vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/392748 / HA ZA 21-447 /115 Vonnis van 27 juli 2022 in de zaak van 1. de rechtspersoon naar het recht van het land en de plaats van haar vestiging [eiseres 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. de rechtspersoon naar het recht van het land en de plaats van haar vestiging [eiseres 2] , gevestigd te [vestigingsplaats] , 3. de rechtspersoon naar het recht van het land en de plaats van haar vestiging [eiseres 3] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat mr. J.J. van de Velde te Rotterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 1] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 2] , 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 3] ., 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 4] , 5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 5] , alle gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie, advocaat mr. H.W. ten Katen te Rotterdam. Eiseressen zullen hierna ook gezamenlijk worden aangeduid als [eiseressen] en afzonderlijk als [eiseres 1] , [eiseres 2] en [eiseres 3] . Gedaagden zullen ook gezamenlijk [gedaagden] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 6 april 2022 het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 8 april 2022 en daarin genoemde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op [datum] heeft er een aanvaring plaatsgevonden tussen de [eiseressen] , een motorpassagiersschip, en de [gedaagden] , een motorvrachtschip, meer specifiek een roll on – roll off (roro) schip geschikt voor vervoer van rollend materiaal (voertuigen). 2.2. De [eiseressen] was op dat moment eigendom van een Zwitserse bank. [eiseres 1] is de rompbevrachter, [naam rompbevrachter] exploiteert de [eiseressen] , [eiseres 2] verzorgde het nautische management en [eiseressen] [eiseres 3] tot slot verzorgde de hotel- en restaurantdiensten aan boord. 2.3. Gedaagden zijn de geregistreerde eigenaren van de [gedaagden] . 2.4. De [eiseressen] was op [datum] op weg van [plaats] naar [plaats] . Om 03:30 uur meldde de [eiseressen] zich bij de verkeerspost in [plaats] : Schönemorgen, kabinenschiff [eiseressen] , ich bin zum Tal am Sprokkelenburg. Het antwoord van de verkeerspost luidde: [eiseressen] , Sector [plaats] , das ist verstanden. Insgesamt fünf gegen mit die ersten auf 500 meter under die Eisenbahnbrücke am rechtes Ufer, over. 2.5. De [eiseressen] heeft het eerste schip, de Maintal gepasseerd om 03:37, stuurboord op stuurboord. 2.6. In het proces-verbaal van de politie van 26 juni 2019, staat, voor zover relevant, het volgende: Op de plaats van aanvaring loopt de rivier de Waal in een scherpe bocht naar rechts/stuurboord naar beneden. De rechter oever aan de binnenbocht is voorzien van rode kribbakens en rode tonnen, die de oever markeren en de veilige vaarweg aangeven voor de scheepvaart. Het is toegestaan en gebruikelijk dat, om minder last van de tegenstroming te hebben, de scheepvaart langs deze oever, de verkeerde oever/wal, in de opvaart vaart. (…) Vaartuigen die stroomafwaarts varen richting [plaats] hebben bovenstrooms last van de verlichting afkomstig van de stad [plaats] . Het is vaak lastig om de navigatielichten en de lichtseinen van de overige scheepvaart te ontdekken tussen de verlichting afkomstig van de stad. Om toch de overige scheepvaart te bemerken kan en soms moet de schipper gebruik maken van overige hulpmiddelen, zoals het RADAR, Tresco digitale navigatiekaart en de marifoons. Wanneer een schipper twijfelt over een situatie, dient deze alle hulpmiddelen te gebruiken om een aanvaring te voorkomen. (…) Gebruik Seinen: Onderzoek verricht door de VOA toont in het onderzoeksrapport onder 4.1.1. aan dat het opvarende motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” het sein voerde voor het varen aan de verkeerde wal/oever. Tevens wordt het gebruik van het sein voor varen aan de verkeerde wal/oever bevestigd door de getuige/schipper van het motorvrachtschip de “ [naam schip] ”, dat achter het motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” voer. Toedracht aanvaring: (…) Na de ontmoeting en het passeren