← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2022:7337

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/412419 KG RK 22-854 Beslissing van 12 december 2022 van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] , wonende te Apeldoorn hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van: mr. E. Troost, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 7 december 2022 waarin de gronden tot wraking zijn vermeld en de schriftelijke reactie van de rechter van 12 december
  2. 1.
  3. Bij de mondelinge behandeling op 12 december 2022 is verzoeker verschenen. De rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen. 1.
  4. Ter zitting heeft de wrakingskamer, vanwege de spoedeisendheid, mondeling uitspraak gedaan, die in uitgewerkte vorm, met de daaraan ten grondslag liggende overwegingen, als volgt luidt. 2Het wrakingsverzoek 2.
  5. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met zaaknummer C/05/403797/FZRK 22-1390 tussen verzoeker en mevrouw [belanghebbende] Verzoeker heeft – kort samengevat – het volgende aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd. Ondanks de bewijsstukken die hij heeft ingeleverd bij de rechtbank wordt alleen maar het belang van mevrouw [belanghebbende], de moeder van zijn dochter [Belanghebbende 2] , behartigd. Dat is structureel het geval. Volgens verzoeker is het meer dan duidelijk dat de rechter niet in het belang van zijn dochter handelt. Daarom is de rechter, volgens hem, niet onpartijdig. 2.
  6. De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken. 3De beoordeling 3.
  7. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 3.
  8. De wrakingskamer begrijpt uit het wrakingsverzoek van verzoeker en zijn toelichting tijdens de mondelinge behandeling op 12 december 2022, dat hij zijn wrakingsverzoek heeft ingediend, omdat bij hem de indruk was ontstaan dat op voorhand voor de rechter al vaststond wat de beslissing zou zijn en dat deze beslissing niet in zijn voordeel zou uitvallen. Daarom zou de rechter, volgens verzoeker, niet onpartijdig zijn. 3.
  9. De wrakingskamer is van oordeel dat er geen aanleiding is om te concluderen dat het voor de rechter op voorhand al vaststond wat haar beslissing zou zijn. Daarbij overweegt de wrakingskamer dat uit het proces-verbaal van de zitting van 6 december 2022 en de reactie van de rechter van 12 december 2022 blijkt dat zowel verzoeker als mevrouw [belanghebbende] , haar gemachtigde, de vertegenwoordigers van de Jeugdbescherming Gelderland en de vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, door de rechter meerdere malen in de gelegenheid zijn gesteld om hun standpunten toe te lichten. De inhoud van de vraagstelling levert, naar het oordeel van de wrakingskamer, niet een zwaarwegende aanwijzing op voor het oordeel dat de vrees dat de rechter partijdig is dan wel jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert – objectief – gerechtvaardigd is. Het – subjectieve – gevoel van verzoeker dat het voor hem niet de juiste kant op ging, is daarvoor onvoldoende. 3.
  10. Gelet op het voorgaande zal het wrakingsverzoek worden afgewezen. 4De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot wraking af. Deze mondelingen beslissing is gegeven door mr. D.S.M. Bak (voorzitter), mr. M.J.P. Heijmans en mr. E.J. Davids (leden) in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2022 en vastgelegd op 21 december
  11. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.