← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2024:1143

RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 10467804 \ CV EXPL 23-2885 Vonnis van 6 maart 2024 in de zaak van [naam eiser] , te [woonplaats] ( [land] ), eisende partij, hierna te noemen: [de eiser] , gemachtigde: mr. J.W.M. Soentjens, tegen HOLLAND WOOD B.V., te Pannerden, gedaagde partij, hierna te noemen: Holland Wood, gemachtigde: mr. M.H.M. Deppenbroek. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 19 juli
  2. 1.
  3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgehad op 19 december 2023, waarbij door de gemachtigde van [de eiser] pleitaantekeningen zijn overgelegd. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. [de eiser] treedt op 24 maart 2014 in dienst bij [palletfabriek] B.V., de rechtsvoorgangster van Holland Wood, in de functie van productiemedewerker in loongroep 1 voor 32 uur per week. In de arbeidsovereenkomst, die in het Duits is opgesteld, is het volgende opgenomen: “ Artikel
  6. Dauer Das Arbeitsverhältenis wird eingegangen für eine Periode von .
  7. Monaten, die also endet am 19-12-
  8. (…) Artikel
  9. Gehalt 31 -1 2-2014 Der Arbeitnehmer bekommt 32 x €6.50 wöchentlich ein netto Gehalt von € 208.00 Dieser netto Gehalt wird vom Arbeitgeber nur garantiert bei Anwendung der gesetzlichen ,,Loonheffingskorting’. Siehe auch ,,Loonbelastingverklaring’. Artikel
  10. Arbeitszeiten/Extra stunden Für den Arbeitnehmer werden die aligemein beim Arbeitgeber geltenden Arbeitszeiten gelten, es sei denn Arbeitgeber und Arbeitnehmer vereinbaren andere Arbeitszeiten. Der Arbeitnehmer verpflichtet sich nicht um Extra stunderen zu machen, nur wenn der Arbeitnehmer selbst will kann er mehr stunden machen. Für em netto Gehalt von € 6.50 pro stunden aber das ist kein Verpflichtung. (…) Artikel
  11. Urlaub 7.1 Das Recht auf Urlaub/Ferien und Feriengeld ist im netto Gehalt, wie vereinbart unter “Artikel 4”, einbegriffen. 7.2 Indem der Arbeitnehmer nicht arbeitet hat er kein Recht auf Weiterzahlung des Gehalts, mit Ausnahme von den in Artikel
  12. genannten Fällen. Der Arbeitnehmer soll während den unbezahlten Urlaubs- und Feiertagen selber, in dem gewünscht, die Verpflichtungen der Sozialversicherungen übernehmen. (…) Artikel 13 PKW (…) Eigene PKW fahren 6 tage netto €27.00 von Hause nach Arbeit und zurück. inc. 3 mitfahrer (…) 2.
  13. [de eiser] is op 4 september 2020 uit dienst getreden bij Holland Wood. 2.
  14. [de eiser] treedt op 12 oktober 2020 weer in dienst bij Holland Wood in de functie van algemeen medewerker tegen een uurloon van € 10,00 netto (inclusief afrekening vakantiedagen en vakantiegeld). De cao voor houtverwerkende industrie is van toepassing verklaard. 2.
  15. De algemeen verbindende cao’s voor houtverwerkende industrie (hierna: cao) zijn van toepassing. In de laatste op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijnde cao (2021-2022) staat het volgende: “ Artikel 3 Definitie lonen en inkomen
