RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/780007-15 Datum uitspraak : 23 december 2022 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] , wonende aan de [adres] . Raadsman: mr. W. Hendrickx, advocaat in Utrecht. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 3 december 2018, 19 februari 2019, 23 mei 2019, 7 november 2019, 16 januari 2020 en 30 januari 2020, 7 november 2022, 10 november 2022 en 23 december 2022. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 oktober 2014 in de gemeente Winterswijk, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van: - het (telkens) valselijk (doen) opmaken en/of vervalst en/of vervalsen van (een) geschrift(en), te weten (een) werkgeversverklaring(
(1000)Euro voor over? .. [telefoonnummer] : Das wel erg veel joh! .. [telefoonnummer] : Ach das niet erg veel man voor mij pfft nee das niet veel (wordt zacht gezegd) Maar dan maak ik alles tip top honderd procent klaar hé (…) .. [telefoonnummer] : Maak ik drie loonstrookjes en een werkgeversverklaring en dan kunnen ze gewoon het bedrijf bellen en dan wordt het gewoon bevestigd als. Bij het tonen van de foto’s uit de fotomap onderzoek Goud verklaarde [verklaarder 2] dat de man op foto 1 de Turkse man is van wie hij de loonstroken en de werkgeversverklaring heeft gekregen. Hoewel de betreffende foto niet achter het proces-verbaal is gevoegd, stelt de rechtbank vast dat foto 1 in de fotomap van onderzoek Goud de foto van [medeverdachte 2] is. [werknemer 4 BV 3] heeft verklaard dat hij zonder werk zat en dat [medeverdachte 2] tegen hem zei dat hij wel een uitkering kon regelen. De rechtbank heeft eerder geconcludeerd dat in geen van de in het onderzoek betrokken bedrijven, in de periode waarin de bedrijven door de organisatie werden gebruikt, daadwerkelijk personen werkzaam zijn geweest. Dat betekent dat alle hierboven specifiek genoemde stukken valselijk zijn opgemaakt omdat daaruit ten onrechte blijkt dat iemand wél werkzaam was bij een bepaald bedrijf. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het tapgesprek tussen [medeverdachte 2] en [verklaarder 2] en de verklaring van [werknemer 4 BV 3] dat nog veel vaker stukken (tegen betaling) valselijk zijn opgemaakt. Met gebruikmaking van deze documenten zijn uitkeringen, verblijfsvergunningen, hypotheken en huurwoningen aangevraagd. Gelet op het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de organisatie tot oogmerk heeft gehad het valselijk opmaken van documenten en het gebruik maken van valse documenten. - Flessentrekkerij KPN/Telfort, Vodafone en T-Mobile hebben aangifte gedaan en daarbij beschreven dat telefoonabonnementen zijn afgesloten en de daarbij horende telefoons zijn geleverd, maar dat vervolgens de abonnementsgelden niet zijn betaald. In de aangifte van KPN/Telfort zijn de volgende contracten vermeld: - op naam van [BV 5] zijn op 3 april 2013 en 5 april 2013 contracten afgesloten door [medeverdachte 5] . Dit betreft in totaal honderd aansluitnummers van Telfort; - op naam van [BV 5] is op 17 mei 2013 een contract afgesloten door [medeverdachte 5] . Dit betreft twee aansluitnummers van KPN; - op 25 september 2013 heeft [medeverdachte 6] namens [BV 10] een contract afgesloten met Telfort voor tien aansluitnummers; - op naam van [BV 12] is op 14 oktober 2013 een contract afgesloten voor vier aansluitnummers. Dit contract is afgesloten door [medeverdachte 3] ; - op 2 april 2014 heeft [medeverdachte 1] namens [BV 9] een contract afgesloten met KPN voor vier aansluitnummers; - op naam van [stichting 1] is op 19 juni 2014 een contract met KPN afgesloten door [medeverdachte 7] . Dit contract ziet op vijf aansluitnummers; - [aandeelhouder BV 7] heeft op 18 juli 2014 en 29 juli 2014 namens [BV 7] contracten afgesloten met KPN en Telfort voor in totaal zes aansluitnummers (drie van KPN en drie van Telfort). De aangifte van Vodafone vermeldt de volgende contracten: - op naam van [BV 10] zijn op 25 september 2013 twee contracten afgesloten door [medeverdachte 6] ; - op 17 april 2014 zijn drie contracten afgesloten door [medeverdachte 