← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2022:455

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 8447688 \ CV EXPL 20-3609 \ 43576 \ 40141 uitspraak van vonnis in de zaak van mr. Rutger Jan graaf Schimmelpenninck en mr. Bernardus Franciscus Maria Knüppe in hun hoedanigheid van curator van de naamloze vennootschap DSB Bank N.V. in faillissement, h.o.d.n. Finqus gevestigd te Wognum eisende partij gemachtigde Incassobureau Fiditon B.V. tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] beiden wonende te [woonplaats] gedaagde partijen procederend in persoon Eisende partij wordt hierna DSB genoemd en gedaagden [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 20 oktober 2021 en de daarin genoemde processtukken; - de akte uitlating houdende akte vermindering van eis van de zijde van DSB met producties. 1.
  2. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben, ondanks dat ze daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, geen akte genomen. 2De verdere beoordeling van het geschil 2.
  3. De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 20 oktober
  4. In dat tussenvonnis is DSB in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de opbouw van haar vordering en de datum van opeising van het krediet. 2.
  5. DSB herhaalt haar stelling dat het krediet per 1 december 2009 (vervroegd) is opgeëist. De kantonrechter zal daarom van deze datum uitgaan. Uit het door DSB overgelegde betalingsoverzicht blijkt dat de vordering van DSB op [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op dat moment € 19.328,54 bedroeg. Dit bedrag bestond uit de kredietsom en kredietvergoeding. 2.
  6. Vanaf 1 december 2009 is wettelijke (consumenten)rente aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in rekening gebracht over het bedrag van € 19.328,
  7. Per 1 september 2016 bedroeg de totale vordering van DSB op [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , rekening houdend met gedane betalingen, € 12.934,
  8. Dat bedrag, dat door DSB na vermindering van eis is gevorderd, zal aan hoofdsom worden toegewezen. 2.
  9. Vanaf 1 oktober 2009 heeft DSB, na vermindering van eis, een bedrag van € 909,32 aan wettelijke (consumenten)rente gevorderd tot de datum van de dagvaarding. Ook dit bedrag is onderbouwd door middel van een renteberekening en zal worden toegewezen, net als de rente vanaf de datum van dagvaarding. 2.
  10. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom hoofdelijk de proceskosten dragen. Het toe te wijzen salaris gemachtigde wordt gematigd. Er wordt rekening gehouden met het tarief dat past bij het toegewezen bedrag. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  11. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een betaalt ook de ander is bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan DSB te betalen een bedrag van € 13.843,61, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 12.934,29 vanaf 26 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; 3.
  12. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een betaalt ook de ander is bevrijd, in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van DSB vastgesteld op € 109,29 aan dagvaardingskosten, € 996,00 aan griffierecht en € 932,50 aan salaris voor de gemachtigde; 3.
  13. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  14. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.M. Schoo en in het openbaar uitgesproken op

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.