  16. Waar in deze overeenkomst sprake is van ‘loon’ wordt hieronder verstaan het uurloon, bedoeld in artikel
  17. De weeklonen bedragen 40 x het uurloon. De maandlonen bedragen 174 x het uurloon.
  18. Waar sprake is van ‘inkomen’ wordt hieronder verstaan de bruto-verdienste uit arbeid, doch niet daaronder begrepen de verdienste ingevolge de reistijdenvergoeding ingevolge artikel 24 lid 2, buiten de normale werktijd, of de vergoeding van reis- kosten ingevolge artikel 13 lid
  19. (…) Artikel 9 Indeling functies De werknemer wordt – rekening houdend met zijn te verrichten werkzaamheden en zijn bekwaamheid daarvoor – door de werkgever ingedeeld in een van de volgende vijf loongroepen: (…) Loongroep 1 De werknemer verricht eenvoudige werkzaamheden, bestaande uit eenduidige en uitvoerende handelingen waarvoor geen praktijkervaring vereist is en die uitsluitend onder toezicht worden uitgevoerd. Eventueel wordt gebruik gemaakt van eenvoudige manuele of mechanische hulpmiddelen/ machines. Bij handmatige arbeid is veelal sprake van een beperkte mate van manuele bekwaamheid en materiaalgevoel. Voorbeeldfuncties Inpakker Het verrichten van zeer eenvoudige inpakwerkzaamheden. (…) Loongroep 3 De werknemer verricht werkzaamheden, grotendeels bestaande uit eenduidige, uitvoerende handelingen waarvoor een algemene basiskennis, aangevuld met enige theoretische vakkennis en langere praktijkervaring gewenst is en die veelal zelfstandig, maar volgens gegeven instructies worden uitgevoerd. Bij machinale arbeid wordt gewerkt met minder ingewikkelde machines, die volgens voorschrift worden bediend en ingesteld, ofwel met ingewikkelde machines, die volgens voorschrift worden bediend. Bij handmatige arbeid is sprake van een redelijke mate van manuele bekwaamheid en materiaalgevoel. Voorbeeldfuncties (…) Ervaren medewerker palletlijn De werknemer verricht onder leiding werkzaamheden aan de palletlijn. (…) Loongroep 4 De werknemer verricht werkzaamheden, bestaande uit uitvoerende handelingen waarvoor een algemene basiskennis, aangevuld met ruime interne of externe opgedane theoretische vakkennis en waarbij tevens bijzondere, veelzijdige en uitgebreide praktijkervaring vereist is en die zelfstandig op basis van eigen interpretatie van richtlijnen worden uitgevoerd. Bij machinale arbeid wordt gewerkt met ingewikkelde machines, die volgens voorschrift worden bediend en eventueel ingesteld, bij handmatige arbeid is sprake van een hoge mate van manuele bekwaamheid, zelfstandigheid en materiaalgevoel. Voorbeeldfuncties (…) Voorwerker De medewerkende voorman in het productieproces. Ervaren medewerker voorbewerking machinale pallet/ kisten productielijn. De werknemer verricht zelfstandig werkzaamheden aan productielijn. Palletlijnbediende De werknemer stelt in en bedient zelfstandig de palletlijn. (…) Artikel 13 Reiskostenvergoeding
  20. Behoudens gevallen waarin de werkgever zelf het vervoer op enigerlei wijze heeft geregeld, zal aan de werknemer wiens woonplaats meer dan 10 kilometer van de werkplaats gelegen is en die de woon-/ werkafstand per openbaar vervoer aflegt, een vergoeding voor de vervoerskosten worden gegeven ter grootte van de reiskosten van openbaar vervoer, op basis van het laagste tarief. De afstand wordt berekend aan de hand van de postcodes van het woonadres en de werkplaats. In andere gevallen geldt de onderstaande tabel. Deze maandelijkse bedragen luiden als volgt (bij tenminste vier reisdagen per week): Enkele reisafstand Vergoeding 16 t/m 20 km € 121 21 km of meer € 160 Als 1, 2 of 3 dagen per week gereisd wordt, bestaat recht op respectievelijk 25%, 50% dan wel 75% van de vorenstaande vergoedingen. De afstand wordt berekend aan de hand van de postcodes van het woonadres en van de werkplaats. (…) Artikel 15 Arbeidsduur
  21. De normale arbeidsduur bedraagt per jaar: – 2080 uur bij een jaar met 260 werkdagen; – 2088 uur bij een jaar met 261 werkdagen. De normale arbeidsduur is gebaseerd op 8 uur per dag over de eerste vijf werkdagen van de week en op 40 uur per week. Ten aanzien van roostervrije uren geldt het bepaalde in lid
  22. (…)
  23. a. Op basis van de 40-urige werkweek worden per kalenderjaar aan de werknemer 124 uur met behoud van loon als roostervrije tijd toegekend. (…) Artikel 21 Overwerk
  24. In bijzondere omstandigheden is de werkgever gerechtigd overwerk te laten verrichten. Dit kan echter alleen met instemming van de meerderheid van de bij het overwerk betrokken werknemers. De werknemer is alsdan gehouden dat overwerk te verrichten.
