← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2024:2402

beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: C/05/434093 / KG RK 24-295 Beslissing van 18 april 2024 van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker], wonende te [woonplaats]. hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van rechter(

  1. s)van de rechtbank Gelderland hierna te noemen: de rechter(s). 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het schriftelijke wrakingsverzoek van 27 maart 2024. 2Het wrakingsverzoek 2.1 Het verzoek strekt tot wraking van de rechters in de zaken met nummers ARN 23/7171, 23/7173, 23/7177 en 23/7182 (de hoofdzaak) van verzoeker. 2.2 Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek aan zijn verzoek ten grondslag gelegd (
  2. i)dat zijn verzoeken, waarin hij zich beroept op betalingsonmacht, niet in aanmerking worden genomen, (
  3. ii)dat niet op zijn brieven wordt gereageerd en dat men uitgaat van onjuiste informatie over buitenlands vermogen, (iii) dat hem de toegang tot de rechter wordt onthouden en (
  4. iv)dat de rechtbank de termijnen van artikel 8:55b, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (AWB) overschrijdt. 3De beoordeling 3.1. Op grond van artikel 8:15 AWB kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.2. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 3.3. De rechtbank leidt uit het schriftelijke verzoek af dat verzoeker de rechter(
  5. s)in de hoofdzaak wil wraken. In die procedure is echter nog geen rechter toegewezen aan de betreffende zaken. Er is dus nog geen rechter die die za(a)k(
  6. en)behandelt. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. 3.4. Bij deze stand van zaken moet verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan de inhoudelijke behandeling kan dus niet worden toegekomen, zodat er voor een mondelinge behandeling ter terechtzitting geen grond is. 4De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank: - verklaart verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. A.A. Roodenburg en mr. R.M.H. Pennings, leden in tegenwoordigheid van de griffier […] en in openbaar uitgesproken op 18 april 2024. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.