← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2024:2338

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Nijmegen zaakgegevens 10859553 \ VV EXPL 23-90 \ 398 \ 40140 uitspraak van vonnis in kort geding in de zaak van [eiser] wonende te [woonplaats] eisende partij gemachtigde mr. R.T.A. Slof tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde partij niet verschenen Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 4 januari 2024 met producties 1 t/m 7; - de mondelinge behandeling van 9 februari
  2. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt. 1.
  3. Vervolgens is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  4. [eiser] heeft de veroordeling gevorderd van [gedaagde] , overeenkomstig de – aan dit vonnis gehechte en daarvan deel uitmakende – dagvaarding, op de gronden als in de dagvaarding vermeld. 2.
  5. De dagvaarding is op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend aan het adres van [gedaagde] . Hij is niet verschenen in deze procedure, zodat tegen hem verstek wordt verleend. 2.
  6. De vordering voor wat betreft afgifte van de auto inclusief sleutels en het kentekenbewijs is niet weersproken en komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Aangezien voorts een spoedeisend belang is gesteld wordt deze vordering toegewezen. 2.
  7. [eiser] heeft voldoende belang gesteld bij de gevorderde dwangsom. Deze zal dan ook worden toegewezen, zij het dat de dwangsom wordt gemaximeerd tot € 25.000,
  8. 2.
  9. Voor de geldvorderingen, zoals opgesomd in de specificatie in de dagvaarding onder punt 8, heeft [eiser] geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Omdat een kort geding niet bedoeld is om een gewone geldvordering te innen als de eiser geen aantoonbaar spoedeisend belang heeft bij zijn vordering, worden deze vorderingen van [eiser] afgewezen. 2.
  10. [gedaagde] wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. 3De beslissing De kantonrechter rechtdoende als voorzieningenrechter 3.
  11. veroordeelt [gedaagde] tot afgifte van de Ford Fiësta met kenteken 63-RDS-7 aan [eiser] , uiterlijk binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag dat hij daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-; 3.
  12. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eiser] begroot op € 137,38 aan dagvaardingskosten, € 244,00 aan griffierecht en € 529,00 aan salaris voor de gemachtigde; 3.
  13. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  14. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.