RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummers: ARN 21/4596, 21/4598 t/m 21/4600, 21/4605, 21/4608, 22/4330, 22/4332 t/m 22/4334, 22/4336 en 22/4337 uitspraak van de meervoudige kamer van in de zaken tussen [belanghebbende] , in [plaats] , belanghebbende (gemachtigde: [gemachtigde] ), en de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Zwolle. Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 14 juli 2021, 23 juli 2021, 14 juni 2022 en 1 juli
(2016)en de terugvorderingen moeten worden verminderd. Deze bedragen zijn als volgt berekend: 2014 2015 2016 Jaarbeschikking € 1.288.807 € 1.848.780 € 1.630.078 Correcties Suppletie - € 423 - € 9.237 - € 10.562 Klompenpad - - € 0 Molen € 5.345 € 1.301 € 1.402 Stadsmuur - € 1.238 € 561 Kerktoren - - - Dijkpoort € 1.232 € 1.232 € 1.232 Steekproef € 1.190 € 1.708 € 98.653 Re-integratie - € 3.088 - € 735 - € 366 [stichting 3] - - - Correctiebeschikking € 1.284.551 € 1.853.273 € 1.539.158 Terugvordering € 4.256 € -4.493 € 90.920 Belastingrente 69. De beroepen zijn ook gericht tegen de beschikkingen belastingrente. Omdat de naheffingsaanslagen omzetbelasting worden vernietigd, moeten de bijbehorende beschikkingen belastingrente ook worden vernietigd. 70. Omdat de terugvorderingen BCF voor de jaren 2015 en 2017 tot en met 2019 ten onrechte hebben plaatsgevonden, is ook ten onrechte belastingrente in rekening gebracht. Ook deze beschikkingen belastingrente moeten worden vernietigd. 71. De beschikkingen belastingrente met betrekking tot de correctiebeschikkingen BCF voor de jaren 2014 en 2016 dienen te worden verminderd overeenkomstig de vermindering van de terugvorderingen. Belanghebbende heeft niet gesteld dat de belastingrente nader dient te worden verminderd. 72. Belanghebbende heeft geen gronden aangevoerd tegen (de hoogte van) de belastingrente die is vergoed naar aanleiding van de teruggaaf uit het BCF als gevolg van de hogere vaststelling van de jaarbijdrage BCF in de bezwaarfase voor het jaar 2015. De inspecteur zal nog een beslissing moeten nemen over het vergoeden van belastingrente in verband met de teruggaven die dienen te worden verleend naar aanleiding van de hogere vaststelling van de jaarbijdragen door de rechtbank. De rechtbank geeft daarbij mee dat vaststaat dat het terug te geven bedrag verband houdt met een door de inspecteur ingenomen standpunt ter zake van de terug te geven bijdrage. Conclusie en gevolgen 73. De beroepen zijn gegrond. Dit betekent dat de uitspraken op bezwaar worden vernietigd. De naheffingsaanslagen voor de jaren 2014 tot en met 2019 en de correctiebeschikkingen BCF voor de jaren 2017 tot en met 2019 en de bijbehorende belastingrentebeschikkingen worden vernietigd. De correctiebeschikkingen BCF voor de jaren 2014 tot en met 2016 worden gewijzigd. De bijbehorende belastingrentebeschikkingen voor de jaren 2014 en 2016 worden verminderd, die voor het jaar 2015 wordt vernietigd. 74. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgt belanghebbende het griffierecht terug. Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 2.625. De inspecteur moet deze bedragen betalen. Beslissing De rechtbank: verklaart de beroepen gegrond; vernietigt de uitspraken op bezwaar; vernietigt de naheffingsaanslagen omzetbelasting en de bijbehorende beschikkingen belastingrente; vernietigt de correctiebeschikkingen BCF voor de jaren 2017 tot en met 2019; wijzigt de correctiebeschikkingen voor de jaren 2014 tot en met 2016 en stelt de jaarbijdragen vast op de bedragen zoals vermeld in punt 68 en vermindert de terugvorderingen dienovereenkomstig; vernietigt de beschikkingen belastingrente voor zover die betrekking hebben op de terugvorderingen BCF voor de jaren 2015 en 2017 tot en met 2019; vermindert de beschikkingen belastingrente voor zover die betrekking hebben op de terugvorderingen BCF voor de jaren 2014 en 2016 overeenkomstig de vermindering van de terugvorderingen; bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar; veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in beroep tot een bedrag van € 2.625; gelast de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 360 te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Eskes, voorzitter, mr. A.F. Germs-de Goede en mr. J.M.W. van de Sande, rechters, in aanwezigheid van mr. L. Ketner, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage 1 Relevante passages uit de raamovereenkomst: “(…) Overwegingen: 1. Partijen beogen met deze overeenkomst op hoofdlijnen invulling te geven aan de verplichtingen uit het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton (hierna: Besluit) na 2012. (…) 3. Partijen kunnen elkaar over en weer houden aan tijdige uitvoering van de verplichtingen die in deze overeenkomst zijn neergelegd. 4. Alle verplichtingen waarvoor dit relevant is, worden opgenomen in het Besluit en kunnen door de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) worden gehandhaafd. 