← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2022:6002

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Tegenspraak Parketnummer: 08/176895-20 (ontneming) Datum uitspraak : 12 september 2022 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsvrouw: mr. P.M. Breukink, advocaat in Arnhem. 1De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 153.164,

  1. 2De procedure De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht. De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en heeft gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden bepaald op € 144.725,
  2. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering moet worden afgewezen, omdat door het Ministerie van Defensie een vordering benadeelde partij is ingediend en het daarvoor toe te kennen bedrag in mindering kan worden gebracht op de ontnemingsvordering. 3De beoordeling van de vordering De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 12 september 2022 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde ter zake van oplichting, meermalen gepleegd, en valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 179 voorwaardelijk en met aftrek van het voorarrest, een taakstraf van 240 uren en een beroepsverbod. Voor de berekening van de opbrengsten en de kosten neemt de rechtbank tot uitgangspunt wat is opgenomen in het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel. Opbrengsten De bedragen die veroordeelde door middel van bewezenverklaarde oplichting en valsheid in geschrifte wederrechtelijk heeft ontvangen, zijn in de bewezenverklaring in voormeld vonnis opgenomen. De rechtbank gaat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van deze bedragen, te weten € 35.658,95, € 113.662,99 en € 4.041,
  3. Het in totaal verkregen voordeel bedraagt derhalve € 153.363,
  4. Kosten Uit het ontnemingsrapport is gebleken dat veroordeelde kosten heeft gemaakt die van voormeld bedrag moeten worden afgetrokken. Deze bedragen € 199,
  5. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie er op gewezen dat veroordeelde ook andere kosten heeft gemaakt, ten bedrage van € 8.439,
  6. De in totaal gemaakte kosten bedragen derhalve € 8.638,
  7. De vordering benadeelde partij van het Ministerie van Defensie Anders dan de raadsvrouw van veroordeelde heeft bepleit, zal de rechtbank geen rekening houden met de in de strafzaak toegewezen vordering benadeelde partij van het Ministerie van Defensie tot een bedrag van € 144.725,
  8. Het bepaalde in artikel 36e, negende lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorziet dat van voordeelsontneming geen sprake meer moet zijn indien en voor zover de schade die door het strafbare feit is ontstaan, reeds door de veroordeelde is vergoed. In dit geval is deze toewijzing nog niet onherroepelijk en daarnaast is de vordering nog in het geheel niet voldaan. De verrekening met de vordering benadeelde partij kan, indien deze is voldaan, plaatsvinden in de executiefase. Wederrechtelijk verkregen voordeel Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het door de veroordeelde totaal wederrechtelijk verkregen voordeel vast € 153.363,18 - € 8.638,00 = € 144.725,
  9. 4De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 5De beslissing De rechtbank: stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 144.725,18; legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag; bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 1080 dagen; - de veroordeelde is tot betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel verplicht, behoudens voor zover aan deze betalingsverplichting reeds door of namens een ander is voldaan. Aldus gegeven door mr. M. Duifhuizen (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs en mr. F.E. Venema, rechters, in tegenwoordigheid van D.P.H. Snellink, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 september
  10. Het “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel”, opgenomen in het aan de strafzaak ten grondslag liggende proces-verbaal, onderzoeksnummer [nummer] (p. 218-238).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.