← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2023:1331

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummers: 05/298852-22 en 05/043998-23 (gev. ttz) Datum uitspraak : 13 maart 2023 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , op dit moment gedetineerd in de [naam P.I.] . Raadsman: mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat in Nijmegen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: parketnummer 05/298852-22 1. hij op of omstreeks 9 november 2022 te Nijmegen, in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres] , één of meer kledingstuk(ken) en/of een notebook (HP Pavilion) en/of een headset (merk real blue

  1. nc)en/of een hoofdtelefoon (merk Bose Quitcomfort 2) en/of documenten, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  2. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; 2. hij op of omstreeks 1 november 2022 te Nijmegen, in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres] , één of meer horloge(
  3. s)(merk(
  4. en)Omega Speedmaster en/of Omega Seamaster en/of Oudemars Piquet en/of Rolex Datejust en/of Cimier), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  5. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen horloge(
  6. s)onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; 3. hij op of omstreeks 31 oktober 2022 te Nijmegen, in/uit een trainers(kleed)ruimte van sportschool De Hazekamp, gelegen op/aan Rosa de Limastraat (nr. 23) een mobiele telefoon (Samsung Galaxy Note 10+) en/of een ABN-AMRO bankpas (o.n.v. [benadeelde partij 3] ), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  7. n)en/of een rugtas (Northface) inhoudende (onder meer): een laptop (HP) en/of een hoofdtelefoon (merk Marshall) en/of 'oortjes' (merk Marshall) en/of een muis (merk HP), in elk geval enig goed, die geheel of te dele aan [benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 4. hij op of omstreeks 07 november 2022 te Nijmegen, in/uit één of meer (studenten)kamer(
  8. s)gelegen in een woning op/aan de [adres] , een telefoon en/of geld (5 euro) en/of sieraden (5 ringen en/of een oorbel) en/of geld (40 euro), in elk geval enig geld en/of goed, die/dat geheel en/of ten dele aan (respectievelijk) [benadeelde partij 5] en/of [aangever] toebehoorde(
  9. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen en/of dat geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; parketnummer 05/043998-23 hij op of omstreeks 08 november 2022 te Nijmegen, in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres] , een racefiets (merk Cornelo), in elk geval enig goed en/of 80 euro, in elk geval enig geld, dat geheel of ten dele aan [benadeelde partij 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  10. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed en/of geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft ten aanzien van de ten laste gelegde feiten onder parketnummer 05/298852-22 bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1, 3 en 4. Ten aanzien van feit 1 is er geen bewijs dat verdachte de goederen heeft weggenomen. Hij is enkel de woning binnengegaan. Ten aanzien van feit 3 heeft verdachte verklaard dat het niet de rugtas van aangever, maar zijn eigen rugtas betrof die hij meenam uit de sporthal. Ten aanzien van feit 4 zijn de aangiftes en camerabeelden onvoldoende om te bewijzen dat verdachte de feiten heeft gepleegd. De beoordeling door de rechtbank parketnummer 05/298852-22 Feit 1 [benadeelde partij 1] heeft aangifte gedaan van diefstal uit zijn woning aan de [adres] . Op 9 november 2022 verliet hij zijn woning. Toen hij diezelfde dag thuiskwam zag hij dat het gehele draai/kiepraam eruit lag en dat een headset (Real Blue NC), een notebook (HP Pavilion), meerdere kledingstukken, een album en een Bose Quietcomfort 2 hoofdtelefoon uit zijn kamer waren gestolen. Verdachte heeft verklaard dat hij de woning binnen is gegaan. Hoewel verdachte heeft verklaard dat hij geen spullen heeft meegenomen omdat het zo’n rommel was in de kamer, heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever dat hij spullen mist. Het raam is opengebroken. Dat kwalificeert als braak. De rechtbank acht daarom de diefstal door middel van braak bewezen. Feit 2 Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 2] , p. 40 en 41; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2023. De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen de onder feit 2 ten laste gelegde diefstal bewezen. Partiële vrijspraak Op basis van het dossier is niet vast te stellen dat er sprake was van braak, verbreking en/of inklimming. De rechtbank spreekt verdachte hiervan vrij. Feit 3 [benadeelde partij 4] heeft verklaard dat hij op 31 oktober 2022 om 16.00 uur zijn spullen achterliet in de trainersruimte bij de SportQube, gelegen aan de Rosa de Limastraat 23 in Nijmegen. Ongeveer twee uur later waren zijn Northface rugzak met daarin een laptop (HP), een koptelefoon (Marshall), oortjes (Marshall) en een muis (HP) verdwenen. [benadeelde partij 3] heeft verklaard dat hij op 31 oktober 2022 om 16.00 uur in de sportschool de Hazenkamp, gelegen aan de Rosa de Limastraat 23 in Nijmegen, zijn kleding en een rugzak met daarin zijn telefoon in het trainershok had gelegd. Om 18.00 uur zag hij dat zijn mobiel (Samsung Galaxy Note 10+) en ABN AMRO-bankpas weg waren. Op de camerabeelden van het pand aan de Rosa de Limastraat 23 is een man te zien die het pand verliet met een grote rugzak. Aangever [benadeelde partij 4] heeft deze rugzak herkend als de zijne. Verdachte heeft verklaard dat hij de man op de beelden is. Gelet op het korte tijdsbestek acht de rechtbank bewezen dat verdachte niet alleen de spullen van [benadeelde partij 4] maar ook de mobiel en bankpas van [benadeelde partij 3] heeft meegenomen. De rechtbank acht de diefstallen dan ook bewezen. Feit 4 [aangever] heeft verklaard dat zij op 7 november 2022 omstreeks 08.40 uur haar studentenkamer, gelegen aan de [adres] , verliet. Zij had haar raam dichtgedaan. Toen zij omstreeks 14.15 uur thuiskwam zag zij dat haar raam gedeeltelijk openstond en dat de schroeven aan de zijkant eruit waren getrokken. Uit haar kamer waren veertig ééneuromunten, vijf goudkleurige ringen en een oorbel verdwenen. [benadeelde partij 5] heeft verklaard dat hij op 7 november 2022 omstreeks 13.00 uur zijn telefoon, Huawei Mate 20 pro, aan de oplader had gelegd in zijn kamer aan de [adres] . Toen hij terugkwam uit de keuken zag hij dat zijn telefoon er niet meer lag en vijf euro uit zijn portemonnee was verdwenen. Op de camerabeelden van het pand aan de [adres] is te zien dat op 7 november 2022 omstreeks 13.26 uur een man naar de achterzijde van het pand loopt. Omstreeks 13.41 uur komt diezelfde man met iets in zijn hand de voordeur uitlopen. Twee verbalisanten hebben verdachte herkend als zijnde de man op de beelden. Op basis van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank de diefstallen, waarvan één door middel van braak, bewezen. Parketnummer 05.043998.23 Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 6] , proces-verbaalnummer PL0600-2022520802-2, digitale paginanummer 4; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2023. De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen de diefstal door middel van inklimming bewezen. