← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2024:3432

beschikking RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Arnhem Zaakgegevens: C/05/435096 / FA RK 24-1394 Datum uitspraak: 22 mei 2024 beschikking provisionele voorziening in de zaak van [naam verzoeker] , hierna de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. D.G. Nagel te Almere tegen [naam verweerster] , hierna de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. M.J.E.M. Wielinga-van Dillen te Houten. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift van de vader, ingekomen op 15 april 2024, - het verweerschrift van de moeder, ingekomen op 2 mei
  2. 1.
  3. De rechtbank neemt een beslissing over het provisionele verzoek op basis van de stukken, dus zonder mondelinge behandeling. 2De feiten 2.
  4. Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. 2.
  5. Zij hebben samen een zoon: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] . De vader heeft [de minderjarige] erkend. De moeder is belast met het ouderlijk gezag. 3Het verzoek en het verweer 3.
  6. De vader verzoekt als voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv een voorlopige omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] vast te stellen van iedere woensdag van 14.00 tot 17.00 uur. 3.
  7. De moeder voert verweer en verzoekt de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn provisionele verzoek, dan wel dit verzoek af te wijzen. 4De beoordeling Provisionele voorziening 4.
  8. De rechtbank zal het verzoek van de vader om een provisionele voorziening te treffen, afwijzen. De rechtbank zal uitleggen waarom. 4.
  9. De vader vraagt om een spoedmaatregel voor de duur van de procedure, ook wel een ‘voorlopige voorziening’ of een ‘provisionele voorziening’ genoemd (artikel 223 Rv). De rechtbank kan alleen een provisionele voorziening treffen als is voldaan aan een aantal wettelijke vereisten. Een van die vereisten is dat van de vader niet kan worden verlangd om een beslissing in de bodemprocedure af te wachten. 4.
  10. De vader heeft niet duidelijk gemaakt waarom niet van hem kan worden verlangd dat hij de uitkomst van de bodemprocedure afwacht. De vader stelt dat hij [de minderjarige] voor het laatst heeft gezien toen hij 1,5 jaar oud was. [de minderjarige] is nu bijna 3 jaar oud, zodat de rechtbank concludeert dat de vader [de minderjarige] al zeker een jaar niet heeft gezien. De vader heeft onvoldoende onderbouwd wat, behalve tijdsverloop, maakt dat de omgangsregeling nu met spoed hervat moet worden. De vader noemt zijn, zeer begrijpelijke, wens tot spoedig contactherstel, maar onderbouwt niet dat het hervatten van het contact na zo’n lange periode op de door hem verzochte wijze mogelijk is én in het belang van [de minderjarige] is. De rechtbank is van oordeel dat er voor een beslissing over de wijze van contactherstel na zo’n lange periode zonder contact tussen ouder en kind, een zorgvuldige afweging gemaakt moet worden over de (on)mogelijkheden bij [de minderjarige] . Voor zo’n afweging is in een spoedprocedure onvoldoende ruimte. De bodemprocedure 4.
  11. De mondelinge behandeling voor de bodemprocedure (C/05/434878 / FA RK 24-1333) wordt gepland. Partijen ontvangen hiervoor nog een uitnodiging van de rechtbank. 5De beslissing De rechtbank: 5.
  12. verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn provisionele verzoek. Deze beschikking is gegeven door mr D.S.M. Bak, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Cox-Weber als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 mei
  13. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.