7] , op naam van [stichting 1] ; - op 20 mei 2014 heeft [medeverdachte 7] twee contracten afgesloten op naam van [stichting 1] ; - [aandeelhouder BV 7] heeft op 22 juli 2014 drie contracten afgesloten op naam van [BV 7] . Ten slotte zijn de volgende contracten opgenomen in de aangifte van T-Mobile: - op 27 september 2013 zijn drie contracten afgesloten door [medeverdachte 6] op naam van [BV 10] , waarbij drie iPhones 5s zijn geleverd; - op 30 september 2013 zijn op naam van [BV 10] negen contracten afgesloten door [medeverdachte 6] , waarbij zes iPhones 5 en drie Samsungs Galaxy S4 zijn geleverd; - op 25 maart 2014 zijn door [medeverdachte 1] vier contracten afgesloten op naam van [BV 9] , waarbij vier iPhones 5s zijn geleverd; - op 2 juni 2014 is een contract afgesloten door [medeverdachte 7] , op naam van [stichting 1] , waarbij een iPhone 5s is geleverd; - op 11 juni 2014 zijn zes contracten afgesloten door [medeverdachte 7] , weer op naam van [stichting 1] . [medeverdachte 1] heeft verklaard over een ‘systeem’ met de telefoons. Er werd altijd gevraagd om een Samsung S3/S4 of een iPhone 5s. Ze keken welke telefoons het duurst waren en die pakten ze dan. Vervolgens werden de telefoons verkocht. De B.V. werd daarna op een andere naam gezet. De rekeningen werden gewoon niet betaald en dan pakten ze een nieuwe B.V. om dit te doen. [aandeelhouder BV 7] heeft op naam van [BV 7] telefoonabonnementen afgesloten. Zij deed dit in opdracht van [medeverdachte 2] . Het abonnement moest van [medeverdachte 2] altijd zo hoog mogelijk zijn, binnenland en buitenland bellen en veel MB’s. Ze moest het duurste abonnement nemen en altijd met toestel iPhone 5 en een enkele keer Samsung Galaxy. De telefoons die ze meekreeg gaf ze direct aan [medeverdachte 2] . [aandeelhouder BV 7] is ook een keer mee geweest met [medeverdachte 7] . Ze moest mee van [medeverdachte 2] omdat het er betrouwbaar uitzag als er een Nederlandse vrouw naast hem stond. [medeverdachte 2] regelde dat zij samen naar die winkel gingen en ze moesten samen abonnementen afsluiten. [medeverdachte 7] kreeg toen zes iPhones type 5. Hij gaf de telefoons aan [medeverdachte 2] , die zei dat hij de helft van die telefoons voor zijn bedrijf gebruikte en dat hij de rest doorverkocht. Op 17 juni 2014 is [medeverdachte 2] geobserveerd. Hij is die dag met [medeverdachte 7] en [verdachte] onderweg geweest. [medeverdachte 2] is ingestapt bij een man in een Opel Astra met kenteken [kenteken 1] . Daarna is [medeverdachte 7] samen met een NNvrouw de winkel van T-Mobile in Doetinchem binnengegaan, waar zij een telefoon hebben gekocht. Zij zijn daarna ook bij andere telefoonwinkels (Belcompany en The Phone House) naar binnen gegaan. De NNvrouw is weggereden in een Renault Twingo met kenteken [kenteken 2] . Deze auto staat op naam van [aandeelhouder BV 7] . De eigenaar van de Opel Astra, [eigenaar Opel Astra] , heeft verklaard dat hij twee of drie keer telefoons van [medeverdachte 2] heeft gekocht. In totaal één of twee iPhones 5s en twee of drie Samsungs. Die dag heeft hij [medeverdachte 2] ontmoet en heeft hij ook telefoons van [medeverdachte 2] gekocht. [eigenaar Opel Astra] zou aanvankelijk vijf telefoons kopen voor 2000 euro. Uiteindelijk heeft hij er twee of drie gekocht voor 415 euro per stuk. De andere telefoons die [medeverdachte 2] aanbood heeft [eigenaar Opel Astra] niet gekocht omdat daar geen bon bij zat. Hij kan zich de telefoongesprekken herinneren waarmee de politie hem confronteert. [eigenaar Opel Astra] maakte gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer] . Een van die gesprekken is van 17 juni 2014 om 12:48 uur en wordt gevoerd tussen [eigenaar Opel Astra] en de gebruiker van nummer [telefoonnummer] , waarvan de rechtbank gelet op de eerste zin en de bovenstaande verklaring van [eigenaar Opel Astra] vaststelt dat het om [medeverdachte 2] gaat. .. [telefoonnummer] : hai broeder, ik ben [medeverdachte 2] uit Winterswijk. (…) .. [telefoonnummer] : het kost 425 per stuk. [eigenaar Opel Astra] : dat kan toch niet, voor een winst van 15 euro doe je toch geen