  25. Onder overwerk wordt verstaan, het verrichten van arbeid buiten de grenzen van de normale dagelijkse arbeidstijd als bedoeld in artikel 15 lid
  26. (…)
  27. Vergoeding voor overwerk is gelijk aan de duur van het overwerk plus een toeslag in tijd. De overwerktoeslag wordt berekend over het basisuurloon, genoemd in artikel
  28. Deze toeslag bedraagt: a. 25% voor de eerste twee uren overwerk per dag, voorafgaand of aansluitend aan de gewone werktijd per dag; b. 50% voor overwerk verricht op zaterdag en gedurende de uren tussen 23.00 en 05.00 uur en overwerk verricht na de twee aansluitende uren genoemd in lid 9 sub a. (…) Artikel 25 Vakantie / Vakantietoeslag Vakantie
  29. Voor de berekening van het aantal vakantiedagen waarop een werknemer recht heeft, wordt het begrip ‘vakantiejaar’ gehanteerd. (…)
  30. Behoudens het bepaalde in de leden 5 en 9 belopen de vakantie-aanspraken op jaarbasis 25 dagen met behoud van inkomen zoals bedoeld in artikel 7:610 BW jo artikel 7:639 BW. (…) De vakantierechten kunnen desgewenst uitgedrukt worden in uren. De vakantieduur komt overeen met de gemiddelde arbeidsduur per week maal
  31. Vakantiedagen, vakantiedagdelen of vakantie-uren kunnen niet afgeschreven worden, wanneer reeds roostervrije tijd op betreffende data is vastgesteld. (…) Vakantietoeslag
  32. De werknemers hebben recht op een vakantietoeslag van 8% van het inkomen, dat zij gedurende de periode van 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar tot en met 30 juni van het lopende kalenderjaar in dienst van dezelfde werkgever hebben genoten. (…)
  33. De vakantietoeslag wordt uitbetaald bij de laatste loonbetaling voor de vakantie, doch uiterlijk op 1 juni van enig jaar.
  34. Bij beëindiging van de arbeidsverhouding heeft de werknemer recht op een vakantietoeslag van 8% van het inkomen, dat hij in het lopend vakantiejaar heeft genoten, voor zover althans deze vakantietoeslag nog niet werd uitbetaald, alles onverminderd zijn nog resterend recht op vakantietoeslag op grond van zijn dienstverband gedurende het voorafgaande vakantiejaar” 2.
  35. Op 24 april 2022 treedt [de eiser] uit dienst bij Holland Wood. 2.
  36. Op 10 maart 2023 stuurt de gemachtigde van [de eiser] een brief naar Holland Wood met daarin het volgende: “Ik verzoek u, en voor zover nodig sommeer ik u, ervoor zorg te dragen dat het opeisbare bedrag van € 76.127,30 binnen veertien dagen na heden zal zijn bijgeschreven op de bij uw firma bekende bankrekening van cliënt. Indien dit bedrag niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op deze bankrekening dan stel ik u nu reeds voor alsdan in gebreke. Vanaf die datum – vrijdag 24 maart 2023 – bent u officieel in verzuim. Met ingang van die datum maakt cliënt jegens u aanspraak op de wettelijke rente” 3Het geschil 3.
  37. [de eiser] heeft gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. Holland Wood te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 73.127,30, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 24 maart 2023, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening; II. Holland Wood te veroordelen in de proceskosten; III. Holland Wood te veroordelen in de nakosten, bestaande uit het nasalaris van € 163,00, indien zij niet binnen 28 dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis vrijwillig aan het vonnis voldoet, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 163,00 vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis, alsmede een aanvullend bedrag aan nasalaris van € 85,00, indien bij het uitblijven van vrijwillige voldoening – ook na betekening van het vonnis – niet binnen veertien dagen na betekening daaraan voldoet, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 85,00 vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis. 3.
  38. [de eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd, kort en zakelijk weergegeven en zover hier van belang, dat Holland Wood in de periode van 2018 tot en met 24 april 2022 structureel te weinig loon/vergoedingen heeft uitbetaald, omdat hij dit niet conform de van toepassing zijnde cao heeft gedaan. 3.
