← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2022:5713

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/390833 / HA ZA 21-364/ 1291 / 167 / 1571 / 876 Vonnis van 5 oktober 2022 in de zaak van 1. de vennootschap naar buitenlands recht ROCKWOOL INTERNATIONAL A/S, gevestigd te Kopenhagen, Denemarken, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ROCKWOOL B.V., gevestigd te Roermond, eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat mr. H.H.T. Beukers en mr. J.E. van Nuland te Eindhoven, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KINGSPAN HOLDING NETHERLANDS B.V., gevestigd te Dodewaard, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KINGSPAN B.V., gevestigd te Dodewaard, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KINGSPAN INSULATION B.V., gevestigd te Dodewaard, gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie, advocaat mr. T.Y. Adam-van Straaten en mr. L. Varela te Rotterdam. Eiseressen zullen hierna gezamenlijk Rockwool worden genoemd, dan wel afzonderlijk Rockwool International en Rockwool B.V. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk Kingspan worden genoemd, dan wel afzonderlijk Kingspan Holding, Kingspan B.V. en Kingspan Insulation. Het geschil Rockwool en Kingspan zijn wereldwijd marktleiders op het gebied van isolatieproducten. Na de desastreuze brand in de Grenfell Tower in Londen in 2017 speelt internationaal de vraag of en zo ja, hoe dergelijke grote gevelbranden zijn te voorkomen en, in het verlengde daarvan, de vraag naar de brandveiligheid van isolatieproducten en de verschillen daarin tussen steenwol en kunststof isolatieproducten. Aan de rechtbank ligt de vraag voor of mededelingen van Kingspan dan wel Rockwool over de brandveiligheid van hun eigen isolatieproducten te kwalificeren zijn als misleidende reclame (artikel 6:194 BW), dan wel of Kingspan en/of Rockwool zich met de uitlatingen over de producten van de ander schuldig maakt/maken aan ongeoorloofde vergelijkende reclame (artikel 6:194a BW), dan wel of de betreffende mededelingen anderszins onrechtmatig zijn. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 3 november 2021 de van de zijde van Rockwool overgelegde producties 50 tot en met 71 de van de zijde van Kingspan overgelegde producties 37 tot en met 42 het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 5 april 2022, inclusief het daaraan gehechte verzoek van Kingspan tot herstel en aanvulling van het proces-verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. De Rockwool Group is wereldwijd marktleider op het gebied van steenwoloplossingen. Rockwool International is de topholding van Rockwool Group en ontwikkelt, produceert en verkoopt steenwolproducten voor de internationale markt. Rockwool B.V. is de Nederlandse dochtervennootschap van Rockwool International en houdt zich bezig met de productie en de verkoop van steenwolproducten in de Benelux. 2.2. De Kingspan Groep is één van de marktleiders op het gebied van (kunststof)isolatie. Van de gedagvaarde Kingspan entiteiten vermeldt het handelsregister het volgende: - Kingspan Holding Netherlands B.V. is een financiële holding met als enig aandeelhouder Kingspan Holdings (Overseas) Limited. - Kingspan Insulation B.V. heeft als enig aandeelhouder en bestuurder Kingspan Holding Netherlands B.V. en houdt zich bezig met de volgende activiteiten: “Vervaardiging van platen, folie, buizen en profielen van kunststof Het fabriceren, distribueren en verkopen van isolatiemateriaal.” - Kingspan B.V. heeft als enig aandeelhouder Kingspan Property B.V. en houdt zich bezig met de volgende activiteiten: “Groothandel gespecialiseerd in overige bouwmaterialen Groothandel, im- en export isolatiematerialen, dak-gevelbekleding, sandwichpanelen etc”. Verder is nog relevant dat Kingspan Unidek B.V. als enig aandeelhouder Kingspan Holding Netherlands B.V. heeft en zich bezig houdt met de vervaardiging van en handel in kunststofproducten voor de bouw met als enig aandeelhouder Kingspan Holding Netherlands B.V. 2.3. In de Europese Unie geldt een classificatiesysteem ter aanduiding van de brandbaarheid van producten, voor Nederland is dit vastgelegd in de NEN-EN 13501-1. De brandbaarheid van producten wordt via dit systeem ingedeeld in zeven Euroklassen, lopend van A1 (onbrandbaar), A2, B, C, D, tot E (zeer brandbaar) en uiteindelijk tot F (niet geteste materialen, die als uiterst brandbaar worden beschouwd). Bij de bepaling van de indeling van een product wordt alleen gebruik gemaakt van een (kleinschalige) test van het individuele product. Het testen van het product in een constructie (zoals bij een grootschalige gevelsysteemtest) hoort daar niet bij. 2.4. Rockwool produceert en verkoopt (onder meer) steenwol isolatieproducten met een Euroklasse A1 certificering. Kingspan produceert en verkoopt kunststof isolatieproducten met Euroklasse B of lager. 2.5. Op 14 juni 2017 heeft er een grote brand gewoed in de Grenfell Tower in Londen, een woontoren met 24 verdiepingen. De brand ontstond in een keuken op één van de benedenverdiepingen, sloeg door naar de gevel en verspreidde zich snel, waardoor er veel slachtoffers zijn gevallen. Het gebruikte gevelsysteem bestond uit een Euroklasse E gevelpaneel met een kunststof kern en voorzien van kunststof isolatiemateriaal, voor 95% afkomstig van producent Celotex en voor 5% afkomstig van Kingspan. 2.6. Na de brand heeft de Britse regering een onderzoekscommissie ingesteld, de Grenfell Tower Inquiry (hierna: GTI), om de oorza(a)k(

  1. en)van de brand te achterhalen en in kaart te brengen welke maatregelen nodig zijn om een dergelijke brand in de toekomst te voorkomen. In het kader van de GTI is onder meer informatie opgevraagd bij Kingspan en zijn enkele (oud-)medewerkers van Kingspan door de onderzoekscommissie gehoord. 2.7. Voorafgaand aan de eerste fase van de GTI heeft de Britse regering een verbod ingesteld voor toepassing van kunststof isolatieproducten bij hoogbouw, inhoudende dat alleen nog Euroklasse A1 en A2-s1d0 isolatieproducten zijn toegestaan in gevelconstructies van bepaalde categorieën gebouwen met een minimale hoogte van 18 meter. 2.8. Op 30 oktober 2019 is het Phase 1 Report van de GTI uitgekomen. Onder ‘3. Conclusions’ staat, voor zover hier van belang: “23.52. In the light of the video evidence itself and the expert evidence summarised above, none of which was challenged, I am satisfied that, although many different factors played a part, the principal reason why the flames spread so rapidly up the building was the presence of the ACM panels with polyethylene cores, which had high calorific value, melted and acted as a source of fuel for the growing fire. I also think it more likely than not that the presence of PIR and phenolic foam insulation boards behind the ACM panels (…) contributed to the rate and extent of vertical flame spread, but it is not possible at this stage to quantify the extent of their respective contributions. Further investigation which is to be the subject of evidence in Phase 2 may enable me to come to a more definite conclusion about those matters in due course. I should like to be able to do so, because I think it would be in the public interest to obtain a better understanding of how these materials behave in conjunction with each other when exposed to fire. Further work also needs to be done on the extent to which exposed edges of the ACM panels and insulation boards may have contributed to the spread of flame.” Het onderzoek van de GTI is nog niet afgerond. 2.9. De aandacht voor brandveiligheid van gebouwen heeft een discussie op gang gebracht over de wijze waarop bouwmaterialen op brandgedrag (de snelheid waarmee en de mate waarin een brand zich bij het bouwmateriaal en de constructie verspreidt) en brandwerendheid (de snelheid waarmee en de mate waarin een brand door een systeem of constructie dringt) moeten worden getest. De vraag is dan of kleinschalig testen (dat wil zeggen het testen van het individuele product) voldoende is om een oordeel te krijgen over de brandveiligheid van een gebouw of dat daarvoor grootschalige gevelsysteemtests nodig zijn. 2.10. In Nederland geldt geen verplichting tot het afnemen van een grootschalige test voorafgaand aan het bouwen van een hoogbouw gevelconstructie en worden verschillende kleinschalige testen gebruikt, zoals de Single Burning Item test. Een bekende grootschalige test (onder meer toegepast in het Verenigd Koninkrijk) is de BS 8414. Bij deze test wordt het volledige gevelsysteem getest met gebruikmaking van een testwand van 8 à 9 meter hoog. Gedurende 30 minuten wordt het gevelsysteem vanaf de onderkant blootgesteld aan vuur. Bij deze test wordt de temperatuur in het systeem gemeten. Deze temperatuur mag gedurende de 30 minuten een bepaalde grens niet overschrijden. Een reden om de test voortijdig stop te zetten doet zich voor als de vlammen boven de testopstelling uitkomen. In dat geval geldt de test als gefaald. 2.11. De Britse overheid heeft na de Grenfell Tower brand aan BRE Global Ltd. (hierna: BRE) de opdracht gegeven tot het uitvoeren van een aantal BS 8414 tests (de hierna onder 2.15 genoemde DCLG tests), bestaande uit een zestal verschillende combinaties van gevelsystemen. Van de testopstelling met kunststof isolatiemateriaal (100mm-thick rigid polyisocyanurate (PIR) foam insulation boards), gecombineerd met 4 mm dikke ACM gevelbekleding heeft BRE op 27 juli en 3 augustus 2017 een rapport uitgebracht, waarin staat dat de test na 8:45 minuten is beëindigd omdat de vlammen een aantal meters boven de testopstelling uitkwamen. Van de testopstelling met steenwol isolatiemateriaal (180mm-thick stone wool dual density insulation board) gecombineerd met 4 mm dikke ACM gevelbekleding heeft BRE op 3 augustus 2017 een rapport uitgebracht waarin staat dat de test na 7:09 minuten is beëindigd omdat de vlammen een meter boven de testopstelling uitkwamen. 2.12. Daarnaast is een commissie van het Britse parlement een onderzoek gestart naar de Engelse bouwregelgeving. In het kader van dat onderzoek is Kingspan gevraagd om een toelichting. In de brief van 6 juli 2018 heeft Kingspan mr. [voorzitter onderzoekscommissie] , de voorzitter van die commissie, een toelichting gegeven. In deze brief (hierna verder aangeduid als de [voorzitter onderzoekscommissie] brief) staat, voor zover hier van belang: “Combustibility” Classifications (…) Furthermore, just because a material can burn, does not mean that it will burn in any given circumstances. Product classifications say nothing about how one material will perform when combined with another in a system. For example, systems comprising “non-combustible” / “limited-combustibility’ insulation and/or cladding materials have failed to meet BR 135 criteria (i.e. fail BS 8414). Similarly, systems comprising “non-combustible” / “limited-combustibility” insulation materials have been involved in some major fires around the world. Systems incorporating “combustible” thermoset insulation materials can pass BS 8414 because, despite not meeting the requirements to be classified as ‘non-combustible” or “limited-combustibility”, thermoset insulation materials are also mostly “non-flammable”. They have been designed to char when exposed to fire/ heat and self-extinguish when that fire/ heat is removed. Therefore, relying on simplistic classification of individual products is not sufficient. Given that passing BS 8414/ BR 135 requires better performance than requiring insulation and cladding materials to be “non-combustible” or “limited-combustibility there can be no case to ban combustibles if systems in which they are incorporated can pass BS 8414 / BR 135. If Government is insistent on banning all but “non-combustible” or “limited-combustibility” materials then the systems that are used in future should still be subject to BS 8414 testing and classification according to BR 135. (…) Failed Al / A2 Large Scale Fire Tests Kingspan has evidence of three failed large scale fire tests where the cladding system was made up of Al