RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/271742-23 Datum uitspraak : 27 februari 2024 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] in [geboorteplaats] , ingeschreven aan de [adres 1] . raadsvrouw: mr. H. Hadžić, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, kortgezegd ten laste gelegd: 1. primair: oplichting van [slachtoffer 1] voor een bedrag van € 2775 in de periode van 28 februari t/m 1 maart 2023 in Arnhem, subsidiair: verduistering van dit geldbedrag;2. primair: oplichting van [slachtoffer 2] voor een bedrag van € 2885 in de periode van 13 februari 2023 t/m 15 februari in Beekbergen,subsidiair: verduistering van dit geldbedrag;3. primair: oplichting van [slachtoffer 3] voor een bedrag van € 1200 op 15 februari 2023 in Apeldoorn en/of Arnhem,subsidiair: verduistering van dit geldbedrag;4. primair: oplichting [slachtoffer 4] voor een bedrag van € 1300 van in de periode van 17 februari 2023 t/m 23 februari 2023 in Cuijksubsidiair: verduistering van dit geldbedrag5. primair: oplichting van [slachtoffer 5] voor een bedrag van € 4000 en/of € 1300 en/of € 1875 in de periode van 15 april t/m 18 april 2023 in Ommel,subsidiair: verduistering van deze geldbedragen;6. Het voorhanden hebben en/of verwerven van een of meerdere geldbedragen en/of voorwerpen in de periode van 8 februari tot en met 5 mei 2023 in Arnhem en/of Velp, terwijl hij wist dat deze geldbedragen en/of voorwerpen van misdrijf afkomstig waren. De volledige tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Gelet op de gelijksoortige aard van de tenlastegelegde feiten zal de rechtbank eerst de verschillende aangiftes uitwerken en de voor de rechtbank relevante (overige) verklaringen. Vervolgens zal de rechtbank de feiten 1 tot en met 5 gezamenlijk beoordelen. De overweging ten aanzien van feit 6 zal daarna afzonderlijk worden opgenomen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting, zoals telkens primair ten laste gelegd onder feit 1 t/m feit 5 en eenvoudig witwassen, zoals tenlastegelegd onder feit 6. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat dat verdachte dient te worden vrijgesproken van oplichting zoals primair ten laste gelegd onder feit 1 tot en met 4. Daartoe is aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte het oogmerk had om middels het aannemen van een valse hoedanigheid de aangevers te bewegen tot afgifte van een geldbedrag. Ten aanzien van het onder feit 1 tot en met feit 4 subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ook ten aanzien van het tenlastegelegde onder feit 5 en 6 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Beoordeling door de rechtbank Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 5 (oplichting/verduistering) Verklaring verdachte ter terechtzitting Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij telkens degene was die contact had met aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , handelend vanuit het bedrijf [naam] . Hij heeft de uit te voeren klus met hen besproken, waarna de aangevers een aanbetaling hebben gedaan. Verdachte heeft verklaard dat hij de klussen vervolgens niet heeft uitgevoerd en dat hij de aanbetaling ook niet heeft terugbetaald. Verdachte heeft geen materialen besteld. Het geld van de aanbetalingen heeft hij vrij snel na ontvangst ervan opgenomen en gebruikt voor privéuitgaven. Gedurende de tijd dat [naam] heeft bestaan heeft verdachte geen enkele voltooide klus afgeleverd. [slachtoffer 1] , woonachtig aan de [adres 2] , heeft aangifte gedaan van oplichting en heeft daarover het volgende verklaard. Op 28 februari 2023 heeft zij via de website [naam website] gemeld dat de boeiboorden van haar woning vervangen moesten worden. Diezelfde dag werd zij gebeld door een man die reageerde op de opdracht die zij op [naam website] had gezet. De man kwam op 28 februari 2023 in de middag langs en gaf aan dat hij de boeiboorden kon repareren. Hij moest wel eerst een steiger huren om bij de boeiboorden te kunnen komen. [slachtoffer 1] moest een aanbetaling doen voor het huren van de steiger en de aanvraag van een vergunning bij de gemeente voor het plaatsen van de steiger op de stoep. De man gaf aan dat hij de volgende dag in de ochtend al kon