handel in de telefoon. Heb je ook iPhone5s? .. [telefoonnummer] : ook dat komt. [eigenaar Opel Astra] : als je 400 euro per stuk wil verkopen, dan neem ik. .. [telefoonnummer] : kom dan nu direct naar Winterswijk. [eigenaar Opel Astra] : hoeveel heb je? .. [telefoonnummer] : 5 stuks. Maak er maar 410 euro van. Hiermee kan ik de brandstof betalen. [eigenaar Opel Astra] : je moet mij echt geloven dat ik aan de telefoonwinkel een stuk voor 425 euro heb verkocht. Als je dat zelf wilt brengen, wil ik je naast 2000 euro 20 euro voor de brandstof betalen. .. [telefoonnummer] : neen, ik moet nu vanuit Zutphen richting Winterswijk rijden. [eigenaar Opel Astra] : moet ik naar jou komen? .. [telefoonnummer] : ja, het moet. [eigenaar Opel Astra] : oke, ik breng 2000 euro mee en ik kom naar jou. Op 17 juni 2014 voert [medeverdachte 2] (stemherkenning) om 13:53 uur een gesprek met een NNman die gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer] . [medeverdachte 2] : Oke, ik heb vijf stuks binnen. Nnman6473: Oh das yh mooi. [medeverdachte 2] : Dus je kunt er gelijk uh tien achter aan bestellen, maar liefst lphone (phon). Nnman6473: Jajajajaja. [medeverdachte 2] : Maar hoeveel moest je nou bijbetalen? Nnman6473: tweeenhalf. [medeverdachte 2] : tweeenhalf honderd? Nnman6473: Nee duizend. [medeverdachte 2] : Nee, bij Telfort. Nnman6473: Oh nee niets, ja met uh nee bij Telfort waren het uh vijf uh Galaxies (phon) he. [medeverdachte 2] : Ja, die heb ik binnen nou, maar lphones van maken …. (onverstaanbaar). NNman6473: Uh ja want wat ik nu heb gedaan was vijf lphone en vijf Galaxie dus als dat uh tien uhm ja dat weet ik niet moet ik een nieuwe offerte aanvragen. [medeverdachte 2] : Oke. NNman6473: Dat moet ik effe doen dan. [medeverdachte 2] : Maar d‘e 'bonnet’es' (phon) moeten ze bij hebben, van die Samsung S5, daar kun je niet bij, heb je ergens in mail staan ofzo? NNman6473: Bonnetjes? [medeverdachte 2] : Bonnetjes of factuur of.. NNman6473: Ja zit allemaal in de mail, want waar heb je die voor nodig dan? [medeverdachte 2] : Ja die man die dat wil kopen .... (onverstaanbaar) bonnetjes. NNman6473: Ow oke ja maar dan mail ik die straks wel effe naar je toe. [medeverdachte 2] : .... (onverstaanbaar) NNman6473: Ik mail straks wel even naar je toe. [medeverdachte 2] : ja is goed. NNman6473: he, dan uh, want kun j’ d'r vierhonderd voor pakken of wat? [medeverdachte 2] : Ja daar ben ik nou aan onderhandelen maar ik zat te twijfelen of er nou wel of geen bonnetjes bij zit, zonder bonnetjes kun je niks. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het bovenstaande dat door verschillende personen die deel uitmaakten van de organisatie steeds op naam van een bedrijf waarvan de organisatie gebruik maakte telefooncontracten werden afgesloten en dat de daarmee verkregen telefoons (iPhones en Samsungs) meestal werden doorverkocht. De rekeningen van de telecomaanbieders werden vervolgens niet betaald. De rechtbank is daarom van oordeel dat de organisatie het plegen van flessentrekkerij tot oogmerk heeft gehad. Tussenconclusie van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat zowel bij de valsheid in geschrift als de flessentrekkerij gebruik is gemaakt van een fors aantal bedrijven. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze bedrijven uitsluitend opgericht dan wel aangekocht en in de meeste gevallen op naam gezet van één van de verdachten uit het onderzoek met het doel om strafbare feiten te plegen. Zoals de rechtbank al eerder heeft geconcludeerd, heeft in de periode waarin de strafbare feiten zijn gepleegd niemand binnen deze bedrijven gewerkt en hebben binnen deze bedrijven geen werkzaamheden plaatsgevonden. Als eerder overwogen ging het om “lege” B.V.’s. De bedrijfsgegevens werden echter wel gebruikt om arbeidsovereenkomsten, werkgeversverklaringen en loonstroken vals op te maken. Ook konden door het gebruik van die gegevens zakelijke contracten met de telecomaanbieders worden afgesloten voor meerdere aansluitingen, zodat meer telefoons konden worden verkregen. De rechtbank overweegt verder dat het innen