and A2 products. The tests are detailed below and supporting documentation is enclosed. Test One This is a failed test which was conducted at BRE on 27th October 2016. This system was comprised of Alucopanel solid core A2 ACM along with Fujairah Rockwool foil faced mineral fibre / stone wool insulation, rated as Al. The system failed on flame height which can be seen on a high resolution video which has been sent to the Committee in the post. We understand that no test report was produced for this test. (…) The system tested in this test is not typical in UK construction as the insulation is foil faced. However, it is rated as Al and so would be allowed under the Government’s proposals. Test Two This is a failed test conducted in Australia on 6th March 2018. The system was comprised of an Alpolic solid core A2 panel in combination with Rockwool mineral fibre / stone wool. The test used was AS51I3 which is identical to the method used for BS 8414, but with different pass/fail criteria. Nonetheless, if the BR 135 fail criteria which are used in BS 8414 tests are applied to the AS5113 data, the system fails. A copy of the report is enclosed. (…) The Australian test is also not typical of construction in the UK because the insulation is within the steel wall framework and sheathed in a steel sheet to protect it from the fire. (…) In any case, it provides for a system that should be “safer” than naked stone wool, because steel is entirely non-combustible, whereas stone wool contains 3-5% by weight of an organic combustible binder. The other notable difference with this test is that, contrary to guidance in Approved Document B, the system does not include cavity barriers. This evidences that poor installation of cladding systems containing non-combustible / limited combustibility products may cause them to fail BS 8414 (…). Test Three This is a test which was carried out at Exova in Dubai on July 2nd 2018. The test was commissioned by Kingspan. The system was comprised of Rockwool DuoSlab (which is rated Al) and Vitracore G2 (which is rated A2). The construction of the test rig was a replica of the Ministry of Housing, Communities and Local Government tests conducted immediately after the tragedy at Grenfell Tower. The test failed on the basis of thermocouple data which is detailed in the enclosed preliminary report from Exova. (…) Despite failing this BS 8414 test, the products used in this system are Al and A2 and would therefore be automatically permitted under current Building Regulations and the Government’s proposals on banning the use of combustible cladding. (…)”. 2.13. Vanuit de Secretary of State for Housing, Communities and Local Government is bij brief van 13 september 2018 het volgende, voor zover hier van belang, aan de heer [voorzitter onderzoekscommissie] medegedeeld: “The Government has today concluded fire safety tests of the Vitracore G2 cladding product. Our testing has demonstrated that the product being sold on the market differs from the one tested for classification. The results show the samples tested contain more combustible adhesive than is specified in the original classification report. Although this, on its own, does not confirm that the product would not meet the A2 classification, it is clear that the samples do not match the specification, as set out in the original A2 classification report. Therefore it may not achieve the fire safety standard it has been classified to. (…)” 2.14. Als gevolg hiervan is het Vitracore G2 product tijdelijk van de markt gehaald. In oktober 2019 is Vitracore G2 weer op de markt gekomen met een A2 certificering. 2.15. In een brief van 19 januari 2021 heeft Kingspan Insulation UK aan de heer [voorzitter onderzoekscommissie] , het volgende, voor zover hier van belang, geschreven: “1. CORRECTION OF MISUNDERSTANDING DURING ORAL EVIDENCE PROVIDED TO THE GRENFELL TOWER PUBLIC INQUIRY (…) 1.2 This misunderstanding led to Counsel to the lnquiry suggesting to Mr [medewerker Kingspan 2] that Kingspan “engaged in a wholesale attempt to mislead” you and the Select Committee and “a deliberate attempt to deceive Mr [voorzitter onderzoekscommissie] and the select committee”. This allegation was based on an assertion that Kingspan had submitted a test report on 6 July 2018 to you and the Select Committee of a system which had been “designed to fail” and that Kingspan failed to inform the Select Committee of this fact. This is not accurate. We explain the misunderstanding and set out the true position in more detail below. 2RELEVANT BACKGROUND (…) (
  2. a)The “May 2018 Test” took place on 22 May 2018 at Exova, Dubai: The system incorporated limited combustibility Alucobond A2 cladding and Rockwool DuoSlab non-combustible synthetic mineral fibre insulation. The intention was to test a system which might realistically be specified to be used on a building in the UK in accordance with the linear route to compliance, but which nevertheless contained certain design “imperfections”, which might be seen in practice and lead to a less robust fire performance than an optimally designed system. In fact, the system passed the test – i.e. the design imperfections did not adversely affect the performance of the system such as to result in a failure to meet the BR 135 criteria. (
  3. b)The “July 2018 Test” took place on 2 July 2018 af Exova, Dubai: The system which was tested closely repIicated the Department for Communities and Local Government (“DCLG”) post-fire tests (…) but incorporated Vitracore G2 cladding panels and Rockwool DuoSlab non-combustible synthetic mineral fibre insulation. At the time of the July 2018 Test, Vitracore G2 cladding panels ware rated as of limited combustibility/A2 and available in the UK market. This system did not contain any deliberate design imperfections. (…) The system failed the test (…). 2.3 Subsequently, Kingspan provided you and the Select Committee with a copy of the July 2018 Test result (and a compilation of supporting documents), along with two other third party test results which had not been commissioned by Kingspan but had come to Kingspan’s attention, as examples of systems which would meet the linear route to compliance but which, nevertheless, failed to meet the BR 135 criteria when tested to BS 8414. The May 2018 Test was not shared with the Select Committee because it was not relevant as it did not illustrate the public safety point that Kingspan was seeking to explain: it is not in doubt that some systems comprising only A1/A2 materials will meet BR 135 requirements when tested to ES 8414, the point of public safety is that not all such systems will meet those requirements. 3. THE MISUNDERSTANDING CONCERNING THE BS 8414 TESTING OF SYSTEMS INCORPORATING MINERAL FIBRE INSULATION IN 2018 (…) 3.2 As explained above, the July 2018 Test report provided to you was of a realistic cladding system composed of non-combustible and limited combustibility cladding / insulation which had been robustly constructed and which closely replicated the DCLG tests (which tests set the benchmark by which the UK Government has determined national building safety). 3.3 Kingspan considers that the three tests provided to you with the 6 July 2018 letter illustrate the reality that some systems which meet the linear route to compliance for use over 18 metres (and which are therefore permitted to be used without any testing of the system), could nonetheless fail to meet the BR 135 requirements when tested to 858414. (…)”. 2.16. Naar aanleiding van het Phase 1 Report heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Adviescommissie Toepassing en Gelijkwaardigheid Bouwvoorschriften (ATGB) gevraagd om een advies over de brandveiligheidsregelgeving in Nederland. In de managementsamenvatting van het advies van 30 maart 2020 staat onder meer: “De Engelse onderzoekers doen zelf ook aanbevelingen. De ATGB heeft een deel daarvan overgenomen en vertaald naar een op de Nederlandse situatie afgestemde aanbeveling. Een deel van de aanbevelingen is met motivatie niet overgenomen. Een belangrijke daarin is de Engelse aanbeveling om in de gevel alleen nog onbrandbare materialen toe te staan. De noodzaak van de aanbeveling blijkt echter niet uit het engelse onderzoek. De ATGB vindt een dergelijke aanpassing van de regelgeving op dit moment voorbarig. (…)”. 2.17. Het Ministerie heeft vervolgens DGMR Bouw B.V. (hierna: DGMR) opdracht gegeven om een inventarisatie uit te voeren naar de aanpassing van de wettelijke eisen aan de brandveiligheid van gevels in andere EU-landen naar aanleiding van de Grenfell Tower brand en naar de achterliggende argumentatie daarvoor. DGMR heeft voor haar onderzoek input gevraagd vanuit de branchepartijen, waaronder de Werkgroep Brandveiligheid. Aan deze werkgroep nemen onder andere deel de heer [medewerker Rockwool] (hierna: [medewerker Rockwool] ), werkzaam bij Rockwool, en de heer [medewerker Kingspan 1] (hierna: [medewerker Kingspan 1] ), werkzaam bij Kingspan. Voorafgaand aan het geven van de input heeft [medewerker Kingspan 1] aan de werkgroep in een e-mailbericht van 3 februari 2021 het volgende, voor zover hier van belang, geschreven: “ Er is ook meermaals gezien dat systemen opgebouwd uit onbrandbaar materiaal (A1/A2) toch falen in grootschalige testen door vervorming van systemen en daardoor gecreëerde schoorstenen zie voor meer informatie: https://www.parliament.uk/globalassets/documents/commons-committees/communities-and-localgovernment/2017-19-Correspondence/Letter-from-Kingspan-regarding-fire-test-result-documents-06-july-2018.pdf 1 van deze testen is gedaan door Kingspan met een product Vitracore G2 waar nadien een discussie ontstond dat het product een andere samenstelling had dan de samenstelling die in de UK op de A2 claim stond. Ondanks dit is er niet aangegeven dat het geen A2 had maar enkel dat het product anders van samenstelling was. Even ter verduidelijking dat en ieder weet dat deze test achteraf bekritiseerd werd maar slechts een voorbeeld is. Hierin staan ook nog andere testen benoemd waaronder een test zonder Fire Barriers uitgevoerd in Australië (FB is in Australië niet verplicht en zoals aangegeven in mijn betoog tijdens ons laatste overleg is dit in NL helaas meer regel dan uitzondering door onduidelijke omschrijving in de regelgeving). Dit zijn slechts een paar voorbeelden, we weten ook dat er in Dubai Warringtonfire ook een test is gedaan door de overheid in Londen voor de Little Venice Towers. Ook hier bleek een Al isolatie met een A2 ACM cassette niet te voldoen aan de eis van branduitbreiding op de gevel in een BS8414 test maar wel aan de lineaire route.” 2.18. Vanuit de organisatie Brandveilig Bouwen Nederland (hierna: BBN) is invulling gegeven aan de NEN Studiedagen Brandveiligheid Gevels die in maart en april 2019 zijn gehouden. [medewerker Kingspan 1] is lid van BBN en heeft tijdens deze NEN Studiedagen een presentatie gegeven. [medewerker Rockwool] is eveneens lid van BBN en heeft ook een presentatie gehouden. Voorafgaand aan de studiedagen hebben de sprekers (waaronder [medewerker Kingspan 1] en [medewerker Rockwool] ) de presentaties met elkaar gedeeld. Op 25 februari 2019 heeft [medewerker Rockwool] in reactie hierop het volgende, voor zover hier relevant, aan [medewerker Kingspan 1] geschreven: “Op sheet 14 van de presentatie wordt geclaimd dat er een Fail is geweest op een grootschalige test volgens BS8414-1 met een combinatie van A1 en A2 materialen. Mijn collega’s uit de UK merken op dat de betreffende foto die gebruikt wordt suggereert dat de test in kwestie een test is geweest waarbij het product Vitracore G2 betrokken was. Uit de recente consulatie van de regering in Engeland is echter naar voren gekomen dat dit materiaal ten onrechte de A2 classificatie claimde:  De calorische waarde als gevolg van meer lijm in het product dan in het originele classificatie rapport is opgenomen, is hoger dan de grens die geldt voor een A2 classificatie en als zodanig is het product teruggetrokken van de markt vanwege een onterechte classificatie. Wij zijn daarom van mening dat een claim op basis van een test met dit product dan ook geen stand kan doen. Wij verzoek jou dan ook deze sheet aan te passen of aanvullend bewijs te leveren die deze claim afdoende onderbouwd.” 