  39. Holland Wood voert gemotiveerd verweer, waarop hierna, voor zover relevant, zal worden ingegaan 3.
  40. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling Verstek? 4.
  41. De kantonrechter dient allereerst het meest verstrekkende standpunt van [de eiser] te beoordelen, inhoudende dat ten onrechte geen verstek is verleend. Volgens [de eiser] heeft Holland Wood haar conclusie van antwoord te laat ingediend en is er (nog) geen beslissing genomen op de akte van de gemachtigde van [de eiser] van 12 juli
  42. 4.
  43. Het volgende is in dit kader van belang. Op 10 juli 2023 is door de griffier van de rechtbank Gelderland aangegeven dat Holland Wood op de zitting van 5 juli 2023 een conclusie van antwoord heeft ingediend. Door de gemachtigde van [de eiser] is op deze brief van de rechtbank Gelderland bij akte van 12 juli 2023 gereageerd en daarop heeft de gemachtigde van Holland Wood vervolgens bij e-mailbericht van 14 juli 2023 gereageerd. Uiteindelijk is, in tegenstelling tot wat [de eiser] betoogd heeft, op 17 juli 2023 een rolbeslissing genomen. In die rolbeslissing is geoordeeld dat de conclusie van antwoord tijdig is genomen en vervolgens bepaald dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden. Dit is een procedurele eindbeslissing. Partijen zijn voor deze beslissing gehoord en er zijn geen feiten en/of omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat sprake is van een klaarblijkelijke feitelijke of juridische misslag. Dit betekent dat de kantonrechter niet op die beslissing terugkomt en dat er dus geen verstek wordt verleend. Inhoudelijke beoordeling 4.
  44. Tussen partijen is niet in geschil dat zij een tweetal arbeidsovereenkomsten hebben gesloten. Evenmin staat ter discussie dat [de eiser] op 4 september 2020 uit dienst is getreden en op 12 oktober 2020 weer in dienst is getreden en de cao op beide arbeidsovereenkomsten van toepassing is. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst op oproepbasis, in welke loongroep [de eiser] moet worden ingedeeld, of en hoeveel [de eiser] overgewerkt heeft en of hij daarvoor (gedeeltelijk) is uitbetaald en of [de eiser] een vergoeding reiskosten heeft ontvangen en hoeveel hij dan heeft ontvangen. Oproepovereenkomst 4.
  45. Holland Wood heeft zich op het standpunt gesteld dat [de eiser] op oproepbasis werkte. De kantonrechter stelt vast dat dit niet is opgenomen in de eerste arbeidsovereenkomst die partijen zijn overeengekomen. Voor wat betreft de tweede gesloten arbeidsovereenkomst, op 9 oktober 2020, merkt de kantonrechter op dat in de arbeidsovereenkomst weliswaar is opgenomen dat het om een arbeidsovereenkomst op oproepbasis gaat, maar Holland Wood heeft niet gesteld of onderbouwd dat hier feitelijk uitvoering aan is gegeven doordat hij [de eiser] (telkens) heeft opgeroepen. Ook valt een oproepcontract niet zonder meer te rijmen met het aantal uur dat [de eiser] volgens Holland Wood gewerkt heeft. Gelet hierop stelt de kantonrechter vast dat het niet de bedoeling was van partijen om [de eiser] op oproepbasis te laten werken en dat zij feitelijk ook niet zo hebben gehandeld. Dit betekent dat geen sprake is van een oproepovereenkomst. Welke loongroep? 4.
  46. Vervolgens ligt in deze procedure ter beoordeling voor in welke loongroep [de eiser] had moeten worden verloond. 4.5.
  47. [de eiser] heeft gesteld dat hij vanaf 2018 in loongroep 4 valt. In zijn eerste arbeidsovereenkomst is als functie productiemedewerker opgenomen en in de tweede de functie van algemeen medewerker. Deze functiebenamingen komen niet overeen met de voorbeelden, zoals opgenomen in artikel 9 van de cao. Volgens [de eiser] moet er gekeken worden naar de werkzaamheden die hij feitelijk heeft uitgevoerd. Deze hebben volgens [de eiser] bestaan uit het zelfstandig bedienen van productielijnen. Ook moest hij regelmatig bijspringen, omdat hij alles kon. 4.
