RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: 10859981 CV EXPL 24-3 Vonnis van 28 augustus 2024 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. S. Yadegari, procederend krachtens toevoegingsnummer: [nummer] , tegen [gedaagde] , te Haaksbergen, gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1Het verdere verloop van de procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 17 april 2024 - de akte van [gedaagde] - de aanvullende akte van [gedaagde] - de antwoordakte van [eiser] . 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 17 april
- De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat het probleem aan de versnellingsbak ten tijde van de aflevering van de auto niet aanwezig was. 2.
- Ter voldoening aan de bewijsopdracht heeft [gedaagde] onder meer een verklaring van [naam 1] , werkzaam bij [bedrijf] te [plaats] overgelegd. Die verklaring luidt als volgt: “Betreft diagnose automatische transmissie type Ford Powershift We hebben de Ford binnen gekregen en eerst de foutcodes uitgelezen.Er zat een foutcode P0766 in die refereert naar een solenoide D.Deze foutcode komt vaak door een te laag oliepeil,waardoor de solenoides niet voldoende gekoeld worden. Bij controle van het oliepeil moest er ongeveer driekwart liter olie bijgevuld worden. Tevens is er door ons een flinke olielekkage van de transmissie vastgesteld,waarschijnlijk afkomstig van het afdichtcover aan de voorzijde van de transmissie. Na het op peil brengen van de transmissie is er een proefrit van ongeveer 30 km gemaakt waarbij geen storingen optraden. Opmerkelijk is dat de transmissieolie 2 maal kort na elkaar vervangen is en dat daar geen meldingen van olielekkage gemaakt zijn.Immers is het verversen en op peil brengen van de transmissieolie zinloos zolang er een flinke lekkage is. De lekkage is op te lossen door het vervangen van de koppeling,een slijtdeel wat 100.000 tot 150.000 km mee gaat. (…)” 2.
- [naam 1] heeft vastgesteld dat sprake is van lekkage van transmissieolie en dat die lekkage verholpen kan worden door vervanging van de koppeling. [naam 1] verklaart niet, althans niet expliciet op welk moment het gebrek volgens hem is ontstaan. Volgens [gedaagde] volgt uit de opmerking van [naam 1] dat het ‘opmerkelijk is dat de transmissieolie 2 maal kort na elkaar vervangen is en dat daar geen meldingen van olielekkage gemaakt zijn’ dat ten tijde van de aflevering van de auto nog geen sprake was van olielekkage. [naam 2] heeft op 7 augustus 2023 transmissieolie vervangen, zonder te constateren dat sprake is van lekkage. Als op dat moment al sprake was geweest van lekkage dan had [naam 2] dat moeten zien, aldus [gedaagde] onder verwijzing naar de opmerking van [naam 1] . Deze lezing deelt de kantonrechter niet. Het feit dat twee maal kort na elkaar (op 31 januari 2023 en 7 augustus 2023) transmissieolie moest worden vervangen, biedt juist steun aan de stelling dat het gebrek op die momenten al aanwezig was. Hoe dan ook is met de diagnose van [naam 1] geen bewijs geleverd van de stelling dat het probleem aan de versnellingsbak ten tijde van de aflevering van de auto niet aanwezig was. Ook anderszins is daarvan geen bewijs geleverd. Het wettelijk vermoeden is niet weerlegd en het moet er dan ook voor worden gehouden dat het gebrek ten tijde van de levering van de auto al aanwezig was en de auto vanaf de levering niet geschikt was voor normaal en veilig gebruik. Dit betekent dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. 2.
- In dat geval komt volgens artikel 7:22 lid 1 sub a BW de consument de bevoegdheid toe de overeenkomst te ontbinden. Die bevoegdheid ontstaat volgens het tweede lid van voornoemd artikel pas wanneer herstel en vervanging van de zaak onmogelijk zijn of van de verkoper niet kunnen worden gevergd, dan wel de verkoper niet binnen redelijke termijn of zonder ernstige overlast tot herstel of vervanging is overgegaan. Uit de in het geding gebrachte correspondentie blijkt dat [eiser] een aantal malen op herstel heeft aangedrongen en dat [gedaagde] daartoe niet is overgegaan. [eiser] heeft de koopovereenkomst dan ook rechtsgeldig kunnen ontbinden. 2.
- Door ontbinding van de koopovereenkomst ontstaat op grond van artikel 6:271 BW de verplichting voor partijen tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. Dat betekent dat [gedaagde] de koopsom van € 9.100,00 moet terugbetalen aan [eiser] en dat [eiser] de auto moet teruggeven aan [gedaagde] . De daartoe strekkende (primaire) vorderingen van [eiser] zijn dus toewijsbaar. De over de terug te betalen koopsom gevorderde wettelijke rente is als niet afzonderlijk weersproken en op de wet gegrond toewijsbaar vanaf 25 oktober
- Uit de verplichting om de auto terug over te dragen volgt ook dat [gedaagde] moet meewerken aan het verschaffen van een vrijwaringsbewijs, zodat ook deze vordering van [eiser] zal worden toegewezen. 2.
- De kantonrechter ziet onvoldoende aanwijzingen dat [gedaagde] zich niet aan de veroordelingen tot het ophalen van de auto en het verschaffen van een vrijwaringsbewijs zal houden, zodat hieraan geen dwangsom verbonden wordt. 2.
- De gevorderde reparatiekosten zijn deels toewijsbaar. Voor de factuur van 2 augustus 2023 ontbreekt het vereiste rechtstreekse verband met het gebrek. Van de factuur van 7 augustus 2023 staat een gedeelte van € 459,33 (totale som minus kosten voor achterlichtunit en 1/3 deel arbeidsloon) rechtstreeks in verband met het gebrek. [eiser] zou die herstelkosten niet hebben gemaakt als [gedaagde] niet tekort was geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen uit de koopovereenkomst. De daarover gevorderde wettelijke rente is als niet afzonderlijk weersproken en op de wet gegrond toewijsbaar vanaf de dag van de dagvaarding, omdat niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] eerder in verzuim was. 2.
- [eiser] maakt verder aanspraak op vergoeding van de door haar betaalde bedragen aan wegenbelasting en verzekeringspremie voor de auto. Op grond van artikel 6:277 BW komt echter slechts voor vergoeding in aanmerking het verschil in de vermogenssituatie bij wederzijdse nakoming enerzijds en de vermogenssituatie bij ontbinding zonder schadevergoeding anderzijds. De door [eiser] betaalde bedragen aan wegenbelasting en verzekeringspremies komen op grond van dit artikel niet voor vergoeding in aanmerking, omdat [eiser] deze kosten ook had moeten dragen bij wederzijdse nakoming van de koopovereenkomst. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen. 2.
- [eiser] maakt ten slotte aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen. 2.
- [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - griffierecht € 87,00 - salaris gemachtigde € 1.015,00 (2,50 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 Totaal € 1.237,00 3De beslissing De kantonrechter 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.100,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 25 oktober 2023 tot aan de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 459,33, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 22 december 2023 tot aan de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om de auto binnen twee weken na datum van dit vonnis op te halen bij [eiser] , althans bij [bedrijf] te [plaats] , onder afgifte van een deugdelijk vrijwaringsbewijs aan [eiser] , 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.237,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus
- (mk)