2.19. In reactie daarop heeft [medewerker Kingspan 1] op 25 februari 2019 aan [medewerker Rockwool] geschreven: “Dit is enkel 1 voorbeeld waarbij je gelijk hebt dat door de overheid bevestigd is dat de compositie anders was dan het certificaat er is echter nergens een bevestiging dat de nieuwe compositie geen A2 is. Daarnaast hebben we nog twee andere testen met bewijs in ons bezit (beide met Rockwool isolatie) en een A2 aluminium Composiet die de 8414 niet gehaald hebben. Ik heb dus substantieel bewijs en het is een feit dat dit niet per definitie betekend dat A1/A2 een grootschalige test doorstaan. Zoals je begrijpt heb ik het bewijs (de Rockwool met een A2 aluminium composiet van een zeer gerespecteerde fabrikant is project gerelateerd getest door een Engelse gemeente) en ga ik de slide dus ook niet verwijderen. Voor bewijs verwijs ik graag naar https://www.parliament.uk/documents/commons-committees/communities-and-local-government/2017-19-correspondence/Letter-from-Kingspan-regarding-fire-test-result-documents-06-july-2018.pdf Dit is nog zonder de test die ik noemde van de Britse gemeente. Lijkt me voldoende onderbouwd dus…” 2.20. De presentatie van [medewerker Kingspan 1] getiteld ‘Wanneer is een gevel ‘brandveilig’?’ bevatte onder meer de volgende slides: Slide 14: Slide 15: de versie voor het e-mailcontact met [medewerker Rockwool] : de getoonde versie: 2.21. Tijdens de presentatie heeft [medewerker Kingspan 1] een toelichting gegeven. Daarvan is hier het volgende van belang: “We weten bijvoorbeeld dat C+B, dat weten wij als producent omdat wij zelf die producten maken, isolatiemateriaal C met een gevelbekleding B volstaat prima in een grootschalige geveltest. Ook nog de zwaarste van Europe, in de 8414 in Engeland. Tegelijkertijd weten we ook dat als we materiaalniveau A1 en A2 hebben, dat het niet altijd goed gaat. Dus wat zeggen die materiaalclassificaties in een beginnend brandje, in het begin, in de hoek in de kamer nu over je daadwerkelijke risico op je gevel? Die gaat wat verder dan dat.” 2.22. Ook op de website van Kingspan zijn mededelingen geplaatst over brandveiligheid. De verschillende entiteiten van Kingspan maken allemaal gebruik van de website www.kingspan.com, waar zij ieder een eigen onderdeel hebben. Ten tijde van de dagvaarding stond op deze website in het onderdeel van Kingspan Unidek de volgende tekst, onder vermelding van “© Kingspan Group”: “Het belang van grootschalig testen Materialen classificeren als brandbaar betekent niet dat deze materialen ook daadwerkelijk branden of verbranden. Net zoals onbrandbaar niet betekent dat ze niet branden. Bovendien zegt het brandgedrag van een individueel materiaal ook niets over het brandgedrag in een constructie. Kingspan pleit daarom voor grootschalig testen. Professioneel advies Heeft u vragen over brandveiligheid van een reeds uitgevoerd project of van een project dat nog gebouwd moet worden? Wij helpen u graag verder. (…) Kingspan Unidek B.V. 2.23. Dezelfde tekst staat ook op het onderdeel toebehorend aan Kingspan Insulation. Onderaan die tekst wordt voor verdere informatie verwezen naar Kingspan Insulation. 2.24. Op het onderdeel van Kingspan Unidek staat op de website de volgende tekst: “Brandveiligheid van gevels: schijnveiligheid in plaats van brandveiligheid Wat Kingspan zorgen baart, is dat – onder de huidige regelgeving – gevelbekledingssystemen met onbrandbare materialen (die overigens als gehele gevel wel degelijk kunnen branden) vaak als ‘veilig’ worden beschouwd zonder dat deze aan een grote systeemtest onderworpen worden. Er hebben zich wereldwijd enkele verwoestende hoogbouwbranden voorgedaan in gevelbekledingssystemen die met onbrandbare isolatiematerialen waren geïsoleerd. (…)” 2.25. Kingspan heeft op haar website een ‘Position Paper’ opgenomen. Hierin staat, voor zover hier van belang: “Veiligheid garanderen met behulp van bouwvoorschriften Samenvatting: (…) Brand is een complexe materie en een te grote focus op de brandbaarheid van individuele materialen is misleidend. Wat telt is hoe het samenspel van de individuele materialen zich gedraagt in een volledige gevelconstructie, zoals dat concreet in een gebouw het geval is. Dat geldt overigens ook voor andere constructieonderdelen. Uit grootschalige testen blijkt dat gevelconstructies die brandbaar isolatiemateriaal bevatten, met de juiste detaillering toegepast, evengoed kunnen presteren als gelijkwaardige systemen met onbrandbare isolatie. Kingspan pleit daarom voor:  Grootschalige systeemtesten van alle gevelbekledingssystemen, ongeacht welke materialen deze bevatten;  Een stop op de automatische conformiteit van samengestelde producten op basis van individuele eigenschappen van toegepaste materialen op basis van hun classificatie voor brandgedrag;  (…) (…) 2. Waarom biedt het testen van volledige systemen de beste garantie voor brandveiligheid? Na de brand in de Grenfell-tower, heeft de overheid in Groot-Brittannië een onafhankelijk expert-adviespanel in het leven geroepen. Het uiteindelijke doel van dit panel is om de veiligheid van de gebouwen in heel Groot-Brittannië te garanderen en bewoners gerust te stellen. Om de brandveiligheid van de verschillende gevelbekledingssytemen te beoordelen, koos het expert-adviespanel ervoor om zeven materiaalcombinaties te testen volgens de grootschalige gevelproef BS 8414. Deze internationaal erkende – en meest stringente – test is bedoeld om een volledig gevelbekledingssysteem te beoordelen op relevante brandveiligheidsaspecten. Binnen deze test wordt gekeken naar zowel materiaal- als constructiegedrag bij brand. Binnen enkele minuten na het begin van de test faalde het gevelbekledingssyteem dat voor de Grenfell-tower was gebruikt (en brandbare isolatie bevatte). Hetzelfde systeem met onbrandbare isolatie faalde evenwel ook, en zelfs in een nog korter tijdsbestek. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het brandgedrag van een gevel in de praktijk niet zonder meer blijkt uit het brandgedrag van individuele materialen. Het toont tevens aan dat bij beoordeling op grond van deskresearch uiterste voorzichtigheid geboden is! (…)”. 2.26. Op het Twitteraccount van Rockwool Benelux zijn de volgende berichten geplaatst: op 29 augustus 2019: op 4 december 2020: 2.27. Op de website van Rockwool staat informatie over zonnepanelen op een plat dak. Daarin staat, voor zover hier van belang: “In verband met een verhoogd brandrisico en de verzekerbaarheid van het gebouw is toepassing van brandveilige dakisolatie raadzaam. Bovendien verdient de investering in onbrandbare isolatie zich op de lange termijn dubbel en dwars terug. (…) Brandveiligheid (…) Toepassing van isolatiematerialen met een Euro-brandklasse A1 is een elementaire voorwaarde voor een veilig plat dak. Ingeval van brand blijft onbrandbare isolatie tijdens brandbelasting intact en blijven de isolatieplaten de dakconstructie beschermen. (…) ROCKWOOL platdakisolatie (…) ROCKWOOL dakisolatie is ook uiterst brandveilig. Steenwol isolatie is onbrandbaar en verdraagt temperaturen tot boven de 1.000 °C. Steenwol isolatie geeft nooit aanleiding tot het ontstaan van een brand, draagt niet bij aan branduitbreiding of een flash over en veroorzaakt geen toxische rook. Bijkomend voordeel: ROCKWOOL dakisolatie hoeft niet te worden meegenomen in de vuurbelastingberekening volgens NEN 6090. Brandbare isolatiematerialen moeten hierin altijd worden meegenomen. Advies bij plaatsing zonnepanelen op platte daken met ROCKWOOL dakisolatie Alle ROCKWOOL producten voor platte daken kunnen toegepast worden bij dakbedekkingssytemen voor daken met zonnepanelen: Caproxx Energy, Tauroxx, Rhinoxx, Rhinoxx D en Rhinoxx Afschot.” 3Het geschil in conventie 3.1. Rockwool vordert samengevat - van de rechtbank om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: 1. voor recht te verklaren dat Kingspan onrechtmatig jegens Rockwool heeft gehandeld door 1) onjuiste en misleidende reclame te maken voor haar eigen isolatieproducten en/of 2) zich schuldig te maken aan ongeoorloofde vergelijkende reclame door (bewust) producten uit verschillende productgroepen op niet objectieve basis te vergelijken en testuitslagen ten onrechte te presenteren als gelijkwaardig, en/of 3) met onjuiste mededelingen afbreuk te doen aan de producten van Rockwool en haar productgroepen en/of 4) een marketing- en lobbystrategie toe te passen op basis van gemanipuleerde brandtests en de uitkomsten hiervan te presenteren in strijd met de waarheid, 2. Kingspan te verbieden om publiekelijk onjuiste of misleidende mededelingen te doen, in welke vorm dan ook, direct of indirect, die als inhoud of strekking hebben of waarmee de indruk kan worden gewekt dat kunststof isolatiematerialen even brandveilig zijn als isolatiematerialen die Euroklasse A hebben en/of door Rockwool aangeboden producten, 3. Kingspan te verbieden om: primair: enige onjuiste of misleidende publieke mededeling te doen, in welke vorm dan ook, direct of indirect, over isolatiematerialen die Euroklasse A hebben en/of door Rockwool aangeboden producten, subsidiair: enige onjuiste of misleidende publieke mededeling te doen, in welke vorm dan ook, direct of indirect, over brandtests met en/of brandveiligheid in algemene zin ter zake isolatiematerialen die Euroklasse A hebben en/of door Rockwool aangeboden producten, 4. Kingspan te verbieden om publiekelijk mededelingen te doen, in welke vorm dan ook, direct of indirect, die een vergelijking inhouden of suggereren tussen isolatiematerialen in verschillende brandtests, zonder dat de tests op identieke wijze en onder identieke omstandigheden zijn uitgevoerd. 5. Kingspan te gebieden om, telkens indien zij, in welke vorm dan ook, direct of indirect, publiekelijk mededelingen doet over de brandveiligheid van isolatiematerialen in de ruimste zin des woords, zij de feitelijke onderbouwing van de juistheid van deze mededelingen binnen zeven dagen na een verzoek van Rockwool daartoe aan Rockwool toestuurt, 6. Kingspan te gebieden om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis op eigen kosten een in de dagvaarding uitgeschreven en van een opmaakinstructie voorziene rectificatie te (laten) plaatsen in de eerstvolgende editie van een vijftal representatieve vakbladen voor de bouw, namelijk Cobouw, Bouwkwaliteit in de Praktijk (vereniging BWT), Brandveilig.com (magazine), Bouwwereld en Bouwtotaal, alsmede in twee landelijke dagbladen, waaronder in ieder geval het Financieel dagblad, dan wel in de beschreven media een rectificatie te (laten) plaatsen met een tekst en opmaak die de rechtbank passend acht, alsmede om een afschrift van iedere instructie aan de verschillende media onmiddellijk toe te sturen aan de advocaat van Rockwool, 7. Kingspan te gebieden om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de rectificatie zoals bedoeld onder punt 6 te plaatsen op de homepagina van haar website (https://www.kingspan.com/nl/nl-
