RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.020167.22 Datum uitspraak : 3 mei 2022 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [1984] in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , op dit moment gedetineerd in de P.I. Arnhem. Raadsvrouw: mr. N. Tanoglu, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 april
(2020)is gediagnosticeerd met een licht verstandelijke beperking, autismespectrumstoornis en Gilles de la Tourette. Ook is in 2011 bij hem de diagnose pedofilie gesteld, maar dit is in latere diagnostiek niet meer naar voren gekomen. Verdachte heeft een uitgebreid hulpverleningsverleden waarin hij diverse behandelingen heeft doorlopen, zowel klinisch als ambulant. De rode draad daarin is dat verdachte zijn behoefte aan bewondering en waardering lijkt te vinden in het contact met minderjarige jongens. Hij heeft moeite met het maken en onderhouden van voor hem gezonde relaties en vindt geen aansluiting bij leeftijdsgenoten. Daarom is hij geneigd om het contact met minderjarige jongens aan te gaan wat resulteert in problemen waardoor het risico op seksueel grensoverschrijdend gedrag en agressie wordt vergroot. Tijdens het laatste contact met de reclassering in 2020 (in het kader van een adviesopdracht) werd een klinische behandeling nodig geacht, omdat de ambulante interventies niet het gewenste effect hadden. Ondanks de nodige initiatieven lijkt verdachte echter koste wat kost te willen vermijden dat hij voor zijn problematiek in behandeling moet, omdat hij dan de controle en regie over zijn leven kwijt dreigt te raken en er een leegte in zijn leven zal ontstaan. De kans op herhaling wordt door de reclassering dan ook als hoog ingeschat. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, contactverbod met de slachtoffers. Gelet op wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van de feiten is in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank acht dat ook passend. Gelet op de persoon van de verdachte zal de rechtbank het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf beperken tot vier maanden, zodat verdachte zodra er plek is zo spoedig mogelijk vanuit detentie kan worden geplaatst en kan worden behandeld bij FPA [naam] . Daarnaast zal de rechtbank een forse voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden opleggen. De rechtbank wil met die voorwaardelijke straf bereiken dat verdachte voldoende wordt gestimuleerd om mee te werken aan de (klinische) behandeling en hoopt dat deze voorwaardelijke straf als stok achter de deur dient. Aan het voorwaardelijke deel worden de bijzondere voorwaarden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd met een proeftijd van drie jaren. De rechtbank vindt met name die klinische behandeling vanwege de problematiek van verdachte van groot belang. Vanwege dit belang en de omstandigheid dat de kans op herhaling van een misdrijf met schade voor personen groot is, ziet de rechtbank aanleiding om te bevelen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. 8De beoordeling van de civiele vorderingen De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd en een vordering tot schadevergoeding ingediend: [slachtoffer 1] (wettelijk vertegenwoordigd door [aangever 1] ); [slachtoffer 2] (wettelijk vertegenwoordigd door [aangever 2] ), beiden worden bijgestaan door mr. H.O. den Otter. Zij vorderen een bedrag van € 1.000,- aan immateriële schade per persoon, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en zij vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen moet worden verklaard, dan wel dat deze dienen te worden gematigd. Overweging van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is vast komen te staan dat de benadeelden als gevolg van het bewezenverklaarde feit immateriële schade hebben geleden. Door de gedragingen van verdachte is de lichamelijke integriteit van de benadeelden geschonden. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid en rekening houdend met de ernst van het feit zal de rechtbank aan de benadeelde partijen - zoals gevorderd - een bedrag van € 1.000,- per persoon aan immateriële schade toekennen. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 6 december
- Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 247 van het Wetboek van Strafrecht. 10De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 8 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: • stelt als algemene voorwaarde dat veroordeelde zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; • stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde: - zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland op het adres [adres 2] in Arnhem en zich blijft melden zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; - zich zal laten opnemen in FPA [naam] of een soortgelijke instelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start zo spoedig mogelijk en duurt een jaar of zoveel korter als de reclassering/behandelaar dat nodig vindt. Daarbij houdt veroordeelde zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorginstelling hem in het kader van de behandeling geeft. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijk opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing; - ( (indien en voor zover de reclassering dat nodig vindt) zal meewerken aan een ambulante behandeling door een forensische polikliniek, te bepalen door de reclassering. Daarbij houdt veroordeelde zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener hem in het kader van de behandeling geeft; - op geen enkele wijze contact - direct of indirect - heeft of zal zoeken met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zolang de reclassering dat nodig acht; • stelt als overige voorwaarden dat veroordeelde: zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken is daaronder begrepen; - geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan; • beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 1.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 1.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 20 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 1.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 1.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2021 aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 20 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Duifhuizen (voorzitter), mr. D.R. Sonneveldt en mr. H.C. Leemreize, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 mei
- Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022017441, gesloten op 18 februari 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] , p.
- Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 50-
- Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , p.
- Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , p. 110-
- Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 april 2022.