beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/413292 / KG RK 22-891 Beslissing van 20 februari 2023 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] , wonende te Leeuwarden hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. S.S. van Nijen, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.
- Verzoeker heeft op 22 december 2022 een verzoek ingediend dat strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 10251685 / AZ VERZ 22-53 (hierna: de bodemzaak). In deze bodemzaak heeft hij een verzoek gedaan tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten. 1.
- De behandeling van dat wrakingsverzoek stond gepland bij deze wrakingskamer op 30 januari 2023 om 15:30 uur. 1.
- Bij drie e-mails van 30 januari 2023, de laatste om 13:39 uur, heeft (de gevolmachtigde van) verzoeker de bodemzaak ingetrokken. 1.
- Bij e-mail van 30 januari 2023 13:50 uur heeft verzoeker de rechters van deze wrakingskamer gewraakt. 1.
- Bij beslissing van 13 februari 2023 is het wrakingsverzoek van de rechters van deze wrakingskamer kennelijk ongegrond verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. 2De beoordeling 2.1 Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat verzoeker de bodemzaak heeft ingetrokken en deze thans dus niet meer in behandeling is bij de rechter op wie het wrakingsverzoek betrekking heeft. Het wrakingsverzoek heeft daardoor geen betrekking meer op de met de behandeling van de zaak belaste rechter (artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Met een verzoek tot wraking, indien toegewezen, kan worden bewerkstelligd dat de verzoekende partij een andere rechter krijgt toegewezen in zijn (bodem)zaak. Nu de bodemzaak inmiddels is ingetrokken, heeft verzoeker er geen belang meer bij dat een andere rechter de bodemzaak zal behandelen en is daarmee zijn belang bij het door hem ingediende wrakingsverzoek vervallen. Om die reden is het onderhavige wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. 2.
- Voor een behandeling van het wrakingsverzoek ter terechtzitting bestaat geen reden meer. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. 2.
- Het verzoek zal daarom worden afgewezen. 3De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot wraking af. Deze beslissing is gegeven door de mr. J.M. Graat, voorzitter, mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en mr. G. Edelenbos, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N.J.H. Klomp en in openbaar uitgesproken op 20 februari
- De griffier is buiten staat de beslissing mede te ondertekenen. de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.