RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.180529.20 Datum uitspraak : 20 april 2023 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 in Doetinchem, op dit moment gedetineerd in de P.I. Zwolle. Raadsvrouw: mr. M.G. Bischop, advocaat in Deventer. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 april
- 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 13 september 2019 te Doetinchem, althans in Nederland, een computerwachtwoord, toegangscode en/of daarmee vergelijkbaar gegeven, waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk heeft verkocht, verworven, verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede of derde lid Wetboek van strafrecht werd gepleegd, door het ter beschikking stellen van zijn bankrekening(nummer) en/of bijbehorende pinpas met bijbehorende (pin)code aan een of meer onbekend gebleven personen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 13 september 2019, te Doetinchem, althans in Nederland, van een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal ongeveer €10.023,22 euro, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging De officier van justitie en de verdediging hebben integrale vrijspraak bepleit. De beoordeling door de rechtbank Uit het dossier volgt dat aangifte is gedaan van onder meer computervredebreuk met betrekking tot de bankrekeningen van [slachtoffer] en een aantal van zijn bedrijven. Er werden verschillende bedragen afgeschreven. Een bedrag van totaal € 10.023,22 kwam op de bankrekening van verdachte terecht. Het dossier bevat echter onvoldoende informatie om vast te stellen dat verdachte zijn bankrekening(nummer) en/of zijn pinpas met bijbehorende pincode ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van deze computervredebreuk. Ook bevat het dossier onvoldoende informatie dat verdachte wetenschap had van het feit dat voormeld bedrag op zijn bankrekening is gestort. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. 3De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij de Coöperatieve Rabobank U.A. heeft in verband met het ten laste gelegde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 8.229,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen, nu zij vrijspraak heeft gevorderd. De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren, omdat zij vrijspraak heeft bepleit. Overweging van de rechtbank Verdachte is vrijgesproken. Daarom zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. 4De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit; verklaart de benadeelde partij de Coöperatieve Rabobank U.A. niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.P.T. Blokhuis (voorzitter), mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. T.C. Henniphof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 april
- mr. T.J. Schoen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.