vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 10212976 \ CV EXPL 22-8399 \ 398 \ 40140 uitspraak van 8 maart 2023 vonnis in de zaak van de stichting Stichting Portaal gevestigd te Utrecht eisende partij gemachtigde Jongerius Gerechtsdeurwaarders Juristen/Incasso tegen [gedaagde partij] wonende te [plaats] gedaagde partij procederend in persoon Partijen worden hierna Stichting Portaal en [gedaagde partij] genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 21 november 2022 met producties; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek met een productie; - de conclusie van dupliek. 1.
- Vervolgens is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Stichting Portaal heeft per 18 januari 2019 aan [gedaagde partij] verhuurd de woning aan de [adres+plaats] tegen een maandelijks bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van laatstelijk € 539,
- 2.
- [gedaagde partij] heeft, ondanks de brieven van (onder andere) 12 juli, 29 augustus, 23 september en 11 november 2022, een huurachterstand laten bestaan over de periode juli tot en met december
- 3De vordering en het verweer 3.
- Stichting Portaal vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde partij] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.181,87 (bestaande uit € 1.079,78 aan huurachterstand, € 4,14 aan wettelijke rente tot 21 november 2022 en € 97,95 aan buitengerechtelijke kosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.079,78 vanaf 21 november 2022 tot de dag van volledige betaling en met veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten. 3.
- Stichting Portaal baseert haar vordering op het volgende. [gedaagde partij] heeft een huurachterstand laten ontstaan van € 1.079,78 over de periode juli tot en met december
- Ondanks aanmaning heeft [gedaagde partij] de huurachterstand niet betaald. Hij is daarom eveneens de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd. 3.
- [gedaagde partij] voert verweer. Daarop wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Stichting Portaal heeft zowel bij dagvaarding als bij repliek een specificatie van de huurachterstand overgelegd. [gedaagde partij] heeft de vordering betwist door aan te voeren dat hij, althans voor zover de kantonrechter begrijpt, bij aanvang van de huurovereenkomst twee keer heeft betaald en altijd vooruit heeft betaald. Daarbij merkt [gedaagde partij] nog op: ‘kosten per maand van 4 jaar terug tegenover de niet erkende vordering en bewijs van inschrijving op tablaut van de Rechtbank, kanton Arnhem Leeuwarden.’ Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, is het voor de kantonrechter onduidelijk welk concreet verweer [gedaagde partij] tegen de vordering voert en welke rechtsgevolgen hieraan (moeten) worden verbonden. Voor zover [gedaagde partij] van mening is dat hij bij aanvang van de huurovereenkomst teveel aan Stichting Portaal heeft betaald en daarom mogelijk een beroep wenst te doen op verrekening, of dat hij enige huurtermijnen die nu worden gevorderd, al heeft betaald, had het op zijn weg gelegen zijn verweer nader te onderbouwen met bijvoorbeeld betaalbewijzen. Nu [gedaagde partij] dit heeft nagelaten kan de juistheid van zijn verweer niet vastgesteld worden. Aangezien [gedaagde partij] voor het overige de hoogte van de huurachterstand niet heeft betwist, wordt dit deel van de vordering toegewezen. 4.
- De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten worden eveneens toegewezen nu [gedaagde partij] deze niet dan wel onvoldoende gemotiveerd heeft betwist en hij deze op grond van de artikelen 6:96 lid 6 en 6:119 BW verschuldigd is. 4.
- [gedaagde partij] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [gedaagde partij] aan Stichting Portaal te betalen een bedrag van € 1.181,87, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.079,78 vanaf 21 november 2022 tot de dag van volledige betaling; 5.
- veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Stichting Portaal vastgesteld op € 129,74 aan dagvaardingskosten, € 322,00 aan griffierecht en € 264,00 aan salaris voor de gemachtigde; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2023.