  48. Holland Wood heeft de gestelde werkzaamheden van [de eiser] betwist. Volgens Holland Wood is [de eiser] zonder relevante werkervaring in dienst gekomen bij haar. Hij had geen theoretische kennis en er zijn bij Holland Wood geen ingewikkelde machines om te bedienen. Loongroep 4 is enkel voor voormannen die leiding geven en dat heeft [de eiser] niet gedaan. Hij was in 2018 terecht (nog) in loongroep 1 ingedeeld. Wel had [de eiser] , toen hij op 12 oktober 2020 weer in dienst trad, moeten worden ingedeeld in loongroep 3 en dat is ten onrechte niet gebeurd, aldus Holland Wood. 4.
  49. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [de eiser] in 2014 in dienst is getreden in loongroep 1, omdat hij geen relevante werkervaring had. Ook staat vast dat [de eiser] op 12 oktober 2020 in ieder geval in loongroep 3 ingedeeld had moeten worden. Dit betekent dat hij vanaf die datum niet correct is verloond. Holland Wood heeft gemotiveerd betwist dat [de eiser] werkzaamheden heeft verricht op grond waarvan hij recht heeft op inschaling in loongroep 4, zoals door [de eiser] gesteld. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) draagt de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten de bewijslast daarvan. [de eiser] heeft zowel in de dagvaarding als bij de mondelinge behandeling aangegeven bewijs te willen leveren van zijn stelling. De kantonrechter zal hem daartoe in de gelegenheid stellen en verwijst de zaak naar de rol. [de eiser] kan dan aangeven hoe hij dit bewijs wil leveren. 4.
  50. De kantonrechter vast dat [de eiser] naast salaris ook recht heeft op vakantiegeld en de uitbetaling van vakantiedagen. Immers, uit de toepasselijke cao volgt dat [de eiser] , naast zijn loon, recht heeft op 25 vakantiedagen per jaar (artikel 25 lid 2) en 8% vakantietoeslag (artikel 25 lid 12). Nog los van de vraag of Holland Wood met de uitbetaling van het loon voldaan heeft aan de uitbetaling van de vakantiedagen en vakantietoeslag, wat [de eiser] gemotiveerd heeft weersproken, is voor het bepalen van de hoogte van deze aanspraak van belang in welke loongroep [de eiser] moet worden ingedeeld. De hoogte van de loonvordering, niet genoten vakantiedagen, de vakantietoeslag en roostervrije tijd is daarom mede afhankelijk van de onder 4.
  51. geformuleerde bewijsopdracht. De kantonrechter houdt de beslissing op deze onderdelen dus aan. Overwerk 4.
  52. Vervolgens komt de kantonrechter toe aan het door [de eiser] gevorderde bedrag aan overwerk. Volgens [de eiser] heeft hij overuren gemaakt. Hij wijst daarbij op de maximale arbeidsduur, zoals omschreven in artikel 15 van de cao. Holland Wood heeft aangevoerd dat [de eiser] heeft verzuimd om aan te geven wanneer hij overwerk zou hebben verricht en in wiens opdracht dat is geweest. Omdat onduidelijk is of [de eiser] overuren heeft gemaakt en in wiens opdracht hij die uren heeft verricht, zal hij in de gelegenheid worden gesteld om dat te bewijzen. Op grond van het bepaalde in artikel 150 Rv draagt hij de bewijslast. Hoewel de hoogte van het uit te betalen bedrag aan overwerk, als het zover komt, ook afhankelijk is van de indeling in de loongroep uit de cao, wordt om proceseconomische redenen deze bewijsopdracht nu al gegeven. Reiskostenvergoeding 4.