van het eerste opvarende vaartuig veranderde het passagierschip de “ [eiseressen] ” sterk zijn koers naar stuurboord zonder zijn snelheid te veranderen. Het passagiersschip de “ [eiseressen] ” voer terug van het midden naar de rechter oever. De schipper van het passagiersschip de “ [eiseressen] ” verklaarde dat hij het motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” aan de linker oever zag varen zonder blauw bord met wit knipperend licht. (…) Dit was voor de schipper van het passagiersschip de “ [eiseressen] ” de aanleiding geweest om koerswijziging door te voeren naar de rechter oever. Het motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” stuurde ook naar de rechter oever. Beide vaartuigen wijzigden hierna niet meer van koers en snelheid. Omstreeks 03:39 kwamen beide schepen met elkaar in aanvaring. (…) Koerswijziging van het passagiersschip de “ [eiseressen] ”: (…) Gezien de getoonde positie van het motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” (…) was er voor de schipper van het passagiersschip de “ [eiseressen] ” geen noodzaak tot koerswijzing naar de rechter oever. De koerswijziging naar de rechter oever uitgevoerd door de schipper van het passagiersschip de “ [eiseressen] ” heeft geleid tot de aanvaring. (…) Ontmoeten van het passagiersschip de “ [eiseressen] ”: (…) Het opvarende motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” had bij het ontmoeten van het passagiersschip de “ [eiseressen] ” een geschikte weg vrij gelaten aan zijn stuurboord zijde. Het opvarende motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” had ter communicatie hiervan ruim op tijd zijn blauwe bord met wit knipperend licht, het sein voor het varen aan de verkeerde wal/oever, bijstaan en voer aan de rechter oever, links van het midden van de vaarweg. Het afvarende passagiersschip de “ [eiseressen] “ had niet de weg gevolgd die door het opvarende vaartuig overeenkomstig bovenstaande bepalingen [6.04 lid 5 en 6.05 RPR, toevoeging rechtbank] werd aangewezen. 2.7. Bij de stukken zit een proces-verbaal van politie van het bekijken van de radarbeelden en het uitluisteren van de geluidsopnamen van de marifoonkanalen. In dat proces-verbaal staat: Omstreeks 03:38:15 uur (…) Het motorvrachtschip / RORO de “ [gedaagden] ” zat op dit moment onder de spoorbrug van [plaats] en zijn radar echo was, door de radar echo’s afkomstig van de brug, minder goed zichtbaar voor de overige scheepvaart op radar. Het motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” was wel zichtbaar buiten voor het oog, aan de hand van de ontstoken boordlichten en/of het knipperende witte licht voor het varen aan de verkeerde wal. Daarnaast kan door elke schipper met behulp van de marifoon onderling gecommuniceerd worden, wanneer men een verkeerssituatie verduidelijkt wilt hebben. Omstreeks 03:38:30 uur zag ik, zie fotoblad 3, het motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” met een snelheid van 11,1 km/h in het midden van het vaarwater ter hoogte van kilometerraai 884,5 in de opvaart op de Waal varen en het passagiersschip de “ [eiseressen] ” met een snelheid van 17,4 hm/h aan de linker oever tegen de middenas van het vaarwater ter hoogte van kilometerraai 884,9 in de afvaart op de Waal varen. (…) Op de radarbeelden van fotoblad 3 en fotoblad 4 is zichtbaar dat de positie van het motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” in de rivier zodanig kan zijn geweest dat, gezien zijn koers, zijn blauwe bord met wit knipperend licht gedeeltelijk kan zijn afgedekt door de hoge lading en dat dit mogelijk tijdelijk niet zichtbaar is geweest voor afvarende schepen. Tevens is het, gezien de hoogte van het stuurhuis van het motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” mogelijk dat deze hoogte lager is geweest voor het passeren van de brug. Dit laatste versterkt de slechte zichtbaarheid van het blauwe bord met wit knipperend licht. (…) Tevens is op fotoblad 4 zichtbaar dat het motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” een geschikte weg vrijlaat aan zijn stuurboord zijde voor het passagiersschip de “ [eiseressen] ”. Ik zag