beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen Verschoningskamer zaaknummer: C/05/409851 / KG RK 22-736 Beslissing van 18 oktober 2022 van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van M. Bugter, deskundig lid van de pachtkamer van deze rechtbank hierna te noemen: Bugter. in zijn hoedanigheid van deskundig lid van de pachtkamer in de zaak met zaaknummer 9822384 CV EXPL 22-1063 tussen de heren [… 1] en [… 2] en [… 3] . 1De procedure Bugter heeft op 11 oktober 2022 tijdens de mondelinge behandeling van de pachtkamer in bovengenoemde zaak een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het proces-verbaal waarin dit verzoek wordt vermeld, zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden. 2Het verschoningsverzoek Bugter heeft aan zijn verschoningsverzoek ten grondslag gelegd – kort gezegd – dat hij zich niet vrij voelt om deze zaak te behandelen omdat hij zakelijk betrokken is geweest bij de zoon van mevrouw [… 3] die tevens als gevolmachtigde voor haar optreedt. 3De beoordeling 3.
- In artikel 1019v Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat de bepalingen betreffende wraking en verschoning van rechters overeenkomstig van toepassing zijn op de deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken. 3.
- Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters, en dus ook een deskundig lid van de pachtkamer, die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen. 3.
- Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, als geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de zaak de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend. 3.
- De verschoningskamer stelt voorop dat Bugter niet heeft aangevoerd dat hij van oordeel is dat hij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor. 3.
- Uit het verschoningsverzoek blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat Bugter zich niet vrij voelt om de zaak te behandelen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. 4De beslissing De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van de heer M. Bugter toe, en verstaat dat in de zaak een ander deskundig lid van de pachtkamer zal worden aangewezen. Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.F. Geerling, voorzitter, mr. A.S.W. Kroon en mr. M.A. Jansen-van Leeuwen, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [… 4] en in openbaar uitgesproken op 18 oktober
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.