RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/189603-22 Datum uitspraak : 17 februari 2023 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [woonplaats] . Raadsvrouw: mr. C.T.B.J. Besjes, advocaat in Heumen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 februari
- 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2022 tot en met 11 april 2022 te Geldermalsen, in de gemeente West Betuwe, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een grote hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [winkel] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en welk goed verdachte en/of haar mededader(s), uit hoofde van haar/hun persoonlijke dienstbetrekking, te weten als werknemer (orderpikker) van [winkel] B.V. in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend. 2De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, met dien verstande dat slechts twee momenten in de ten laste gelegde periode bewezen kunnen worden (te weten de nacht van 8-9 april 2022 en 11 april 2022), en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest. De verdediging heeft vrijspraak bepleit. 3Overwegingen ten aanzien van het bewijs De rechtbank is van oordeel dat er, zoals ook is bepleit door de officier van justitie en de raadsvrouw, onvoldoende bewijs voorhanden is voor verduistering van sigaretten door verdachte in de periode van 1 januari 2022 tot 8 april
- De officier van justitie heeft gesteld dat daarentegen voldoende bewijs voorhanden is voor verduistering in de nacht van 8 en 9 april 2022 en op 11 april
- De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. De rechtbank overweegt dat zich in het dossier beschrijvingen van camerabeelden bevinden van deze - verdachte - momenten. Beschreven wordt dat er op deze beelden allerhande handelingen te zien zouden zijn, maar niet dat verdachte goederen (sigaretten) meeneemt. Voorts overweegt de rechtbank dat op 11 april 2022 bij verdachte, anders dan bij haar medeverdachten, geen sigaretten zijn aangetroffen. Tot slot heeft verdachte stellig ontkend dat zij sigaretten heeft weggenomen. Gelet op het voorgaande kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken. 4De beslissing De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Breimer (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. J.A.P. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2023.