RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 01/267877-21 en 05/238335-22 (gev. ttz.) Datum uitspraak : 4 juli 2024 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [postcode] te [woonplaats 1] . Raadsvrouw: mr. T. Urbanus, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1De inhoud van de tenlastelegging In de tenlastelegging van verdachte staat de stofnaam van middel x genoemd. De rechtbank zal die stofnaam in de hierna genoemde tenlastelegging en de rest van dit vonnis vervangen door en aanduiden als middel x. Aan verdachte is ten laste gelegd dat: parketnummer 01/267877-21 feit 1 zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 4 juni 2018 tot en met 15 november 2018, in de gemeente Amersfoort, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in ieder geval alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest bij de zelfdoding van [naam 1] en/of daartoe de middelen heeft verschaft, terwijl die zelfdoding daarop is gevolgd, immers heeft zij, verdachte, en/of haar mededader(
(2)samenwerken. Bijvoorbeeld ad 1: niet te vaak samenkomen. En ad 2: niet één fonds voor rechtshulp opbouwen als we dat al nodig achten, verschillen in toelichtingen voor het gebruik en in pilvorm, e.d. b. Lidmaatschap van de CLW opzeggen? 7. Rechtshulp na arrestatie? Financiering door opgebouwde opslag op de prijs? Of zullen mensen die gekregen hebben wel massaal willen crowdfunden als iemand van ons in de kraag gevat wordt? Rechtshulp door een van de gebroeders [naam 15] ? 8. Wat verder ter tafel komt. Op 15 maart 2019 stuurde [naam 4] via een e-mail naar [medeverdachte 6] , verdachte, [medeverdachte 3] , [naam 5] , [naam 3] (de rechtbank begrijpt: [naam 3] ), [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] een document met de volgende inhoud: I.v.m. de verlaging van risico op betrapping strafbaar handelen dit document niet verder verspreiden. Afspraken met coördinatieteam huiskamergroepen (HKG) over de aansluiting HKG'en en levering van het middel, d.d. 15 maart 2019. Procedure. In de convocatie voor een HKG wordt geen melding gemaakt dat er wellicht uitgeleverd kan gaan worden. Ook in de eerste bijeenkomst van de HKG wordt daarvan geen melding gemaakt. Dat gebeurt pas aan het begin van het tweede gesprek. De coördinator weet dan ook i.v.m. de veiligheid wat beter met wat soort mensen hij/zij van doen heeft; als er een niet zo te vertrouwen persoon tussen zit kan afgezien worden van mededelingen omtrent levering. Een lid van het coördinatieteam geeft aan de in het betreffende landsdeel ( hieronder opgesomd) betrokken leveraar het telefoonnummer van de coördinator zodat zij onderling over een gang van zaken omtrent de levering afspraken kunnen maken. De coördinator weet dan voor het tweede gesprek van de hoed en de rand omtrent de latere levering. Voor dit tweede gesprek kunnen ook een van de 2 informanten [verdachte] en [medeverdachte 6] (de laatste alleen voor Brabant en Zuid Gelderland) voor voorlichting uitgenodigd worden. Tegen reëel berekende reiskosten. In een derde fase vindt uitlevering plaats via een lid van HKG die het verder verspreid, of aan een groep bij één van de deelnemers van de tweede HKG thuis. De verkrijgers kennen niet de achternaam en andere gegevens van de uitleveraar tenzij deze samenvalt met de voorlichter. De kosten van een portie bedragen € 35, gebaseerd op productiekosten en gemiddelde reiskosten. Een portie bestaat uit 3 gram [middel x] in capsules, bewust in wat andere gedaantes en wel of niet met blauwsel, 3 anti braakpilletjes en een gebruiksaanwijzing. De betaling gaat contant. Leden van het coördinatieteam. [naam 7] , (…), [woonplaats 2] , (…) [medeverdachte 3] , (…), [woonplaats 3] , (…) [naam 8] , (…), [woonplaats 4] , (…) [naam 9] , (…), [woonplaats 5] , (…) [naam 10] , (…) of (…), [woonplaats 6] , (…) Uitleveraars Voor Brabant en Zuid Gelderland (onder de Rijn): [medeverdachte 6] , (…), [woonplaats 7] , (…) ( [medeverdachte 6] tevens informatie gever in zijn gebied) Voor Zeeland, Zuid Holland en Noord Holland: [naam 4] , (…), [woonplaats 8] , (…) (Naar een uitleveraar in Noord Holland wordt door hem gezocht). Voor Utrecht en Noord Gelderland: [verdachte] , (…), [woonplaats 1] , ( [verdachte] is tevens informatiegever) Voor Overijssel en provincies daarboven: [naam 5] , (…), [woonplaats 9] , (…) (gelet op de grootte van het gebied levert hij een groep via één persoon). NB Een en ander is nog in een “je weg zoeken" fase, bijstellingen en misverstanden kunnen dan natuurlijk optreden." Op 26 juli 2021 werd de woning van [medeverdachte 6] aan de [adres 2] in [woonplaats 10] doorzocht. Tijdens de doorzoeking werden 6 potjes middel x, 132 Domperidonpillen (de rechtbank: een antibraakmiddel) in aangebroken strips, een wit bakje met diverse sealbags en een kaartje met de tekst ‘Pas op! Ik heb Middel x ingenomen’ aangetroffen. Daarnaast werden 25 zakjes met vier Domperidon-pillen, één potje middel x met drie capsules en een losse witte capsule aangetroffen. Ten slotte werden er zes losse Domperidon-pillen, potjes met in totaal 63 capsules van 1 gram middel x (drie stuks per potje) en 27 enveloppen met een gebruiksaanwijzing of bijsluiter betreffende het gebruik van het middel, bijwerkingen en voorbereidingen/samenstel aangetroffen. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij middel x en Domperidon kocht van [naam 3] uit [woonplaats 11] . [medeverdachte 6] leverde eerst aan zijn eigen huiskamergroep, waar hij actief was als gespreksleider. Later werd hij gastspreker in huiskamergesprekken. Er werd een deelnemer gevraagd om contact op te nemen met [medeverdachte 6] om het middel voor de leden van de groep te krijgen. Het document van 15 maart 2019 ging over hoe zorgvuldig men kon zijn over de veiligheid. Met de veilige route bedoelde [medeverdachte 6] dat de aanvraag naar het middel via [medeverdachte 6] zelf liep. [medeverdachte 6] beoordeelde of de persoon betrouwbaar was voor het gebruik voor hemzelf. [medeverdachte 6] verklaarde dat de veilige route inhield dat “zij” probeerden te werken met mensen waar zij een goed gesprek mee hadden gehad. Het middel en de Domperidon waren aldus [medeverdachte 6] prachtig en heel professioneel verpakt. Tussenconclusie van de rechtbank Op basis van de bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. Begin 2019 is er een samenwerking ontstaan voor de levering van middel x tussen, naar de rechtbank begrijpt, [naam 3] en [naam 5] als 'makers’ van middel x, [naam 4] , [medeverdachte 6] en verdachte als de leveranciers en de laatste twee tevens als begeleiders van huiskamergroepen (HKG’s). [naam 4] mailde op 28 februari 2019 dat hij het zinvol vond samen te komen om over een aantal punten te praten. Dat zijn onder andere de punten kostprijs, het leveren van aanvullende middelen, het samenspel met de huiskamergroepen en makers en/of leveranciers voor verschillende delen van Nederland zoeken en organiseren. De bijeenkomst volgde op 8 maart 2019 op het woonadres van verdachte. Voor dit overleg waren [naam 4] , [medeverdachte 6] , [naam 5] , [naam 3] en verdachte uitgenodigd. [medeverdachte 6] is in ieder geval bij het overleg aanwezig geweest. Met zijn telefoon is, op het moment en op de plaats waar het overleg plaatsvond, een foto gemaakt van de bespreekpunten. Gelet op de betrokkenheid van verdachte, die kan worden afgeleid uit de e-mailwisselingen, de rol die haar daarin wordt toegedicht (leverancier middel x en begeleider huiskamergroepen) en de uitnodiging voor de bijeenkomst, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte ook bij het overleg bij haar thuis is aangesloten. Verder is het waarschijnlijk dat in ieder geval ook [naam 4] aansloot als initiatiefnemer en organisator van het overleg en degene die het document van 15 maart 2019 rondstuurde. De agendapunten van het overleg van 8 maart 2019 komen overeen met de punten die stonden genoemd in de e-mail van [naam 4] van 28 februari 2019 met als aanvulling onder andere punt ‘6 Vermijding status criminele organisatie van ons’ en punt ‘7 Rechtshulp na arrestatie?’. Het document van 15 maart 2019 lijkt een uitwerking te zijn van het proces dat is gestart na de e-mail van [naam 4] op 28 februari 2019 en het daaropvolgende overleg op 8 maart 2019. Het document is enkele dagen na dat overleg verstuurd. Het document van 15 maart 2019 bevat een werkwijze voor het verstrekken van middel x. Verschillende punten genoemd in de e-mail van 28 februari 2019 en de agenda voor het overleg op 8 maart 2019 komen in het document terug. Ook bevat het document een lijst met uitleveraars. Onder het kopje ‘uitleveraars’ staan vermeld: [medeverdachte 6] , verdachte, [naam 4] en [naam 5] . De rechtbank stelt op basis van hetgeen is aangetroffen in de woning van [medeverdachte 6] en zijn verklaring bij de politie vast dat de werkwijze van het 15 maart 2019-document werd nageleefd. Dit blijkt uit de combinatie van de aangetroffen middel x-capsules, antibraakmiddelen en de enveloppen met een gebruiksaanwijzing. Dit is de wijze van aanbieden van het middel zoals wordt omschreven in het document. Ook verklaarde [medeverdachte 6] over hoe het contact met hem tot stand kwam voordat tot levering werd overgegaan. Dit komt overeen met hetgeen is omschreven in het 15 maart 2019-document. Wat opvalt is dat in ieder geval [naam 4] zich bewust was van het strafrechtelijk risico dat de groep liep en dat ook deelde met de anderen aan wie hij de e-mail stuurde en het overleg van 8 maart 2019 voerde. In zijn e-mail van 28 februari 2019 schreef [naam 4] dat ze geen informele organisatie mochten worden, omdat ze anders door “mr. Otten” (de rechtbank begrijpt: mr. M. Otte, de huidige voorzitter en destijds lid van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie) in de kraag zouden worden gevat. De eerste zin in het document van 15 maart 2019, dat [naam 4] naar de anderen e-mailde, vormt