van vorderingen door bijvoorbeeld de telecomaanbieders bewust is bemoeilijkt doordat sommige bedrijven op naam werden gezet van een persoon uit het buitenland (die vervolgens uit Nederland vertrok) en doordat enkele bedrijven in Duitsland stonden ingeschreven. Zo is namens T-Mobile gemeld dat er vorderingen naar een incassobureau zijn gestuurd en dat de vorderingen op [BV 9] en [BV 10] zijn teruggekomen als zijnde oninbaar. De rechtbank concludeert dan ook dat het gebruik maken van de gegevens van deze bedrijven een wezenlijk onderdeel vormde van de handelwijze van de verdachten en daarmee van hun samenwerkingsverband. Gelet op al het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat tussen 1 januari 2011 en 22 oktober 2014 sprake was van een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, met als oogmerk het valselijk opmaken van documenten en het gebruik maken daarvan en flessentrekkerij. Deelneming Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is sprake van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband én als de verdachte een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt bij, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde oogmerk. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat [verdachte] enige tijd bestuurder is geweest van [BV 2] . In die periode was [BV 2] ook bestuurder van [BV 9] en enig aandeelhouder en bestuurder van [BV 9] . Dit betekent dat [verdachte] betrokken is geweest bij die door de organisatie gebruikte bedrijven. De rechtbank noemt in dit verband de verklaring van [medeverdachte 4] , dat hem door [verdachte] werd gevraagd om een bedrijf op zijn naam te zetten omdat [verdachte] problemen had met de sociale dienst. Ter zitting heeft [verdachte] verklaard dat hij inderdaad heeft gevraagd om een bedrijf van zijn naam te halen vanwege de sociale dienst. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat [verdachte] bij de indiening van een aanvraag tot verlenging van zijn verblijfsvergunning gebruik heeft gemaakt van een valse werkgeversverklaring en valse salarisstroken van [BV 1] . Verder heeft hij in een tapgesprek aan [medeverdachte 2] gevraagd of deze de papieren voor de sociale dienst even wil regelen. Daarnaast noemt de rechtbank de verklaring van [verklaarder 3] , dat hij had gehoord dat [medeverdachte 2] een WW-uitkering kon regelen en dat hij toen contact heeft opgenomen met [verdachte] omdat hij wist dat [verdachte] veel contact had met [medeverdachte 2] . [verdachte] heeft [verklaarder 3] toen doorverwezen naar [medeverdachte 2] . Hieruit volgt dat [verdachte] ook heeft bemiddeld bij het opmaken van valse documenten. De rechtbank wijst ook op de verklaring van [verdachte] dat hij op naam van [BV 2] telefoons wilde gaan bestellen bij onder andere T-Mobile, Telfort en KPN maar dat dit niet is gelukt. [verdachte] was daarmee niet alleen op de hoogte van de werkwijze met betrekking tot de flessentrekkerij maar heeft daadwerkelijk bij meerdere telecomaanbieders geprobeerd om contracten af te sluiten. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van het bovenstaande bewezen dat [verdachte] heeft deelgenomen aan de criminele organisatie. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 oktober 2014 in de gemeente Winterswijk, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van: - het (telkens) valselijk (doen) opmaken en/of vervalst en/of vervalsen van (een) geschrift(en), te weten (een) werkgeversverklaring(
- en)en/of arbeidsovereenkomst(
- en)en/of salarisstro(o)k(
- en)en/of uitkeringsformulier(en), (elk) zijnde (een) geschrift(
- en)die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, en/of het (telkens) opzettelijk gebruik maken van die/dat geschrift(
- en)als ware die/dat geschrift(
- en)echt en onvervalst, en/of het (telkens) opzettelijk afleveren en/of voorhanden hebben van die/dat vals(
- e)of vervalst(
- e)geschrift(en), terwijl verdachte(
- n)wist(en), althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat die/dat geschrift(
- en)bestemd was/waren als ware het (telkens) echt en onvervalst, en/of - het (telkens) met het oogmerk om zich of (een) ander(
