vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 9430313 \ CV EXPL 21-7249 \ 676 \ 40141 uitspraak van 2 februari 2022 vonnis in de zaak van de vennootschap naar buitenlands recht American Express Europe S.A. gevestigd te Madrid (Spanje) eisende partij gemachtigde Van der Hoeden / Mulder Gerechtsdeurwaarders en Juristen tegen [gedaagde partij] wonende te [plaats] gedaagde partij niet verschenen Partijen worden hierna American Express en [gedaagde partij] genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 18 augustus 2021 met producties; - de fax van de zijde van American Express van 14 september 2021. 1.2. [gedaagde partij] heeft niet schriftelijk of mondeling gereageerd op de dagvaarding of om aanhouding van de procedure verzocht. Tegen haar is (nog) geen verstek verleend. 2De vordering en het verweer 2.1. American Express vordert - na vermindering van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde partij] te veroordelen tot betaling van € 2.438,54 verhoogd met de wettelijke rente daarover sedert de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten en het nasalaris. 2.2. Aan haar vordering legt American Express ten grondslag dat zij, als rechtsopvolgster van American Express Services Limited te Londen, met [gedaagde partij] op 10 maart 2021 een betalingsregeling tevens vaststellingsovereenkomst in de zin van art. 7:900 BW heeft gesloten. Op basis van die overeenkomst moest [gedaagde partij] een bedrag van € 2.738,54 voldoen door maandelijks (minimaal) een bedrag van € 200,00 te betalen. American Express zou, wanneer de betalingsregeling werd nagekomen, geen aanspraak maken op vergoeding van (verdere) rente en kosten. [gedaagde partij] heeft zich echter niet aan de betalingsregeling gehouden en daarom vordert American Express nakoming van die overeenkomst. Er is na dagvaarding wel een bedrag van € 300,- betaald. Ook vordert American Express wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding, omdat de afspraak dat geen aanspraak op rente zou worden gemaakt is vervallen. 2.3. [gedaagde partij] is niet in deze procedure verschenen en heeft geen verweer gevoerd. 3De beoordeling 3.1. Omdat één van partijen haar woonplaats in het buitenland heeft, zal ambtshalve worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het voorliggende geschil van toepassing is. 3.2. [gedaagde partij] heeft haar woonplaats in Nederland. Nederland is lidstaat van de Europese Unie. Op grond van de EEX Verordening (EU) Nr. 1215/2012 wordt de gedaagde partij in beginsel opgeroepen voor een gerecht van de lidstaat waarin zij woont. Een grondslag voor afwijking van deze hoofdregel is niet gesteld of gebleken. Dat betekent dat de Nederlandse rechter in dit geval rechtsmacht heeft. Gelet op de woonplaats van [gedaagde partij] is de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem bevoegd van de vordering kennis te nemen. 3.3. Niet gesteld of gebleken is dat partijen een rechtskeuze hebben gedaan. Er is, indien uit wordt gegaan van een overeenkomst met betrekking tot een creditcard, sprake van een internationale consumentenovereenkomst waarop artikel 6 van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 - inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) - van toepassing is. Daarin is bepaald dat de overeenkomst gesloten door een natuurlijke persoon voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd (de consument) met een andere persoon die handelt in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep (de verkoper/handelaar) wordt beheerst door het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft. Aldus is in dit geval Nederlands recht van toepassing. American Express wordt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over of inderdaad sprake is van een overeenkomst met betrekking tot een creditcard. Indien namelijk geen sprake is van zodanige overeenkomst, moet de vraag welk recht op deze overeenkomst van toepassing is mogelijk anders beantwoord worden. 3.4. Artikel 21 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv.) bepaalt: “Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht.” 3.5. [gedaagde partij] is een natuurlijk persoon. Natuurlijke personen worden in beginsel aangemerkt als consument. Op grond van vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moet de rechter, als sprake is van een geschil waarbij een consument partij is, de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht toepassen. Dat moet hij ook doen als daar niet om is gevraagd (‘ambtshalve toepassing’). De dagvaarding moet voldoende informatie verschaffen om de rechter in staat te stellen te beoordelen of de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en daarbij te beslissen of er aanleiding is om het Europees consumentenrecht ambtshalve toe te passen. 3.6. De onderhavige dagvaarding bevat naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende informatie en voldoet daarmee niet aan de eisen van artikel 21 Rv. Op grond van artikel 22 Rv. is de rechter bevoegd een toelichting op bepaalde stellingen te vragen en te bevelen dat stukken worden overgelegd die op de zaak betrekking hebben. 3.7. De kantonrechter zal American Express daarom bevelen de stellingen in de dagvaarding toe te lichten. American Express moet dit doen door in ieder geval de volgende inlichtingen te verstrekken en (bewijs)stukken in het geding te brengen: Handelt gedaagde als consument; dus niet in de uitoefening van bedrijf of beroep? Wat is/zijn de grondslag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.