5. Deze overeenkomst laat onverlet dat de betrokken partijen hun eigen verantwoordelijkheden, verplichtingen en bevoegdheden hebben op grond van de Wet milieubeheer in het algemeen en van het Besluit in het bijzonder. (…) 8. Volgens de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen is bronscheiding van afval de norm. Nascheiding is op grond van voornoemde richtlijn echter wel toegestaan, mits wordt voldaan aan de criteria uit de kaderrichtlijn inzake uitvoerbaarheid op technisch, milieu-en economisch gebied. Dit betekent dat indien recycling of overige nuttige toepassing via nascheiding zowel kwantitatief als kwalitatief gelijkwaardig of ze of zelfs beter kan worden gerealiseerd dan via bronscheiding, nascheiding is toegestaan. (…) Artikel 1. Reikwijdte 1. Deze overeenkomst bestaat uit afspraken voor de verpakkingsmaterialen: glas, papier en karton, hout, metalen en kunststof. 2. Afspraken over de inzameling van glas, papier en karton, hout en metalen, blijven ongewijzigd ten opzichte van de afspraken op basis van de Raamovereenkomst, gesloten op 27 juli 2007, inclusief addendum, tenzij in deze overeenkomst expliciet anders is bepaald. (…) Artikel 2. Financieringsstelsel 1. Het verpakkende bedrijfsleven zorgt voor een robuust en toereikend financieringsstelsel dat voorziet in een fonds, opgebouwd uit afvalbeheersbijdragen die op basis van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst worden geheven, waaruit alle benodigde activiteiten voor het uitvoeren van deze overeenkomst betaald worden, Dit fonds is toereikend voor deze activiteiten en kent geen beperking voor de hoeveelheid in te zamelen materiaal. 2. De vergoedingen voor kunststof, metalen, papier en karton, hout en glas, worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op het consumenten prijs index cijfer. De vergoedingen voor kunststof worden voor het eerst op 1 januari 2014 geïndexeerd op het consumenten prijs index cijfer. (…) Artikel 5. Zwerfafval 1. Uit het fonds komt €20 miljoen per jaar ter beschikking voor de aanpak van zwerfafval. 2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt ter beschikking gesteld aan gemeenten voor de extra aanpak van zwerfafval. Gemeenten bepalen de invulling van de besteding van dat bedrag, en doen hier achteraf jaarlijks verslag van aan het verpakkende bedrijfsleven. 3. Ten behoeve van het verslag, bedoeld in het tweede lid, werken partijen een systeem van verslaglegging en verantwoording uit dat met minimale lasten voor beide partijen kan worden uitgevoerd. 4. Het verpakkende bedrijfsleven continueert daarnaast haar activiteiten zoals die bestaan onder “Nederland schoon”. Hier worden nog verdere afspraken over gemaakt. 5. Partijen houden elkaar zo veel en tijdig mogelijk op de hoogte van de communicatieactiviteiten over de aanpak van zwerfafval. Artikel 6. Vergoeding voor inzameling van kunststof 1. Gemeenten krijgen een vergoeding vanuit het fonds, als bedoeld in artikel 2, voor alle benodigde kosten die ze moeten maken voor de uitvoering van deze overeenkomst. 2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, zal alleen gegeven worden voor kunststof verpakkingsafval dat voldoet aan hergebruiksnormen als bedoeld in artikel 9, zesde en zevende lid. Artikel 7. Berekening van vergoeding voor inzameling van kunststof 1. Ter bepaling van de hoogte van de vergoeding, bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt een drietal kostenstudies gedaan waarbij apart wordt gekeken naar het inzamelen en het sorteren. 2. De kostenstudies, bedoeld in het eerste lid, worden elk uitgevoerd door een onafhankelijke, deskundige organisatie die door elk van de partijen goedgekeurd moet worden. (…) 8. Een Bonus/malus systeem kan een onderdeel zijn van de vergoedingensystematiek. 9. De vergoedingensystematiek wordt op basis van bovenstaande kostenstudies verder uitgewerkt in een werkgroep waarin vertegenwoordigers van partijen deelnemen. Artikel 8. Keten regie 1. Gemeenten faciliteren het verpakkende bedrijfsleven bij het invullen van hun verantwoordelijkheid voor kunststof verpakkingsafval op grond van het Besluit. 2. Vanaf 1 januari 2015 zorgen de gemeenten ook voor het sorteren van kunststofverpakkingsafval. Gemeenten kunnen vanaf 1 januari 2015 ook kiezen voor het zelf vermarkten van het her te gebruiken materiaal. In 2013 en 2014 blijft het verpakkende bedrijfsleven het her te gebruiken materiaal sorteren en vermarkten. 3. In een werkgroep waaraan vertegenwoordigers van partijen deelnemen, worden de afspraken uit het eerste en tweede lid verder uitgewerkt en vastgelegd. (…) Artikel 12. Kosten verbonden aan afschaffen statiegeld 1. De gemeenten moeten kosten maken als gevolg van het afschaffen van statiegeld doordat: a. extra (voormalige statiegeld-)flessen die in het restafval komen; b. extra (voormalige statiegeld-)flessen clie in vuilnisbakken op straat komen; c. extra (voormalige statiegeld-)flessen die in zwerfafval terecht komen. 2. Begin 2016 wordt door een onafhankelijke organisatie een onderzoek gestart waarmee door middel van steekproeven de hoogte van de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald. 3. De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden door het verpakkende bedrijfsleven vergoed voor de periode vanaf het moment dat statiegeld afgeschaft is tot en met 2022. 