RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 10244746 \ CV EXPL 22-8897 Vonnis van 12 juli 2023 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M.D.N. Jumelet, tegen DUTCH MANAGEMENT HOLDING B.V., te Kootwijk, gedaagde partij, hierna te noemen: DMH, gemachtigde: mr. T.J. van Veen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 15 februari 2023 - de mondelinge behandeling van 31 mei 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. De gemachtigde van [eiser] heeft het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 16 september 2021 heeft DMH aan [eiser] een offerte verzonden voor het opknappen van het appartement van [eiser] . [eiser] heeft deze offerte geaccepteerd. Partijen spraken af dat DMH, kort gezegd, werkzaamheden aan een scheidingswand zou verrichten, een plafond zou verlagen, muren, de badkamer en de keuken zou renoveren en overige kleine klussen zou doen. Onderaan de offerte staat: “(…) Estimate overview Project based estimate € 12.500,00 Total ex. VAT € 12.500,00 VAT 21% € 2.625,00 + Total estimate including VAT 21% € 15.125,00 Starting date project: 11/10/2021 and deliver as soon as possible in November (latest by 26 November).” 2.2. Hiernaast zijn partijen overeengekomen dat DMH een nieuwe laminaatvloer in het appartement zou leggen en plinten zou aanbrengen. Daarnaast heeft [eiser] betaald voor een badkuip, badkamertegels, een toilet, een douchekraan, een badkamer wastafel, vloerbewerking en spiegel badkamer en houten structuur voor keuken. In totaal heeft [eiser] aan DMH een bedrag van € 18.292,88 inclusief btw betaald voor het totale (meer)werk. 2.3. DMH is op 12 oktober 2021 met de werkzaamheden gestart. Op 26 november 2021 was het werk nog niet af. Op 12 december 2021 heeft [eiser] DMH een “checkup list” gestuurd; een lijst met werkzaamheden. 2.4. Op dinsdag 8 februari 2022 heeft [eiser] een lijst aan DMH gestuurd met werkzaamheden die niet en niet goed zijn uitgevoerd. Ze schrijft in haar e-mail: “(…) Please find the list of outstanding tasks (…). Please kindly come back to me by Thursday with the new timeline to work on the outstanding tasks. (…)” 2.5. Op 11 en 14 maart 2022 is tussen partijen Whatsapp contact geweest. [eiser] gaf aan dat zij wilde dat DMH de werkzaamheden zo spoedig mogelijk afrondde en DMH schreef dat hij haar enkel tussen andere klussen door kon helpen. DMH heeft in maart nog wat werk verricht. 2.6. [eiser] heeft DMH op 16 maart 2022 in gebreke gesteld. Ze schrijft: “(…) ever since December 2021 the renovation has stopped and you are currently working on different projects. (…) I have requested you a new plan to finish the outstanding work (…) since the beginning of February 2022 but you have failed to communicate it so far. It is also deeply concerning that you no longer answer my call nor reply to Whatsapp. Basically I am living in a house with an unfinished kitchen and bathroom. (…) It is no longer possible for me to endlessly wait for you. Unfortunately, current circumstances force me to seek legal advice to find a solution. (…) If the costs exceed what can be covered with the remaining 10% of the payment, I will seek financial compensation from you to cover that part, unless you come back to me with a new plan to finish outstanding works by 23 March 2022 . From the bottom of my heart, I do hope this escalation is not necessary. (…)” 2.7. Op 16 mei 2022 heeft de gemachtigde van [eiser] DMH opnieuw een termijn gegeven om, onder meer, in gesprek te gaan over de nog uit te voeren werkzaamheden. 2.8. Op 25 juli 2022 heeft [eiser] DMH uitgenodigd voor een inspectie van haar appartement door een derde partij. Op 26 juli 2022 heeft DMH laten weten niet beschikbaar te zijn voor zo’n inspectie tot eind december 2022. 2.9. De bouwkundige inspectie heeft op 22 augustus 2022 plaatsgevonden. BBAN Bouw/Advies (hierna: BBAN) heeft een rapport uitgebracht met daarin een overzicht van de kosten van de (volgens dit rapport) uit te voeren werkzaamheden. In totaal komt BBAN op een bedrag van € 17.395,20 aan schade. Het volgende overzicht heeft BBAN op pagina 20 van haar rapport omtrent de schade gegeven: 2.10. De gemachtigde van [eiser] heeft op 30 september 2022 aan DMH laten weten dat zij vervangende schadevergoeding vordert in plaats van nakoming (omzettingsverklaring). 2.11. Op 21 november 2022 heeft [eiser] beslag laten leggen op bankrekeningen van DMH. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. te verklaren voor recht dat de verbintenis tot nakoming van de overeenkomst is omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding; II. DMH te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] € 19.467,92 te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 16 oktober 2022, althans vanaf de dag van de dagvaarding, althans een in goede justitie vast te stellen datum, tot aan de dag van algehele voldoening; III. DMH te veroordelen tot betaling van € 1.173,30 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van verzuim, althans vanaf de dag van de dagvaarding, tot aan de dag van algehele voldoening; met veroordeling van DMH in de proceskosten, waaronder tevens de beslagkosten van € 1.498,61, en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. Aan haar vordering legt [eiser] ten grondslag dat DMH de werkzaamheden die haar waren opgedragen niet en niet deugdelijk heeft uitgevoerd. DMH is in verzuim en [eiser] heeft DMH schriftelijk medegedeeld dat zij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert (art. 6:87 BW). De schade van [eiser] bestaat uit: - € 17.395,20 aan nog uit te voeren werkzaamheden en herstelwerkzaamheden; - € 237,00 vanwege het vervangen van de sloten in haar woning; - € 1.835,72 aan deskundigenkosten. Daarnaast moet DMH ook wettelijke rente betalen, omdat DMH te laat betaalt en buitengerechtelijke incassokosten omdat [eiser] DMH heeft moeten aanmanen. 3.3. DMH voert verweer. DMH concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling Verklaring voor recht 4.1. DMH heeft betwist dat sprake is van verzuim. De kantonrechter begrijpt dit verweer zo dat DMH van mening is dat [eiser] geen vervangende schadevergoeding kan vorderen, omdat DMH niet in verzuim is. Dat verweer gaat niet op. In maart 2022 heeft DMH voor het laatst werkzaamheden verricht. Op 16 mei 2022 heeft [eiser] DMH in gebreke gesteld. Aan de termijn van vier weken, die genoemd is in die ingebrekestelling, heeft DMH niet voldaan en daarom is DMH vanaf 13 juni 2022 in verzuim. 4.2. Hoewel [eiser] en DMH in eerste instantie waren overeengekomen dat de werkzaamheden van DMH op 26 november 2021 gereed zouden zijn, is DMH niet al vanaf die datum in verzuim. 26 november 2021 betrof geen fatale termijn omdat partijen daar, in gezamenlijk overleg, van zijn afgeweken. [eiser] heeft gesteld dat de termijn enkel was opgeschoven voor de werkzaamheden in de keuken, maar dit heeft ze onvoldoende onderbouwd, zodat ervan wordt uitgegaan dat de oplevertermijn voor het volledige werk is opgeschoven. Dat die termijn is opgeschoven naar 31 december 2021 heeft [eiser] ook onvoldoende onderbouwd. Nergens is die termijn vastgelegd en DMH heeft het ook betwist. 4.3. Nu DMH in verzuim was en aan de overige vereisten van art. 6:87 lid 1 BW is voldaan, heeft [eiser] de nakomingsverbintenis op de juiste wijze omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. De verklaring voor recht zal daarom worden gegeven. Is sprake van schade als werk niet is uitgevoerd? 4.4. [eiser] heeft gesteld dat de prijs die op de offerte staat (€ 15.125,00) een vaste prijs betreft en dat DMH het werk voor die prijs zou doen. Nu DMH het werk niet heeft afgerond, zal een andere aannemer dat moeten doen. Wat [eiser] aan die andere aannemer zal moeten betalen, is voor haar een schadepost, aldus [eiser] . DMH heeft dit betwist. DMH stelt dat partijen een richtprijs hebben afgesproken en dat [eiser] voor werk dat niet is uitgevoerd ook niet heeft betaald. Er is in die zin daarom geen sprake van schade, aldus DMH. 4.5. De kantonrechter volgt DMH in haar betoog. Op de offerte staat bij de prijs “estimate”. Dat betekent dat partijen uitgegaan zijn van een geschatte prijs. Dit sluit ook aan bij de werkwijze die partijen steeds hebben gehanteerd. [eiser] betaalde rekeningen op basis van verricht werk. Aanknopingspunten voor een overeengekomen vaste prijs ontbreken. Dit betekent dat er geen grond is voor toewijzing van schadevergoeding terzake niet uitgevoerd werk en dat enkel die (schade)posten voor vergoeding in aanmerking komen, waarvoor geldt dat DMH het werk ondeugdelijk heeft verricht. De schadeposten, zoals benoemd in het rapport van de deskundige onder “Nog uit te voeren werkzaamheden” (post a tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.