- en)wederechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of een of meer listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels bewegen van (een) (telefoon)provider(
- s)tot de afgifte van een of meer telefoonabonnement(
- en)en/of contract(
- en)en/of (mobiele) telefoon(
- s)dan wel het maken van een gewoonte van het kopen van goederen (telefoonabonnementen en/of contracten en/of mobiele telefoons) telkens met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, en/of; - het (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middels als bedoeld bij de Opiumwetwet behorende lijst II; 2. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2011 tot en met 31 december 2011, in de gemeente Winterswijk en/of Almelo en/althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, en/of (telkens) van die een valse en/of vervalste werkgeversverklaring en/of salarisstro(o)k(
- en)gebruik heeft/hebben gemaakt, als ware die/dat geschrift(
- en)echt en/of onvervalst, welk gebruik maken bestond uit het inleveren van die werkgeversverklaring en/of salarisstro(o)k(
- en)bij de IND ten behoeve van een (aanvraag tot verlenging) verblijf in Nederland voor (verdachte) [verdachte] , immers heeft verdachte ingeleverd - een werkgeversverklaring dd. 20 december 2011 (pag. 10.763), en/of - een of meer salarisstro(o)k(
- en)(pag. 10.760-2), (elk) zijnde (een) geschrift(
- en)die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of doen opmaken en/of laten vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) waarbij valselijk en/of in strijd met de waarheid: - op die werkgeversverklaring vermeld/aangegeven dat (verdachte) [verdachte] een dienstverband zou hebben/werkzaam zou zijn bij de firma/het bedrijf [BV 1] , en/of - op die salarisstro(o)k(
- en)vermeld/aangegeven dat (verdachte) [verdachte] inkomsten uit arbeid zou ontvangen van de firma/het bedrijf [BV 1] . Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven feit 2: opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt, meermalen gepleegd 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek van de periode die in voorlopige hechtenis is doorgebracht. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte geen gevangenisstraf wordt opgelegd. De raadsman heeft voorgesteld aan verdachte een taakstraf van ten hoogste 80 uren op te leggen. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gebruikmaken van een valse werkgeversverklaring en valse salarisstroken ten behoeve van de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning van verdachte. Deze strafbare feiten werden gepleegd met behulp van feitelijk ‘lege’ B.V.’s. Met behulp van deze lege B.V.’s werden op grote schaal valselijk werkgeversverklaringen, arbeidsovereenkomsten en salarisstroken opgemaakt, die voor het plegen van verschillende vormen van fraude en flessentrekkerij werden gebruikt. Dit alles gebeurde in het kader van een crimineel samenwerkingsverband waarvan verdachte onderdeel uitmaakte. Het criminele samenwerkingsverband heeft voor een periode van bijna vier jaar bestaan, waarin het plegen van genoemde strafbare feiten frequent plaatsvond. Verdachte heeft met zijn handelen enkel eigen gewin voor ogen gehad en heeft geen rekening gehouden met de belangen van de diverse bedrijven en instanties. Deze bedrijven en instanties hebben veelal forse financiële schade opgelopen. Bovendien heeft verdachte schade toegebracht aan het vertrouwen dat zulke bedrijven en instanties in het financiële verkeer en de dienstverlening over en weer in elkaar moeten kunnen stellen. De bewezenverklaarde feiten zien op de periode 2011-2014. De rechtbank wijst vonnis op 23 december 2022. Bij de beoordeling van de vraag of de behandeling van de zaak binnen de redelijke termijn heeft plaatsgevonden, geldt als uitgangspunt dat de behandeling van de zaak op de zitting dient te zijn afgerond met een einduitspraak binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft in onderhavige zaak de dag waarop de doorzoekingen hebben plaatsgevonden, te weten 22 