4. Alleen de bronscheidingsgemeenten komen in aanmerking voor de vergoeding van de kosten te ten gevolge van de (voormalige) statiegeldflessen die in het restafval terecht komen. (…) Artikel 16. Onderzoeken De onderzoeken die voor de uitvoering van deze overeenkomst worden uitgevoerd worden gefinancierd door het verpakkende bedrijfsleven. (…)” Relevante passages uit het addendum bij de raamovereenkomst: “(…) 2 Financiën 2.1 Minimum vergoeding Om gemeenten zekerheid te bieden tot het maken van investeringen, krijgen gemeenten voor de looptijd van de raamovereenkomst een minimumvergoeding. Deze vergoeding bedraagt 95% van het bedrag van de kostenstudie 2018 (zie artikel 7 lid 5,6 Raamovereenkomst). Deze kostenstudie is naar verwachting in het voorjaar van 2013 afgerond. 2.2. Vergoedingen 2013 en 2014 De vergoedingen zijn in gezamenlijk overleg vastgesteld. De basis hiervoor is een kostenstudie naar de gemiddelde kosten voor 2012. Dit is door PwC vastgesteld op € 389 per ton (artikel 7 lid 1 Raamovereenkomst). Om de overgang van het nieuwe vergoedingen geleidelijk te laten verlopen wordt onderzocht of vanuit de resterende middelen van [stichting 2] een transitiebedrag van € 30 per ton kan worden vrijgemaakt. Op dit moment is het onzeker of deze claim binnen de subsidiebeschikking van [stichting 2] past. Partijen spreken daarom af het risico in 2013 te delen. In geval de subsidiebeschikking niet wordt toegekend dragen partijen een gedeeld risico van € 15 per ton. Voor vergoeding van 2014 is geen transitiebedrag vanuit [stichting 2] opgenomen. Het bedrijfsleven draagt het volledige risico. Indien voor de vergoeding van 2014 ook een transitiebedrag vanuit [stichting 2] vrijkomt, delen bedrijfsleven en gemeenten het voordeel à € 15 per ton. (…) 2.3 Bonus/malus In 2013 zal de werkgroep vergoedingen/kwaliteit aanbevelingen doen voor een bonus/malus systeem voor kunststofafval. Dit systeem wordt ingezet ter bevordering van de gesloten kunststofketen (circulaire economie). 3 Monitoring Het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton schrijft voor dat de Producenten en Importeurs verplicht zijn de op de markt gebrachte hoeveelheid verpakkingen en de hoeveelheid ingezamelde en hergebruikte verpakkingsafval te registeren en te monitoren. Deze verplichting wordt, in opdracht van [stichting 2] , uitgevoerd door de [stichting 3] . Op dit moment worden onduidelijkheden ervaren ten aanzien van de monitoringsresultaten. Het is in het belang van partijen om aan deze onduidelijkheid een einde te maken middels afspraken over transparantie en borging. (…)” Relevante passages uit de oude raamovereenkomst: “(…) 1. Dat Nederland op grond van de Europese Richtlijn verpakking en verpakkingsafval gehouden is bepaalde doelstellingen te halen met betrekking tot materiaalhergebruik en overige nuttige toepassing van verpakkingsafval. 2. Dat Nederland ervoor heeft gekozen invulling te geven aan deze verplichtingen door de invoering van producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingsafval middels het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton (in het vervolg: het Besluit). (…) 10. Dat het verpakkende bedrijfsleven voortvarend invulling wil geven aan liet Besluit, echter dat het verpakkende bedrijfsleven hier niet zonder medewerking van de gemeenten uitvoering aan kan geven, terwijl gemeenten op hun beurt niet verplicht kunnen worden om deze medewerking te verlenen. (…) 13. Dat het bedrijfsleven de verpakkingenheffing zichtbaar zal doorberekenen aan de consument en dat in het kader van het bereiken van de milieudoelstellingen de minister van VROM van mening is dat deze doorbelasting een essentiële bijdrage levert aan de oplossing van het verpakkingenvraagstuk. Komen partijen overeen: (…) 2. Gemeenten krijgen uit [stichting 2] een vergoeding uitgekeerd voor de (registratie van
- de)inzameling van verpakkingen uit huishoudens, op grond van het tussen de VNG en het verpakkende bedrijfsleven overeengekomen akkoord, waarin de gemeenten de inzameling namens het bedrijfsleven uitvoeren. Deze vergoedingen worden jaarlijks (per 1 januari), voor het eerst op (1 januari 2008) geïndexeerd op basis van het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI) , zoals deze wordt gepubliceerd door liet Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 3. Voor de voorwaarden waaronder en wijze waarop de betaling uit [stichting 2] zal plaatsvinden, wordt door VNG, VROM en het verpakkend bedrijfsleven een uitvoeringsprotocol vastgesteld. 4. Alle gemeenten in Nederland ontvangen een vergoeding voor de gescheiden inzameling van verpakkingsafval uit het huishoudelijk afval conform het Besluit en overeenkomstig de overeengekomen vergoedingen als afgesproken in annex 1, ook al zouden daarmee macro hogere percentages worden bereikt dan in het Besluit zijn voorgeschreven. 