  4. nl)en deze daar minimaal 30 aangesloten etmalen geplaatst te houden, 8. Kingspan hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 100.000,00 per overtreding van deze ge- of verboden, te vermeerderen met € 25.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt, 9. Kingspan hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding aan Rockwool van de door Rockwool als gevolg van het onrechtmatig handelen van Kingspan geleden schade, op te maken bij staat, 10. Kingspan te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente indien betaling binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis uitblijft. 3.2. Aan haar vordering legt Rockwool ten grondslag dat Kingspan zich schuldig maakt aan misleidende reclame (artikel 6:194 BW), ongeoorloofde vergelijkende reclame (artikel 6:194a BW) dan wel onrechtmatig handelen (artikel 6:162 BW) door haar uitlatingen dat de door haar geproduceerde kunststof isolatiematerialen even brandveilig zijn als Euroklasse A1 isolatiemateriaal (steenwol) en/of dat Euroklasse A1 isolatiemateriaal net als kunststof isolatiemateriaal ook kan branden in een gevelconstructie. Volgens Rockwool heeft Kingspan geen bewijs van haar stellingen en brengt zij daarmee bewust onjuiste mededelingen naar buiten over de eigenschappen van haar eigen product (artikel 6:194 lid 1 onder a BW). Daarnaast stelt Rockwool dat Kingspan zich schuldig maakt aan een misleidende omissie (artikel 6:194 lid 2 BW) doordat Kingspan tegenover haar publiek geen melding maakt van gefaalde brandtesten met kunststof isolatiemateriaal en daarmee de onveiligheid van haar eigen product verzwijgt. Voor zover het ongeoorloofde vergelijkende reclame betreft, stelt Rockwool dat sprake is van misleidende handelspraktijken, dat geen objectieve vergelijking heeft plaatsgevonden en dat Kingspan zich kleinerend uitlaat over de kenmerken van producten met Euroklasse A (respectievelijk artikel 6:194a lid 2 sub a, c en e BW). Dit alles past volgens Rockwool in een internationaal gecoördineerde marketing- en lobbycampagne, waarbij Kingspan schadelijke eigenschappen van haar eigen producten verzwijgt en Euroklasse A1-isolatiematerialen naar beneden haalt door middel van oneerlijke vergelijkingen van isolatieproducten in de verschillende brandklassen. Op zichzelf levert dit al onrechtmatig handelen op, aldus Rockwool. 3.3. Kingspan betwist dat haar mededelingen onjuist zijn. Zij voert aan bewijs te hebben van een aantal gefaalde grootschalige BS 8414 testen met Euroklasse A1 isolatiemateriaal en A2 gevelbekleding. Volgens Kingspan moeten haar mededelingen worden gezien in het licht van het standpunt dat zij internationaal naar voren brengt, namelijk dat brandveiligheid moet worden getest met grootschalige testen op de gehele gevelconstructie en dat de Europese classificatie van een individueel product niets zegt over het brandgedrag van het product als zij onderdeel is van een gevelconstructie. Haar uitlatingen zien dus niet op het brandgedrag van het individuele product, aldus Kingspan. Verder voert Kingspan aan dat een aantal van de uitlatingen waarop de vordering betrekking heeft afkomstig zijn van Kingspan Unidek, zodat Rockwool daarvoor de verkeerde partijen heeft gedagvaard, aldus Kingspan. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.5. Kingspan vordert samengevat - van de rechtbank om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: A. Rockwool te bevelen met onmiddellijke ingang de openbaarmaking en verspreiding van de in de dagvaarding omschreven uitingen te staken en gestaakt te houden, B. Rockwool te bevelen om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis een een in de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie uitgeschreven en van een opmaakinstructie voorziene rectificatie gedurende veertien achtereenvolgende dagen te (doen) plaatsen op haar website www.rockwool.com door middel van een zogenaamd pop-up screen, C. Rockwool hoofdelijk te veroordelen tot een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 50.000,00 ineens en € 5.000,00 per dag, voor elke dag, een deel van een dag hieronder begrepen, dat Rockwool in strijd blijft handelen met de in sub A en B genoemde bevelen, D. Rockwool te veroordelen in de proceskosten en de nakosten. 3.6. Aan haar vordering legt Kingspan ten grondslag dat Rockwool in een tweetal Twitterberichten ten onrechte de indruk wekt dat brandbaar isolatiemateriaal doorslaggevend is bij branden. Deze onjuiste mededelingen zijn misleidend, dan wel onrechtmatig, zo stelt Kingspan. Daarnaast suggereert Rockwool op haar website ten onrechte dat uitsluitend A1 dakisolatie veilig is in geval van gebruik bij zonnepanelen op een plat dak en dat al haar, Rockwool’s, dakisolatiemateriaal de A1 classificatie heeft, terwijl dat niet zo is. Dit maakt de uitlating misleidend, aldus Kingspan. 3.7. Rockwool betwist dat Rockwool International iets te maken heeft met deze uitlatingen en dat Kingspan belang heeft bij haar vordering en voert verder aan dat haar uitlatingen juist zijn. 3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Juridisch kader 4.1. Voor de beoordeling van een vordering gebaseerd op misleidende reclame (artikel 6:194 BW) dan wel ongeoorloofde vergelijkende reclame (artikel 6:194a BW) is allereerst van belang dat voldaan moet zijn aan de voorwaarde dat sprake is van een mededeling die openbaar is gemaakt. Het bedrijfsmatig handelend publiek (artikel 6:194) dan wel de consument (artikel 6:194a BW) moet kennis kunnen nemen van de mededeling. Daarnaast is noodzakelijk dat de mededeling deze ontvanger misleidt of kan misleiden en door haar misleidende karakter diens economische gedrag kan beïnvloeden. Een mededeling kan daarom pas als misleidend worden gekwalificeerd, indien redelijkerwijs aannemelijk is dat de onjuistheid of onvolledigheid van materieel belang is voor de keuze van de maatman (de doelgroep) tussen (in dit geval) kunststof dan wel steenwol isolatiemateriaal. Nodig is dat de doelgroep in goed vertrouwen afgaat op de juistheid van de gedane mededeling omtrent brandveiligheid en als gevolg daarvan tot aankoop overgaat. Onder maatman moet worden verstaan de gemiddeld geïnformeerde omzichtige en oplettende gewone beroeps- of bedrijfsbeoefenaar, in dit geval voornamelijk aannemers en architecten. 4.2. Voor de toets is eveneens vereist dat het reclame betreft. Als reclame moet worden gezien iedere mededeling bij de uitoefening van een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of van een vrij beroep ter bevordering van de afzet van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en plichten. 4.3. Voorts is van belang dat artikel 6:194a BW bepaalt dat onder vergelijkende reclame elke vorm van reclame wordt verstaan waarbij een concurrent, dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten, uitdrukkelijk of impliciet wordt genoemd. Beslissend is of het publiek de reclame zal betrekken op de concurrent, ook al wordt die of zijn product niet expliciet genoemd of wordt alleen verwezen naar een productcategorie. in conventie 4.4. De vordering in conventie richt zich op een zestal verweten gedragingen waarvan Rockwool stelt dat Kingspan zich daarmee schuldig maakt aan het doen van misleidende mededelingen (artikel 6:164 BW) dan wel aan ongeoorloofde vergelijkende reclame (artikel 6:194a BW) dan wel dat Kingspan onrechtmatig handelt (artikel 6:162 BW). De verwijten betreffen twee uitlatingen op de website, een passage in een via de website te benaderen publicatie (de Position Paper), uitlatingen in een bedrijfsfilm, uitlatingen tijdens een presentatie (de NEN Studiedagen) en, tot slot, uitlatingen in e-mailberichten (de door Rockwool aangeduide lobby praktijk). 4.5. De rechtbank zal hierna de zes verwijten afzonderlijk behandelen. Website citaat 1 4.6. Het betreft het volgende citaat (zie 2.22 en 2.23): “Materialen classificeren als brandbaar betekent niet dat deze materialen ook daadwerkelijk branden of verbranden. Net zoals onbrandbaar niet betekent dat ze niet branden. Bovendien zegt het brandgedrag van een individueel materiaal ook niets over het brandgedrag in een constructie. Kingspan pleit daarom voor grootschalig testen.” 4.7. Het meest verstrekkende verweer van Kingspan is dat het niet de gedagvaarde partijen zijn die deze mededeling openbaar hebben gemaakt dan wel laten maken, nu de mededeling afkomstig is van het onderdeel van de algemene Kingspan website dat toebehoort en wordt beheerd door Kingspan Unidek. 4.8. De artikelen 6:194 en 194a BW richten zich tegen degene die de misleidende mededeling openbaar maakt of laat openbaar maken. Rockwool stelt dat de uitlatingen worden gedaan ter bevordering van de verkoop van isolatiematerialen in Nederland, dat ze passen binnen de marketingstrategie binnen de Kingspan Groep en dat ze daarom dienstbaar en toerekenbaar zijn aan de Kingspan entiteiten die zich richten op de verkoop, productie en marketing van isolatiematerialen in Nederland. Verder stelt Rockwool dat Kingspan Holding, als hoogste entiteit van de Kingspan Groep in Nederland, direct of indirect verantwoordelijk is voor en zeggenschap heeft over de inhoud van (het Nederlandstalige deel van) de website. 4.9. Voor toerekening van de mededeling is nodig dat (één van) de gedagvaarde Kingspan entiteit(
  5. en)de inhoud en inkleding van de mededeling geheel of ten dele zelf heeft (hebben) bepaald of doen bepalen. Dit houdt in dat enige actieve bemoeienis ten aanzien van de inhoud van de mededeling nodig is. Dat de inhoud van de mededeling past binnen een, door Rockwool als zodanig aangeduide, marketingstrategie van Kingspan om internationaal te komen tot grootschalig testen en het voorkomen van een verbod bij hoogbouw op isolatiemateriaal van Euroklasse B of lager, is onvoldoende om te concluderen dat van de benodigde toerekening sprake is. Daarmee is immers geen actieve bemoeienis van de aangesproken Kingspan entiteit met de concrete, aan de vordering ten grondslag gelegde, mededelingen gegeven. 4.10. Vast staat dat Kingspan Insulation de mededeling openbaar heeft gemaakt, door deze te plaatsen op haar onderdeel van de algemene website van Kingspan (zie 2.23), zodat Rockwool haar vordering in ieder geval kan richten tegen Kingspan Insulation. 4.11. Wat betreft Kingspan Holding Netherlands ligt dit anders. Zij is weliswaar enig aandeelhouder en bestuurder van Kingspan Insulation, maar Rockwool heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat Kingspan Holding als aandeelhouder zich feitelijk gedraagt als bestuurder en feitelijk beleidsbepaler, hetgeen Kingspan ook heeft ontkend. De enkele stelling dat Kingspan Holding de hoogste entiteit van de Kingspan Groep in Nederland is, kan, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet leiden tot de benodigde ‘actieve’ bemoeienis met de inhoud van de mededeling. De vermelding “© Kingspan Group” onderaan de website kan ook niet leiden tot toerekening aan Kingspan Holding, te meer nu Kingspan gemotiveerd heeft gesteld dat ieder van de Kingspan entiteiten een eigen onderdeel heeft op de algemene website van Kingspan. Dit betekent dat ten aanzien van Kingspan Holding niet wordt voldaan aan het vereiste van openbaar maken of openbaar laten maken. 4.12. Kingspan B.V. heeft de mededeling in ieder geval niet zelf openbaar gemaakt, zodat ook hierbij beoordeeld moet worden of Kingspan B.V. de mededeling openbaar heeft laten maken of daar althans invloed op heeft gehad. Uit het handelsregister volgt dat Kingspan B.V. een groothandel is in onder andere isolatiematerialen, met als enig aandeelhouder Kingspan Property B.V. De enkele stelling dat de mededeling bevorderlijk is voor de verkoop kan, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet leiden tot de conclusie dat Kingspan B.V. daadwerkelijk enige invloed heeft gehad op de plaatsing en de inhoud van deze mededeling. Verder volgt de rechtbank Rockwool niet in haar in de spreekaantekeningen ingenomen stelling dat toerekening aan Kingspan B.V. plaats moet vinden via Kingspan Geïsoleerde Panelen, nu Rockwool heeft nagelaten haar stelling van een onderbouwing te voorzien. Dat de mededeling strookt met de visie van Kingspan die door [medewerker Kingspan 1] naar buiten toe wordt uitgedragen, zoals Rockwool nog betoogt, kan, gelet op wat in 4.9 is overwogen, evenmin leiden tot toerekenbaarheid van deze mededeling aan de groothandel Kingspan B.V. 4.13. Dit betekent dat de vordering voor wat betreft dit verwijt alleen kan worden gericht tegen Kingspan Insulation, nu Kingspan Unidek niet is gedagvaard. 4.14. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het in het betreffende citaat niet zozeer om mededelingen van Kingspan over het eigen product (artikel 6:194 BW), maar meer over een door Rockwool als concurrent aangeboden product, namelijk Euroklasse A1 isolatiemateriaal. Dat Rockwool in deze mededeling niet wordt genoemd, doet hier niet aan af, nu sprake is van individuele herkenbaarheid doordat Rockwool gezien moet worden als een bekende marktleider op het gebied van steenwol isolatiemateriaal. 