  53. Tot slot is tussen partijen in debat of Holland Wood voldaan heeft aan haar verplichting om aan [de eiser] gedurende zijn dienstverband een reiskostenvergoeding te voldoen. Uit artikel 13 van de cao volgt dat Holland Wood gehouden is om aan [de eiser] een reiskostenvergoeding te betalen. Voor zover Holland Wood heeft willen betogen dat de cao onduidelijk is en het voor haar onmogelijk is om deze uit te voeren, gaat de kantonrechter hier niet in mee. Immers, de cao is algemeen verbindend verklaard en Holland Wood dient zich daar aan te houden. Daarbij komt dat Holland Wood het maandbedrag aan reiskosten kan omrekenen naar vier weken om zo te voldoen aan de cao. Ook het verweer van Holland Wood dat de vergoeding enkel verschuldigd is over de gewerkte dagen maakt niet dat zij de vergoeding niet kan omrekenen naar vier weken. Holland Wood moet immers een deugdelijke administratie bijhouden, zodat zij weet op welke dagen [de eiser] gewerkt heeft, wanneer hij vakantiedagen genoten heeft, roostervrij is geweest of sprake was van verzuim. 4.
  54. Holland Wood heeft vervolgens betoogd dat zij voldaan heeft aan artikel 13 van de cao door tankbonnen aan [de eiser] te verstrekken. Naar het oordeel van de kantonrechter is het verstrekken en gebruiken van tankbonnen in beginsel aan te merken als vergoeding van reiskosten op basis van de cao. Immers, de onderhavige cao is een minimum cao. Dit houdt in dat wat in de cao is bepaald minimaal van toepassing is op alle werkgevers en werknemers in de branche. Dit betekent dat partijen daarvan af kunnen wijken, zolang [de eiser] maar minimaal ontvangt waarop hij krachtens de cao recht heeft. [de eiser] heeft echter gemotiveerd weersproken dat hij (alle) door Holland Wood gestelde tankbonnen heeft ontvangen/gebruikt. Omdat onduidelijk is of Holland Wood voldaan heeft aan het bepaalde in artikel 13 van de cao, zal zij in de gelegenheid worden gesteld om te bewijzen tot welk bedrag per jaar [de eiser] gebruik heeft gemaakt van de persoonlijke aan hem verstrekte tankbonnen en dat zij daarmee voldaan heeft aan het bepaalde in artikel 13 van de cao. Op grond van het bepaalde in artikel 150 Rv draagt zij immers de bewijslast hiervan. Vanwege proceseconomische redenen zal ook deze bewijsopdracht nu worden gegeven. 4.
  55. De kantonrechter geeft partijen nogmaals in overweging om, mede gelet op hetgeen hiervoor reeds is overwogen, te proberen overeenstemming te bereiken (gelet op de duur van de procedure, de kosten die ermee gemoeid zullen zijn en het tijdsverloop). De kantonrechter zal partijen, indien zij niet tot een minnelijke regeling komen, in de gelegenheid stellen om bewijs te leveren van hun stellingen, zoals hiervoor onder r.ovv. 4.7., 4.
  56. en 4.
  57. is weergegeven. 4.
  58. In afwachting van de eventuele bewijslevering wordt iedere verdere beslissing aangehouden. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  59. draagt [de eiser] op te bewijzen dat hij werkzaamheden heeft verricht op basis waarvan hij, gelet op de cao, vanaf 2018 recht heeft op inschaling in loongroep 4, 5.
  60. draagt [de eiser] op te bewijzen dat hij de overuren gemaakt heeft zoals hij heeft gevorderd en in wiens opdracht hij die uren verricht heeft, 5.
  61. draagt Holland Wood op te bewijzen tot welk bedrag per jaar gebruik is gemaakt van de persoonlijk aan [de eiser] verstrekte tankbonnen en of zij daarmee voldaan heeft aan het bepaalde in artikel 13 van de cao, 5.
  62. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 3 april 2024 voor uitlating door [de eiser] en Holland Wood of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel, 5.
  63. bepaalt dat als een van de partijen geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, hij/zij die stukken dan direct in het geding moet brengen, 5.
  64. bepaalt dat, als [de eiser] of Holland Wood getuigen wil laten horen, hij/zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden mei tot en met september dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, 5.
  65. bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. R.M. Schoo, in het paleis van justitie te Arnhem, Walburgstraat 2-4, 5.
  66. bepaalt dat de partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle schriftelijke (bewijs)stukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen, 5.
  67. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Schoo en in het openbaar uitgesproken op 6 maart
  68. 43576\415

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.