RECHTBANK Gelderland Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer / rolnummer: C/05/401339 / HZ ZA 22-97 Vonnis van 14 december 2022 in de zaak van [eis.conv./verw.reconv.] , wonende te [plaats] , eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie, advocaat: mr. J.H. Hofstede te Doetinchem, tegen [ged.conv./eis.reconv.] , wonende te [plaats] , gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie, advocaat: mr. C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers te Eindhoven. Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verwijzingsvonnis van 16 maart 2022 van de kantonrechter en de daarin genoemde stukken, - het tussenvonnis van 27 juli 2022 en de daarin genoemde stukken, - het B16-formulier van 17 oktober 2022 van de zijde van de vrouw met aanvullende productie XI, - de e-mail van 26 oktober 2022 van de rechtbank met daarin onder meer een agenda voor de zitting, - de e-mail en brief van 2 november 2022 van de zijde van de man met een verklaring van de huisarts, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 november 2022. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. De vrouw en de man hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. 2.2. Tijdens hun relatie hebben partijen samengewoond in de bedrijfswoning aan de [adres+plaats] (hierna: de bedrijfswoning). De bedrijfswoning is eigendom van de man. 2.3. Partijen hebben in 2002 en 2014 hypothecaire leningen afgesloten bij de Rabobank (hierna: de bank) ten behoeve van de bedrijfswoning, voor welke schulden de vrouw en de man hoofdelijk aansprakelijk zijn. 2.4. Vanaf april 2017 is de affectieve relatie tussen partijen en de samenwoning beëindigd. Toen is de vrouw elders gaan wonen. De man woont nu in de bedrijfswoning met zijn nieuwe echtgenote en haar kinderen. 2.5. In december 2017 is de waarde van de bedrijfswoning getaxeerd. Het taxatierapport bevat de volgende passage: AFBEELDING I 2.6. In een eerdere gerechtelijke procedure hebben partijen op 16 september 2019 een vaststellingsovereenkomst gesloten met de volgende inhoud: “Ter beëindiging van hun geschil en ter finale afwikkeling van hun samenlevingscontract komen partijen het volgende overeen: De man betaalt binnen een week na heden € 43.000,-- aan de vrouw op rekeningnummer (…); Na uitvoering van bovenstaande verlenen partijen elkaar over en weer finale kwijting van al hetgeen zij in het kader van hun samenleving af te wikkelen hadden; De man zal zich inspannen om ervoor te zorgen dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire leningen, tussen partijen genoegzaam bekend; De vorderingen worden over en weer ingetrokken; Partijen zullen met elkaar in over treden over de afwikkeling van alle openstaande praktische aangelegenheden, bij hen genoegzaam bekend.” 2.7. In een e-mail van 19 juni 2020 heeft de boekhouder van de man het volgende geschreven aan de man (witregels weggelaten, rechtbank): “In eerste aanleg is bij de Rabobank voorgelegd om het ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid te effectueren. Rabobank wil daar niet aan meewerken anders dan een reguliere aanvraag voorzien van alle inkomensgegevens en stukken. Dit verzoek zal worden afgewezen op grond van het feit dat er sprake is van een verliesgevende situatie in de werkmaatschappij. In 2019 hebben we besloten om de verkoopafdeling terug te brengen naar 1 verkoper, dit heeft niet de gewenste uitwerking gehad. Inmiddels wordt de verkoop door [betrokkene 1] gedaan en is er geen verkoper meer aangesteld, omdat de auto-verkoopvraag in de loop der jaren is afgenomen. Verder staat dit jaar 2020 in het teken van een verdere reorganisatie, de functie van administrateur is opgeheven en ook de garage-afdeling is teruggelopen zodat de receptie als zodanig anders wordt vormgegeven. Deze aanpassingen hebben de nodige kosten tot gevolg gehad. Dat effect openbaart zich pas later. Eerst in 2021 kunnen daarvan de vruchten worden geplukt tot dat moment zal het ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid niet worden toegestaan. Bij andere banken is de financiering niet onder te brengen. Dit zou enorme kosten met zich meebrengen en de haalbaarheid is nagenoeg nihil. Door de verwevenheid is het niet mogelijk de woning (bedrijfswoning) afzonderlijk van de bedrijfsfinanciering te realiseren. Een volledige herfinanciering van bedrijf met bedrijfswoning is niet reëel te veronderstellen. Ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid is dan ook alleen mogelijk bij verkoop van de bedrijfswoning. De enige mogelijkheid is verkoop van de bedrijfswoning, dat is omwille van de vermoedelijke opbrengst niet wenselijk. We zullen het daarom begin 2021 opnieuw kunnen beschouwen met enerzijds de nieuwe omvang en situatie binnen het bedrijf en dan een inschatting maken of op grond van de prognoses dit te realiseren is. Overigens zal een bank zich doorgaans voornamelijk baseren op de resultaten uit het verleden, dus ik verwacht ook niet dat dit in 2021 gerealiseerd kan gaan worden. Ik denk dat alle mogelijkheden zijn onderzocht maar dit niet te realiseren is.” 2.8. De vrouw is tot op heden niet ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire leningen afgesloten ten behoeve van de bedrijfswoning. 3Het geschil in conventie 3.1. De vrouw vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: zal bepalen dat de man binnen veertien dagen na het vonnis een verzoek dient te doen tot ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire leningen afgesloten ten behoeve van de bedrijfswoning, en dat de man aan dit verzoek zijn volledige medewerking dient te verlenen, op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de man dit nalaat, zulks onder bepaling van een maximum van € 256.000,00, de man zal veroordelen in de kosten van deze procedure. En voor het geval dat de bank weigert de vrouw te ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid: de man zal veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis en nadat de bank schriftelijk aan de vrouw en/of de man heeft medegedeeld dat de vrouw niet wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, medewerking te verlenen aan de verkoop van de bedrijfswoning, waarbij de vraagprijs van de bedrijfswoning of de vanaf prijs van de bedrijfswoning wordt vastgesteld op een zodanig bedrag als door de verkopend makelaar, in casu de door de vrouw aan te wijzen makelaar, wordt geadviseerd om tot verkoop van de bedrijfswoning te komen binnen een tijdvak van drie tot zes maanden, de man zal veroordelen mee te werken aan verkoop en overdracht van de bedrijfswoning aan derden door ondertekening van de koopakte alsook de akte van levering daaruit voortvloeiend, de man zal veroordelen tot het verlenen van volledige medewerking aan bezichtigingen van de bedrijfswoning en daartoe de bedrijfswoning opgeruimd en schoon te houden, de man zal veroordelen tot het verlenen van volledige medewerking aan de door de makelaar geadviseerde verkoopactiviteiten, waaronder ook uitdrukkelijk wordt begrepen het aanbrengen van een “te koop bord” en het doen deelnemen aan open huizen dagen van de bedrijfswoning, de man zal veroordelen om alle lasten verbonden aan de bedrijfswoning, zo ook de integrale rente en aflossing van de hypothecaire geldlening verbonden aan de bedrijfswoning, voor zijn rekening te nemen en correct en voor toekomstige termijnen telkens uiterlijk op de vervaldatum te voldoen, zal bepalen dat, indien de man geen medewerking verleent aan verkoop en levering van de bedrijfswoning, de man wordt veroordeeld tot het verlenen van volledige medewerking aan bezichtigingen van de bedrijfswoning en dat het vonnis de voor verkoop en eigendomsoverdracht noodzakelijke wilsverklaring van de man zal vervangen en met de bepaling dat het vonnis in de plaats zal treden van de wilsverklaring van de man en van de akten, of een deel daarvan, die opgemaakt dienen te worden uit hoofde van de uitvoering van het vonnis, zal bepalen dat, indien de man aan één of meerdere van de tegen hem in deze gevorderde veroordeling, onder c. tot en met h. niet binnen 48 uur na betekening van het vonnis voldoet, door de man een direct invorderbare dwangsom wordt verbeurd van € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat de man na de betekening van het vonnis in gebreke blijft daaraan geheel of