4.15. Het verweer van Kingspan houdt verder in dat de uiting geen reclame betreft, omdat de uitingen, gezien de context, zijn gedaan in het kader van een industriedebat over kleinschalige (product)testen versus grootschalige systeemtesten en dus niet op afzet zijn gericht. 4.16. Naar het oordeel van de rechtbank kwalificeert de mededeling op de website wel als reclame in de zin van artikel 6:194a BW. De mededeling is geplaatst op de website van Kingspan, een website met een commercieel doel, namelijk gericht op afnemers/ consumenten. Het onderdeel van de website waarop de mededeling is geplaatst, biedt potentiële afnemers tevens de mogelijkheid tot het inwinnen van professioneel advies over brandveiligheid voor toekomstige dan wel lopende projecten. Verder heeft Rockwool onvoldoende gemotiveerd betwist dat op dat onderdeel van de website ook andere productinformatie en diverse links naar nieuwsbrieven en social media te vinden zijn. 4.17. Rest vervolgens de vraag of de mededeling misleidend is, zoals Rockwool stelt, en daarom een ongeoorloofde vergelijkende reclame is. Voor de beantwoording van die vraag acht de rechtbank van belang dat de mededeling weliswaar onder het kopje ‘het belang van grootschalig testen’ is geplaatst, maar dat de mededeling zelf alleen over het materiaal gaat, namelijk om de brandbaarheid van de materialen. Bij de opmerking dat ‘Materialen classificeren als brandbaar betekent niet dat deze materialen ook daadwerkelijk branden of verbranden. Net zoals onbrandbaar niet betekent dat ze niet branden’ staat niet dat die opmerking alleen geldt als het materiaal onderdeel is van een gevelsysteem. Op zichzelf heeft Kingspan niet betwist dat door Rockwool geproduceerd isolatiemateriaal na kleinschalig testen (gebaseerd op een klein monster van het product) in Nederland het label Euroklasse A1 heeft toegekend gekregen, hetgeen er op duidt dat het onbrandbaar is. Volgens Kingspan zegt dit niets over de brandprestaties van die producten als ze onderdeel zijn geworden van een gevelsysteem. Kingspan Insulation neemt dus in haar mededeling informatie op die volgens haarzelf, zonder dat zij duidelijk het voorbehoud maakt dat deze uiting alleen heeft te gelden in geval dat het materiaal onderdeel is van een gevelsysteem, onjuist is. Dat het materiaal in geval van een brand kan ‘smeulbranden’ zoals Kingspan ter zitting heeft gesteld, is onvoldoende onderbouwd en kan er niet aan afdoen dat het in Nederland een A1 classificatie heeft gekregen. Het had op de weg van Kingspan gelegen om haar mededeling van een nuancering te voorzien indien zij met haar mededeling doelt op de mogelijkheid van ‘smeulbranden’. De zinsnede: Bovendien zegt het brandgedrag van een individueel materiaal ook niets over het brandgedrag in een constructie’ kan de onjuistheid van de mededeling niet herstellen vanwege het gebruik van het woord ‘bovendien’, wat niet duidt op een afzwakking van de mededeling in de vorige zin. De conclusie is dan ook dat deze uitlating misleidend is, waarbij de mededeling van dien aard is dat het in de rede ligt dat de maatman zich hierdoor laat beïnvloeden. 4.18. Kingspan Unidek heeft de mededeling inmiddels aangepast naar: “Materialen classificeren als brandbaar betekent niet dat deze materialen per definitie ook daadwerkelijk branden of verbranden. Net zoals onbrandbaar niet betekent dat ze nooit branden. Bovendien zegt het brandgedrag van een individueel materiaal ook niets over het brandgedrag in een constructie. Kingspan pleit daarom voor grootschalig testen.” Voor deze procedure heeft dat verder geen gevolgen, nu Rockwool onweersproken heeft gesteld dat Kingspan Insulation de mededeling nog in ongewijzigde vorm op haar website heeft staan. Website citaat 2 4.19. Het betreft het volgende citaat (zie 2.24): “ Brandveiligheid van gevels: schijnveiligheid in plaats van brandveiligheid Wat Kingspan zorgen baart, is dat – onder de huidige regelgeving – gevelbekledingssystemen met onbrandbare materialen (die overigens als gehele gevel wel degelijk kunnen branden) vaak als ‘veilig’ worden beschouwd zonder dat deze aan een grote systeemtest onderworpen worden. Er hebben zich wereldwijd enkele verwoestende hoogbouwbranden voorgedaan in gevelbekledingssystemen die met onbrandbare isolatiematerialen waren geïsoleerd.” 4.20. Rockwool stelt dat dit citaat misleidend is omdat daarmee actief de indruk wordt gewekt dat onbrandbare materialen (Euroklasse A1) ten onrechte als veilig worden beschouwd en dat Kingspan met deze uitlating Euroklasse A1 zonder enig bewijs in relatie brengt met enkele verwoestende branden. 4.21. De mededeling is geplaatst op het onderdeel van de Kingspan website van Kingspan Unidek. Ook hierbij heeft te gelden dat Rockwool onvoldoende heeft onderbouwd dat de hier gedagvaarde Kingspan entiteiten op enigerlei wijze bemoeienis hebben gehad met deze mededeling in die zin dat gezegd kan worden dat zij (of één van hen) de mededeling openbaar heeft/hebben laten maken. Verder verwijst de rechtbank naar hetgeen in de overwegingen 4.9, 4.11 en 4.12 is overwogen. Position Paper 4.22. Het verwijt betreft de volgende uiting in de Position Paper (zie 2.25): “Binnen enkele minuten na het begin van de test faalde het gevelbekledingssyteem dat voor de Grenfell-tower was gebruikt (en brandbare isolatie bevatte). Hetzelfde systeem met onbrandbare isolatie faalde evenwel ook, en zelfs in een nog korter tijdsbestek. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het brandgedrag van een gevel in de praktijk niet zonder meer blijkt uit het brandgedrag van individuele materialen. Het toont tevens aan dat bij beoordeling op grond van deskresearch uiterste voorzichtigheid geboden is!” 4.23. Rockwool stelt dat Kingspan ten onrechte heeft geschreven dat bij een productvergelijking tussen het voor de Grenfell Tower gebruikte materiaal en onbrandbaar isolatiemateriaal, het onbrandbare isolatiemateriaal in een korter tijdsbestek de brandtest heeft gefaald. Volgens Rockwool heeft Kingspan hier geen bewijs voor en is er geen sprake geweest van een objectieve en eerlijke productvergelijking, omdat de test met Euroklasse A1 isolatiemateriaal niet is uitgevoerd in combinatie met A-klasse gevelbekleding. 4.24. Kingspan voert aan dat haar conclusies in de Position Paper zien op de uitkomsten van de door de Britse overheid uitgevoerde (grootschalige) DCLG testen, waarbij in één van de testopstellingen Rockwool isolatiemateriaal is gebruikt. De uiting heeft volgens Kingspan niet te gelden als reclame en is feitelijk juist, waarbij Kingspan verwijst naar de uitkomsten van de onafhankelijke DCLG testen. 4.25. De rechtbank overweegt als volgt. In de Position Paper refereert Kingspan aan de DCLG testen. Dat zijn testen die in opdracht van de Britse overheid zijn uitgevoerd met als doel te onderzoeken hoe de brand in de Grenfell Tower was te voorkomen. Bij die testen is een vergelijking gemaakt tussen het gevelsysteem zoals dat was aangebracht in de Grenfell Tower en andere combinaties van gevelsystemen, om te toetsen of de brand bij een andere combinatie aan gevelsysteem anders had uitgepakt. Kingspan heeft geen invloed gehad op deze test noch op de uitkomst daarvan. Als productie 16A en 16B (samengevat weergegeven onder 2.11) zijn de testrapporten overgelegd. Daaruit blijkt dat bij zowel de test met steenwol als de test met PIR isolatiemateriaal hetzelfde materiaal gevelbekleding is gebruikt. Daarmee gaat de stelling van Rockwool dat geen sprake is van een eerlijke objectieve productvergelijking niet op. Uit de aan de orde zijnde uitlating blijkt ook niet dat Kingspan suggereert dat bij de test is gefaald met een combinatie van A1 klasse isolatiemateriaal met A2 klasse gevelbekleding. Kingspan spreekt immers alleen van onbrandbare isolatie en niet over de gevelbekleding. 4.26. De vraag is nu of de uitlating een onwaarheid bevat. Kingspan schrijft in haar Position Paper dat zowel het gevelsysteem met de brandbare isolatie als het gevelsysteem met de onbrandbare isolatie bij de test heeft gefaald. Dat is een constatering die volgt uit de overgelegde testrapporten. Daaruit volgt ook dat de test met het steenwol isolatiemateriaal (A1) eerder is beëindigd dan de test met het kunststof isolatiemateriaal. Tot zover bevat de uitlating dan ook geen onwaarheden. 4.27. Verder is van belang dat Kingspan met deze uitlating niet beweert dat kunststof isolatiemateriaal even veilig is als steenwol isolatiemateriaal. Kingspan stelt in haar uitlating dat het brandgedrag van een gevel niet zonder meer blijkt uit het brandgedrag van individuele materialen. Dit past ook bij haar in de Position Paper naar voren komende stelling dat niet teveel focus moet worden gelegd op de brandbaarheid van individuele materialen, maar dat belangrijk is om te kijken naar het samenspel van de individuele materialen in een volledige gevelconstructie. Hieraan doet niet af dat deze twee DCLG testen zijn beëindigd vanwege de veiligheid omdat de vlammen boven de testopstelling uitkwamen (bij het steenwol isolatiemateriaal eerder dan bij het kunststof isolatiemateriaal) en niet omdat de temperatuur in het materiaal boven een bepaalde grens uitkwam. Dat was bij deze testen eerder het geval bij het gevelbekledingssysteem met de steenwol isolatie. Ter zitting heeft de heer [directeur] (Divisional Building Technology Director bij Kingspan Insulation) hierop een toelichting gegeven. Deze toelichting komt erop neer dat het steenwol isolatiemateriaal de hitte van de vlammen in zekere zin tegenhoudt en zorgt voor meer hitte in de gevelbekleding en dus hogere vlammen aan de buitenkant en dat PIR materiaal (kunststof materiaal) de hitte absorbeert in het isolatiemateriaal en minder hitte afgeeft aan de gevelbekleding. Of Kingspan daaruit de conclusie trekt dat onbrandbare isolatie toch brandbaar is omdat deze kan smeulbranden (zoals ter zitting is gesteld) doet niet ter zake omdat dit niet in de hier voorliggende uitlating is opgenomen. Kortom, de uitlating is een feitelijke weergave van de, met elkaar objectief vergelijkbare, DCLG testen, waarin alleen het resultaat van de test is weergegeven, namelijk het falen van de test, ondanks dat de reden van het falen was gelegen in de hoogte van de vlammen en niet zozeer in de reactie van het isolatiemateriaal. Van misleiding is geen sprake. Bedrijfsfilm 4.28. Rockwool stelt dat Kingspan in een op het publiek gerichte bedrijfsfilm bewust een onwaarheid vertelt door de indruk te wekken dat de brandveiligheid van Kingspan isolatiemateriaal even goed is als steenwol isolatiemateriaal (Euroklasse A1). Het betreft de volgende mededeling van [medewerker Kingspan 1] : “Klanten kiezen onze producten omdat ze zo dunnere muren kunnen bouwen dankzij de uitstekende isolerende prestaties zonder in te leveren op de brandveiligheid van hun gebouw.” 4.29. Deze mededeling wordt (zoals Kingspan onbetwist heeft gesteld) opgevolgd door de volgende tekst (uit het Engels naar het Nederlands vertaald): “ Door de versterkte regelgeving in Frankrijk, waar we het moeten hebben over de brandveiligheidsprestatie van de gehele gevel, hebben wij ervoor gekozen om een project samen uit te voeren met LNE (Laboratoire National d’Essais). Hierbij hebben wij aangetoond middels grootschalig testen (resp. de LEPIR2test die in Frankrijk is aangewezen) dat de keuze van verscheidende gevelbekledingen samen met Kooltherm K15 de brandveiligheid niet in het gedrang brengt en dat ze niet bijdraagt tot de verspreiding van een brand.” 4.30. De rechtbank stelt vast dat hier artikel 6:194 BW van toepassing is, nu het gaat om informatie over het eigen product. 