← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2023:1219

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.087992.22 Datum uitspraak : 10 maart 2023 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsman: mr. R. van 't Land, advocaat in Breda. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 februari 2023. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks 5 februari 2021 tot en met 13 februari 2021 te Druten tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, fitnessapparatuur (merk: [merk] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)toebehoorde(
  2. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; subsidiair: hij in of omstreeks 05 februari 2021 tot en met 13 februari 2021 te Druten tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk fitnessapparatuur (merk: [merk] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten krachtens lease-overeenkomst, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend. 2De standpunten De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair of subsidiair tenlastegelegde zodat hij moet worden vrijgesproken. 3Overwegingen ten aanzien van het bewijs De rechtbank overweegt als volgt. Vaststaat dat verdachte in de ten laste gelegde periode in opdracht van medeverdachte [medeverdachte] fitnessapparatuur uit de sportschool van [medeverdachte] in Druten heeft vervoerd naar een door [medeverdachte] opgegeven adres. De rechtbank is van oordeel dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan strafbaar handelen zoals ten laste gelegd. Bewijs dat verdachte wist dat de goederen niet van [medeverdachte] waren of het oogmerk had de goederen zich wederrechtelijk toe te eigenen ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken. 4De beoordeling van de civiele vordering [woordvoerder benadeelde partij] heeft namens de benadeelde partij [bedrijf] in verband met het primaire en subsidiaire feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 252.263,36 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Overweging van de rechtbank Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de benadeelde partij op grond hiervan niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De rechtbank komt daarom niet toe aan bespreking van andere punten die de ontvankelijkheid van de vordering raken. De proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat ieder de eigen kosten draagt. 5De beslissing De rechtbank:  spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde;  verklaart de benadeelde partij [bedrijf] . niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding;  de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat ieder de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. W.H.S. Duinkerke, voorzitter, mr. M.C. van der Mei en mr. Ö Sari, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 maart 2023. Mr. Sari is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.