op de radarbeelden, zie fotoblad 3, fotoblad 4 en fotoblad 5, dat het passagiersschip de “ [eiseressen] ” vanaf 03:38:30 tot ongeveer 03:39:30 uur plotseling sterk zijn koers wijzigde naar stuurboord. Naar de rechter oever. (…) Op het radarbeeld van fotoblad 4 is zichtbaar dat de onderlinge afstand tussen het passagiersschip de “ [eiseressen] ” en het motorvrachtschip/RORO de “ [gedaagden] ” ongeveer 400 meter bedraagt wanner het passagiersschip de “ [eiseressen] ” plotseling sterk koers wijzigt naar stuurboord. (…) het uitvoeren van een koerswijziging zoals die gemaakt door het passagiersschip de “ [eiseressen] ” op deze onderlinge afstand met de gemeten snelheden, zonder te communiceren met de overige scheepvaart met behulp van de marifoon, leidt onherroepelijk tot een aanvaring. (…) De schipper van het passagiersschip “ [eiseressen] ” had de, tot hem ten dienst staande, hulpmiddelen moeten gebruiken om duidelijk te verschaffen over de verkeerssituatie en zijn koerswijziging aan te geven .. Uit niets bleek dat de schipper van het passagiersschip “ [eiseressen] ” de waarschuwingen, gegeven de borden, bijzonder oplettend te zijn, opvolgde. 2.8. De stuurboordvoortstuwingsinstallatie en de generatoren van de [eiseressen] vielen na de aanvaring uit en er brak brand uit in de voorste machinekamer aan bakboord. De schepen bleven aan elkaar vastzitten waardoor de [eiseressen] 180 graden draaide. Daarop liet de [eiseressen] haar boegankers vallen en kwam tot stilstand tegen één van de brugpijlers van de spoorbrug bij [plaats] . 3Het geschil in conventie 3.1. Eiseressen vorderen primair dat gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding ad € 1.032.353,14 en subsidiair om een schadeverdeling vast te stellen tussen eiseressen en gedaagden, primair en subsidiair te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de aanvaring. Eiseressen vorderen ook een veroordeling van gedaagden in de kosten. in reconventie 3.2. Gedaagden vorderen: 1. Een verklaring voor recht dat eiseressen in conventie aansprakelijk zijn voor de aanvaring en de schade als gevolg daarvan 2. Hoofdelijke veroordeling van eiseressen tot betaling van € 119.914,16 aan schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van de aanvaring en de buitengerechtelijke incassokosten 3. Een hoofdelijke veroordeling van eiseressen in de kosten. 4De beoordeling in conventie en in reconventie de bevoegdheid 4.1. De rechtbank is bevoegd kennis te nemen van dit geschil op grond van artikel artikelen 34 lid II sub c juncto artikel 35 van de Herziene Rijnvaartakte. toepasselijk recht 4.2. Nederlands recht is van toepassing op dit geschil op grond van artikel 4 lid 1 Rome II-Vo nu de schade is ontstaan in Nederland. Het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) is onderdeel van het Nederlandse recht en daarom ook van toepassing. de feiten in geschil: de mededeling van post [plaats] 4.3. Het eerste punt waar partijen over twisten, is hoe de mededeling van de verkeerspost [plaats] moet worden opgevat. Eiseressen stellen dat het door de [eiseressen] is opgevat als: vijf schepen in de opvaart, waarvan de eerste aan de rechteroever. Gedaagden menen dat bedoeld en begrepen is: vijf schepen in de opvaart, waarvan de eerste over 500 meter, allen aan de rechteroever. 4.4. De schipper van de [eiseressen] ten tijde van de aanvaring, [naam schipper] , heeft een schriftelijke verklaring afgelegd. Hierin staat, voor zover relevant: Shortly before 03.30 hours we approached [plaats] . In accordance with regulations I reported our ship to vessel traffic center [plaats] when we were off Sprokkelenburg ( [plaats] ). Traffic center [plaats] confirmed and told me that we would have to pass upriver traffic starboard to starboard, therefore using our blue sign in combination with a white blinker light. Bij de politie heeft de schipper van de [eiseressen] het volgende verklaard: V: Wat is er precies gebeurd? A: Ik ben begonnen vanaf [plaats] richting [plaats] . Ik heb mij bij de post [plaats] gemeld wat mijn positie was. Ik gaf aan dat ik in de afvaart was ter hoogte van de Brokkelenburg te [plaats] . Ik had