4.31. Het meest verstrekkende verweer van Kingspan is dat de bedrijfsfilm oorspronkelijk voor de Franse markt was bedoeld en dat deze film, vanwege de ontwikkelingen in België richting het grootschalig testen, door Kingspan Insulation N.V. (een Belgische entiteit) op het Belgische YouTube kanaal is geplaatst, zodat de bedrijfsfilm niet in Nederland openbaar is gemaakt of op de Nederlandse markt is gericht. Volgens Kingspan volgt dit ook uit de context van het gehele fragment, nu er gesproken wordt over de versterkte regelgeving in Frankrijk en er wordt gerefereerd aan een Frans testsysteem (de LEPIR2 test). Rockwool heeft in principe niet betwist dat de bedrijfsfilm afkomstig is van een Belgische Kingspan entiteit. Dit betekent dat geen van de gedagvaarde Kingspan entiteiten de mededeling openbaar heeft gemaakt. De vraag is nu of zij of één van hen de mededeling openbaar heeft/hebben laten maken. Daarvoor moet vast komen te staan dat de inhoud van de bedrijfsfilm door (één van) hen (mede) is bepaald. Het lag op de weg van Rockwool, bekend met dit verweer, om nader toe te lichten en te onderbouwen dat en waarom de mededeling uit de bedrijfsfilm valt toe te rekenen aan (één van) de gedagvaarde Kingspan entiteiten. De enkele stelling dat de mededeling afkomstig is van [medewerker Kingspan 1] , die eveneens in Nederland namens Kingspan uitlatingen doet over brandveiligheid, is daarvoor onvoldoende. Dat de film wel bestemd zou zijn voor de Nederlandse markt is, gelet op het aangehaalde Franse onderzoek en het feit dat de bedrijfsfilm afkomstig is van een Belgische Kingspan entiteit, evenmin onderbouwd. Dit betekent dat niet voldaan is aan de vereiste toerekening, zodat het verwijt, daargelaten de vraag of de mededeling als misleidend moet worden bestempeld, hier niet op kan gaan. NEN Studiedagen 4.32. Het betreft hier verwijten ten aanzien van mededelingen in de presentatie van [medewerker Kingspan 1] tijdens de NEN Studiedagen (zie voor de voorafgaande e-mailwisseling tussen Rockwool en Kingspan 2.18 en 2.19 en voor de daadwerkelijke presentatie 2.20 en 2.21). 4.33. Rockwool verwijt Kingspan dat zij zonder enig bewijs tijdens deze presentatie heeft gesteld dan wel gesuggereerd dat een combinatie van A1 isolatiemateriaal en A2 gevelbekleding een brandtest niet heeft doorstaan terwijl een combinatie van B/C materiaal eenzelfde test wel heeft doorstaan. 4.34. Ten aanzien van de NEN Studiedagen is het meest verstrekkende verweer van Kingspan dat [medewerker Kingspan 1] optrad als lid van BBN, zodat de uitlatingen van [medewerker Kingspan 1] niet aan Kingspan kunnen worden toegerekend. Vast staat dat zowel Rockwool als Kingspan als onderneming lid is van BBN. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat het lidmaatschap van [medewerker Kingspan 1] aan BBN niet volgt uit zijn dienstverband bij Kingspan. [medewerker Kingspan 1] is, met andere woorden, te zien als de afgevaardigde van Kingspan bij BBN. Daarbij heeft te gelden dat hij tijdens de presentatie ook het standpunt van Kingspan als producent heeft weergegeven door de opmerking ‘wij als producent’. Dan kan niet gezegd worden dat [medewerker Kingspan 1] niet optrad namens (een entiteit van) Kingspan. Resteert wel de vraag aan welke Kingspan entiteit de mededelingen van [medewerker Kingspan 1] kunnen worden toegerekend. 4.35. Voor de beantwoording van die vraag is van belang dat [medewerker Kingspan 1] ook bij andere gelegenheden uitlatingen heeft gedaan over brandveiligheid, zoals in de bedrijfsfilm en de e-mailwisseling in het kader van ATGB/DGMR (door Rockwool als lobby aangeduid). In de door partijen overgelegde antwoorden van Kingspan op de vragen vanuit het televisieprogramma Zembla wordt de functie van [medewerker Kingspan 1] genoemd, namelijk Head of Regulatory Affairs, Fire, voor Kingspan Europe. Ter zitting heeft hij verklaard werkzaam te zijn voor de Kingspan Groep. In de schriftelijke reactie van Kingspan aan het programma Zembla wordt de rol van [medewerker Kingspan 1] verder toegelicht. Daarin schrijft Kingspan dat de betrokkenheid van [medewerker Kingspan 1] is beperkt tot het geven van advies met betrekking tot testen in 2018 (na de Grenfell Tower brand) om zo het belang van grootschalig testen voor alle systemen in hoogbouw aan te tonen. Kingspan schrijft verder in die reactie dat Kingspan Insulation UK het belang van grootschalig testen naar buiten brengt. Ondanks het feit dat daarin verder benadrukt wordt dat Kingspan Insulation B.V. een ander bedrijf is dan Kingspan Insulation UK, duidt het navolgende in ieder geval wel op een gezamenlijk na te streven doel. Onder de zesde bullet wordt namelijk wat betreft Kingspan Insulation B.V. geschreven: “Kingspan Insulation BV wil haar bijdrage leveren aan de verbetering van de handhaving van bouwvoorschriften en een betere controle op de juiste toepassing van deze bouwvoorschriften in Nederland. Kingspan Insulation BV verwelkomt dan ook een betere en duidelijkere handhaving en de hervorming van de bouwvoorschriften om grootschalige systeemtesten van alle gevelbekledingssystemen, ongeacht de materialen die ze bevatten, in te voeren.” Uit de deelname van [medewerker Kingspan 1] aan Nederlandse organisaties en werkgroepen omtrent brandveiligheid volgt dat [medewerker Kingspan 1] vanuit zijn functie ook opereert ten behoeve van de Nederlandse markt. De boodschap die [medewerker Kingspan 1] naar buiten brengt is wellicht gegeven vanuit zijn adviserende rol bij Kingspan Insulation UK, maar die boodschap wordt ook door Kingspan Insulation B.V. naar buiten gebracht (onder andere via haar website, zie 2.23). De mededelingen gaan ook over de door Kingspan Insulation B.V. geproduceerde en verkochte isolatiematerialen. De uitlatingen van [medewerker Kingspan 1] kunnen daarom worden toegerekend aan Kingspan Insulation B.V. Dat toerekening ook mogelijk is aan Kingspan Holding en Kingspan B.V. heeft Rockwool, gelet op dat wat onder 4.9 is overwogen, onvoldoende gesteld. 4.36. Rockwool grondt haar vordering ten aanzien van de NEN Studiedagen op artikel 6:194a BW. Daarvoor is noodzakelijk dat sprake is van reclame. Kingspan betwist dat sprake is van reclame en stelt daartoe dat de studiedagen zich concentreerden op de brandveiligheid van gevels en dat de uitingen zijn gedaan in de context van een discussie met professionals over onder meer de wijze waarop producten op brandveiligheid worden getest. 4.37. Naar het oordeel van de rechtbank kwalificeren de mededelingen tijdens de NEN Studiedagen wel als reclame in de zin van artikel 6:194a BW, nu de presentatie is gericht tot een grote kring van ontvangers, waaronder mogelijke afnemers, zoals aannemers en architecten. De boodschap die in de presentatie naar voren wordt gebracht is dat gevelsystemen bestaande uit materiaal met Euroklasse A1 en A2 bij grootschalige brandtesten kunnen falen terwijl gevelsystemen met Euroklasse C en B kunnen slagen voor grootschalige brandtesten. Deze mededeling kan dan wel zijn gedaan in het kader van een discussie over het nut en de noodzaak van grootschalig testen, maar dat doet er niet aan af dat Kingspan een commercieel belang heeft bij de uitkomst van de discussie, namelijk de verkoop van kunststof isolatiemateriaal bij hoogbouw. 4.38. De volgende vraag is of sprake is van ongeoorloofde vergelijkende reclame. Daarvoor moet eerst gekeken worden naar wat tijdens de NEN Studiedagen is gezegd en getoond en of daarmee suggestieve uitlatingen zijn gedaan. 4.39. Uit de door [medewerker Kingspan 1] tijdens de presentatie getoonde slides 14 en 15 (weergegeven onder 2.20) volgt dat [medewerker Kingspan 1] twee testen op systeem niveau met elkaar heeft vergeleken. Eén test met isolatiemateriaal klasse C met gevelbekleding klasse B (de ‘Pass’) en één test met isolatiemateriaal A1 met gevelbekleding A2 (de ‘Fail’). Om te kunnen komen tot een dergelijke openbare vergelijking, moeten, wil de vergelijkende reclame geoorloofd zijn, op een objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van de materialen met elkaar worden vergeleken. Met andere woorden er moet sprake zijn van een gelijke test onder gelijke omstandigheden. 4.40. Voor de beoordeling is daarom van belang welke testen met elkaar worden vergeleken. Kingspan heeft onvoldoende weersproken dat de foto die [medewerker Kingspan 1] tijdens de presentatie daadwerkelijk op slide 15 heeft getoond, afkomstig is van de door partijen als ‘July test’ aangeduide test van 2 juli 2018. Dit volgt ook uit de reactie van [medewerker Kingspan 1] op het e-mailbericht van [medewerker Rockwool] (opgenomen onder 2.19), waarin [medewerker Kingspan 1] schrijft dat [medewerker Rockwool] gelijk heeft dat bij het voorbeeld de compositie van het gevelpaneel volgens de overheid anders is dan de benodigde compositie voor de A2 klasse (de problemen met Vitracore). 4.41. [medewerker Kingspan 1] heeft zich bij de presentatie ten eerste gebaseerd op de July test. De conclusie van Kingspan dat uit deze test volgt dat A1 isolatiemateriaal (de steenwol van Rockwool) gecombineerd met A2 gevelbekleding niet door een grootschalige BS 8414 systeemtest is gekomen, moet gebaseerd zijn op objectieve feiten. Tussen partijen is niet in geschil dat bij de July test gebruik is gemaakt van Vitracore G2 gevelbekleding. Uit de onder 2.13 geciteerde brief volgt dat deze gevelbekleding ten tijde van de July test ten onrechte de A2 classificatie had gekregen. De stelling van Kingspan dat dit niet wil zeggen dat Vitracore op dat moment niet bestond uit A2 materiaal, doet niet af aan het feit dat, om te komen tot een objectieve vergelijking, vast moet staan dat de geteste gevelbekleding was geclassificeerd als A2 materiaal. Dat was hier niet het geval, nu uit het bericht van de overheid volgt dat het op de markt verschenen Vitracore G2 niet dezelfde bestanddelen had als het als A2 materiaal geteste Vitracore G2. Dit maakt dat de conclusie die Kingspan uit haar vergelijking trekt niet juist is, omdat geen sprake was van een July test bestaande uit A1 isolatiemateriaal met A2 gevelbekleding. 4.42. Tijdens de presentatie heeft [medewerker Kingspan 1] ook medegedeeld dat hij wetenschap heeft van testcombinaties van A1 isolatiemateriaal met A2 gevelbekleding die de zwaarste test, de BS 8414, niet hebben gehaald. Uit het e-mailbericht van 25 februari 2019 (opgenomen onder 2.19) volgt dat [medewerker Kingspan 1] zich hierbij baseert op de testen zoals die zijn weergegeven in de [voorzitter onderzoekscommissie] brief (opgenomen onder 2.12). Tijdens de zitting heeft Kingspan toegelicht dat zij zich daarbij ook heeft gebaseerd op 3 aanvullende testen (de ‘Little Venice Towers Test’, de ‘Sotech Test’ en een in een e-mailbericht van [onderzoekster] (werkzaam bij een privaat testlaboratorium) genoemde test). In totaal komt dit uit op een zestal testen (zie daarvoor het op pagina 24 van de conclusie van antwoord opgenomen overzicht). 4.43. De rechtbank stelt vast dat het moet gaan om een vergelijking tussen gelijke grootschalige systeemtests onder gelijke omstandigheden van enerzijds A1 isolatiemateriaal gecombineerd met A2 gevelbekleding en anderzijds gevelsystemen met isolatiemateriaal en gevelbekleding van Euroklasse C en B, nu de slides-presentatie die vergelijking maakt. Volgens Kingspan volgt haar conclusie dat A1 isolatiemateriaal gecombineerd met A2 gevelbekleding bij een grootschalige systeemtest heeft gefaald het duidelijkst uit de Sotech test. Deze test is volgens Kingspan op 18 januari 2008 uitgevoerd. Om te komen tot een objectieve vergelijking moet in ieder geval duidelijkheid bestaan over de geteste materialen, de omstandigheden waaronder is getest en de gebruikte testopstelling. Vast staat dat van de Sotech test alleen als productie 11 een grafiek is overgelegd. Volgens Kingspan geven de grafiek en de statements die tijdens de GTI door haar medewerkers over de Sotech test zijn afgelegd voldoende duidelijkheid over deze test. Ter zitting is naar voren gekomen dat de testopstelling wordt gebouwd in overeenstemming met de constructie van het daadwerkelijk te bouwen gebouw. De opdrachtgever bepaalt dus de testopstelling. De testopstelling moet wel bestaan uit een, volgens de landelijke normen, goedgekeurde bouwconstructie. De wijze van testen bestaat uit een gestandaardiseerde methode. Dit maakt dat qua testopstellingen een aantal variabelen mogelijk is, zoals het door Rockwool onweersproken wel of niet plaatsen van ‘fire stops’ of de mate waarin zuurstof een rol kan spelen in de constructie (ventilatieruimtes). Om te komen tot een objectieve vergelijking moet er, naar het oordeel van de rechtbank, meer informatie beschikbaar zijn dan een grafiek en een aantal statements inhoudende dat er daadwerkelijk is getest. De claim van Kingspan dat uit de Sotech test volgt dat A1 isolatiemateriaal gecombineerd met A2 gevelbekleding bij een grootschalige systeemtest heeft gefaald, is daarmee niet te controleren. Dat van een gefaalde test geen testrapport wordt opgesteld, zoals Kingspan betoogt, doet daar niet aan af en moet in die zin voor risico van Kingspan komen. 