beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/402093 / KG RK 22-234 Beslissing van 9 mei 2022 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] , wonende te Apeldoorn, gemachtigde: mr. G.A.E. Schutte, hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. M. Engelbert-Clarenbeek, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het proces-verbaal van 30 maart 2022 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld; de schriftelijke reactie van de rechter; de wrakingszitting van 25 april
- 1.
- Namens verzoeker is zijn gemachtigde ter zitting verschenen. De rechter is, met voorafgaand bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen. 2Het wrakingsverzoek 2.1 Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 9658276 HA VERZ 22-7 tussen verzoeker en [belanghebbende] , Nationaal Museum. 2.2 Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 25 april 2022, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Ter zitting van 30 maart 2022 heeft de gemachtigde van verzoeker een verzoek om aanhouding ingediend, omdat zij de week ervoor de zaak heeft overgenomen van de vorige gemachtigde van verzoeker en zij op de dag van de zitting nog aanvullende stukken had ontvangen van verzoeker waardoor er onvoldoende tijd is geweest voor een goede voorbereiding. Door dit verzoek af te wijzen kan er geen eerlijk proces volgen. Volgens verzoeker heeft de rechter daarbij ten onrechte geoordeeld dat de situatie met betrekking tot zijn vorige gemachtigde voor risico van verzoeker komt. 2.3 De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken. 3De beoordeling 3.
- Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 3.
- Het al dan niet toewijzen van een verzoek tot aanhouding van de behandeling ter zitting betreft een procedurele beslissing. Procedurele beslissingen, die verzoeker onwelgevallig zijn, kunnen als zodanig in beginsel dan ook geen grond voor wraking vormen. De wrakingskamer kan geen oordeel geven over de juistheid van een procedurele beslissing. De juistheid van een procedurele beslissing kan alleen worden beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) is aangewend. Dit is anders als de beslissing zo zeer onbegrijpelijk is, dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het objectief gerechtvaardigde oordeel dat de vrees bestaat dat de rechter partijdig is of jegens verzoekster een vooringenomenheid koestert. De wrakingskamer komt tot het oordeel dat daarvan hier geen sprake is en overweegt daartoe het volgende. 3.
- De motivering van de beslissing van de rechter geeft blijk van een belangenafweging. De rechter heeft duidelijk een afweging gemaakt tussen enerzijds het belang van verzoeker en anderzijds het belang van voortgang van de zaak en het belang van de wederpartij. De wrakingskamer betrekt hierbij nog dat de rechter het uitstelverzoek niet op voorhand heeft afgewezen, maar heeft voorgesteld om met de behandeling van de zaak aan te vangen en – in geval gedurende de behandeling zou blijken dat het (alsnog) nodig zou zijn om de zaak aan te houden – daartoe zou (kunnen) worden besloten. Dat de belangenafweging in het nadeel van verzoeker is uitgevallen en dat de rechter dit onder meer heeft gemotiveerd door te stellen dat de situatie met betrekking tot zijn vorige gemachtigde voor rekening van verzoeker komt, is geen reden om de schijn van partijdigheid aan te nemen. 3.
- Het voorgaande leidt ertoe dat het wrakingsverzoek zal worden afgewezen. 4De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot wraking af. Deze beslissing is gegeven door de mrs. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, J.A. van Schagen en R.M.H. Pennings in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 9 mei
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.