5. De gemeenten dienen de onder 2 genoemde vergoeding te besteden aan uitgaven ten behoeve van het afvalstoffenbeleid. Voorzover de vergoeding niet leidt tot extra uitgaven voor het afvalstoffenbeleid, zal, met in acht neming van artikel 15, een verrekening met de afvalstoffenheffing plaatsvinden. (…)” Relevante passages uit de deelnemersovereenkomst: “(…) OVERWEGENDE DAT: (…) b. de Raamovereenkomst Verpakkingen over de aanpak van de dossiers verpakkingen en zwerfafval voor de jaren 2013 tot en met 2022 en het daarbij behorende addendum (de "Raamovereenkomst 2013 — 2022") tot stand is gekomen tussen het verpakkende bedrijfsleven, het ministerie van I&M en VNG; c. in de Raamovereenkomst 2013 — 2022 afspraken zijn vastgelegd die er toe leiden dat overeenkomsten met Gemeenten moeten worden afgesloten over de inzameling en/of sortering en/of verwerking van Verpakkingsafval bestaande uit de Materiaalsoorten hout, papier en karton, glas, metaal en kunststof en de daarmee samenhangende vergoedingen; d. het verpakkende bedrijfsleven ter uitvoering van haar verplichtingen voortvloeiend uit het Besluit en de Raamovereenkomst 2013 — 2022 [stichting 2] in het leven heeft geroepen; e. [stichting 2] aan [stichting 3] opdracht heeft gegeven om voornoemde overeenkomsten met Gemeenten af te sluiten; en, f. de Gemeente al onder de Raamovereenkomst 2007 — 2012 een deelnemersovereenkomst (de "Deelnemersovereenkomst Oud") met [stichting 3] was aangegaan (zie Bijlage 1) en dat Partijen gezien het voorgaande beogen om hun samenwerking voort te zetten. (…) Artikel 2. Verplichtingen 1. De Gemeente en [stichting 3] verplichten zich naar elkaar om — elk voor de aan hen toegekende rol — zich te houden aan het bepaalde in de Raamovereenkomst 2013 — 2022. 2. De Gemeente draagt per materiaalsoort zorg voor de gescheiden inzameling van verpakkingsafval dan wel de inzameling en nascheiding van verpakkingsafval zodat de producenten en importeurs aan hun verplichtingen uit hoofde van het Besluit kunnen voldoen. De Gemeente zal dienaangaande een zodanige administratie (de “Afvaladministratie”) voeren dat Opgave kan worden gedaan als bedoeld in Artikel 4 van deze Overeenkomst. 3. [stichting 3] zal aan de Gemeente de gelegenheid bieden om Opgave te doen als bedoeld in Artikel 4 van deze Overeenkomst, onder meer door het in stand houden en door-ontwikkelen van de webapplicatie [programma] . Voorts zal [stichting 3] zorg dragen voor correcte afhandeling van deze Opgave conform het Uitvoeringsprotocol Huishoudens, onder meer door het voorleggen van de Opgave aan [stichting 2] ten behoeve van het uitkeren van vergoedingen aan de Gemeente. 4. Partijen streven er naar om op regelmatige basis overleg te voeren over (
- i)de resultaten van de Gemeente van de gescheiden inzameling, dan wel inzameling en nascheiding, en hergebruik en (
- ii)eventuele mogelijkheden om die resultaten te optimaliseren. (…) Artikel 3. Materiaalsoorten 1. Het Uitvoeringsprotocol Huishoudens met diverse bijlagen — zoals dat laatstelijk gold onder de Deelnemersovereenkomst Oud - is voor alle Materiaalsoorten onverminderd van toepassing, inclusief de door de Begeleidingscommissie onder de Raamovereenkomst 2007 — 2012 vastgestelde wijzigingen. (…) Artikel 4. Opgave 1. De Gemeente doet aan [stichting 3] Opgave in de webapplicatie [programma] van al het door of namens de Gemeente ingezamelde Verpakkingsafval volgens de richtlijnen in het Uitvoeringsprotocol Huishoudens. De Gemeente zal de Opgave doen binnen 3 maanden na afloop van een kalenderjaar. 2. Indien de Gemeente voorziet dat het voor haar niet mogelijk is om de Opgave te doen binnen de termijn als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kan de Gemeente [stichting 3] verzoeken een uitstel te verlenen van 1 maand ten opzichte van de termijn genoemd in lid 1 van dit artikel. [stichting 3] zal haar instemming aan een dergelijk verzoek niet op onredelijke gronden onthouden. 3. Indien [stichting 3] de Opgave niet heeft ontvangen binnen de termijn als bedoeld in lid 1 van dit artikel en/of (indien uitstel is verleend) lid 2 van dit artikel, zal [stichting 3] door middel van een schriftelijke kennisgeving aan het College van Burgemeester en Wethouders de Gemeente een laatste termijn geven van 1 maand na dagtekening van die schriftelijke kennisgeving om alsnog de Opgave te doen. Indien en voor zover de Opgave bij het verstrijken van die termijn door de Gemeente niet of niet volledig is gedaan, vervalt het recht op Vergoeding over het betreffende kalenderjaar ten aanzien van de Materiaalsoort waarover door de Gemeente niet tijdig Opgave is gedaan. 4. De Gemeente stemt er mee in dat de gegevens van de Gemeente zoals door de Gemeente opgegeven in [programma] , door [stichting 3] voor onderzoeksdoeleinden ter beschikking kunnen worden gesteld aan [stichting 4] , een en ander binnen de kaders van de verplichting tot geheimhouding die op [stichting 3] als uitvoeringsorganisatie rust, onder meer uit hoofde van artikel 7 van de Algemeen Verbindend Verklaring die op 17 december 2012, op grond van artikel 15.36, eerste lid, van de Wet milieubeheer door de Minister van Infrastructuur en Milieu is afgegeven. Artikel 5. Controle 1. [stichting 3] beoordeelt de Opgave en voert controles uit naar de juistheid en volledigheid van de Opgave. De Gemeente of de door de Gemeente ingeschakelde dienstverleners zullen hieraan hun medewerking verlenen. (…) Artikel 6. Informatieverstrekking aan [stichting 2] [stichting 3] legt de geaccordeerde Opgave van de Gemeente voor aan [stichting 2] Verpakkingen ter vergoeding van de kosten aan de Gemeente met in acht name van de (annexen bij) de Raamovereenkomst 2013 — 2022 en (de materiaalspecifieke bijlagen bij) het