daar ook een duidelijke aanwijzing voor. Daar staat namelijk: “I.v.m. de verlaging van risico op betrapping strafbaar handelen dit document niet verder verspreiden.” Op 21 en 22 maart 2019 vond het volgende WhatsAppgesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en verdachte: Local User op 21 maart 2019 om 10:46:08 uur Ha [verdachte] ! Werkt dat e-mailadres van ene [naam 3] nog? En wat is het? Heb je je telefoon al terug? [telefoonnummer] (verdachte) op 21 maart 2019 om 11:41:36 uur Ja, [medeverdachte 1] als je de ProtonMail hebt werkt dat nog! (…) [telefoonnummer] (verdachte) op 22 maart 2019 om 18:34:32 uur Hoe staat het eigenlijk met de webshops vanuit het buitenland? Zit daar een beetje voortgang in? Onze bezigheden beginnen een beetje groot te worden. Op 25 april 2019 vond het volgende WhatsAppgesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en verdachte: Local User op 25 april 2019 om 11:24:58 uur Ha [verdachte] ! In gesprek met leden 2e Kamer komt de vraag op of wij kunnen inschatten hoe groot het informele netwerk is van mensen die het nu gebruiken / in huis hebben. Op diverse plaatsen horen wij er verhalen over, maar ik durf het niet te zeggen. Heb jij enig idee, of wil je er eens naar vragen via-via? ik zou er zeer mee geholpen zijn„ hartelijks, [medeverdachte 1] (…) [telefoonnummer] (verdachte) op 25 april 2019 om 12:51:49 uur Ik heb uiteraard wel een schatting wat wij verspreid hebben. [telefoonnummer] (verdachte) op 25 april 2019 om 12:52:29 uur Maar dat is maar één kanaal. Local User op 25 april 2019 om 12:53:08 uur Uit de enquête komt dat 500-800 mensen het in huis hebben. [telefoonnummer] (verdachte) op 25 april 2019 om 12:54:33 uur Ik schat zo'n 1000 [telefoonnummer] (verdachte) op 25 april 2019 om 12:55:58 uur Is het vertrouwd om dat soort cijfers naar buiten te brengen. Via enquête akkoord, maar via ons informele circuit…? Local User op 25 april 2019 om 12:57:51 uur Nee, het is meer een soort relativering dat waarschijnlijk veel mensen het eng vinden om deze informatie te delen. Overigens, als zich iemand meldt die N of A overheeft, weet jij dan iemand die dat kan ophalen? [telefoonnummer] (verdachte) op 25 april 2019 om 12:58:14 uur Ja hoor Local User op 25 april 2019 om 12:59:59 uur OK, misschien hoor je nog. Betrokkene wist nog niet wat ze ermee aan moest. Op 1 en 2 mei 2019 vond het volgende WhatsAppgesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en verdachte: Local User op 1 mei 2019 23:04:01 uur Ha [verdachte] ! Heb jij indicaties dat [e-mailadres 2] niet meer werkt? [telefoonnummer] (verdachte) op 2 mei 2019 om 06:53:48 uur Nee, die werkt volgens mij gewoon hoor! [telefoonnummer] (verdachte) op 2 mei 2019 om 08:09:29 uur Sommige zaken kunnen ook via mij lopen. [telefoonnummer] (verdachte) op 2 mei 2019 om 10:40:25 uur [medeverdachte 1] , ik heb het [e-mailadres 2] uitgeprobeerd en het werkt gewoon hoor. Local User op 2 mei 2019 op 10:41:42 uur Ik heb een mail via proton gestuurd en heb niets gehoord. Geen bericht terug. Heb jij een protonmailaccount? [telefoonnummer] (verdachte) op 2 mei 2019 10:49:21 uur [medeverdachte 1] , zie he [de rechtbank begrijpt: je] maandag in Amersfoort dan zal ik je even bijpraten over leveringen en zo! Op 18 mei 2019 vond het volgende WhatsAppgesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en verdachte: [telefoonnummer] (verdachte) op 18 mei 2019 om 18:33:39 uur Weer een verzoek tot begeleiding gekregen. Het gaat nu hard. Er is blijkbaar grote nood hiervoor. Ze weten me wel te vinden. Heb jij daar ook signalen over? Wat kan CLW doen? Local User op 18 mei 2019 om 21:24:02 uur Eerlijk gezegd heb ik, hebben wij, die signalen niet. Wij willen wel meer info gaan geven, maar zijn nog niet zover dat we dat georganiseerd hebben. Had wel een overlijden gehoord dat 45 min duurde en niet prettig leek (bewegingen, transpireren). Tussenconclusie van de rechtbank De rechtbank leidt uit de bovenstaande WhatsAppberichten af dat [medeverdachte 1] op de hoogte was van de samenwerking tussen [e-mailadres 2] (het e-mailaccount van [naam 3] ) en verdachte. Daarnaast vroeg [medeverdachte 1] aan verdachte om een schatting te geven hoe groot het ‘informele netwerk’ was van het aantal personen dat het middel in huis had. Verdachte gaf aan dat ze wel een schatting kon geven van wat ‘wij’ verspreid hebben. Zij noemde een aantal van 1000. Zij vroeg zich daarnaast af of het vertrouwd was om via hun informele circuit dergelijke cijfers naar buiten te brengen. Uit het voorgaande volgt dat verdachte aan [medeverdachte 1] informatie verstrekte over een informeel circuit voor het verstrekken van middel x waarvan zij een onderdeel was, binnen welk circuit kennelijk wel 1000 keer het middel verstrekt is. Ook leidt de rechtbank uit het chatbericht van 22 maart 2019 af dat verdachte open was tegenover [medeverdachte 1] dat de activiteiten van de samenwerking zagen op het leveren van middel x, aangezien