← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2024:1017

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/428529 / HZ ZA 23-428 Vonnis in incident van 28 februari 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat mr. M.H.M. Deppenbroek te Doetinchem, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, eiser in het incident, advocaat mr. R. Struijk te Eindhoven,

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 2] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde, eiseres in het incident, advocaat mr. Y. Cenik te Lichtenvoorde. Partijen zullen hierna [eiser] respectievelijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van de zijde van [gedaagde 1] de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van de zijde van [gedaagde 2] - de aktes tot referte in het incident van [eiser] . 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De beoordeling in het incident 2.
  4. [gedaagde 1] vordert dat hem wordt toegestaan [gedaagde 2] in vrijwaring op te roepen. Hij stelt daartoe, samengevat, dat [gedaagde 2] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld, althans dat [gedaagde 2] is tekortgeschoten in de nakoming van een (stilzwijgend) tot stand gekomen overeenkomst. Indien een van de vorderingen van [eiser] jegens [gedaagde 1] in de hoofdzaak door de rechtbank zal worden toegewezen, is [gedaagde 2] aansprakelijk voor de schade die [gedaagde 1] aan [eiser] zal moeten vergoeden. 2.
  5. [gedaagde 2] vordert dat haar wordt toegestaan [gedaagde 1] in vrijwaring op te roepen. Zij stelt daartoe, samengevat, dat zij in de onderlinge verhouding met [gedaagde 1] niet draagplichtig is voor een eventuele gezamenlijke en/of hoofdelijke schuld jegens [eiser] . Voor zover [gedaagde 2] mede en/of hoofdelijk aansprakelijk wordt geacht voor de door [eiser] gestelde schade, kan [gedaagde 2] zich verhalen op [gedaagde 1] . 2.
  6. [eiser] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 2.
  7. Voor toewijzing van de vorderingen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot oproeping in vrijwaring is vereist dat zij zich met redenen omkleed beroepen op een rechtsverhouding met de ander, die meebrengt dat die ander verplicht is de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing in de hoofdzaak te dragen (artikel 210 Rv). [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben afzonderlijk voldoende gemotiveerd gesteld dat zij, indien de beslissing in de hoofdzaak voor hen nadelig zal uitvallen, verhaal hebben op de ander. De vorderingen tot oproeping in vrijwaring zullen daarom worden toegewezen. 2.
  8. De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist. 3De beslissing De rechtbank in het incident 3.
  9. staat toe dat [gedaagde 2] door [gedaagde 1] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 10 april 2024, 3.
  10. staat toe dat [gedaagde 1] door [gedaagde 2] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 10 april 2024 3.
  11. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan, in de hoofdzaak 3.
  12. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 april 2024 voor conclusie van antwoord door [gedaagde 1] , 3.
  13. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 28 februari
  14. sa/pb

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.