Uitvoeringsprotocol Huishoudens. [stichting 3] zal [stichting 2] Verpakkingen alle door [stichting 2] Verpakkingen gewenste informatie verstrekken over de beoordeling van de hoeveelheid van het door de Gemeente ingezamelde Verpakkingsafval. (…)” Bijlage 2 Kaderrichtlijn Artikel 3 Definities In deze richtlijn wordt verstaan onder: 1. afvalstof”: elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; (…) 9. „ afvalstoffenbeheer”: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars; 10. „ inzameling”: het verzamelen van afvalstoffen, inclusief de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie; 11. „ gescheiden inzameling”: de inzameling waarbij een afvalstroom gescheiden wordt naar soort en aard van het afval om een specifieke behandeling te vergemakkelijken; (…) Artikel 8 Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid 1. Ter stimulering van hergebruik en de preventie, recycling en andere nuttige toepassing van afvalstoffen kunnen de lidstaten wettelijke of andere maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat iedere natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig producten ontwikkelt, vervaardigt, behandelt, verwerkt, verkoopt of invoert (producent van het product) een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid draagt. Die maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het aanvaarden van teruggebrachte producten en de van gebruikte producten overgebleven afvalstoffen, alsmede het daaropvolgende beheer van de afvalstoffen, en de financiële verantwoordelijkheid voor die activiteiten. Verder kunnen deze maatregelen de verplichting omvatten openbaar beschikbare informatie te verstrekken over de mate waarin het product herbruikbaar en recycleerbaar is. (…) 4. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt toegepast onverminderd de verantwoordelijkheid voor afvalbeheer als bedoeld in artikel 15, lid 1, en onverminderd de bestaande specifieke wetgeving inzake afvalstromen en producten. Artikel 14 Kosten 1. Overeenkomstig het beginsel „de vervuiler betaalt” moeten de kosten van het afvalbeheer worden gedragen door de eerste afvalproducent, de huidige of de vorige houders van afvalstoffen. 2. De lidstaten kunnen besluiten de kosten van het afvalbeheer geheel of gedeeltelijk te laten dragen door de producent van het product waaruit het afval is voortgekomen, en de distributeurs van een dergelijk product in deze kosten te laten delen. Artikel 15 Verantwoordelijkheid voor het beheer van afvalstoffen 1. De lidstaten nemen de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat een eerste afvalproducent of andere houder van afvalstoffen zelf de afvalverwerking verricht, die verwerking laat verrichten door een handelaar, een inrichting of een onderneming die afvalverwerkingshandelingen verricht, of daartoe regelingen laat treffen door een publieke of private inzamelaar van afvalstoffen, met inachtneming van de artikelen 4 en 13. 2. Indien het afval van de eerste producent of houder voor voorafgaande behandeling wordt afgegeven aan een van de in lid 1 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen wordt in de regel niet vrijgesteld van de verantwoordelijkheid voor de nuttige toepassing of verwijdering in haar geheel. Onverminderd Verordening (EG) nr. 1013/2006 kunnen de lidstaten de voorwaarden voor de verantwoordelijkheid nader bepalen en besluiten in welke gevallen de eerste producent de verantwoordelijkheid voor de gehele verwerkingsketen behoudt of in welke gevallen de verantwoordelijkheid van de eerste producent en de houder kan worden gedeeld met of overgedragen aan de actoren van de verwerkingsketen. 3. De lidstaten kunnen overeenkomstig artikel 8 besluiten de verantwoordelijkheid voor het regelen van het afvalbeheer, geheel of gedeeltelijk te laten dragen door de producent van het product waaruit het afval is voortgekomen en de distributeurs van een dergelijk product voor deze regelingen mede verantwoordelijk te laten zijn. 4. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, op hun grondgebied, de inrichtingen of ondernemingen die beroepsmatig afvalstoffen inzamelen of vervoeren, het ingezamelde en vervoerde afval in overeenstemming met de bepalingen van artikel 13 afleveren bij de geschikte verwerkingsinstallaties. Wet milieubeheer (wettekst periode 2015-2019) Artikel 1.1 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (…) afvalstoffen: alle stoffen, mengsels of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; (…) beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van de activiteiten van afvalstoffenhandelaars en afvalstoffenmakelaars; (…) doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheerplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5; (…) gescheiden inzameling: inzameling waarbij een afvalstoffenstroom gescheiden gehouden wordt naar soort en aard van de afvalstoffen om een specifieke behandeling te vergemakkelijken; (…) huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen; (…) inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie; (…) Artikel 9.5.2 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, in ontvangst nemen, innemen, nuttig toepassen en verwijderen van bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of producten of afvalstoffen. Met betrekking tot producten worden zodanige regels niet gesteld in het belang dat artikel 9.5.1 beoogt te beschermen. 