verdachte [medeverdachte 1] vroeg naar webshops in het buitenland en daarbij aangaf: “onze activiteiten beginnen een beetje groot te worden”. Verdachte liet op 2 mei 2019 aan [medeverdachte 1] weten dat ze hem zou bijpraten over “leveringen en zo”. Op 25 juni 2019 werd in een e-mail een afspraak gemaakt om zaken af te stemmen. Deze e-mail werd door verdachte verzonden naar [naam 4] , [naam 3] , [naam 5] en [medeverdachte 6] . [naam 4] mailde dat er twee nieuwe opvolgers voor Zuidwest Nederland zich hadden aangediend en of deze ook konden komen. Verdachte wilde [naam 11] uitnodigen. Op 30 juni 2019 mailde [naam 5] naar verdachte, [naam 3] en [medeverdachte 6] dat hij stopte met de activiteiten voor de huiskamergroepen. Eén van de redenen die hij noemde is “het vertrek van [naam 4] en de door hem genoemde redenen “waarom”” en “de onduidelijke rol bestuur CLW, het niet willen meewerken aan verstrekking aan de eerste 1000 leden (met de kluisjes)”. Tussenconclusie van de rechtbank Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat de groep met uitleveraars opnieuw samen zou komen rond juni 2019. Uit de e-mail van 30 juni 2019 kan worden opgemaakt dat [naam 5] en [naam 4] eind juni 2019 kennelijk stopten met de samenwerking met de anderen. De reden waarom [naam 4] is gestopt, is niet duidelijk geworden. [naam 5] noemde een aantal redenen, waaronder de kennelijk onduidelijke rol van het bestuur van de CLW met betrekking tot verstrekking, naar de rechtbank begrijpt verstrekking van middel x of een ander laatstewilmiddel. Op 28 en 29 juni 2019 vond het volgende WhatsAppgesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1] : [telefoonnummer] (verdachte) op 28 juni 2019 om 13:22:03 uur: In [sic] ben benieuwd of jullie ook casussen via [naam 12] binnen krijgen. Het blijft zo summier en er is wat schrik door laatste sterfgeval. De nazorg daar is overigens goed verlopen. Local User op 28 juni 2019 om 13:23:50 uur Ik zal het hem eens vragen. [telefoonnummer] (verdachte) op 28 juni 2019 om 13:25:25 uur Heb je dat nog niet gedaan! Samenwerking op dit vlak lijkt me zinvol! [telefoonnummer] (verdachte) op 28 juni 2019 om 13:26:34 uur Komende maanden lijken er bij mij weer wat intenties tot... te komen! [telefoonnummer] (verdachte) op 28 juni 2019 om 13:28:26 uur Met onze experts (apotheker en [naam 3] ) proberen we deze mensen individueel te begeleiden en met eventueel convulsieremmende middelen te ondersteunen. Local User op 28 juni 2019 om 13:54:06 uur Nog eens; hij is niet zo mededeelzaam, maar wordt makkelijker. [telefoonnummer] (verdachte) op 28 juni 2019 om 13:55:12 uur Wist ik niet! Local User op 28 juni 2019 om 13:55:13 uur Heb je een merk- of stofnaam en dosering? [telefoonnummer] (verdachte) op 28 juni 2019 13:55:45 uur Eventuel [sic] diazepam [telefoonnummer] (verdachte) op 28 juni 2019 om 13:56:12 uur Zal ik jou onze laatste richtlijn voor gebruik sturen? Local User op 28 juni 2019 om 13:58:16 uur Graag, kan mooi in het informatiepakket! [telefoonnummer] (verdachte) op 29 juni 2019 om 14:31:50 uur Als je nu onze ervaringen met [naam 12] deelt dan is hij mogelijk ook wat scheutiger. Belangen bundelen. Zo maar een idee hoor. Local User op 28 juni 2019 om 14:35:56 uur Ben ik al mee bezig. Dank je voor het meedenken! Tussenconclusie van de rechtbank Uit het bovenstaande gesprek leidt de rechtbank af dat verdachte [medeverdachte 1] informeerde over haar activiteiten van het begeleiden van mensen die, naar de rechtbank begrijpt, een einde aan hun leven willen maken. Verdachte informeerde [medeverdachte 1] onder andere over ‘convulsieremmende middelen’, de rechtbank begrijpt dat dit middelen zijn die stuiptrekkingen tegengaan. Ook stelde zij voor de laatste richtlijn, naar de rechtbank uit de context afleidt, voor het gebruik van middel x en/of een ander laatstewilmiddel, naar [medeverdachte 1] te sturen. [medeverdachte 1] wilde dat graag, zodat die richtlijn kon worden gevoegd in het informatiepakket. Op 22 juli 2019 stuurde verdachte de volgende e-mail, die zij eerder had verstuurd naar medeverdachte [medeverdachte 5] , door aan [medeverdachte 6] : "Hoi [medeverdachte 5] , Ja, jammer dat je al weg was. En ik vind het niet gepast dat je jouw mail cc doorstuurt aan [medeverdachte 3] (hoewel hij informeel op de hoogte is). Ik heb aan het begin van de bijeenkomst gezegd dat ik dit op eigen titel doe! En dan lijkt het voor mij niet gepast datje dit doorspeelt aan een officiële vertegenwoordiger. Daarmee belast je hem ook! Zo gaan lijnen door elkaar lopen. Jammer dus dat je dit niet even met mij besproken hebt. Dit was niet echt een huiskamerbijeenkomst, dit was een samengesteld gezelschap die voorlichting wilde over het middel. Was mij ook pas later duidelijk. Toevallig was ik ook degene die dit ook leverde. Meestal doet iemand anders dat om de lijnen ook weer niet door elkaar te laten lopen, maar we zitten met een kleinere bezetting momenteel. Voordat ik verder met je ga wil ik een persoonlijk gesprek om dit soort zaken uit te zuiveren. Willen we dit door kunnen zetten, in het grijze gebied, is het zaak dat we beiden weten wat we wel en niet en met wie kunnen bespreken. Als je je meer thuis voelt bij de gereglementeerde CLW manier van HKG, dan is dat ook goed. Eigen keuzes waar je prettig bij voelt is heel belangrijk in deze. Groetjes, [verdachte] " Tussenconclusie van de rechtbank Verdachte schreef in haar e-mail aan [medeverdachte 5] over een bijeenkomst, die kennelijk niet echt een huiskamerbijeenkomst was, omdat het ging om een samengesteld gezelschap die voorlichting wilde over het middel (naar de rechtbank begrijpt middel