met de post [plaats] afgesproken om alle schepen stuurboord-stuurboord te passeren. Hieruit maakt de rechtbank op dat de schipper van de [eiseressen] de mededeling van de verkeerspost [plaats] heeft opgevat als: schepen in de opvaart, alle schepen stuurboord op stuurboord passeren. Eiseressen hebben hun stelling dat de [eiseressen] de mededeling anders heeft begrepen gelet op de inhoud van de verklaringen van de schipper onvoldoende onderbouwd. Gelet daarop komt de rechtbank aan bewijslevering op dit punt niet toe. de feiten in geschil: het voeren van het blauwe bord door de [gedaagden] 4.5. Eiseressen stellen dat als de [gedaagden] al het blauwe bord en het wit knipperend licht voer, dit voor de [eiseressen] niet zichtbaar was. Gedaagden betwisten dit. Bij de politie heeft de schipper van de [naam schip] het volgende verklaard: Ik was op gegeven datum, omstreeks 03:30 uur, in de opvaart aan de rechter oever. Ik was het derde vaartuig in een reeks van vier vaartuigen in de opvaart ter hoogte van [plaats] . Ik was net op en voorbij gelopen door het roro binnenvaartschip de “ [gedaagden] ” en zag dat hij al geruime tijd zijn witte knipperlicht aan had staan. (…) De verkeerspost [plaats] informeerde de schipper van de “ [eiseressen] ” dat er alleen opvaart voor hem was aan de rechter oever, verkeerde wal, met knipperend licht. Hieruit, en uit de processen-verbaal hiervoor onder 2.6 en 2.7 geciteerd, leidt de rechtbank af dat de [gedaagden] ten tijde van de aanvaring wel degelijk het blauwe bord en het wit knipperend licht voer. Dit wordt ook nog eens bevestigd in een ander proces-verbaal van politie waar op pagina 17 van 18 staat: Uit de data van het Periskal elektronisch kaartsysteem van de [gedaagden] blijkt dat de [gedaagden] opvarend in de bocht van [plaats] steeds het blauwe bord getoond heeft ten teken dat zij de afvarende scheepvaart stuurboord op stuurboord wil passeren 4.6. Het is echter goed mogelijk dat de schipper van de [eiseressen] dit niet met het blote oog gezien heeft; uit het proces-verbaal van politie, zoals hiervoor onder 2.6 geciteerd, blijkt, hebben vaartuigen die stroomafwaarts varen richting [plaats] bovenstrooms last van de verlichting afkomstig van de stad [plaats] . Het is vaak lastig om de navigatielichten en de lichtseinen van de overige scheepvaart te ontdekken tussen de verlichting afkomstig van de stad. Ook de verbalisant die de radarbeelden heeft bekeken, zie hiervoor het citaat onder 2.7, geeft aan dat het blauwe bord en wit knipperend licht van de [gedaagden] mogelijk vlak voor de aanvaring niet goed zichtbaar waren op de radar in verband met de radar echo’s afkomstig van de brug. Ook de zichtbaarheid met het blote oog kan volgens de verbalisant tijdelijk minder zijn geweest door de positie van de [gedaagden] , de hoge lading en de tijdelijke verlaging van het stuurhuis. De politie verklaart verder dat het dan nodig is om gebruik te maken van de aanwezige hulpmiddelen. De rechtbank sluit zich daarbij aan en acht hetgeen partijen hebben aangevoerd over de hoogte van de stuurhut in de invloed daarvan op de visuele zichtbaarheid van het blauwe bord met wit knipperend licht om die reden niet verder van belang. Daar komt bij dat het blauwe bord van de [gedaagden] onbetwist zichtbaar moet zijn geweest voor de [eiseressen] op de Trescobeelden, zodat niet kan worden gezegd dat de [gedaagden] onjuist gebruik heeft gemaakt van haar blauwe bord. de feiten in geschil: de roerpropeller 4.7. Gedaagden hebben hun standpunt dat de [eiseressen] in het geheel niet mocht varen omdat zij maar beschikte over één werkende roerpropeller, laten varen. Dat punt behoeft daarom geen bespreking meer. het RPR en de oorzaak van de aanvaring 4.8. In het RPR staan, voor zover relevant, de volgende bepalingen: Artikel 1.04 Algemene plicht tot waakzaamheid De schipper moet, ook bij ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in dit reglement, alle voorzorgsmaatregelen nemen die door de algemene plicht tot waakzaamheid en door goede zeemanschap worden gevorderd, teneinde met name te voorkomen dat: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.