2 Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, preparaten of producten of afvalstoffen een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen: a.te verrichten; b.te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die stoffen, preparaten of producten of afvalstoffen bij de maatregel gestelde regels; c.te verrichten op een bij de maatregel aangewezen wijze, onder daarbij aangegeven omstandigheden, of voor daarbij aangewezen doeleinden; d.te verrichten indien de stoffen, preparaten of producten of afvalstoffen niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen. 3 Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting voor degene die bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of producten op de markt brengt: a.die stoffen, preparaten of producten of de verpakking ervan te voorzien van een door Onze Minister aangegeven aanduiding; b.die stoffen, preparaten of producten en de daarvan overgebleven afvalstoffen, na gebruik, in te nemen en te beheren, alsmede de financiële verantwoordelijkheid daarvoor of de verantwoordelijkheid voor het regelen van het afvalbeheer geheel of gedeeltelijk te dragen; c.zorg te dragen voor het treffen van voorzieningen die erop gericht zijn om die stoffen, preparaten of producten na inname op een bij de maatregel aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen; d.zorg te dragen voor het, na inname, afgeven van die stoffen, preparaten of producten aan een persoon, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie; e.openbaar beschikbare informatie te verstrekken over de mate waarin die stoffen, preparaten of producten geschikt zijn voor hergebruik en recycleerbaar zijn. 4 Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen verder behoren regels, inhoudende de verplichting: a.voor bij de maatregel aangewezen personen bij de maatregel aangewezen afvalstoffen of andere stoffen, preparaten of producten in ontvangst te nemen en vervolgens op een bij de maatregel aangegeven wijze toe te passen; b.voor burgemeester en wethouders er zorg voor te dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens het derde lid, onder b, op een bij de maatregel aangegeven wijze. (…) Artikel 10.21 1. De gemeenteraad en burgemeester en wethouders dragen, al dan niet in samenwerking met de gemeenteraad en burgemeester en wethouders van andere gemeenten, ervoor zorg dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen met uitzondering van grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. 2 Groente-, fruit- en tuinafval wordt daarbij in ieder geval afzonderlijk ingezameld. 3 De gemeenteraad kan besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. (…) Artikel 10.23 1. De gemeenteraad stelt in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast. 2 Onverminderd artikel 10.14 wordt bij het vaststellen of wijzigen van de verordening rekening gehouden met het gemeentelijke milieubeleidsplan, indien in de gemeente een milieubeleidsplan geldt. 3 De afvalstoffenverordening bevat geen regels als bedoeld in artikel 10.48. Artikel 10.24 1. De afvalstoffenverordening bevat ten minste regels omtrent: a. het overdragen of het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan een bij of krachtens de verordening aangewezen inzameldienst; b. het overdragen van zodanige afvalstoffen aan een ander; c. het achterlaten van zodanige afvalstoffen op een daartoe ter beschikking gestelde plaats. 2 Bij de afvalstoffenverordening kunnen voorts regels worden gesteld omtrent het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. (…) Artikel 10.26 1. De gemeenteraad kan, in afwijking van artikel 10.21, in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening bepalen dat: a.huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel; b.huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld met een daarbij aangegeven regelmaat; c.in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld; d.daarbij aangegeven bestanddelen van het groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk worden ingezameld; e.groente-, fruit- en tuinafval met andere daarbij aangegeven bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk van het overige huishoudelijk afval wordt ingezameld. 2 De gemeenteraad betrekt bij de voorbereiding van een zodanig besluit de ingezetenen en belanghebbenden, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening. (…) Artikel 10.29 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover het betreft gevallen waarin een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen van meer dan gemeentelijk belang is, regels worden gesteld omtrent de inzameling van die afvalstoffen. 