- x)en dat verdachte toevallig ook degene was die, naar de rechtbank begrijpt, middel x leverde. Dit ging normaliter kennelijk anders. Verdachte schreef namelijk dat meestal iemand anders de levering (van middel
- x)deed, om de lijnen niet door elkaar te laten lopen. Normaliter was er kennelijk een samenwerking tussen degene die informatie verschafte in een huiskamerbijeenkomst en degene die middel x leverde. Nu was het kennelijk anders, omdat ze met een kleine bezetting zaten. Uit de e-mail van 30 juni 2019 van [naam 5] viel al op te maken dat [naam 5] en [naam 4] stopten met de samenwerking. Naar de rechtbank afleidt, had de gewijzigde gang van zaken (onder andere) te maken met het vertrek van [naam 5] en [naam 4] en was er daarom sprake van een kleinere bezetting. Op 26 augustus 2019 vond het volgende WhatsAppgesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1] : Local User op 26 augustus 2019 om 20:43:23 uur Op 20 augustus besteld bij [website] . Vandaag geleverd, €34,15. 50 gram. [telefoonnummer] (verdachte) op 28 augustus 2019 om 20:43:43 uur Duur! Local User op 26 augustus 2019 om 20:43:58 uur Agv transport. [telefoonnummer] (verdachte) op 26 augustus 2019 om 20:44:03 uur Daar krijg ik 250 gram voor [telefoonnummer] (verdachte) op 26 augustus 2019 om 20:44:17 uur Via, via Local User op 26 augustus 2019 om 20:44:34 uur Het ging mij over het bestellen van de kleinste hoeveelheid. [telefoonnummer] (verdachte) op 26 augustus 2019 om 20:44:47 uur Vandaag weer bericht dat een zending in Thailand is asngekomen [sic]! [telefoonnummer] (verdachte) op 26 augustus 2019 om 20:45:21 uur Wat doe je met de overgebleven 47 gram? [telefoonnummer] (verdachte) op 26 augustus 2019 om 20:45:48 uur Goed om alle kanalen te onderzoeken. Local User op 26 augustus 2019 om 20:46:23 uur Zou naar de chemisch inzameling vd gemeente kunnen. Of ik bewaar het voor tegenvallers. (…) [telefoonnummer] (verdachte) op 26 augustus 2019 om 20:46:44 uur Wij weten er wel raad mee! Tussenconclusie van de rechtbank De rechtbank stelt op basis van het bovenstaande WhatsAppgesprek vast dat [medeverdachte 1] contact had met verdachte over bestellen van het middel uit het buitenland. Ook leidt de rechtbank uit het gesprek af dat verdachte in een gesprek met [medeverdachte 1] wederom in meervoud sprak: “wij weten er wel raad mee”. Uit de berichten van verdachte kon [medeverdachte 1] afleiden dat er een groep was die zich bezig hield met het uitgeven van middel, aangezien verdachte informeerde naar de 47 gram van het middel dat [medeverdachte 1] overhad en dat via het samenwerkingsverband wilde verstrekken aan anderen. Op 30 september 2019 vond het volgende WhatsAppgesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1] . [telefoonnummer] (verdachte) op 30 september 2019 om 11:03:51 uur Ik ben zo vrij geweest om ook [medeverdachte 6] bij het gesprek van vanmiddag te vragen. Local User op 30 september 2019 om 11:06:24 uur prima! prikt een vorkje mee ... Op 12 en 18 november 2019 vond het volgende WhatsAppgesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] plaats. Local User op 12 november 2019 om 14:59:58 uur Ik heb een mevrouw naar je doorgestuurd, [naam 13] . [telefoonnummer] (verdachte) op 12 november 2019 om 16:50:47 uur Klopt, is geregeld! (…) Local User op 18 november 2019 om 14:37:04 uur Kunnen we even bellen? [telefoonnummer] (verdachte) op 18 november 2019 om 14:38:50 uur Ja, kan nu. Was jij het die net belde? [telefoonnummer] (verdachte) op 18 november 2019 om 16:16:42 uur [naam 3] reageert direct naar mij met zijn blijheid door jouw mail. Gied [sic] werk! [telefoonnummer] (verdachte) op 18 november 2019 om 16:18:26 uur Goed Local User op 18 november 2019 om 16:18:51 uur Fijn om te horen! [telefoonnummer] (verdachte) op 18 november 2019 om 16:19:34 uur Geluk zit in een klein chatje. Local User op 18 november 2019 om 16:20:44 uur Jij doet ook heeeeeel goed werk. Local User op 18 november 2019 om 16:20:54 uur Gemeend! Tussenconclusie van de rechtbank De rechtbank leidt uit bovenstaande WhatsAppgesprekken af dat [medeverdachte 1] iemand doorstuurde naar verdachte. Een paar dagen later berichtte verdachte dat [naam 3] (de rechtbank begrijpt: [naam 3] ) met blijheid reageerde op de e-mail van [medeverdachte 1] . Kennelijk hebben [medeverdachte 1] en [naam 3] direct contact met elkaar gehad. Verdachte gaf daarbij aan “Goed werk!”, waarop [medeverdachte 1] aangaf: “jij doet ook heeeeeel goed werk.