komen om de steiger op te zetten. Op 1 maart 2023 in de ochtend kwam de man weer terug. Hij gaf aan dat hij nog geen steiger had, omdat deze te breed zou zijn voor de stoep. De man gaf duidelijk aan dat hij de volgende dag zou beginnen en dat hij dan de juiste steiger zou hebben. De man heeft vervolgens een factuur / nota opgemaakt. De man heeft daarbij zijn gegevens ingevuld, zijnde de heer [naam] , adres [adres 3] , telefoonnummer [telefoonnummer] met bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Het totaalbedrag voor reparatie aan de boeiboorden kwam uit op € 4.250,00. Op de factuur stond vermeld dat [slachtoffer 1] € 2.775,00 moest aanbetalen. De man kwam vriendelijk over en door zijn doen en laten kwam het over alsof hij verstand van zaken had. De man gaf duidelijk aan dat hij op 2 maart 2023 terug zou komen om de steiger te plaatsen en de werkzaamheden uit te voeren. [slachtoffer 1] heeft op 1 maart 2023 het bedrag van € 2.775,00 overgemaakt naar rekeningnummer [rekeningnummer] , ten name van [naam] , met kenmerk aanbetaling Steiger. Op 2 maart 2023 is de man niet komen opdagen. Hij belde om te zeggen dat hij op 6 maart zou terugkomen. Op 6 maart 2023 kwam de man wederom niet opdagen. In reactie op een bericht van [slachtoffer 1] op [naam website] , liet de man weten dat zijn dochter een ongeluk zou hebben gehad en dat hij niet kon komen. Op 9 maart 2023 heeft [slachtoffer 1] de man gebeld, maar zij kreeg geen gehoor. [slachtoffer 1] heeft hierna geen contact meer kunnen krijgen met de man. Hij heeft niet meer gereageerd en is ook niet gekomen. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 1 maart 2023 € 720,00 en € 2.000,00 van de rekening heeft gepind in Arnhem, nadat op diezelfde dag een aanbetaling was gedaan van € 2.775,00. Van het geld heeft hij privédingen betaald. Uit de analyse van de bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] volgt dat door [slachtoffer 1] op 4 maart 2023 een bedrag van € 1.250,00 wordt bijgeschreven met als omschrijving ‘Extra voorschot materiaal’. Het overgemaakte bedrag wordt zes minuten later afgeschreven naar een spaarrekening. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zich had verrekend in de kosten van de steiger en dat [slachtoffer 1] het verschil netjes heeft betaald. Desgevraagd verklaart verdacht dat met het overgemaakte geld hetzelfde is gebeurd als bij de anderen (de rechtbank begrijpt: de andere slachtoffers). [slachtoffer 2] & [slachtoffer 3] [slachtoffer 2] , woonachtig aan de [adres 4] , heeft aangifte gedaan van oplichting en heeft het volgende verklaard. Op 13 februari 2023 plaatste zij een klus op [naam website] om het dak van haar woning te renoveren. Op dinsdag 14 februari 2023 werd zij gebeld door een man die zich voorstelde als ‘ [naam] ’ en aangaf dat hij reageerde op de voornoemde klus. Op 15 februari 2023 kwam [naam] langs. Hij heeft het dak bekeken en gaf aan dat hij zijn zoon zou vragen om een begroting voor de klus op te maken. [slachtoffer 2] en haar vriend kregen uit wat [naam] zei over het dak wel de indruk dat hij wist waarover hij praatte. [naam] maakte op [slachtoffer 2] de indruk dat hij een vakman was. Op 16 februari 2023 kwam [naam] terug. Hij heeft ter plaatse de rekening opgemaakt. De totale rekening bedroeg € 4.776,00. [naam] gaf aan dat hij materialen en een steiger moest aanschaffen. Daarvoor moest een aanbetaling worden gedaan van € 2.885,00. Op de rekening heeft [naam] zijn gegevens vermeld: * [naam] , adres [adres 3] . Voor het tekenen van de rekening werd afgesproken dat [naam] direct op 17 februari 2023 zou beginnen met het opbouwen van de steiger. Op 20 februari 2023 zou [naam] beginnen met de renovatie van het dak. [slachtoffer 2] heeft de aanbetaling van € 2.885,00 overgemaakt naar [rekeningnummer] , ten name van [naam] . Zowel op 17 februari 2023 als op 20 februari 2023 is [naam] vervolgens niet komen opdagen. [slachtoffer 2] heeft daarna meermaals gebeld, maar kreeg steeds geen gehoor. Op 15 maart 2023 heeft [slachtoffer 2] een WhatsAppbericht gestuurd naar [naam] . [naam] meldde daarop dat hij al dagen in het ziekenhuis zou zijn, omdat zijn dochter een ernstig ongeluk zou hebben gehad en een paar keer was