4.44. De juistheid van de mededeling van Kingspan ten aanzien van de gefaalde A1/A2 test kan ook niet volgen uit de door Kingspan ter zitting naar voren gehaalde test van 27 oktober 2016 (‘test één’). Ook daarvoor heeft te gelden dat, bij gebreke van stukken ter onderbouwing van de gebruikte materialen, omstandigheden en de testopstelling de conclusie die Kingspan daaruit trekt niet op objectieve wijze kan worden vastgesteld, zoals Rockwool terecht betoogt. 4.45. Blijven over de Australische test van 6 maart 2018, de Little Venice Towers test van 17 juli 2018 en een onbekende in een e-mailbericht van [onderzoekster] opgenomen test. Van deze testen heeft Rockwool onvoldoende weersproken gesteld dat deze testen zijn aan te merken als objectieve BS 8414 testen. Voor zover Kingspan zich bij deze mededeling heeft gebaseerd op de in 2017 uitgevoerde DCLG testen heeft te gelden dat daarbij geen sprake was van Euroklasse A2 gevelbekleding, maar Euroklasse E gevelbekleding, zodat daarmee niet kan worden vergeleken. 4.46. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat [medewerker Kingspan 1] zich bij de presentatie tijdens de NEN Studiedagen heeft bediend van ongeoorloofde vergelijkende reclame en dat dit aan Kingspan Insulation kan worden toegerekend. De vergelijking voldoet niet aan het bepaalde in artikel 6:194a lid 2 sub c BW. Lobby in correspondentie ATGB/DGMR 4.47. Ook hierbij heeft te gelden dat [medewerker Kingspan 1] als werknemer van Kingspan deelneemt aan de betreffende werkgroep, zodat de uitlatingen van [medewerker Kingspan 1] (gelet op hetgeen hiervoor onder 4.35 is overwogen) aan Kingspan Insulation kunnen worden toegerekend. 4.48. Kingspan werpt echter terecht op dat de e-mailwisseling valt aan te merken als een interne afstemming voorafgaand aan het aan DGMR te geven advies. Dat de uitkomst van het advies uiteindelijk zou kunnen meewerken aan de bevordering van de afzet, acht de rechtbank in zodanig ver verwijderd verband met de interne afstemming waarin de mededeling is gegeven, dat van reclame zoals bedoeld in artikel 6:194 en 194a BW geen sprake is. 4.49. Dit laat onverlet dat de uitlatingen tijdens de door Rockwool als ‘lobby’ bestempelde e-mailwisseling een onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW kunnen opleveren als vast komt te staan dat Kingspan heeft getracht de lobby te misleiden. Hoewel het zeker gezien kan worden als maatschappelijk onbetamelijk om in een lobby misleidende mededelingen te doen over producten van de concurrent ten gunste van eigen producten, acht de rechtbank de uitlatingen van Kingspan in het e-mailbericht van 3 februari 2021 (opgenomen onder 2.17) niet misleidend. Daarvoor acht de rechtbank van belang dat de uitingen zijn gedaan ten behoeve van het industriedebat over de aanpak van hoog risico gevels en de noodzaak, althans volgens Kingspan, van grootschalige systeemtesten. Op zichzelf is Kingspan vrij om in die discussie haar standpunt te onderbouwen door te verwijzen naar een aantal grootschalige systeemtesten. Dat Kingspan wellicht uit die testen de verkeerde conclusies trekt of conclusies trekt die niet objectief onderbouwd kunnen worden, maakt niet dat vaststaat dat Kingspan met het verwijzen naar die (gefaalde) testen het doel heeft gehad de lobby te misleiden. Daarvoor acht de rechtbank mede van belang dat Kingspan haar stelling omtrent het falen van gevelsysteemtesten bestaande uit onbrandbaar A1/A2 materiaal heeft genuanceerd door zelf te verwijzen naar de problemen met de classificatie van de Vitracore G2 gevelbekleding. Om te komen tot een onrechtmatige daad is daarom onvoldoende gesteld. 4.50. Voor zover Rockwool heeft bedoeld dat haar algemene stellingen omtrent de lobby- en marketingstrategie van Kingspan eveneens op zichzelf moeten leiden tot een onrechtmatige daad, heeft zij daaromtrent onvoldoende concreets gesteld. Conclusie conventie 4.51. De rechtbank komt in conventie tot de conclusie dat Kingspan zich schuldig heeft gemaakt aan ongeoorloofde vergelijkende reclame (artikel 6:194a BW) ten aanzien van de onder 4.6 opgenomen mededeling op de website en de mededelingen gedaan tijdens de NEN Studiedagen. Dit onrechtmatig handelen kan alleen aan Kingspan Insulation worden toegerekend, zodat de vorderingen in conventie ten aanzien van Kingspan Holding B.V. en Kingspan B.V. worden afgewezen. 4.52. De rechtbank komt tot een toewijzing van de onder 1. gevorderde verklaring voor recht op de wijze zoals hierna in het dictum weergegeven. 4.53. Het onder 2. en 4. gevorderde verbod acht de rechtbank te ruim geformuleerd, zodat Kingspan daarmee teveel wordt beperkt in haar vrijheid om haar standpunt ten aanzien van grootschalige testen openbaar te maken. De rechtbank zal het samenvoegen tot één verbod, gericht op de specifieke uitlatingen waarop de verklaring voor recht ziet. 4.54. De rechtbank ziet geen grondslag voor het onder 3. verzochte verbod. Kingspan moet zich als gevolg van het hierna geformuleerde verbod onthouden van het doen van publieke mededelingen waarop dit specifieke verbod ziet. Van (andere) mededelingen van Kingspan in de toekomst kan niet reeds nu gezegd worden dat deze onjuist of misleidend zijn. 4.55. De rechtbank wijst af het door Rockwool onder 5. gevorderde gebod tot verstrekking van een feitelijke onderbouwing bij mededelingen van Kingspan over de brandveiligheid van isolatiematerialen. De rechtbank volgt Rockwool niet in haar stelling dat artikel 6:195 lid 1 jo. 3:296 BW daar een grondslag voor biedt. Uit artikel 6:195 lid 1 BW volgt alleen een omkering van de bewijslast van de gestelde onrechtmatigheid bij een vordering gegrond op artikel 6:194 dan wel 6:194a BW en niet een verplichting om, buiten een procedure om, de juistheid of volledigheid van de mededeling te bewijzen. Het ontbreken van een verplichting zorgt er ook voor dat artikel 3:296 BW hier op zichzelf ook geen grondslag voor kan vormen. Deze vordering zal dan ook, als niet op de wet gegrond, worden afgewezen. 4.56. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Rockwool onvoldoende belang bij de gevorderde rectificatie. Daarvoor acht de rechtbank van belang dat de presentatie bij de NEN Studiedagen reeds in het voorjaar van 2019 heeft plaatsgevonden, zodat het maar zeer de vraag is in hoeverre de inhoud van de presentatie nog bekend is bij het publiek van destijds (waaronder potentiële afnemers) en of een rectificatie niet juist weer de aandacht op die inhoud vestigt. Wat betreft de mededeling op de website van Kingspan Insulation acht de rechtbank het belang van Rockwool tot opheldering in voldoende mate verzekerd nu de mededeling vanwege het gegeven verbod zal worden verwijderd en Rockwool zo nodig (toekomstige) afnemers opheldering kan geven door het tonen van dit vonnis. 4.57. De rechtbank ziet, ondanks het verweer van Kingspan dat zij vrijwillig aan een veroordeling zal voldoen, wel aanleiding om, gelet op de aanzienlijke belangen die verbonden zijn aan deze procedure, de dwangsom, zoals gevorderd, op te leggen en te maximeren zoals hierna te melden. 4.58. De vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat wijst de rechtbank toe, aangezien aannemelijk is, gelet op de betrokken commerciële belangen, dat de ongeoorloofde vergelijkende reclame tot schade kan hebben geleid. Proceskosten 4.59. Kingspan Insulation zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Rockwool worden begroot op: - dagvaarding € 113,10 - griffierecht 667,00 - salaris advocaat 1.126,00 (2,0 punt × tarief € 563,00) Totaal € 1.906,10 in reconventie 4.60. Uit de conclusie van eis in reconventie volgt dat Kingspan haar reconventionele vordering baseert op een Twitterbericht van 4 december 2020, een Twitterbericht van 29 augustus 2019 en uitlatingen op de website van Rockwool over isolatie op platte daken met zonnepanelen. Dit betekent dat hetgeen is aangevoerd omtrent LinkedIn-berichten geen bespreking behoeft, nu daarop geen vordering is gebaseerd. De rechtbank zal de gestelde onrechtmatige/misleidende uitlatingen hierna afzonderlijk behandelen. 4.61. Rockwool betwist allereerst dat Rockwool International iets te maken heeft met de in de reconventie betrokken uitlatingen. Kingspan heeft hierop niet gereageerd, zodat dit verweer, als onvoldoende betwist, slaagt. Dit betekent dat de vordering in reconventie voor zover die jegens Rockwool International is gericht, zal worden afgewezen. 4.62. De rechtbank volgt Rockwool niet in haar betoog dat de reconventionele vordering moet worden afgewezen wegens onvoldoende belang. Volgens Rockwool is de vordering slechts een reactie op de dagvaarding en heeft Kingspan nooit geklaagd over de nu door haar als onrechtmatig gestelde uitlatingen. Rockwool miskent daarmee dat de klachtplicht niet ziet op een vordering uit onrechtmatige daad. Daarnaast valt niet in te zien dat Kingspan onvoldoende belang heeft bij haar vordering. Twitterbericht 4 december 2020 4.63. Kingspan stelt ten aanzien van dit Twitterbericht (zie 2.26) dat de bewering dat brandbare isolatiematerialen doorslaggevend zijn geweest voor het verloop van de brand in de Grenfell Tower onjuist is en dat Rockwool zich met deze uitlating bewust van een onwaarheid bedient. Uit het Fase 1 rapport van de GTI (opgenomen onder 2.8) volgt juist de conclusie dat de ACM gevelbekleding doorslaggevend is geweest voor de snelheid waarmee de brand zich ontwikkelde, aldus Kingspan. 4.64. Rockwool betwist dat dit Twitterbericht een onjuistheid bevat. Mocht dit toch het geval zijn, dan voert Rockwool aan dat het bericht niet botst met de belangen van Kingspan en dat de inhoud van het bericht in het bijgevoegde gelinkte document wordt genuanceerd. 4.65. Het probleem met het twitterbericht zit in het woord ‘doorslaggevend’. Met dit woord wordt in de Nederlandse taal bedoeld: als de belangrijkste oorzaak. Het doet er in die zin niet toe of met het bericht bedoeld is iets te zeggen over de snelheid of het verloop van de brand. Het gaat erom dat het bericht zo gelezen wordt dat brandbare isolatiematerialen de belangrijkste oorzaak zijn geweest van de brand in de Grenfell Tower. Dat is een conclusie die niet uit het fase 1 rapport van de GTI kan worden getrokken (zie daarvoor 2.8). Daarin wordt als belangrijkste oorzaak van de snelheid waarmee de vlammen zich omhoog verspreidden de ACM gevelbekleding aangewezen, die volgens het rapport als een soort benzine werkte voor de zich uitbreidende vlammen. Vervolgens wordt in dat rapport de conclusie getrokken dat de aanwezigheid van kunststof isolatiemateriaal wel heeft bijgedragen aan de snelheid en de omvang waarmee de vlammen omhoog gingen, maar dat de mate waarin daaraan is bijgedragen zonder nader onderzoek niet kan worden vastgesteld. Dit rapport kan daarmee niet als onderbouwing dienen van de stelling dat brandbare isolatiematerialen doorslaggevend zijn geweest voor het verloop van de brand in de Grenfell Tower. Rockwool heeft geen andere stukken aangedragen ten bewijze van de juistheid van haar mededeling, zodat zij daarmee niet aan artikel 6:195 BW heeft voldaan. 