beslissing RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen Wrakingskamer zaaknummer: C/05/438286 KG RK 24-539 Beslissing van 31 juli 2024 van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoekster], wonende te [woonplaats] hierna te noemen: verzoekster gemachtigde: [naam], strekkende tot de wraking van mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter in deze rechtbank hierna te noemen: de rechter. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 3 juli
- 2Het wrakingsverzoek 2.1 Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer ARN 23/2375 tussen verzoekster en de burgemeester van de gemeente [woonplaats]. 2.2 Verzoekster heeft aan haar verzoek het volgende ten grondslag gelegd. De rechter maakt deel uit van een drietal bezwaarcommissies. Uit hoofde van de functie als rechter dient de rechter op beroepschriften tegen beslissingen op bezwaar van bestuursorganen te beslissen. Door deel uit te maken van deze bezwaarcommissies is sprake van vooringenomenheid dan wel is de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd. 3De beoordeling 3.
- Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 3.
- Verzoekster heeft eerder een verzoek tot wraking van de rechter ingediend, waaraan dezelfde wrakingsgrond ten grondslag is gelegd. Bij beslissing van 17 april 2024 is dit eerdere wrakingsverzoek afgewezen. Daarbij is door de wrakingskamer (onder meer) beslist dat deze wrakingsgrond niet slaagt, omdat het slechts veronderstellingen en suggesties waren en concrete feiten, waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kon afleiden, ontbraken. In het onderhavige wrakingsverzoek zijn geen feiten of omstandigheden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan verzoekster bekend zijn geworden, waardoor verzoekster niet in het huidige wrakingsverzoek kan worden ontvangen. In feite is het huidige wrakingsverzoek een verkapt rechtsmiddel tegen de beslissing van 17 april 2024, wat niet mogelijk is. 4De beslissing De wrakingskamer van de rechtbank: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, voorzitter, mr. E.H.T. Rademaker en mr. G. Edelenbos, leden in tegenwoordigheid van de griffier […] en in openbaar uitgesproken op 31 juli
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.