← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2024:3311

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/435188 / HA ZA 24-222 Vonnis van 29 mei 2024 in de zaak van 1 [eis sub 1] ,

  1. [eis sub 2], beiden wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat mr. A.A. Bart te Veenendaal, tegen
  2. de vennootschap onder firma [ged sub 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,
  3. [ged sub 2], wonende te [woonplaats] ,
  4. [ged sub 3], wonende te [woonplaats] , gedaagden, niet verschenen. 1De procedure 1.
  5. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding; het tegen gedaagden verleende verstek. 1.
  6. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  7. Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen. 2.
  8. Eisers hebben hun vorderingen gebaseerd op een op 25 augustus 2023 ondertekende koopovereenkomst, in de nakoming waarvan de gedaagden volgens eisers zijn tekortgeschoten. De rechtbank constateert echter dat eisers (als verkopers) en gedaagde sub 2 (als koper) de enige partijen bij die koopovereenkomst zijn. Omdat zowel gedaagde sub 1 als gedaagde sub 3 bij die koopovereenkomst geen wederpartij van eisers is - en een of meer andere grondslagen voor toewijsbaarheid van de vorderingen van eisers niet zijn gesteld of gebleken - is het gevorderde jegens gedaagden sub 1 en sub 3 niet-toewijsbaar. De enkele omstandigheid dat ook gedaagden sub 1 en sub 3 bij de door eisers aan gedaagde sub 2 verkochte handelsnaam in het Handelsregister zijn vermeld, maakt het voorgaande niet anders. 2.
  9. Gedaagde sub 2 zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op: - dagvaarding € 142,25 - griffierecht € 1.325,00 - salaris advocaat € 1.214,00 (1,0 punt × tarief € 1.214,00) Totaal € 2.681,
  10. 2.
  11. De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld. 3De beslissing De rechtbank 3.
  12. veroordeelt gedaagde sub 2 om aan eisers te betalen een bedrag van € 48.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag met ingang van 29 maart 2024 tot de dag van volledige betaling, 3.
  13. veroordeelt gedaagde sub 2 om aan eisers te betalen een bedrag van € 1.256,40 aan wettelijke handelsrente, berekend tot 29 maart 2024, 3.
  14. veroordeelt gedaagde sub 2 om aan eisers te betalen een bedrag van € 1.518,55 aan buitengerechtelijke incassokosten, 3.
  15. veroordeelt gedaagde sub 2 in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 2.681,25, 3.
  16. veroordeelt gedaagde sub 2 in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde sub 2 niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 3.
  17. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  18. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.