2 Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels die inhouden dat burgemeester en wethouders maatregelen treffen voor de inzameling van die afvalstoffen of daartoe voorzieningen tot stand brengen en in stand houden. Indien zulks uitvoerbaar is op technisch, milieu- en economisch gebied, wordt bij de algemene maatregel van bestuur teneinde nuttige toepassing van afvalstoffen te faciliteren of te verbeteren de verplichting opgenomen daarbij aan te geven huishoudelijke afvalstoffen gescheiden en niet gemengd met afvalstoffen of materialen die niet dezelfde eigenschappen bezitten, in te zamelen. (…) Artikel 10.36 Voor de toepassing van deze titel worden ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen gelijkgesteld met bedrijfsafvalstoffen. Artikel 10.37 1. Het is verboden zich door afgifte aan een ander van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen te ontdoen. 2 Het verbod geldt niet indien bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven aan een persoon: a.die krachtens artikel 10.45 of 10.48 bevoegd is de betrokken afvalstoffen in te zamelen; b.die bevoegd is de betrokken afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijderen: 1°.krachtens hoofdstuk 8 of op grond van een omgevingsvergunning; 2°.op grond van een krachtens artikel 10.2, tweede lid, verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens artikel 10.63, eerste of tweede lid, van het verbod, bedoeld in artikel 10.2, eerste lid; 3°.krachtens artikel 10.52; 4°.op grond van een krachtens artikel 10.54, derde lid, verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens artikel 10.63, tweede lid, van het verbod, bedoeld in artikel 10.54, eerste lid; c.die krachtens artikel 10.50 is vrijgesteld van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 10.38 tot en met 10.40, 10.45, 10.46 en 10.48; d.die op grond van een krachtens de Waterwet verleende vergunning bevoegd is de betrokken afvalstoffen te lozen, dan wel aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk ze te lozen; e.die krachtens de Waterwet bevoegd is afvalstoffen van de betrokken aard en samenstelling te brengen in oppervlaktewateren; f.die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en titel 10.7 die afvalstoffen naar dat land brengt; g.die krachtens artikel 10.55 bevoegd is de betrokken afvalstoffen te vervoeren of te verhandelen. Artikel 10.38 1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met f, registreert met betrekking tot zodanige afgifte: a. de datum van afgifte; b. de naam en het adres van degene aan wie de afvalstoffen worden afgegeven; c. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van die afvalstoffen; d. de plaats waar en de wijze waarop de afvalstoffen worden afgegeven; e. de voorgenomen wijze van beheer van de afvalstoffen; f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht heeft de afvalstoffen te vervoeren naar degene voor wie deze zijn bestemd: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt. 2 De geregistreerde gegevens worden ten minste vijf jaar bewaard en gedurende die periode door de afvalstoffenhouder ter beschikking gehouden van degenen die zijn belast met het toezicht of de douanecontrole op de naleving van de wet en van voorgaande afvalstoffenhouders. 3 Een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a of b, die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een andere zodanige persoon, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte de in het eerste lid bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie. Artikel 10.39 1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e, verstrekt: a.aan deze persoon een omschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van die afvalstoffen; b.aan degene die opdracht heeft de afvalstoffen naar die persoon te vervoeren, een begeleidingsbrief. 2 De begeleidingsbrief bevat ten minste de in het eerste lid, onder a, en de in artikel 10.38, eerste lid, bedoelde gegevens. Besluit beheer verpakkingen 2014 (tekst tot 1 juli 2020) Artikel 1 1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. verpakkingen: alle producten, vervaardigd van materiaal van welke aard ook, die kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van andere producten, van grondstoffen tot afgewerkte producten, over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument, wegwerpartikelen die voor dit doel worden gebruikt daaronder begrepen, waarbij verpakkingen uitsluitend omvatten verkoop- of primaire verpakkingen, verzamel- of secundaire verpakkingen en verzend- of tertiaire verpakkingen, en 1°.waarbij producten als verpakking worden beschouwd indien zij aan het vorenstaande voldoen, ongeacht andere functies die de verpakking ook kan vervullen, tenzij het product integraal deel uitmaakt van een ander product en het nodig is om dat product tijdens zijn levensduur te bevatten, te ondersteunen of te bewaren en alle elementen bedoeld zijn om samen gebruikt, verbruikt of verwijderd te worden; 2°.waarbij producten die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld alsmede wegwerpartikelen die in gevulde toestand worden verkocht of die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld, slechts als verpakking worden beschouwd indien zij een verpakkingsfunctie hebben, en 3°.waarbij de componenten van een verpakking en de bijbehorende in de verpakking verwerkte elementen worden beschouwd als deel van de verpakking waarin ze verwerkt zijn en waarbij de bijbehorende elementen die aan een verpakt product hangen of bevestigd zijn en die een verpakkingsfunctie hebben, als verpakking worden beschouwd, tenzij zij integraal deel uitmaken van dit product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden; (…) § 3. Inname, recycling en overig afvalbeheer Artikel 5 1. De producent of importeur draagt zorg voor de gescheiden inname of de inname en nascheiding van door hem in Nederland in de handel gebrachte verpakkingen en van de door hem ingevoerde verpakkingen waarvan hij zich in dat kalenderjaar heeft ontdaan, ten minste voor zover nodig om te kunnen voldoen aan de verplichtingen uit de artikelen 6 en 7. 