RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.212653.19 VI-zaaknummer: 99.000473.16 Datum uitspraak: 30 januari 2024 Beslissing van de meervoudige kamer ingevolge artikel 6:6:21 (oud) van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1993 in Nijmegen, wonende aan de [woonadres] in Arnhem, op dit moment gedetineerd in de [verblijfplaats] . Raadsvrouw: mr. H.E. Berman, advocaat in Purmerend. De procedure Bij onherroepelijk geworden vonnis van 10 februari 2017 van The Crown Court te Leicester in het Verenigd Koninkrijk is veroordeelde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren. Veroordeelde is op 11 september 2019 overgedragen aan Nederland. Ingevolge het Besluit voorwaardelijke invrijheidstelling van 7 oktober 2021 is veroordeelde op 17 november 2021 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Daarnaast zijn de volgende bijzondere voorwaarden gesteld: - veroordeelde dient op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig te zijn op zijn verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast in overleg met veroordeelde en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft veroordeelde op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van minimaal 12 uur en maximaal 17 uur niet op het verblijfadres te zijn. In de weekenden heeft veroordeelde een aaneengesloten blok van minimaal 4 uur en maximaal 17 uur per dag vrij te besteden. Indien dit door de reclassering noodzakelijk wordt geacht, werkt veroordeelde mee aan elektronische monitoring op dit locatiegebod. Het huidige adres voor het locatiegebod is [adres] . Dit adres kan enkel worden gewijzigd met toestemming van de reclassering; - veroordeelde dient zich binnen 1 werkdagen na invrijheidstelling te melden bij Reclassering Nederland, [adres] (telefoonnummer: ( [telefoonnummer] ). Veroordeelde dient zich te melden bij de reclassering, zolang en zo vaak de reclassering dit noodzakelijk acht. Deze meldplicht heeft tot doel veroordeelde te kunnen begeleiden bij en controleren op de naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden, en om veroordeelde te kunnen begeleiden bij het regelen van praktische zaken; - veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd onder behandeling te stellen van Kairos, althans van een soortgelijke zorginstelling nader te bepalen door de reclassering, op tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven. Veroordeelde dient zich te houden aan de aanwijzingen die u in het kader van die behandeling door of namens de behandelaar worden gegeven; - veroordeelde dient gedurende de proeftijd te verblijven bij Admodum Zorg, of een soortgelijke instelling nader te bepalen door de reclassering. Veroordeelde dient zich te houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld; - veroordeelde dient medewerking te verlenen aan en een actieve inspanning te verrichten voor (een traject gericht op) het verkrijgen en het behouden van woonruimte en een structurele en zinvolle (betaalde) dagbesteding. Indien de reclassering dit noodzakelijk acht, dient veroordeelde zich te houden aan afspraken met een nader aan te wijzen instantie die veroordeelde kan helpen met het verkrijgen van passende dagbesteding; - veroordeelde dient een open, gemotiveerde en meewerkende houding te tonen met betrekking tot het toezicht en de overige bijzondere voorwaarden; - veroordeelde dient medewerking te verlenen aan middelencontrole door middel van ademonderzoek (blaastest) en/of urineonderzoek en/of een ander controlemiddel om het middelengebruik van veroordeelde te monitoren. De reclassering bepaalt de frequentie en op welke wijze de middelencontroles plaatsvinden; - veroordeelde dient openheid van zaken te tonen ten aanzien van zijn financiële situatie. Op 29 december 2023 is veroordeelde aangehouden in verband met de niet-naleving van de voorwaarden. Op 29 december 2023 heeft de officier van justitie een vordering tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling bij de rechter-commissaris ingediend. Op 30 december 2023 heeft de rechter-commissaris de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde bevolen. Op 5 januari 2024 heeft de officier van justitie de onderhavige vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling ingediend. Die vordering strekt ertoe dat de rechtbank last zal geven tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor een periode van 365 dagen. Het onderzoek ter terechtzitting De vordering tot herroepen van de voorwaardelijke invrijheidstelling is behandeld ter openbare terechtzitting van 16 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.