oktober 2014, te gelden als aanvangsdatum van de redelijke termijn. Er zijn nadien ruim acht jaren verstreken. Dit tijdsverloop kan gedeeltelijk worden verklaard door de omvang en complexiteit van het onderzoek en het uitvoering geven aan de onderzoekswensen van de verdediging. Er zijn op verzoek van de verdediging vele getuigen gehoord. Een aantal getuigen bleek moeilijk traceerbaar, zodat veel tijd is besteed aan het met behulp van rechtshulpverzoeken traceren van deze getuigen. Dit zijn omstandigheden die maken dat in deze zaak een langere duur dan twee jaren redelijk is. Verder is het coronavirus van invloed is geweest op het plannen en uitstellen van de inhoudelijke behandeling van deze strafzaak. Tot slot is ook sprake van periodes waarbij de zaak “op de plank heeft gelegen” zonder dat daarvoor een oorzaak aan te wijzen is. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 17 juni 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BD2578) bepaald dat een overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden. Indien sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met zes maanden of minder wordt een strafkorting van 5% toegepast, in geval van een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan zes maanden maar minder dan twaalf maanden wordt een strafkorting van 10% toegepast en in de gevallen waarin de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden is overschreden dan dient de rechter volgens de Hoge Raad naar bevind van zaken te handelen. De rechtbank zal in onderzoek Goud een strafkorting van 25 procent toepassen. Dat doet naar haar oordeel recht aan alle omstandigheden van het geval en aan de forse overschrijding van de redelijke termijn. Verder kan de overschrijding ook betekenen dat niet langer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf maar een taakstraf passend wordt geacht. Uit de justitiële documentatie van verdachte volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Van een delictpatroon is dan ook geen sprake. De reclassering heeft in haar rapport van 14 oktober 2022 beschreven dat sprake is van schuldenproblematiek en dat verdachte daarbij ondersteuning krijgt. Sinds 2019 is sprake van stabiliteit ten aanzien van de overige leefgebieden. Zo heeft verdachte een woning en een baan. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Een gevangenisstraf zal het verlies van zijn woning tot gevolg hebben en ervoor zorgen dat de bestaande schulden oplopen. De vraag is welke straf passend is. Gelet op de ernst van de feiten zou eigenlijk alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zijn. De andere kant is dat verdachte een zeer beperkte rol heeft gehad, de feiten acht tot elf jaar geleden zijn gepleegd, er sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn en dat verdachte na het plegen van de onderhavige feiten niet meer met justitie in aanraking is gekomen. Bovendien heeft verdachte inmiddels zijn leven op de rit gekregen. Bij een gevangenisstraf zal hij naar alle waarschijnlijkheid zijn baan en woning kwijtraken, hetgeen enkel het gevaar van herhaling zal vergroten. De rechtbank acht dat noch in het belang van verdachte, noch in het belang van de maatschappij. Uiteindelijk kent de rechtbank doorslaggevend gewicht toe aan het gegeven dat feiten lang geleden zijn gepleegd, terwijl verdachte na zijn aanhouding geen vergelijkbare strafbare feiten meer heeft gepleegd. Indien iemand gedurende vele jaren aantoonbaar heeft geïnvesteerd in het op orde krijgen en houden van zijn leven en iemand ook niet meer in beeld is bij justitie, kan het voordeel van de twijfel worden gegund. De rechtbank zal daarom aan verdachte een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt een proeftijd van drie jaar verbonden. Verdachte krijgt zo voor nu het voordeel van de twijfel, maar komt hij lopende de proeftijd alsnog in aanraking met justitie, dan kan de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf alsnog ten uitvoer worden gelegd. Verdachte krijgt daarmee de kans om te laten zien dat hij inderdaad afscheid heeft genomen van het plegen van