(…) Gemeend”. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 1] op de hoogte was van het bestaan van de persoon [naam 3] en diens samenwerking met verdachte. Ook nodigde verdachte [medeverdachte 6] uit bij een gesprek dat zij zou hebben met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] gaf aan dit prima te vinden. Uit die reactie valt af te leiden dat [medeverdachte 1] weet wie [medeverdachte 6] is. Op 20 juli 2020 om 19:16 uur stuurt [medeverdachte 6] het volgende chatbericht naar [naam 3] : Gisteren sprak ik met [verdachte] . Vorig jaar hebben wij met jou een afspraak gemaakt dat hij ons een keer les zou geven in het klaarmaken van de capsules. Dit om jou te hulp te komen mocht je een keer ziek zijn of anderszins. Zodat verstrekking gewoon door kan gaan. Wil je dat nog steeds? We kunnen de training/ les met jou bij [verdachte] thuis doen. Het heeft geen haast, maar misschien wel goed om een afspraak te maken. Groet, ook namens [verdachte] Tussenconclusie van de rechtbank De rechtbank leidt uit dit chatbericht af dat in 2019 is besproken dat [naam 3] [medeverdachte 6] en verdachte zou leren om capsules middel x te maken. Die instructie heeft tot 20 juli 2020 kennelijk nog niet plaatsgevonden. [medeverdachte 6] vraagt mede namens verdachte of die instructie alsnog plaats kan vinden met als doel dat de levering van capsules middel x plaats kan blijven vinden ook als [naam 3] door omstandigheden die capsules niet kan maken. Op 29 september 2021 is [medeverdachte 1] aangehouden. De mobiele telefoon, merk iPhone, die hij op dat moment bij zich droeg is in beslag genomen. In die telefoon zijn verschillende chatgesprekken aangetroffen. Verdachte is in die gesprekken aangeduid als [medeverdachte 1] . Op 4 februari 2021 vond het volgende WhatsAppgesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1] : [medeverdachte 1] op 4 februari 2021 om 19:13:27 uur Heb je zijn nummer voor mij? Verdachte op 4 februari 2021 om 19:14:03 uur Bank of telefoon? Verdachte op 4 februari 2021 om 19:15:39 uur Hij heeft je een paar keer wat gegeven ja. Dat hoef je niet te betalen, maar dit keer had je besteld en hij wilde het eerst aan mij overdragen, maar omdat hij in geldnood zat heb ik gezegd dat hij het maar moest doen. En dan vraagt hij geen geld. (…) Verdachte op 4 februari 2021 om 19:16:39 uur Heb jij het doorverkocht? Verdachte op 4 februari 2021 om 19:17:27 uur Wij vragen tegenwoordig 50 euro inclusief voorlichting en eventueel verzenden [medeverdachte 1] op 4 februari 2021 om 19:26:56 uur Doe me een lol en vertel me hoe ik hem kan betalen Verdachte op 4 februari 2021 om 19:29:21 uur Ik ga zijn bankrekeningnummer even opzoeken Verdachte op 4 februari 2021 om 19:32:02 uur [rekeningnummer] Verdachte op 4 februari 2021 om 19:32:17 uur Tnv. [tenaamstelling] Verdachte op 4 februari 2021 om 19:33:14 uur Jij mag 35 per portie betalen Tussenconclusie van de rechtbank Uit het bovenstaande WhatsAppgesprek leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] het bankrekeningnummer van [naam 3] vroeg aan verdachte. Verdachte gaf aan dat [medeverdachte 1] een paar keer ‘iets’, de rechtbank begrijpt middel x, had gekregen van [naam 3] . [naam 3] verkeerde kennelijk in geldnood, maar vroeg geen geld. Verdachte had tegen [naam 3] gezegd dat hij geld moest vragen. Verdachte gaf bij [medeverdachte 1] aan wat ‘we’ tegenwoordig vragen, inclusief voorlichting en eventueel verzenden. Ze gaf daarbij aan dat verdachte 35 per portie mocht betalen. Op 3 juli 2021 vond het volgende chatgesprek plaats tussen [naam 3] en [medeverdachte 1] : [naam 3] op 3 juli 2021 om 17:59:23 uur Hoi [medeverdachte 1] , alles goed met jou? Ik kreeg een mail van iemand die beweerd door jouw te zijn doorgestuurd. Klopt dat? [medeverdachte 1] op 3 juli 2021 om 18:00:49 uur Klopt. Is er vreselijk aan toe. [naam 3] op 3 juli 2021 om 18:02:16 uur Ok. Ik ga hem helpen. Gr. [medeverdachte 1] op 3 juli 2021 om 18:02:29 uur Haar. Op 6 juli 2021 vond het volgende chatgesprek plaats tussen [naam 3] en [medeverdachte 1] : [naam 3] op 6 juli 2021 om 17:50:22 uur [medeverdachte 1] , ik probeer een bestelling te plaatsen bij [naam 14] . Die heb bij mijn [sic] nog eens een keertje aanbevolen. (…) [naam 3] op 6 juli 2021 om 17:51:03 uur Moet ik verder nog iets verwachten van hun? [naam 3] op 6 juli 2021 om 17:52:27 uur Ik heb een VAT nummer ingevoerd plus een bedrijfsnaam die in [sic] zelf beide heb verzonnen. Ik heb gezorgd dat het vat nummer de validatie slaagt [medeverdachte 1] op 6 juli 2021 om 17:58:00 uur Ik heb destijds een btw nummer ingevoerd dat al was beëindigd. Dat was geen probleem, dan krijg je een factuur incl. btw. Verder stuur ik een verklaring mee die ik op hun verzoek ook heb opgesteld. Succes. Ik heb andersd [sic] nog een adres in Rusland: [adres 3] . Hartelijks, [medeverdachte 1] . Tussenconclusie van de rechtbank De rechtbank leidt uit bovenstaande gesprekken af dat [medeverdachte 1] contact had met [naam 3] . [medeverdachte 1] had een vrouw doorgestuurd naar [naam 3] , omdat zij er vreselijk aan toe was. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat [medeverdachte 1] wist dat [naam 3] middel x aan deze vrouw zou verstrekken. [medeverdachte 1] en [naam 3] hadden daarnaast contact over het plaatsen van een bestelling van middel x. [medeverdachte 1] adviseerde [naam 3] daarbij over het kunnen plaatsen van een bestelling met een verzonnen VAT-nummer en bedrijfsnaam, en een beëindigd BTW nummer. Op 24 juni 2021 om 13:27 uur stuurt [medeverdachte 6] het volgende chatbericht naar [naam 3] : Hoi [naam 3] , Ook ik vind dat jij de tarieven mag verhogen. Deze gedachte deel ik met [verdachte] . Wij worden er sowieso niet rijk door maar we mogen wel een redelijke prijs vragen. Bovendien lever jij heel professioneel een mooi pakketje waar onze leden heel blij mee zijn . Dus DOEN, eventueel in overleg met [verdachte] . Fijne dag Op 15 juli 2021 vindt het volgende chatcontact plaats tussen [medeverdachte 6] naar [naam 3] : [medeverdachte 6] om 08:51 uur: Ik wist niet dat het al een definitief besluit was. [verdachte] en ik vonden al dat het goed was om jouw prijs te verhogen omdat jij had gezegd dat de posttarieven tussen de EU en Engeland verhoogd waren. Misschien zijn er nog wel meer producten die jij inkoopt duurder geworden. [medeverdachte 6] om 08:55 uur: Wil jij voor mij aangeven wat er voor jou allemaal duurder is geworden. Mijn prijs voor de leden gaat dan ook omhoog. Dan kan ik die verhoging verklaren aan onze afnemers. lk zal je de verhoging met €10,00 vandaag overmaken: 25 x €10 v €250 In vriendschap, hartelijke groet. [naam 3] om 10:59 uur: Hoi [medeverdachte 6] , lk bespreek het wel even met [verdachte] . [Middel x] is voor mij duurder geworden doordat er nieuwe import tarieven gelden van buiten de EU. Verder zijn de kosten vrij gelijk gebleven. Tussenconclusie van de rechtbank Uit deze chatberichten tussen [medeverdachte 6] en [naam 3] leidt de rechtbank af dat verdachte, [medeverdachte 6] en [naam 3] kennelijk in overleg de prijs bepalen voor de afnemers. [naam 3] stelt een prijsverhoging voor, die [medeverdachte 6] en verdachte goedkeuren. Nadere bewijsoverweging van de rechtbank Samenwerkingsverband in de zin van artikel 140 Sr Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr worden verstaan: een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de hierboven uiteengezette feiten en omstandigheden dat sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. Dit samenwerkingsverband ontstond nadat het Openbaar Ministerie per brief van 21 maart 2018 de CLW had verzocht de inkoopgroepen voor middel x te staken. De eerste aanwijzingen dat er sprake was van een samenwerkingsverband voor het verstrekken van middel x zijn te vinden in de e-mailwisseling van 24 april 2018 tussen [naam 3] en verdachte. De samenwerking tussen [naam 3] en verdachte werd snel intensiever. Op 27 april 2018 mailde verdachte naar de CLW met een vraag over afbraaktijd van een capsule. [naam 3] was toen bezig met het in capsulevorm kunnen aanbieden van middel x. Vanaf eind mei 2018 werkten [naam 3] en verdachte samen aan een richtlijn. De samenwerking was zodanig dat [naam 3] aangaf dat verdachte een aandeel in de verkoopopbrengst verdiende. Aan het begin van het samenwerkingsverband, de periode van april tot en met september 2018, vormde [naam 3] en verdachte samen de kern. Op 5 oktober 2018 introduceerde verdachte [medeverdachte 6] bij [naam 3] en betrok [medeverdachte 6] daarmee in het samenwerkingsverband. De eerste aanwijzingen van contact tussen [medeverdachte 1] en verdachte vormen de chatberichten tussen hen van 16 november 2018. Uit die chatberichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] en verdachte elkaar toen al kenden. [medeverdachte 1] wist op dat moment ook dat verdachte betrokken was bij zelfdodingen. [medeverdachte 1] was ook op de hoogte dat verdachte een telefoon had uitgeleend aan [naam 1] , zodat [naam 1] een opname kon maken van haar zelfdoding. [medeverdachte 1] bood aan die te laten onderzoeken op volgmateriaal van de recherche op kosten van de CLW. Uit de e-mailwisseling van 13 februari 2019 blijkt dat de groep die samenwerkte aan het verstrekken van middel x ruimer was. [naam 4] bleek nauw betrokken. [naam 4] had eerder kennelijk zelfs de activiteiten van [naam 3] tijdelijk overgenomen. In de e-mail van 28 februari 2019 noemde hij zichzelf samen met [medeverdachte 6] en verdachte verstrekkers. Ook [naam 5] kwam ook uit het onderzoek naar voren, die net als [naam 3] een ‘maker’ was. Verdachte en [medeverdachte 6] werden daarnaast begeleiders van huiskamergroepen genoemd. [naam 4] nam het initiatief om afspraken met elkaar te maken. Op 8 