beschikking C/05/402807 ES RK 22-125 RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Arnhem Zaakgegevens: C/05/402807 / ES RK 22-125 Datum uitspraak: 3 februari 2023 beschikking echtscheiding in de zaak van [verzoekster] (nader te noemen: de vrouw), wonende te [woonplaats] , advocaat mr. J.J. van Vliet te [woonplaats] , tegen [verweerder] (nader te noemen: de man), zonder bekende woon- of verblijfplaats. 1Het procesverloop 1.
- Dit verloop blijkt uit: het exploit van betekening van 6 april 2022; de oproeping aan de man, gepubliceerd in de Staatscourant van 11 april 2022 nummer 10323; het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 19 april 2022; nogmaals het verzoekschrift, ingekomen op 28 april 2022; de mail namens de vrouw, ingekomen op 9 augustus 2022; het F9-formulier namens de vrouw, ingekomen op 4 november
- 1.
- De man is in deze procedure niet verschenen en ook niet iemand namens hem. 2De feiten 2.
- De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de man heeft een onbekende nationaliteit. 2.
- Partijen zijn op [datum 1] op het Consulaat-generaal van de Islamitische Republiek Afghanistan in Den Haag een huwelijk met elkaar aangegaan. 2.
- In de Basisregistratie Personen (BRP) is opgenomen dat partijen op [datum 2] een huwelijk hebben gesloten. 2.
- Uit een afschrift uit de BRP volgt dat de man op 7 juni 2011 met onbekende bestemming uit Nederland is vertrokken. 3Het verzoek 3.
- De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking: tussen partijen de echtscheiding uit te spreken; partijen te bevelen met elkaar over te gaan tot verdeling van de gemeenschap, waarin zij met elkaar zijn gehuwd, met benoeming van een notaris en onzijdige personen als volgens de wet. 4De beoordeling echtscheiding 4.
- Op grond van artikel 3 van EG Verordening 2201/2003 van 27 november 2003 komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe van het verzoek tot echtscheiding, omdat de vrouw tenminste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan haar verzoek in Nederland woont. 4.
- Artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt of naar Nederlands recht de ontbinding van het huwelijk kan worden uitgesproken en op welke gronden. 4.
- De vrouw stelt dat zij alleen volgens islamitisch recht is gehuwd. Zij heeft een vertaling van de huwelijksakte van het Consulaat-generaal van de Islamitische Republiek Afghanistan in Den Haag overgelegd. De vrouw stelt dat zij nooit naar Nederlands recht is gehuwd, maar dat het huwelijk van partijen wel gemeld is aan het consulaat van Afghanistan. De vrouw verzoekt de echtscheiding uit te spreken van het naar islamitisch recht gesloten huwelijk van partijen. De vrouw stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw stelt verder dat de man de vrouw in 2012 heeft verlaten en naar Afghanistan is vertrokken. Zij heeft de man sindsdien niet meer gezien. 4.
- Anders dan de vrouw gaat de rechtbank ervan uit dat tussen partijen (ook) een wettelijk huwelijk is gesloten. Dit is van groot belang, omdat artikel 1:30 lid 2 BW bepaalt dat de Nederlandse wet het huwelijk alleen in zijn burgerlijke betrekkingen beschouwt. Een uitsluitend naar islamitisch recht gesloten huwelijk is naar Nederlands recht geen wettelijk huwelijk en kan daardoor niet door een Nederlandse rechter worden ontbonden. De rechtbank komt tot deze conclusie, omdat in de vertaling van de huwelijksakte is opgenomen dat partijen elkaars wettelijke echtgenoten zijn geworden. De rechtbank begrijpt hieruit dat er een burgerlijk huwelijk is gesloten dat in beginsel kan worden ontbonden. 4.
- Uit de vertaling van de huwelijksakte blijkt verder dat partijen op [datum 1] zijn gehuwd. Uit de BRP volgt echter dat partijen op [datum 2] zijn gehuwd. De rechtbank heeft de (advocaat van de) vrouw om opheldering gevraagd over de huwelijksdata op de huwelijksakte en de BRP die niet overeenstemmen. Daarop heeft de advocaat namens de vrouw laten weten dat zij stelt eenmaal gehuwd te zijn en wel op [datum 1] . De datum genoemd in het BRP van [datum 2] is de vrouw onbekend. Vervolgens is de vrouw nogmaals om verduidelijking verzocht over de niet overeenstemmende huwelijksdata. Daarop heeft de advocaat van de vrouw laten weten, in afwijking van wat eerder is toegelicht, dat de juiste huwelijksdatum van partijen [datum 2] is, omdat het Afghaanse consulaat dit heeft verklaard in de huwelijksakte. 4.
- De rechtbank overweegt als volgt. Uit de overgelegde huwelijksakte maakt de rechtbank op dat partijen op [datum 1] op het Consulaat-generaal van de Islamitische Republiek Afghanistan te Den Haag zijn gehuwd. Als bijlage bij de huwelijksakte zit een Declaration waarin door het Consulaat-generaal te Amsterdam op [datum 2] is bevestigd dat het huwelijk van partijen is gesloten. Deze Declaration is op 26 januari 2006 gelegaliseerd namens de minister voor Buitenlandse Zaken. De rechtbank maakt hieruit op dat het huwelijk van partijen op [datum 1] is gesloten, en dat de Declaration of bevestiging van het gesloten huwelijk op [datum 2] is opgemaakt. Voor de huwelijksdatum zoekt de rechtbank daarom aansluiting bij de datum van [datum 1] , zoals die uit de vertaling van de huwelijksakte blijkt. 4.
- Nu de man geen verweer heeft gevoerd, gaat de rechtbank ervan uit dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht, en is het verzoek tot echtscheiding voor toewijzing vatbaar.Bevel verdeling 4.
- De vrouw heeft de rechtbank voorts verzocht te bepalen dat partijen met elkaar overgaan tot verdeling van de gemeenschap, waarin zij zijn gehuwd. 4.
- De rechtbank overweegt hierover als volgt. De vrouw heeft zich niet uitgelaten over het toepasselijke huwelijksvermogensregime. De rechtbank kan niet vaststellen welk recht van toepassing is op dit verzoek, onder meer omdat de nationaliteit van de man onduidelijk is. De vrouw stelt dat de man de Afghaanse nationaliteit heeft, maar volgens de BRP heeft de man een onbekende nationaliteit. Verdere gegevens over onder meer rechtskeuze voor of tijdens het huwelijk en de eerste huwelijksdomicilie ontbreken. De rechtbank kan daardoor ook niet vaststellen of er sprake is van een huwelijkse gemeenschap van goederen, die partijen dienen te verdelen. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom afwijzen. Ook overigens lijkt de vrouw geen belang te hebben bij haar verzoek, omdat zij al geruime tijd geen contact heeft met de man. Bij toewijzen van het verzoek van de vrouw is, bij gebrek aan contact tussen partijen, niet de verwachting dat zij met elkaar zullen overgaan tot verdeling van de gemeenschap, voor zover die tussen partijen bestaat. 5De beslissing De rechtbank: 5.
- spreekt de echtscheiding uit tussen de partijen, die met elkaar gehuwd zijn op [datum 1] te Den Haag, in de Basisregistratie Personen opgenomen als huwelijk gesloten op [datum 2] , 5.
- wijst af wat meer of anders is verzocht. Deze beschikking is gegeven door mr. I. de Bruin, rechter, in tegenwoordigheid van F. Wolters als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023.