dat sommige rechtbanken afwijken van de Recofa-richtlijnen ten gunste van Uw Vereffenaar B.V. betekent niet dat dit het uitgangspunt is. De kantonrechter is van oordeel dat de Recofa-richtlijnen nog steeds tot uitgangspunt behoren te worden genomen. 2.
- Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat op grond van artikel 6.4 lid d van de Recofa-richtlijnen voor [vertegenwoordiger vereffenaar] dient te worden uitgegaan van de ervaringsfactor 0,5 en dat op de werkzaamheden verricht door mr. [naam] een ervaringsfactor van 0,4 van toepassing is. De kantonrechter zal dan ook het mindere toewijzen door het loon van de vereffenaar vast te stellen op een bedrag van € 6.127,92, exclusief btw, te vermeerderen met een bedrag van € 245,12 exclusief btw aan niet-gespecificeerde verschotten en te vermeerderen met een forfaitair bedrag van € 904,00 exclusief btw ten behoeve van de afwikkeling van de nalatenschap. 3De beslissing De kantonrechter, stelt het loon van de vereffenaar voor de periode van 16 april 2020 tot en met 17 juni 2021 vast op een bedrag van € 6.127,92 exclusief btw, te vermeerderen met een bedrag van € 245,12 exclusief btw aan niet-gespecificeerde verschotten en te vermeerderen met een forfaitair bedrag van € 904,00 exclusief btw ten behoeve van de afwikkeling van de nalatenschap. Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. M.J.H. Schuurman en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2022.