RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: 10611787 CV EXPL 23-1863 Vonnis van 17 juli 2024 in de zaak van 1 [eiser 1] ,
- [eiser 2] , beiden te [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [gezamenlijke eisers] (in mannelijk enkelvoud), gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen, tegen 1 [gedaagde 1] ,
- [gedaagde 2] , beiden te [woonplaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gezamenlijke gedaagden] (in mannelijk enkelvoud), gemachtigde: mr. M.K. Wehkamp. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 24 april 2024, - de e-mail van K. Belemans van 26 juni
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- In het tussenvonnis van 24 april 2024 is Koen Belemans benoemd tot deskundige en is hem in essentie gevraagd om aan te geven of er asbest zit in het in dat vonnis aangeduide stukje grond. Ook is de hoogte van het voorschot bepaald op € 3.460,60 inclusief btw. 2.
- Na ontvangst en bestudering van het procesdossier, heeft de deskundige bij e-mail van 26 juni 2024 (gehecht aan dit vonnis) laten weten dat de werkzaamheden omvangrijker zijn dan aanvankelijk gedacht en heeft hij gevraagd om een aanvullend voorschot. Daarmee komt het totale door de deskundige voorgestelde voorschot op een bedrag van € 5.410,00 exclusief btw. 2.
- De griffier heeft op 28 juni 2024 telefonisch contact gehad met de deskundige. Dit om met de deskundige te bespreken dat de deskundige abusievelijk informatie van [naam 1] - zoals is weergegeven onder 2.
- van het tussenvonnis van 6 maart 2024 - heeft betrokken bij de opdracht. De griffier heeft toegelicht dat de tekst en/of bevindingen van [naam 1] niet onderdeel uitmaken van de opdracht aan de deskundige. De opdracht aan de deskundige is immers geformuleerd in met name 3.
- van het tussenvonnis van 24 april 2024 en alleen die opdracht is lijdend. De deskundige heeft daarop laten weten dat dat niet wegneemt dat hij na bestudering van de processtukken van mening is dat dieper moet worden gegraven dan eerder voorzien en dat er (ook) niet handmatig gegraven kan worden. De deskundige blijft er daarom bij dat het voorschot verhoogd moet worden. 2.
- Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over verhoging van het voorschot op grond van in de e-mail van de deskundige van 26 juni 2024 genoemde argumenten. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rolzitting van woensdag 13 augustus 2024 voor akte uitlating aan beide zijden. 2.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 13 augustus 2024 voor akte uitlating door beide partijen als bedoeld in r.o. 2.3.; 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 17 juli
- csm