maart 2019 kwam in ieder geval een deel van de groep ( [medeverdachte 6] , verdachte en [naam 4] ) samen. Volgens de agenda is onder andere gesproken over de kostprijs, het leveren van aanvullende middelen (waarschijnlijk in ieder geval het antibraakmiddel Domperidon), het samenspel met de huiskamergroepen, logistiek van de levering en het voorkomen aangemerkt te worden als criminele organisatie. De gemaakte afspraken lijken een uitwerking te hebben gevonden in het document van 15 maart 2019. Eind juni 2019 lijkt de groep kleiner te worden. [naam 5] en [naam 4] stopten op dit moment met hun activiteiten. Uit een chatbericht tussen [medeverdachte 6] en [naam 3] kan worden afgeleid dat in 2019 is gesproken over het opleiden van verdachte en [medeverdachte 6] in het maken van capsules middel x. In juli 2020 herhaalt [medeverdachte 6] , mede namens verdachte, dat verzoek aan [naam 3] om de continuïteit van het leveren van middel x in capsulevorm te kunnen waarborgen. Kennelijk heeft de instructie op dat moment nog niet plaatsgevonden. Op 30 september 2019 is er een gesprek tussen [medeverdachte 1] en verdachte, waarbij ook [medeverdachte 6] is uitgenodigd. Uit de berichten valt af te leiden dat [medeverdachte 1] weet wie [medeverdachte 6] is. Uit een chatbericht van 18 november 2019 tussen [medeverdachte 1] en verdachte valt op te maken dat [medeverdachte 1] direct contact heeft met [naam 3] . Dezelfde dag bericht [medeverdachte 1] verdachte dat zij ‘heeeeeel goed werk’ doet. In februari 2021 is er contact tussen verdachte en [medeverdachte 1] over porties middel x die [medeverdachte 1] van [naam 3] had ontvangen en waarvoor [medeverdachte 1] niet hoefde te betalen. In juli 2021 heeft [medeverdachte 1] contact met [naam 3] over iemand die [medeverdachte 1] naar [naam 3] had verwezen en over het inkopen van middel x. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er in de periode van maart 2018 tot en met juli 2021 sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen [naam 3] , verdachte, [medeverdachte 6] , [naam 4] , [naam 5] en [medeverdachte 1] . Dat deze specifieke groep personen niet deze gehele periode in dezelfde mate actief betrokken was bij het samenwerkingsverband doet daaraan niet af. De groep onderhield regelmatig contact met elkaar, via chatberichten, e-mails en overleggen. Dat sprake was van een structuur en een gezamenlijke werkwijze valt af te leiden uit de e-mail van 28 februari 2019 en het document van 15 maart 2019. De kern van de groep werd aanvankelijk gevormd door [naam 3] en verdachte. Daar kwamen [medeverdachte 6] , [naam 4] en [naam 5] later bij (de laatste twee tot en met juni 2019). [medeverdachte 1] was in ieder geval vanaf november 2018 betrokken. Oogmerk van de organisatie Door de groep, bestaande uit de uitleveraars en [naam 3] , werd middel x verstrekt. De stof middel x is een giftig middel dat bij inname vrijwel zeker zal leiden tot de dood. Het middel werd door de groep verstrekt aan personen die de mogelijkheid wilden krijgen met het middel hun leven te beëindigen wanneer of indien zij dit wensten. Het middel werd door [naam 3] en de uitleveraars verstrekt als een totaalpakket. In het pakket zat een dodelijke dosis middel x, een antibraakmiddel en een instructie voor gebruik van het middel. Dat de levering meermalen tot zelfdodingen heeft geleid kan worden afgeleid uit de chatberichten tussen [medeverdachte 1] en verdachte. Verdachte noemde een paar zelfdodingen waar zij zelf bij betrokken is geweest. Verder gaf verdachte aan dat via het informele circuit ongeveer 1000 personen het middel hebben ontvangen. Door de politie is een schatting gemaakt van het aantal personen aan wie [medeverdachte 6] middel x zou hebben verstrekt. Zij komen uit op een aantal van minimaal 640 porties. Het kan niet anders dan dat in ieder geval een aantal van de personen die het middel via het samenwerkingsverband heeft gekregen door zelfdoding is gestorven of in de toekomst zal sterven. Het handelen van de deelnemers zag concreet op het verlenen van hulp bij zelfdoding door het verstrekken van middel x. Het oogmerk van de organisatie – hulp bij zelfdoding door het verstrekken van middel x – is daarmee in hoge mate gevaarzettend geweest. De rechtbank acht daarmee bewezen dat de organisatie tot oogmerk had op het verlenen van hulp bij zelfdoding als bedoeld in artikel 294 lid 2 Sr en dus een criminele organisatie is in de zin van artikel 140 Sr. Uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat in ieder geval verdachte en de genoemden op het 15 maart 2019-document ook wisten dat zij met hun handelen mogelijk buiten de wettelijke kaders traden. Zij vormden, zoals ze het zelf noemden, een informeel circuit en bespraken hoe zij ervoor zouden zorgen niet als criminele organisatie aangemerkt te worden. Zo stond in de bespreekpunten voor het overleg van 8 maart 2019: “6. Vermijding status criminele organisatie van ons a. Niet te duurzaam