RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/049736-23 Datum uitspraak : 15 juli 2024 Tegenspraak vonnis van de meervoudige militaire kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] . Raadsman: mr. S.M. Diekstra, advocaat in Leiden. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 december 2019 tot en met 10 november 2022 te Woerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDMA (zogenoemde XTC-tablet(ten), zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 november 2021 tot en met 10 november 2022 te Woerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC en/of hennep, zijnde 3-MMC en/of hennep, zijnde een middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet. 2De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, waarbij geldt dat de pleegperiode voor wat betreft feit 2 korter is dan ten laste is gelegd, en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren voor feit 1 en een geldboete van € 250,00 voor feit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.