4.66. Dat de mededeling wellicht gezien moet worden in de context die volgens Rockwool volgt uit het document (een artikel van haar website met de titel ‘De lessen die we geleerd hebben van Grenfell’) waarvan zij bij het Twitterbericht de link heeft gevoegd, doet niet af aan het feit dat in de tekst van het Twitterbericht geen enkele nuancering is aangebracht. De nuancering moet dan actief worden gezocht in het artikel. Dat is, mede gelet op de wijze waarop de boodschap naar voren is gebracht door gebruik te maken van het woord ‘doorslaggevend’, onvoldoende om aan de onvolledigheid te kunnen afdoen. 4.67. De rechtbank volgt Rockwool verder niet in haar betoog dat de mededeling niet refereert aan Kingspan, haar productassortiment of producteigenschappen. De mededeling betreft immers door Kingspan aangeboden producten, nu de door Kingspan aangeboden isolatiematerialen als brandbare isolatiematerialen kunnen worden gekenmerkt, aangezien zij geen Euroklasse A1 of A2 isolatiemateriaal verkoopt, maar kunststof isolatiematerialen, een productgroep waarin Kingspan marktleider is. 4.68. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat Rockwool hiermee misleidende informatie heeft verspreid. Twitterbericht 29 augustus 2019 4.69. Kingspan stelt dat deze uitlating (zie 2.26) onrechtmatig is omdat de indruk wordt gewekt dat er daadwerkelijk vanwege het ontbreken van onbrandbare isolatie een forse brand heeft plaatsgevonden in een hotel. Het bericht is niet controleerbaar, omdat er niet naar een specifieke brand wordt verwezen, en de gebruikte foto is een gekochte ‘stock-foto’ van een brand in een verlaten huis in Canada. Verder stelt Kingspan dat Rockwool ten onrechte claimt dat het rampzalig verloop van een brand (in zijn algemeenheid) altijd of met name het gevolg is van de aanwezigheid van isolatie met slechte of minder brandwerende eigenschappen. 4.70. Rockwool voert aan dat de inhoud van het bericht juist is, omdat het betreffende afgebrande hotel geen isolatiemateriaal had met goede brandwerende eigenschappen. Daarnaast kan volgens Rockwool het Twitterbericht niet misleidend zijn omdat het geen specifieke productgroep of producent vermeldt. 4.71. Naar het oordeel van de rechtbank wordt met dit bericht brandbaar isolatiemateriaal (het product van Kingspan) met onbrandbaar isolatiemateriaal (het product van Rockwool) vergeleken, door de (impliciete) mededeling dat het gebruik van isolatiemateriaal met een brandwerendheid van minimaal 1.000°C de brand zou hebben voorkomen. De vergelijking valt echter niet te verifiëren, omdat het bericht geen informatie geeft over welke brand bedoeld wordt, zodat de betreffende gevelconstructie onbekend is en er ook geen gegevens bekend zijn over de omstandigheden waaronder de hotelbrand zou hebben plaatsgevonden. Met de insinuatie dat het hotel is afgebrand, met het plaatsen van een foto van een uitgebrande kamer en de impliciete mededeling dat dit alles voorkomen had kunnen worden met ander (Euroklasse A1) isolatiemateriaal speelt Rockwool in op de angst van het publiek voor dergelijke grootschalige branden. De conclusie is dan ook dat hier sprake is van ongeoorloofde vergelijkende reclame, omdat de mededeling niet voldoet aan de eis van een objectieve vergelijking (artikel 6:194a lid 2 sub c BW). Website: uitlating over isolatiemateriaal op platte daken met zonnepanelen 4.72. Kingspan stelt dat Rockwool op haar webpagina (zie 2.27) ten onrechte schrijft dat onbrandbare isolatie (Euroklasse A1) de enige brandveilige dakisolatie is in het geval van plaatsing van zonnepanelen op een plat dak. Verder suggereert Rockwool volgens Kingspan dat alle dakisolatie van Rockwool A1 geclassificeerd is, terwijl een aantal specifieke producten die Rockwool opsomt die volgens haar kunnen worden toegepast op platte daken met zonnepanelen niet de A1 klasse hebben en dus niet onbrandbaar zijn. De uitlatingen op de website zijn misleidend in de zin van artikel 6:193c lid 1 sub a alsmede 6:194 sub a BW, aldus Kingspan. 4.73. Rockwool voert aan dat zij in dat artikel alleen heeft geschreven dat brandveilige dakisolatie raadzaam is. Dat is niet hetzelfde als schrijven dat die dakisolatie de enige brandveilige optie is, aldus Rockwool. Zij heeft alleen geschreven dat Euro-brandklasse A1 (onbrandbare) isolatiematerialen het meest veilig zijn om te gebruiken op een plat dak in geval van zonnepanelen. Er is geen sprake van individueel vergelijkende reclame, zodat reeds daarom enige mate van overdrijving is toegestaan. Rockwool betwist dat zij suggereert dat al haar dakisolatie onbrandbaar is. Zij heeft zelf in haar assortiment ook dakisolatieproducten met Euroklasse A2. Haar uitlatingen over onbrandbaarheid hebben duidelijk alleen betrekking op steenwol isolatiematerialen, aldus Rockwool. 4.74. De vordering betreft op dit punt twee verwijten, namelijk 1) het verwijt dat Rockwool met de bewoordingen ‘raadzaam’ en ‘elementaire voorwaarde’ doet voorkomen alsof A1 isolatiemateriaal op platte daken met zonnepanelen de enige brandveilige oplossing is, terwijl dit aantoonbaar niet juist zou zijn en 2) het verwijt dat Rockwool doet voorkomen alsof al haar dakisolatieproducten onbrandbaar zijn. Verwijt 1) 4.75. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Rockwool in de zinsnede ‘In verband met een verhoogd brandrisico en de verzekerbaarheid van het gebouw is toepassing van brandveilige dakisolatie raadzaam’ met het gebruik van het woord ‘raadzaam’ niet de suggestie gewekt dat het de enige brandveilige manier van dakisolatie is. De rechtbank volgt Kingspan niet in haar stelling dat je daarmee alternatieven uitsluit. Rockwool zegt in dit tekstblok iets ten gunste van haar eigen product, namelijk dat het wenselijk is om vanwege een verhoogd brandrisico bij zonnepanelen te kiezen voor onbrandbare isolatie. Dat Rockwool daarmee haar eigen product (dat wil zeggen haar A1 product) naar voren brengt als te gebruiken product voor brandveilige dakisolatie, wil niet zeggen dat Rockwool zich daarmee schuldig maakt aan misleidende reclame. Dit betreft geen mededeling die op zichzelf genomen een misleidend karakter heeft. Rockwool heeft hiermee een gunstige eigenschap van (een groot gedeelte van) haar dakisolatieproducten benadrukt, namelijk de Euroklasse A1 classificatie, zijnde onbrandbaar) en daarbij wellicht enige overdrijving toegepast met haar bewoordingen ‘raadzaam’ en verderop ‘elementaire voorwaarde’. Daarin zit geen onjuistheid omdat niet gezegd kan worden dat de classificatie ‘onbrandbaar’ niet in combinatie kan worden gebracht met uitlatingen over de veiligheid van een plat dak met zonnepanelen. Verwijt 2) 4.76. Ten aanzien van de suggestie dat alle Rockwool isolatie onbrandbaar is, is dit anders. Daarin switcht Rockwool in één alinea van Rockwool dakisolatie naar steenwol isolatie en is het voor de lezer, de gemiddelde consument, niet direct duidelijk dat niet alle Rockwool dakisolatie volledig uit steenwol bestaat. Het artikel gaat over het brandveilig plaatsen van zonnepanelen op platte daken. Rockwool schrijft daarin onder het kopje ‘advies bij plaatsing zonnepanelen op platte daken met ROCKWOOL dakisolatie’ dat alle Rockwool producten voor platte daken toegepast kunnen worden in geval van zonnepanelen. Vervolgens noemt Rockwool echter een aantal specifieke producttypes die nu juist geen A1 classificatie hebben. De rechtbank acht dit misleidend ten aanzien van de aard en of de eigenschappen van deze producten (artikel 6:194 lid 1 onder a BW). Niet voor iedereen is immers duidelijk dat de opmerkingen over onbrandbaarheid alleen betrekking hebben op steenwol isolatie en dat niet alle Rockwool dakisolatie (volledig) uit steenwol bestaat. Conclusie reconventie 4.77. De rechtbank komt in reconventie tot het oordeel dat sprake is van een ongeoorloofde vergelijkende reclame ten aanzien van de twee Twitterberichten en een misleidende mededeling op de website. Dit onrechtmatig handelen kan aan Rockwool B.V. worden toegerekend. 4.78. Het gevorderde bevel tot staken en gestaakt houden van de betreffende uitlatingen zal worden toegewezen. 4.79. De rechtbank ziet onvoldoende belang bij de gevorderde rectificatie. Daarvoor acht de rechtbank van belang het tijdsverloop sinds de Twitterberichten (2019 en 2020), zodat het nog maar de vraag is of de inhoud van de Twitterberichten nog bij het publiek (de afnemers) bekend is en of een rectificatie niet juist weer de aandacht vestigt op de inhoud van die Twitterberichten. Wat betreft de mededeling op de website acht de rechtbank het belang van Kingspan tot opheldering in voldoende mate verzekerd nu de mededeling vanwege het gegeven bevel tot staking zal worden verwijderd en Kingspan zo nodig (toekomstige) afnemers opheldering kan geven door het tonen van dit vonnis. 4.80. De rechtbank ziet, ondanks het verweer van Rockwool dat zij vrijwillig aan een veroordeling zal voldoen, wel aanleiding om, gelet op de aanzienlijke belangen die verbonden zijn aan de procedure, de dwangsom, zoals gevorderd, op te leggen en te maximeren zoals hierna te melden. Proceskosten 4.81. Rockwool B.V. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Kingspan worden begroot op: - griffierecht 667,00 - salaris advocaat 1.126,00 (2,0 punt × tarief € 563,00) Totaal € 1.793,00 5De beslissing De rechtbank in conventie 5.1. verklaart voor recht dat Kingspan Insulation onrechtmatig jegens Rockwool heeft gehandeld door zich schuldig te maken aan ongeoorloofde vergelijkende reclame met haar uitlating op de website dat het classificeren van een materiaal als onbrandbaar niet betekent dat het materiaal niet brandt en haar uitlatingen tijdens de NEN Studiedagen inhoudende dat een combinatie van A1 isolatiemateriaal met A2 gevelbekleding bij een brandtest heeft gefaald, 5.2. verbiedt Kingspan Insulation tot het publiekelijk doen van de mededeling dat het classificeren van een materiaal als onbrandbaar niet betekent dat het materiaal niet brandt en van de mededeling dat een combinatie van A1 isolatiemateriaal met A2 gevelbekleding bij een brandtest heeft gefaald zonder dat daaraan brandtests ten grondslag liggen die op identieke wijze en onder identieke omstandigheden zijn uitgevoerd, 5.3. veroordeelt Kingspan Insulation om aan Rockwool een dwangsom te betalen van € 100.000,00 per overtreding van het onder 5.2 opgenomen verbod, te vermeerderen met € 25.000,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 1.500.000,00 per overtreding is bereikt, 5.4. veroordeelt Kingspan Insulation tot vergoeding van de door Rockwool als gevolg van het onrechtmatig handelen van Kingspan Insulation geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, 5.5. veroordeelt Kingspan Insulation in de proceskosten, aan de zijde van Rockwool tot op heden begroot op € 1.906,10, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.7. wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 5.8. beveelt Rockwool B.V. om met onmiddellijke ingang de openbaarmaking en verspreiding van de uitlating dat brandbaar isolatiemateriaal doorslaggevend is bij branden en de uiting inhoudende de suggestie dat het gehele Rockwool isolatie assortiment voldoet aan de classificatie onbrandbaar te staken en gestaakt te houden, 5.9. veroordeelt Rockwool B.V. om aan Kingspan een dwangsom te betalen van € 50.000,00 per overtreding van het onder 5.8. genoemde bevel, te vermeerderen met € 5.000,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 1.000.000,00 per overtreding is bereikt, 5.10. veroordeelt Rockwool B.V. in de proceskosten, aan de zijde van Kingspan tot op heden begroot op € 1.793,00, 5.11. veroordeelt Rockwool B.V. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Rockwool B.V. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 5.12. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.13. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en mr. M.L. Braaksma en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2022. HR 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:178 Vgl. HR 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2162 MvT, Kamerstukken II 2000/01, 27619, nr. 3, p. 12 HvJ EG 19 april 2007, ECLI:EU:C:2007:230 Vgl. HR 8 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7435

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.