geopereerd. Vervolgens zijn er meerdere appberichten gestuurd, waaronder de volgende: [15-03-2023 14:24:22] [naam 2] : Hoi [naam] , waar blijf je? Het is nu een maand geleden en ik maak mij bezorgd om het dak en de reeds gedane aanbetaling! Als je niet in staat bent je verplichting na te komen wil ik graag de?2885,- teruggestort krijgen zodat ik iemand anders kan vragen de klus te doen.Indien je alsnog niet reageert moet ik andere maatregelen nemen. Telefonisch ben je ook niet bereikbaar. Met groet, [naam 2] [15-03-2023 14:41:21] [naam] : Sorry [15-03-2023 14:41:59] [naam] : Voor alle ongemak ik zit al dagen in het ziekenhuis mijn dochter heeft een ernstig auto ongeluk gehad [15-03-2023 14:42:24] [naam] : Ze is al een paar keer geopereerd [15-03-2023 14:42:39] [naam] : Gaat nu wat beter ga maandag weer de draad op pakken [15-03-2023 14:42:54] [naam] : Ik bel u straks even als ik uit ziekenhuis bent Op 15 mei 2023 gaf [naam] in een WhatsAppbericht aan dat hij de volgende dag zou gaan beginnen, maar dat [slachtoffer 2] eerst nog € 400,00 moest overmaken voor de steiger. De kosten waren volgens [naam] duurder uitgevallen en moesten direct worden betaald. [slachtoffer 2] heeft aangegeven dat zij dit niet meer ging betalen. Na haar laatste bericht op 16 mei 2023, waarbij [slachtoffer 2] aangaf dat [naam] ofwel moest beginnen met de klus of dat zij anders haar geld terug wilde, heeft [naam] niets meer van zich laten horen. [slachtoffer 3] , woonachtig aan de [adres 5] , heeft aangifte gedaan van oplichting en heeft daarover het volgende verklaard. Via [naam website] heeft hij [naam] geselecteerd om een lekkage aan het dak van zijn garage te repareren. De heer [naam] kwam op 15 februari 2023 langs en bood aan om het dak voor € 2.000,00 te repareren. [slachtoffer 3] heeft daarop een aanbetaling van € 1.200,00 gedaan op rekeningnummer [rekeningnummer] . De heer [naam] zegde toe de reparatie een aantal dagen later uit te voeren. Dat heeft hij niet gedaan. Vervolgens heeft [slachtoffer 3] tal van nieuwe afspraken met [naam] gemaakt, die [naam] steeds, zonder af te zeggen, niet nakwam. In een aangetekende brief heeft [slachtoffer 3] [naam] gemaand de klus binnen een week uit te voeren of de aanbetaling terug te storten. Ook hierop heeft [naam] niet gereageerd. De heer [naam] wekte bij [slachtoffer 3] veel vertrouwen en stelde zich meedenkend op. In een aangetekende brief van 20 maart 2023 schrijft [slachtoffer 3] aan de heer [naam] dat die laatste vijf afspraken zonder afmelding niet is nagekomen en dat daarvoor de ziekte van diens dochter als reden was gegeven. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 16 februari 2023 € 2.000,00 en € 1.700,00 van de rekening heeft gepind in Velp, nadat er op 15 februari 2023 aanbetalingen waren gedaan van € 2.885,00 en € 1.200,00. Verdachte heeft het geld gebruikt voor privédingen. [slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan van oplichting en heeft daarover het volgende verklaard. Op 17 februari 2023 plaatste hij een werkopdracht op [naam website] Hij was op zoek naar een vakman die de dakbedekking van zijn carport kon vervangen en een lekkage aan de dakgoot kon verhelpen. Een klusbedrijf met de naam [naam] reageerde via [naam website] . Op 23 februari 2023 sprak [slachtoffer 4] af met [naam] op het adres van [slachtoffer 4] in Cuijk. De man is bij hem het dak op gegaan om het werk te beoordelen en gaf aan dat hij de reparatie aan de dakgoot kon uitvoeren. Ook heeft hij aangegeven dat op de dakgoot een EPDM Lining aangebracht moest worden. Het totaal kon de man repareren voor € 1.700,00. De man verzocht [slachtoffer 4] een aanbetaling te doen van € 1.300,00, zodat hij materiaal kon bestellen. [slachtoffer 4] ontving per email een handgeschreven offerte van het bedrijf [naam] . Op 23 februari 2023 heeft [slachtoffer 4] de aanbetaling in twee delen overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] . Op 7 maart 2023 probeerde [slachtoffer 4] contact te krijgen met meneer [naam] . [naam] gaf aan dat zijn dochter een ernstig auto-ongeluk had gehad en in het ziekenhuis lag. In de periode van 7 tot en met 23 maart 2023 was de man niet bereikbaar, reageerde niet of maakte afspraken die hij niet nakwam. Op 27 maart 2023 heeft [slachtoffer 4] een aangetekende brief verzonden met een ingebrekestelling. [naam] heeft de brief niet in ontvangst genomen. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 23 februari 2023 € 1.000,00 en € 300,00 van de rekening heeft gepind in Velp, nadat er op diezelfde dag een aanbetaling was gedaan van bij elkaar € 1.300,00. Hij heeft het geld aan privédingen uitgegeven. [slachtoffer 5] heeft aangifte gedaan van oplichting en heeft daarover het volgende verklaard. Hij is samen met zijn vrouw eigenaar van een chalet op [vakantiepark] . Op 15 april 2023 werd een probleem met de gasoven verholpen door een man die zich voorstelde als [verdachte] . Hij was in dienst van Prinsenmeer. [verdachte] gaf aan dat zijn zoon dakdekker was en wilde het chalet van [slachtoffer 5] wel renoveren. Op 18 april 2023 sprak [slachtoffer 5] met [verdachte] af dat zijn zoon het dak zou vernieuwen. [verdachte] zou de aanbouw vernieuwen en een rolluik plaatsen bij de schuifpui. Het totaalbedrag hiervoor was € 8.580,00. Hiervoor moest [slachtoffer 5] € 4.000,00 aanbetalen. Op 18 april 2023 heeft [slachtoffer 5] dit bedrag overgemaakt naar rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Op 21 april 2023 gaf [verdachte] aan dat de uitbouw met glazen schuifpui een meerprijs gaf van € 1.300,00. Dit bedrag heeft [slachtoffer 5] dezelfde dag overgemaakt. Op 23 april 2023 appte [verdachte] dat hij een foutieve berekening had gemaakt. Dit gaf een meerprijs van € 1.875,00. Ook dit bedrag heeft [slachtoffer 5] dezelfde dag overgemaakt naar [verdachte] . In eerste instantie kon [verdachte] op Koningsdag, 27 april 2023, starten met de werkzaamheden. Hier kwam hij echter op terug, omdat het een feestdag was. Op 28 april 2023 stuurde [verdachte] een foto van een been met allemaal pinnen erin. [verdachte] zei dat zijn zoon van het dak was gevallen en daarom niet kon komen. Ook liet [verdachte] weten dat het materiaal daarom ook een paar dagen later zou komen. [verdachte] gaf later aan dat het materiaal op 3 mei 2023 geleverd zou worden en dat hij dan ook zelf zou komen. Op 3 mei 2023 is er geen materiaal bezorgd en is [verdachte] niet verschenen. [slachtoffer 5] heeft nog diverse appjes naar [verdachte] gestuurd, maar vanaf 9 mei 2023 reageerde hij nergens meer op. [slachtoffer 5] had alle vertrouwen in de afspraken met [verdachte] , omdat hij op het park woonde en bij het park in dienst was. Er heeft WhatsAppcontact plaatsgevonden tussen “ [naam 3] ” en “ [naam 4] ”. Verdachte bevestigt dat dit contact betrof tussen hem en [slachtoffer 5] . Hierin is onder andere het volgende geschreven.23.04.23, 14:58 - [naam 3] : Ik heb nu het houd en ramen en vloer delen alle maal bestel mijn zoon komt woensdag al het dak branden en als ik nu de rolluik bestel is die er vrijdag ook al mijn zoon neemt woensdag ook alle dakleer en afvoeren mee alleen heb ik dit niet in mijn berekening mee genomen kom nu voor dak en rolluik €1875 tekort kunt u dat nog overmaken dan kan ik het rol Luik en het dak leer nu nog in de bestelling zetten dan wat overblijft betaald u bij oplevering groetjes [verdachte][…]23.04.23, 20:00 - [naam 3] : Alles is nu besteld 23.04.23, 20:00 - [naam 3] : Alles is rond Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de € 4.000,00 die gestort is, in 34 minuten naar de rekening van [naam] heeft overgemaakt, zodat hij het in één keer van die rekening af kon halen. Met de pas van [naam] heeft hij het geld er vanaf gepind. Het geld heeft hij gebruikt voor privédingen. Er zijn geen materialen besteld. Verklaring [naam] , de partner van verdachte, heeft verklaard dat zij drie dochters heeft en dat alle drie haar dochters nog geen minuut in het ziekenhuis hebben gelegen. Haar bonuskind is in maart (de rechtbank begrijpt van het jaar 2023) van een steiger gevallen en had een gebroken enkel. Verklaring verdachte bij de politie over dochter Verdachte heeft bij de politie verklaard dat zijn dochter een auto-ongeval heeft gehad. Zij had schaafwonden opgelopen. Het was niet kantje boord en zij is hiervoor niet naar het ziekenhuis geweest. Overweging van de rechtbank De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting – zoals telkens primair tenlastegelegd - is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Daartoe moet verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld. Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebruikt, is bewogen tot een van voornoemde handelingen, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin kunnen tot die omstandigheden behoren enerzijds de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer, waarbij onder meer de leeftijd en de verstandelijke vermogens van het slachtoffer een rol kunnen spelen. Bij een samenweefsel van verdichtsels behoren tot die omstandigheden onder meer de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) leugenachtige mededelingen in hun onderlinge samenhang. De rechtbank overweegt het volgende. Verdachte presenteerde zich richting aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] onder de bedrijfsnaam [naam] . Hij ging bij deze aangevers langs en bracht de uit te voeren werkzaamheden in kaart, waarna een prijs werd opgemaakt. Op basis van deze schatting werd een factuur opgemaakt en maakten aangevers de aanbetaling over. Verdachte besprak dat hij de aanbetaling nodig had voor materialen en bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ook voor het huren van een steiger. In het geval van aangever [slachtoffer 5] was verdachte in dienst bij het vakantiepark waar het chalet van [slachtoffer 5] stond. Ook met [slachtoffer 5] werd een prijs besproken, waarbij dezelfde dag een aanbetaling werd gedaan. In alle gevallen werd een datum besproken waarop de werkzaamheden zouden starten, veelal de volgende dag of enkele dagen na het doen van de aanbetaling. Gelet op het voorgaande gingen de aangevers ervan uit dat de werkzaamheden ook daadwerkelijk zouden worden uitgevoerd. De rechtbank stelt vast dat verdachte zich presenteerde als bonafide klusjesman. Uit de verklaringen van aangevers en van verdachte zelf volgt dat de werkzaamheden nooit zijn uitgevoerd. Verdachte verklaarde de aanbetalingen nodig te hebben voor de aanschaf van materialen, maar heeft in geen van de gevallen daadwerkelijk materialen besteld. Het geld van de aanbetalingen heeft verdachte telkens dezelfde dag of de volgende dag gepind en uitgegeven aan privédingen. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte nooit de intentie heeft gehad om de werkzaamheden daadwerkelijk uit te voeren. Dit beeld wordt versterkt door het feit dat verdachte in de tijd dat [naam] actief was geen enkele klus heeft voltooid. Gezien het vorenstaande heeft verdachte geweten dat hij de gesloten overeenkomsten niet kon nakomen, omdat hij het geld van de aangevers al had gepind en vervolgens had uitgegeven aan privézaken. Ondanks deze wetenschap besprak verdachte steeds nieuwe data waarop de werkzaamheden alsnog zouden starten, waarna hij deze afspraken niet nakwam, vroeg hij aanvullende aanbetalingen voor zogenaamd duurder uitgevallen bestellingen die hij niet daadwerkelijk had geplaatst, ging verdachte nieuwe overeenkomsten aan en incasseerde hij grote geldbedragen van de aangevers. Vervolgens hield verdachte de aangevers met verschillende excuses aan het lijntje, waarbij ook leugens werden verkondigd. Zo blijkt uit de verklaring van [naam] dat het verhaal van verdachte richting [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] dat zijn dochter een auto-ongeluk zou hebben gehad en in het ziekenhuis lag, niet waar was. Door het versturen van de foto van een been met pinnen erin richting [slachtoffer 5] deed verdachte het daarnaast voorkomen alsof zijn zoon eind april 2023 van een steiger was gevallen, terwijl dit volgens [naam] al in maart gebeurd zou zijn. In het bijzonder heeft de rechtbank bij de beoordeling van het gewicht van de betreffende oplichtingsmiddelen de volgende omstandigheden in aanmerking genomen. Verdachte kwam op de aangevers betrouwbaar over en/of hij liet blijken dat hij verstand van zaken had. In het geval van [slachtoffer 4] wist verdachte aan te geven dat EPDM Lining aangebracht moest worden op de dakgoot. Daarnaast reageerde verdachte snel op de advertenties van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op [naam website] , kwam hij langs bij de aangevers thuis om een offerte op te maken en verklaarde