beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Verschoningskamer zaaknummer: C/05/433908 / KG RK 24-286 Beslissing van 2 april 2024 van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van mr. A.J.M. van Breevoort, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter in zijn hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer K/5004/10781934 CV EXPL 23-3130 tussen [… 1] als eiser en [… 2] als gedaagde. 1De procedure De rechter heeft op 26 maart 2024 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden. 2Het verschoningsverzoek De rechter heeft aan zijn verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat hij een oud-kantoorgenoot is van [gemachtigde], de gemachtigde van gedaagde. Zij waren, samen met anderen, betrokken bij de oprichting van het kantoor waar de gemachtigde van gedaagde nog steeds werkzaam is. De rechter meent dat dit feiten en omstandigheden zijn die de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen berokkenen. 3De beoordeling 3.
- Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen. 3.
- Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, te weten als de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn en het subjectieve oordeel van een partij niet doorslaggevend is (de objectieve toets). 3.
- De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat hij van oordeel is dat hij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor. 3.
- Het door de rechter aangevoerde feit dat hij de gemachtigde van gedaagde partij kent en met haar een zakelijke relatie heeft gehad, kan de schijn van partijdigheid van de rechter in het leven roepen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. 4De beslissing De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. A.J.M. van Breevoort toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen. Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. E. Schippers en mr. S. Boot leden, in tegenwoordigheid van de griffier [… 3] en in openbaar uitgesproken op 2 april
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.