strafbare feiten maar blijkt later dat dit toch niet het geval is, dan hangt hem alsnog een langdurige gevangenisstraf boven het hoofd. Alles overziend zal de rechtbank aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf voor de duur van 70 uren, te vervangen door 35 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met dien verstande dat voor iedere dag twee uren taakstraf in mindering wordt gebracht. De rechtbank acht 70 uren passend, gelet op al hetgeen hierboven is overwogen en ook op de beperkte rol van verdachte in het geheel. Hoewel sprake is van deelname aan een criminele organisatie, is de rol van verdachte erg beperkt gebleven. De rechtbank acht dit onderscheid tussen verdachte en de medeverdachten onvoldoende tot uitdrukking gebracht in de strafeis. De op te leggen straf is daarom niet in modaliteit maar ook in zwaarte anders dan de eis van de officier van justitie. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 140 en 225 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden; bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit; legt op een taakstraf van 70 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 35 dagen; beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.A.M. Janssen, voorzitter, mr. J.M.J.M. Doon enmr. Y. Yeniay-Cenik, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar en mr. E.A. Clevers, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 december 2022. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 201506201100, onderzoek 07TAC14002 Goud, gesloten op 11 juni 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 11295-11298. Proces-verbaal van verhoor [aandeelhouder BV 3] , p. 823-824. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 328, p. 331-335 en p. 1050. Proces-verbaal van bevindingen, p. 723. Proces-verbaal van bevindingen, p. 826. Proces-verbaal, p. 828. Overzicht bankrekening, p. 863-869 en proces-verbaal van bevindingen, p. 826-827. Verslag curator, p. 731-733. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 1157-1160. Proces-verbaal van verhoor [aandeelhouder BV 4] , p. 1178-1179. Informatie Belastingdienst, p. 1170-1171. Proces-verbaal, p. 1154. Informatie Belastingdienst, p. 1243-1248 en rekeningafschriften, p. 1270-1274 Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 1381. Proces-verbaal van bevindingen, p. 873 en proces-verbaal van bevindingen, p. 1376. Proces-verbaal van bevindingen, p. 873 en rekeningafschriften, p. 1645-1649. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 2934-2937. Tweede faillissementsverslag, p. 2944-2945. Eerste faillissementsverslag, p. 2939. Proces-verbaal van bevindingen, p. 874. Overzicht bankrekening, p. 853-854. Overzicht bankrekening [medeverdachte 5] , p. 1066. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 2113-2115 Proces-verbaal van verhoor [aandeelhouder BV 7] , p. 2140-2141. Proces-verbaal van bevindingen, p. 874. Overzicht bankrekening, p. 856-859 en proces-verbaal van bevindingen, p. 874. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 2968-2974. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p. 239. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p. 252. Proces-verbaal van bevindingen, p. 874. Overzicht bankrekening, p. 860-862 en proces-verbaal van bevindingen, p. 874. Proces-verbaal van bevindingen, p. 2586-2588. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 2333. Proces-verbaal van bevindingen, p. 875. Overzicht bankrekening [medeverdachte 5] , p. 1066. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 2600-2608. Proces-verbaal van bevindingen, p. 875. Proces-verbaal van bevindingen, p. 2598. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] , p. 6457. Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , p. 483. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 2617-2621. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p. 239. Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 1742. Proces-verbaal van bevindingen, p. 875. Bevindingen aangiften loonheffing [BV 2] BV, p. 2625-2627. Proces-verbaal van verhoor [aandeelhouder/bestuurder BV 2] , p. 2629-2634. Overzicht bankrekening, p. 855. