← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2023:3265

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/417261 / HA ZA 23-145 Vonnis in incident van 7 juni 2023 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FACTURA B.V., statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Hilversum, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het bevoegdheidsincident, advocaat mr. J.G. Uijttenhove-Kuitert te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WE BOUWEN B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Groesbeek, gemeente Berg en Dal, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het bevoegdheidsincident, advocaat mr. P.R.C. Ballings te 's-Hertogenbosch. Partijen zullen hierna Factura en WE Bouwen genoemd worden. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 16 maart 2023 tevens inhoudende een incidentele vordering ex artikel 843a Rv, met 19 producties; de incidentele conclusie inhoudende exceptie van onbevoegdheid, van 19 april 2023, met 1 productie; het B2-formulier van 2 mei 2023, waarin mr. Ballings de rechtbank verzoekt om hem in de gelegenheid te stellen om alsnog een conclusie te nemen in het incident ex artikel 843a Rv; de conclusie van antwoord in incident houdende exceptie van onbevoegdheid, van 3 mei 2023; het B11-formulier van 3 mei 2023, waarin mr. Uijttenhove-Kuitert bezwaar maakt tegen voornoemd verzoek van mr. Ballings; de beslissing van 8 mei 2023 van de rolrechter, inhoudende dat op de rol van 7 juni 2023 eerst zal worden beslist in het bevoegdheidsincident, waarna WE Bouwen bij de bevoegde rechter zal kunnen antwoorden in het incident ex artikel 843a Rv. 2De voor het bevoegdheidsincident relevante feiten 2.
  2. Op 4 mei 2022 is door partijen een ‘Samenwerkingsovereenkomst’ ondertekend. Daarin is, voor zover van belang, het volgende vermeld: ‘
  3. Overige bepalingen (…) 13.3 Geschillen tussen partijen naar aanleiding van het in deze samenwerkingsovereenkomst bepaalde zullen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Midden-Nederland. (…)’ 3De beoordeling in het bevoegdheidsincident 3.
  4. WE Bouwen heeft aangevoerd dat deze rechtbank op grond van het in artikel 13.3 van de Samenwerkingsovereenkomst opgenomen forumkeuzebeding niet relatief bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. Volgens haar is de rechtbank Midden-Nederland exclusief bevoegd om kennis te nemen van het geschil. Zij heeft de rechtbank Gelderland verzocht zich relatief onbevoegd te verklaren met veroordeling van Factura in de kosten van dit incident, te vermeerderen met de nakosten, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 3.
  5. In de dagvaarding heeft Factura gesteld dat WE Bouwen zich op het standpunt heeft gesteld dat er nooit een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. In haar conclusie van antwoord van 3 mei 2023 in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid heeft zij aangevoerd dat WE Bouwen dat standpunt kennelijk heeft verlaten, door een beroep te doen op een bepaling uit de Samenwerkingsovereenkomst. Daarbij heeft Factura vermeld dat zij de dagvaarding heeft aangebracht op basis van de door WE Bouwen gekozen woonplaats en dat WE Bouwen daardoor niet in haar belangen is geschaad. Factura refereert zich aan het oordeel van de rechtbank en zij heeft, voor het geval deze rechtbank zich onbevoegd verklaart, verzocht om de zaak door te verwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland. 3.
  6. Artikel 108 lid 1 Rv bepaalt dat partijen bij overeenkomst een relatief bevoegde rechter kunnen aanwijzen om van hun geschillen kennis te nemen, die daardoor exclusief bevoegd wordt om dat te doen. De rechtbank zal zich op grond van het vorenstaande onbevoegd verklaren om van de vorderingen van Factura kennis te nemen en op grond van artikel 110 lid 2 Rv de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland. 3.
  7. De rechtbank zal, conform de hoofdregel van artikel 237 lid 1 Rv, Factura als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident veroordelen. Voor het maken van een uitzondering op deze hoofdregel ziet de rechtbank geen aanleiding. De proceskosten aan de zijde van WE Bouwen in het incident worden begroot op € 598,00 aan salaris advocaat (1 punt x tarief II). 4De beslissing De rechtbank in het incident 4.
  8. verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen, 4.
  9. veroordeelt Factura in de kosten van het incident, aan de zijde van WE Bouwen begroot op € 598,00, 4.
  10. veroordeelt Factura in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Factura niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 4.
  11. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, in de hoofdzaak 4.
  12. verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Braaksma en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2023.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.