← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2024:499

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Nijmegen zaakgegevens 10746817 \ CV EXPL 23-2959 uitspraak van vonnis in het vrijwaringsincident in de zaak van 1 [eis sub 1] wonende te [woonplaats]

  1. [eis sub 2] wonende te [woonplaats]
  2. [eis sub 3] gevestigd te [vestigingsplaats] eisende partijen in de hoofdzaak verwerende partij in het incident gemachtigde mr. T.A. Timmermans tegen [gedaagde] gevestigd te [vestigingsplaats] gedaagde partij in de hoofdzaak eisende partij in het incident gemachtigde mr. A.M. Smetsers Partijen worden hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 5 oktober 2023 met producties - de conclusie van antwoord, tevens houdende voorwaardelijke oproeping in vrijwaring, tevens houdende voorwaardelijke reconventionele vordering met producties - de conclusie van antwoord in het incident. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het vrijwaringsincident en de beoordeling daarvan 2.
  5. [gedaagde] vordert toestemming [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) op te roepen in vrijwaring. 2.
  6. [gedaagde] onderbouwt die vordering als volgt. [eisers] baseert haar vorderingen op de stelling dat door [gedaagde] een onjuiste mededeling is gedaan over de planologische (on)mogelijkheden van het gehuurde. [gedaagde] heeft echter zelf geen contact gehad met [eisers] Dit contact is gelopen via haar makelaar [bedrijf 1] . Voor zover er onjuiste mededelingen zijn gedaan zijn deze eigenmachtig gedaan door [bedrijf 1] en heeft [bedrijf 1] daarmee de door [gedaagde] aan haar verstrekte opdracht overschreden. 2.
  7. [eisers] voert tegen de incidentele vordering aan dat deze niet voor alle weren is ingesteld. Bovendien lijkt [gedaagde] een voorwaardelijke vordering in te stellen, terwijl een vordering tot vrijwaring niet voorwaardelijk kan worden ingesteld. 2.
  8. De kantonrechter wijst de vordering toe. Hoewel de motivering van de vordering in vrijwaring is gegeven nadat inhoudelijk op de hoofdzaak is ingegaan, is in de conclusie van de conclusie van antwoord (enz.) de vordering in vrijwaring wel degelijk voor de weren ingesteld. Uit de aangevoerde grond volgt dat [gedaagde] belang kan hebben bij de oproeping in vrijwaring. Hoewel [eisers] terecht opmerkt dat een vordering in vrijwaring niet voorwaardelijk kan worden ingesteld, leidt dit niet tot afwijzing van de vordering. De kantonrechter begrijpt het incident zo dat de vordering in vrijwaring geen ander voorwaardelijk karakter heeft dan geldende voor het geval de vordering in de hoofdzaak tegen [gedaagde] slaagt. In de ogen van [gedaagde] ontstaat dan een regresvordering op [bedrijf 1] . 2.
  9. De kantonrechter wijst erop dat [gedaagde] er zelf voor moet zorgen dat [bedrijf 1] wordt gedagvaard door een deurwaarder. 2.
  10. [eisers] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in het incident betalen. De wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW) is uitsluitend van toepassing op de primaire betalingsverplichting uit een handelsovereenkomst, dat wil zeggen de geldelijke tegenprestatie voor de op grond van de handelsovereenkomst geleverde goederen of diensten. De gevorderde wettelijke handelsrente over de proceskosten wordt dan ook afgewezen. Wel wordt de wettelijke rente van art. 6:119 BW toegewezen over de proceskosten. De rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van betekening van dit vonnis. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  11. geeft [gedaagde] toestemming [bedrijf 1] in vrijwaring op te roepen; 3.
  12. bepaalt dat [gedaagde] [bedrijf 1] kan laten dagvaarden voor de rolzitting van de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Nijmegen van 16 februari 2024 om op de eis tot vrijwaring te antwoorden; 3.
  13. bepaalt dat [eisers] in de hoofdzaak op dezelfde rolzitting van 16 februari 2024 haar conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie kan nemen; 3.
  14. veroordeelt [eisers] in de proceskosten in het incident, begroot op € 80,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW hierover vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis; 3.
  15. verklaart de veroordeling onder 3.
  16. uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  17. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.