vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/410590 / KG ZA 22-347 Vonnis in kort geding van 1 december 2022 in de zaak van
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eisende partij 1] , gevestigd te [plaats] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eisende partij 2] ., gevestigd te [plaats] ,
- [eisende partij 3], wonende te [plaats] ,
- [eisende partij 4], wonende te [plaats] , eisers, advocaat mr. I.L. Conijn te Doetinchem, tegen [gedaagde partij 1] , handelend onder de naam [handelsnaam] , wonende en zaakdoende te [plaats] , gedaagde, niet verschenen. Partijen zullen hierna [eisende partijen] en [gedaagde partij 1] worden genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties de mondelinge behandeling van 1 december 2022 het tijdens de behandeling tegen [gedaagde partij 1] verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.
- [gedaagde partij 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op: - betekening oproeping € 107,89 - griffierecht 676,00 - salaris advocaat 656,00 Totaal € 1.439,89 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
- veroordeelt [gedaagde partij 1] , tegen wie verstek is verleend, om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de gehele administratie, boekhoudkundige en fiscale documenten en gegevens van [eisende partijen] , zowel zakelijk als privé, voor de gehele jaren 2016 tot en met 2022 af te geven, 3.
- veroordeelt [gedaagde partij 1] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis een afschrift van de reeds verrichte boekhoudkundige werkzaamheden van [gedaagde partij 1] voor de jaren 2016 tot en met 2022 af te geven, 3.
- veroordeelt [gedaagde partij 1] om binnen 48 uur na betekening van het vonnis medewerking te verlenen aan het omzetten van de machtiging van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] naar boekhoudkantoor [bedrijf 3] ., 3.
- veroordeelt [gedaagde partij 1] om aan [eisende partijen] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de onder 3.
- tot en met 3.
- uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt, 3.
- veroordeelt [gedaagde partij 1] in de proceskosten, aan de zijde van [eisende partijen] tot op heden begroot op € 1.439,89, en in de nakosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat en € 237,00 indien betekening heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de proceskosten en de nakosten met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2022.