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: parketnummer 05/298852-22 1. hij op of omstreeks 9 november 2022 te Nijmegen, in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres] , één of meerdere kledingstuk(ken) en/of een notebook (HP Pavilion) en/of een headset (merk Real Blue NC) en/of een hoofdtelefoon (merk Bose Quitcomfort 2) en/of documenten, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  11. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; 2. hij op of omstreeks 1 november 2022 te Nijmegen, in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres] , één of meerdere horloge(
  12. s)(merk(
  13. en)Omega Speedmaster en/of Omega Seamaster en/of Oudemars Piquet en/of Rolex Datejust en/of Cimier), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  14. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen horloge(
  15. s)onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; 3. hij op of omstreeks 31 oktober 2022 te Nijmegen, in/uit een trainers(kleed)ruimte van sportschool De Hazekamp, gelegen op/aan Rosa de Limastraat (nr. 23) een mobiele telefoon (Samsung Galaxy Note 10+) en/of een ABN-AMRO bankpas (o.n.v. [benadeelde partij 3] ), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  16. n)en/of een rugtas (Northface) inhoudende (onder meer): een laptop (HP) en/of een hoofdtelefoon (merk Marshall) en/of 'oortjes' (merk Marshall) en/of een muis (merk HP), in elk geval enig goed, die geheel of te dele aan [benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 4. hij op of omstreeks 07 november 2022 te Nijmegen, in/uit één of meerdere (studenten)kamer(
  17. s)gelegen in een woning op/aan de [adres] , een telefoon en/of geld (5 euro) en/of sieraden (5 ringen en/of een oorbel) en/of geld (40 euro), in elk geval enig geld en/of goed, die/dat geheel en/of ten dele aan (respectievelijk) [benadeelde partij 5] en/of [aangever] toebehoorde(
  18. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen en/of dat geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; Parketnummer 05.043998.23 hij op of omstreeks 08 november 2022 te Nijmegen, in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres] , een racefiets (merk Cornello), in elk geval enig goed en/of 80 euro, in elk geval enig geld, dat geheel of ten dele aan [benadeelde partij 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  19. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed en/of geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: parketnummer 05/298852-22 feit 1: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak feit 2: diefstal feit 3: diefstal, meermalen gepleegd feit 4: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en diefstal parketnummer 05/043998-23 diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van beide parketnummers zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit rekening te houden met het feit dat re-integratie vanuit de ISD is mislukt en daarna niks meer voor verdachte is geregeld, waardoor hij in een nachtopvang in Nijmegen terecht is gekomen. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich in een periode van tien dagen schuldig gemaakt aan meerdere diefstallen, waarvan twee door middel van braak en één door middel van inklimming. Bij vier van deze diefstallen heeft verdachte goederen uit de woningen van de slachtoffers weggenomen. Hij heeft hiermee niet alleen materiële schade veroorzaakt, maar ook een forse inbreuk gemaakt op de privacy en veiligheidsgevoelens van de bewoners. Het is voor de slachtoffers erg onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun spullen heeft doorzocht. De eigen woning is bij uitstek een plaats waar zij zich veilig zouden moeten kunnen voelen. Verdachte heeft echter enkel rekening gehouden met zijn eigen geldelijk gewin. De rechtbank vindt dit bijzonder kwalijk. Verdachte beschikt over een lang strafblad en is veelvuldig veroordeeld voor diefstallen. De in het verleden opgelegde straffen en maatregelen, waaronder een paar forse gevangenisstraffen en twee ISD-maatregelen, hebben hem er niet van kunnen weerhouden opnieuw diefstallen te begaan. Uit het reclasseringsadvies van 26 januari 2023 volgt dat na beëindiging van de ISD-maatregel in september 2022 de problematiek ten aanzien van de leefgebieden vrijwel onveranderd is gebleven. Ook is er sprake van een hoog recidiverisico. De reclassering ziet geen mogelijkheden meer om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voo een voorwaardelijk strafdeel. Met een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan niet worden volstaan. Naar het oordeel van de rechtbank komt voor de afdoening van de onderhavige zaak, gelet op bovenstaande, geen andere straf in aanmerking dan door de officier van justitie gevorderd, met aftrek van het voorarrest. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8De beoordeling van de civiele vorderingen parketnummer 05/298852-22 [benadeelde partij 1] De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1814,15 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, omdat onvoldoende is onderbouwd dat de goederen zijn gestolen. Overweging van de rechtbank Ten aanzien van de gevorderde kosten van de werkschoenen (€ 195,00) is niet of onvoldoende gebleken dat de materiële schade rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit 1. Verder zijn de kosten voor de reparatie van het raam (€ 139,15) aan een ander dan aan de benadeelde partij gefactureerd. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij in deze delen van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden voor wat betreft de overige schadeposten. Die posten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank zal de gevorderde kosten van € 170,00 voor de Real Blue NC matigen tot een bedrag van € 139,99, gelet op de bijgevoegde factuur. De rechtbank is van oordeel dat de vordering voor wat betreft de twee trainingspakken, een notebook, de Real Blue NC, de Bose Quietcomfort 2 en de bedrijfskleding kan worden toegewezen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Verdachte is vanaf 9 november 2022 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. [benadeelde partij 2] De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. Standpunten De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Overweging van de rechtbank De schadeposten zijn onvoldoende onderbouwd, waardoor het onduidelijk is wat de schade is. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. [benadeelde partij 4] De benadeelde partij [benadeelde partij 4] heeft in verband met feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 197,92 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, omdat zij om vrijspraak heeft verzocht. Overweging van de rechtbank Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 31 oktober 2022 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. [benadeelde partij 3] De benadeelde partij [benadeelde partij 3] heeft in verband met feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 541,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, omdat zij om vrijspraak heeft verzocht. Overweging van de rechtbank Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 31 oktober 2022 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. [benadeelde partij 5] De benadeelde partij [benadeelde partij 5] heeft in verband met feit 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1049,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld de hoogte van de schadepost te matigen naar € 699,00. Overweging van de rechtbank Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Gevorderd wordt de nieuwprijs. De rechtbank schat de waarde van de telefoon uit 2018 op een bedrag van € 699,00. De vordering zal dan ook tot een bedrag van € 699,00 worden toegewezen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Verdachte is vanaf 7 november 2022 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. Parketnummer 05.043998.23 De benadeelde partij [benadeelde partij 6] heeft in verband met het bewezenverklaarde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 580,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld de hoogte van het bedrag te matigen. Overweging van de rechtbank Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Onduidelijk is of de genoemde 500 euro ziet op de aanschafprijs of de dagwaarde. Bij gebrek aan aanvullende onderbouwing gaat de rechtbank daarom ten gunste van verdachte uit van de aanschafwaarde en schat de waarde nu op een bedrag van € 300,00. Het contante geld kan tot een hoogte van € 380,00 worden toegewezen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Verdachte is vanaf 8 november 2022 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. 10De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten onder de parketnummers 05/298852-22 en 05/043998-23, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden;  beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (05/298852-22 feit 1) veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] van € 1449,99 aan materiële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil;  verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van € 1449,99 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 24 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (05/298852-22 feit 2)  verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] 05/298852-22 feit 3) veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde partij 4] van € 197,92 aan materiële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij 4] een bedrag te betalen van € 197,92 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 3 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] (05/298852-22 feit 3) veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3] van € 541,50 aan materiële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij 3] , een bedrag te betalen van € 541,50 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 10 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] (05/298852-22 feit 4) veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde partij 5] van € 699,00 aan materiële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil;  verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 5] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij 5] , een bedrag te betalen van € 699,00 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 13 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] (05/043998-23) veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde partij 6] van € 380,00 aan materiële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 november 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil;  verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 6] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij 6] , een bedrag te betalen van € 380,00 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 november 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 7 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.A.M. Janssen (voorzitter), mr. W.L.F. Prisse en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2023. mr. Prisse en mr. Van den Bosch zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022522513, gesloten op 12 december 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1] , p. 14. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2023. Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 4] , p. 61 en 62. Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 3] , p. 87. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 68. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2023. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 98. Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 5] , p. 122. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 109. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 113 en 118. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022520802, gesloten op 17 februari 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.