gedeeltelijk te voldoen, zulks tot een maximumbedrag van € 256.000,00, de man zal veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. De vrouw legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Op grond van de vaststellingsovereenkomst van 16 september 2019 is de man gehouden te bewerkstelligen dat de vrouw wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid, desnoods door verkoop van de bedrijfswoning. Althans de redelijkheid en billijkheid brengen dit mee, omdat van de vrouw niet verlangd kan worden dat zij nog langer hoofdelijk aansprakelijk blijft. Althans artikel 3:178 lid 1 BW moet hier analoog worden toegepast. 3.3. De conclusie van de man strekt tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw, met veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure. De man betwist dat hij op genoemde gronden gehouden is te bewerkstelligen dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, desnoods door verkoop van de bedrijfswoning. in voorwaardelijke reconventie 3.4. De man vordert, onder de voorwaarde dat de vordering in conventie onder a. wordt toegewezen, dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw wordt veroordeeld tot het betalen van de kosten die samenhangen met haar ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ter zake de hypotheek, primair geheel en subsidiair voor 50%, met veroordeling van de vrouw in de kosten van de procedure. 3.5. De man legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat er geen reden is dat hij deze kosten voor zijn rekening moet nemen, althans niet voor meer dan 50%. 3.6. De conclusie van de vrouw strekt tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn vorderingen, althans tot afwijzing daarvan, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de man in de kosten van deze procedure. De vrouw betwist dat zij (een deel van) deze kosten voor haar rekening moet nemen. 4De beoordeling in conventie Verzoek aan de bank tot ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid 4.1. Partijen zijn op 19 september 2019 met elkaar overeengekomen dat de man zich zal inspannen om ervoor te zorgen dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire leningen. Niet in geschil is dat deze inspanningsverplichting meebrengt dat de man een (deugdelijk onderbouwd) verzoek moet doen aan de bank tot ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid. 4.2. De man stelt echter dat de bank dit verzoek zal behandelen als een nieuwe/reguliere hypotheekaanvraag, en ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid daarom niet mogelijk is, gelet op de verliesgevende onderneming van de man. Daarnaast bestaat volgens de man het risico dat, indien de bank de verliesgevende cijfers van zijn onderneming onder ogen krijgt, zijn handelskrediet wordt ingetrokken, wat het einde van zijn onderneming zou betekenen, met aanzienlijke schade voor hem en zijn gezin. Daarom, zo begrijpt de rechtbank de stellingen van de man, is hij (vooralsnog) niet gehouden bedoeld verzoek aan de bank te doen. 4.3. De rechtbank gaat hierin niet mee. De man heeft, gelet op de betwisting hiervan door de vrouw, onvoldoende onderbouwd gesteld dat ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid gezien zijn financiële situatie niet mogelijk is. De enkele verwijzing naar de hiervoor in randnummer 2.7 geciteerde e-mail van 19 juni 2020 van zijn boekhouder is voor die conclusie onvoldoende. Deze e-mail beschrijft de situatie medio 2020; dit zegt niets over de actuele situatie. Stukken waaruit de actuele financiële situatie van de man/zijn onderneming volgt, ontbreken. Evenmin heeft de man onderbouwd dat bedoeld verzoek aan de bank een (reëel) risico van opzegging van zijn handelskrediet meebrengt. Uit de e-mail van zijn boekhouder volgt dit in ieder geval niet. 4.4. Dit betekent dat de man de afspraak met de vrouw moet nakomen en een verzoek moet doen aan de bank tot ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. De daartoe strekkende vordering van de vrouw onder a. zal daarom worden toegewezen op de wijze zoals hierna weergegeven. De man zal worden veroordeeld om (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.