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 2510-2517. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 326 en p. 2743 Proces-verbaal van bevindingen, p. 876. Overzicht bankrekening, p. 853-854. Uittreksel KvK, p. 14050-14051. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 334. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p. 15670. Proces-verbaal van het UWV, nummers 192768 en 1895673, p. 15432 en p. 15570-15571. Uittreksel KvK, p. 14102-14112. Proces-verbaal van het UWV, nummers 1895671 en 1935299, p. 14017 en proces-verbaal van bevindingen, p. 14098. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 14086. Proces-verbaal van verhoor [verklaarder 1] , p. 228-229. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 331-335. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 340. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 2743. Faillissementsverslag 1 augustus 2014, p. 2944. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 2846-2848. Proces-verbaal, p. 2843. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 821-822. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 2600-2608. Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 2510-2511. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 483. Uitdraai GBA bevraging, p. 739. Proces-verbaal, p. 722. Openbaar faillissementsverslag 8 oktober 2014, p. 732. Proces-verbaal van bevindingen, p. 2507. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 484. Aanvraagformulier met bijlagen, p. 10755-10763. Werkgeversverklaring, p. 10763. Salarisspecificaties, p. 10760-10762. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 18485-18488. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p. 253. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 322-323. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 327. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 328. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 334. Werkgeversverklaring, p. 10763. Salarisspecificaties, p. 10666-10668. Arbeidsovereenkomst, p. 10661-10663, Werkgeversverklaring, p. 10664-10665 en Salarisspecificaties, p. 10666-10668. Werkgeversverklaring, p. 11213. Werkgeversverklaring, p. 11348. Aanvraagformulier, p. 15441-15443. Aanvraagformulier, p. 15211-15213. Aanvraagformulier, p. 15468-15471. Aanvraagformulier, p. 15721-15724. Aanvraagformulier, p. 14029-14031. Aanvraagformulier, p. 14911-14913. Aanvraagformulier, p. 15027-15029. Aanvraagformulier, p. 14040-14042 Aanvraagformulier, p. 15229-15231. Salarisspecificaties, p. 12074-12075. Werkgeversverklaring en salarisstroken, p. 12038-12041. Proces-verbaal van verhoor [verklaarder 2] , p. 12066-12068. Uitwerking tapgesprek sessie 3718, p. 12021-12023. Proces-verbaal van verhoor [verklaarder 2] , p. 12068. Inhoudsopgave fotomap onderzoek Goud, p. 305. Proces-verbaal van verhoor [werknemer 4 BV 3] , p. 9196. Proces-verbaal van aangifte namens KPN en Telfort, p. 12520-12529; Proces-verbaal van aangifte namens Vodafone, p. 13012-13016 en Proces-verbaal van aangifte namens T-Mobile, p. 13513-13516. Proces-verbaal van aangifte namens KPN en Telfort, p. 12520-12529. Proces-verbaal van aangifte namens Vodafone, p. 13012-13016. Proces-verbaal van aangifte namens T-Mobile, p. 13513-13516. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 333. Proces-verbaal van verhoor [aandeelhouder BV 7] , p. 12813-12814. Proces-verbaal van observatie, p. 13567-13574. Proces-verbaal, p. 13507. Proces-verbaal van verhoor [eigenaar Opel Astra] , p. 13607-13609. Uitwerking tapgesprek sessie 2009, p. 13610. Uitwerking tapgesprek sessie 2025, p. 13598-13599. Proces-verbaal van aangifte namens T-Mobile, p. 13515-13516. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p. 240. Verklaring van [verdachte] , afgelegd ter zitting van 7 november 2022. Proces-verbaal van bevindingen, p. 6546-6549 en uitwerking tapgesprek sessie 1509, p. 6555. Proces-verbaal van verhoor [verklaarder 3] , p. 2670. Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 1742.