hij telkens dat hij snel kon beginnen, in veel gevallen de volgende dag of binnen enkele dagen na het doen van de aanbetaling. Hierdoor werd de druk op aangevers om de aanbetaling direct over te maken vergroot, nu verdachte aangaf pas te kunnen beginnen nadat er materialen waren besteld en/of een steiger was gehuurd. Ook in het geval van [slachtoffer 5] wekte verdachte vertrouwen, doordat hij werkzaam was als klusjesman op het vakantiepark waar het chalet van [slachtoffer 5] stond. De werkzaamheden konden negen dagen na het doen van de aanbetaling van start gaan, zo zei verdachte. In de korte tijd daartussen werd door verdachte tot twee keer toe een meerprijs berekend, die ook werd betaald door [slachtoffer 5] . Ook in het geval van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] rekende verdachte een meerprijs (van € 1.250,00 en € 400,00), zogezegd voor de aanschaf van materialen. [slachtoffer 1] heeft die meerprijs ook betaald. Gebleken is echter dat er geen materialen waren besteld en ook nog geen werkzaamheden waren verricht. Op grond van al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte door een samenweefsel van verdichtsels en het aannemen van een valse hoedanigheid – te weten die van bonafide klusjesman – bij de aangevers een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen waardoor zij zijn bewogen tot de afgifte van een geldbedrag. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de onder feit 1 tot en met feit 5 primair tenlastegelegde oplichtingen. Ten aanzien van aangever [slachtoffer 2] acht de rechtbank eveneens bewezen dat verdachte een valse naam heeft aangenomen, nu hij zich blijkens de aangifte aan [slachtoffer 2] heeft voorgesteld als ‘ [naam] ’. Uit de appberichten volgt dat verdachte ook niet heeft weersproken dat zijn naam ‘ [naam] ’ was. Ten aanzien van feit 6 (witwassen) De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte de bovengenoemde personen onder valse voorwendselen heeft bewogen geldbedragen over te maken, waarmee hij zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting. Verdachte had de beschikkingsbevoegdheid over de bankrekening en heeft het geld van de rekening gepind, zo blijkt uit zijn verklaringen. De rechtbank is van oordeel dat hiermee wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte geld heeft verworven en voorhanden heeft gehad dat uit eigen misdrijf afkomstig was. Uit het bovenstaande volgt bovendien dat verdachte wist dat het geld uit misdrijf afkomstig was. De rechtbank acht - evenals de officier van justitie – bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen vanaf 15 februari 2023, nu op die datum de eerste aanbetaling werd overgemaakt. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, primair, feit 2, primair, feit 3, primair, feit 4, primair, feit 5, primair en feit 6 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 28 februari 2023 tot en met 1 maart 2023 te Arnhem, en/of (elders) in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon genaamd [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een bedrag van € 2775,- door (zakelijk weergegeven): - te reageren op een door die [slachtoffer 1] /persoon via [naam website] aangeboden klus en/of - bij die [slachtoffer 1] /persoon langs te gaan en die [slachtoffer 1] /persoon te melden, dat hij, verdachte, de boeiboorden kon repareren, en/of die [slachtoffer 1] /persoon daarna heeft meegedeeld dat zij aan hem, verdachte, een aanbetaling moest doen van €2775,- opdat hij, verdachte materialen zou kunnen aanschaffen om de afgesproken werkzaamheden uit te gaan voeren, en/of zich aldus heeft voorgedaan als een bonafide klusjesman, die in staat was en/of van plan was de boeiboorden te gaan repareren; 2. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 13 februari 2023 tot en met 15 februari te Beekbergen, (althans) in gemeente Apeldoorn, en/of (elders)in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, genaamd [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van ongeveer € 2885, door (zakelijk weergegeven) te reageren op een door die [slachtoffer 2] /persoon via [naam website] aangeboden klus en/of - die zich bij die [slachtoffer 2] /persoon voor te stellen als [naam] , en/of - bij die [slachtoffer 2] /persoon langs te gaan en die [slachtoffer 2] /persoon te melden, dat hij, verdachte, het dak kon repareren en/of het dak van die woning van [slachtoffer 2] heeft bekeken om te zien welke werkzaamheden uitgevoerd zouden moeten worden, en/of die [slachtoffer 2] /persoon heeft meegedeeld dat hij, verdachte, zijn zoon zou vragen een offerte op te maken, en/of die [slachtoffer 2] daarna heeft meegedeeld dat zij aan hem, verdachte, een aanbetaling moest doen van € 2885 opdat hij, verdachte materialen zou kunnen aanschaffen om de afgesproken werkzaamheden uit te gaan voeren, en/of zich aldus heeft voorgedaan als een bonafide klusjesman, die in staat was en/of van plan was het dak te gaan repareren; 3. hij op of omstreeks 15 februari 2023 te Apeldoorn, en/of te Arnhem, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon genaamd [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van ongeveer €1200,- , door (zakelijk weergegeven) - te reageren op een door die [slachtoffer 3] /persoon via [naam website] aangeboden klus en/of - zich voor te stellen aan die [slachtoffer 3] /persoon als [naam] en/of - die [slachtoffer 3] /persoon mee te delen, dat hij, verdachte, het dak zou kunnen repareren, en/of - die [slachtoffer 3] /persoon mee te delen dat hij binnen enkele dagen met de reparatie zou kunnen beginnen, en/of - die [slachtoffer 3] /persoon daarna heeft meegedeeld dat hij aan hem, verdachte, een aanbetaling moest doen van € 1200,- opdat hij, verdachte, materialen zou kunnen aanschaffen om de afgesproken werkzaamheden uit te gaan voeren, en/of - zich aldus heeft voorgedaan als een bonafide klusjesman, die in staat was en/of van plan was het dak te gaan repareren; 4. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 17 februari 2023 tot en met 23 februari 2023 te Cuijk, (althans) in de gemeente Land van Cuijk, en/of (elders) in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon genaamd [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag (ongeveer € 1300,-) , door (zakelijk weergegeven) - te reageren op een door die [slachtoffer 4] /persoon aangeboden klus op [naam website] om een dakbedekking op een carport te vervangen - en/of nadat verdachte zich had gemeld op het adres van die [slachtoffer 4] /persoon het dak is opgegaan om zo te bekijken of hij de reparatie zou kunnen uitvoeren en/of de dakgoot heeft bekeken en hierbij heeft aangegeven dat een EPDM Lining aangebracht moest worden, en/of die [slachtoffer 4] /persoon heeft meegedeeld dat hij dit kon repareren voor een bedrag van € 1700,-, en/of vervolgens aan die [slachtoffer 4] /persoon heeft verzocht een aanbetaling ad €1300, te doen , opdat hij, verdachte, het benodigde materiaal kon bestellen, en/of zich (aldus) heeft voorgedaan als zijnde een bonafide klusjesman die in staat en van plan zou zijn de afgesproken werkzaamheden uit te voeren; 5. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15 april 2023 tot en met 23 april 2023 te Ommel, (althans) in de gemeente Asten, in elk geval in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, genaamd [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van € 4000,-, en/of € 1300,- en/of € 1875,- door (zakelijk) weergegeven) - die [slachtoffer 5] /persoon aan te bieden dat hij, verdachte, de chalet van die [slachtoffer 5] wel kon renoveren en/of tegen die [slachtoffer 5] /persoon te verklaren dat de zoon van verdachte dakdekker was en/of de zoon van verdachte het dak zou vernieuwen, en/of dat verdachte de aanbouw zou vernieuwen en/of een rolluik zou plaatsen bij de schuifpui en/of voor voornoemde werkzaamheden en/of aan te schaffen materialen een aanbetaling van een bedrag ad € 4000,- aan die [slachtoffer 5] /persoon heeft gevraagd, en/of zich aldus heeft voorgedaan als een bonafide klusjesman die in staat was voornoemde werkzaamheden uit te voeren; 6. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 815 februari 2023 tot en met 5 mei 2023, te Arnhem en/of te Velp en/of (elders) in Nederland, een of meerdere geldbedrag(en), althans een of meer voorwerpen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, (telkens) wist dat dat/die voorwerp(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.