2 De kosten van de gescheiden inname of de inname en nascheiding van verpakkingen komen voor rekening van de producent of importeur. 3 In afwijking van het tweede lid komen de kosten van de gescheiden inname of de inname en nascheiding van als bedrijfsafval vrijkomende verpakkingen voor rekening van degene die zich van de desbetreffende afvalstoffen ontdoet. (…) Artikel 9 1. De producenten en importeurs kunnen gezamenlijk uitvoering geven aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 5, 6, eerste, tweede en vierde lid, 7 en 8, eerste lid. 2 Indien aan het eerste lid is voldaan, zijn de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet van toepassing op: a. een producent of importeur die de afvalbeheersbijdrage overeenkomstig de op grond van artikel 15.36, eerste lid, van de wet, algemeen verbindend verklaarde overeenkomst inzake verpakkingen, afdraagt aan een daarbij genoemde rechtspersoon; b. een producent of importeur die vanwege de door hem in de handel gebrachte gewichtshoeveelheid verpakkingen op grond van de onder a genoemde overeenkomst niet verplicht is een afvalbeheersbijdrage af te dragen. 3 In gevallen waarin het tweede lid van toepassing is, berusten de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, op de rechtspersoon aan wie de afvalbeheersbijdrage, bedoeld in het tweede lid, wordt afgedragen. 4 Bij de gezamenlijke uitvoering, bedoeld in het eerste lid, wordt er zorg voor gedragen dat er geen handelsbelemmering of concurrentieverstoring als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de richtlijn verpakkingen wordt veroorzaakt. (…) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen. Zie bijlage 2 voor de relevante artikelen. Zie Afvalstoffenverordening gemeente [plaats] 2012, raadpleegbaar via lokaleregelgeving.overheid.nl (CVDR609470). Relevante passages van de raamovereenkomst, het addendum, de oude raamovereenkomst en de deelnemersovereenkomst zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze uitspraak. In beginsel geldt voor de materiaalsoort kunststof de keuze tussen de basisvergoeding of de garantievergoeding. De keuze wordt bepaald afhankelijk van de vraag of een gemeente zelf overgaat tot vermarkten. De onderhavige gemeente heeft in 2015 aangegeven zelf over te gaan tot vermarkting, dus geldt voor haar de garantievergoeding. Artikel VI van de Staatsregeling van 1798 luidt voor zover relevant: De Torens, aan de Kerkgebouwen gehegt, benevens de Klokken, met derzelver huisingen, worden verklaard, eigendommen te zijn en te blijven der Burgerlijke Gemeenten, staande ten allen tijde onder derzelver beheering en onderhoud. Zie onder meer r.o. 2.10 van de conclusie van de A-G van 29 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7199. Hof van Justitie 12 mei 2016, Borsele, C-520/14, ECLI:EU:C:2016:334, r.o. 22. Hof van Justitie 13 december 2007, Franz Götz, C-408/06, ECLI:EU:C:2007:789, r.o. 15. Hof van Justitie 2 juni 2016, Lajvér, C-263/15, ECLI:EU:C:2016:392. Hof van Justitie 29 februari 1996, Mohr, C-215/94, ECLI:EU:C:1996:72. Hof van Justitie 18 december 1997, Landboden-Agrardienste, C-384/95, ECLI:EU:C:1997:627. Nog daargelaten of dit mogelijk is, gelet op de tekst van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Zie Hoge Raad 26 augustus 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2543, Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4001 en Hoge Raad 20 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:AU9529. Vgl. Hof van Justitie 30 maart 2023, Gmina O., C-612/21, ECLI:EU:C:2023:279 en Hof van Justitie 30 maart 2023, Gmina L., C-616/21, ECLI:EU:C:2023:280. Belanghebbende heeft voor dit bedrag recht op een aanvullende bijdrage. 1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting met een waard per punt van € 875, een wegingsfactor 1,5 wegens samenhangende zaken en een wegingsfactor 1 voor de zwaarte. Van samenhang met de zaken van 13 andere gemeenten, waarvan de beroepen zijn ingediend door een kantoorgenoot van de gemachtigde, is geen sprake, omdat in dit geval de werkzaamheden niet identiek konden zijn en ook niet zijn geweest. Om een vergoeding van de kosten van het bezwaar is niet gevraagd. Bij Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018, is de tekst van artikel 3, punt gewijzigd. In dit document is de oorspronkelijke tekst opgenomen. Vanaf 1 juli 2020 is de definitie gewijzigd: beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing, met inbegrip van sortering, en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van de activiteiten van afvalstoffenhandelaars en afvalstoffenmakelaars; Vanaf 14 november 2019 is in artikel 9.2.5 van de Wet milieubeheer de term ‘preparaten’ vervangen door de term ‘mengsels’.