vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/430050 / HA ZA 24-3 Vonnis van 31 januari 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AERODYNAMICS B.V., gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, eiseres, advocaat mr. A.P. van Someren Gréve te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding; het tegen gedaagde verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Aan de hand van het gestelde in de dagvaarding is de vordering getoetst aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht. Er is geen sprake van een schending van de op de eisende partij rustende informatieverplichtingen van artikel 6:230l BW die leidt tot de sanctie dat de vordering geheel of gedeeltelijk moet worden afgewezen. Voorts geldt dat, voor zover de vordering gegrond is op een beding uit de overeenkomst, dat beding niet oneerlijk is in de zin van artikel 6:233 aanhef en onder a BW en artikel 3 van Richtlijn 93/13 EG. 2.
- Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.
- Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op: - dagvaarding € 107,32 - griffierecht € 2.889,00 - salaris advocaat € 1.183,00 (1,0 punt × tarief € 1.183,00) Totaal € 4.179,32 2.
- De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld. 3De beslissing De rechtbank 3.
- veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 39.950,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 22 mei 2023 tot de dag van algehele voldoening, 3.
- veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.421,15 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 22 december 2023 tot de dag van algehele voldoening, 3.
- veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 4.179,32, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de derde dag na betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening, 3.
- veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van de derde dag na betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2024.